Jong LBC-NVK nodigde op donderdag 22 oktober de Britse auteur Owen Jones uit voor een gesprek over onrechtvaardigheid, de maatschappij, vakbonden en een strijdbaar alternatief. De jongeren van de bediendenvakbond hoopten zo het enthousiasme van de jonge Brit door te geven aan het publiek.

Ondanks zijn jeugdige leeftijd (31) en zijn onschuldige net afgestudeerde Oxfordlook, is Jones zeker geen onzichtbaar figuur. In 2011 publiceerde hij zijn eerste boek: 'Chavs: De Demonisering van de Britse Arbeidsklasse'. Het non-fictiewerk was onmiddellijk een hit, zowel binnen de Britse grenzen als internationaal.

Sindsdien schrijft hij regelmatig opiniestukken voor The Guardian, New Statesman en The Independent. Hij groeide uit tot een belangrijke stem aan de politieke linkerzijde. Zo begeleidde hij de overwinning van Jeremy Corbyn, de nieuwe, erg omstreden partijvoorzitter van de Britse Labour Party.

Aanklacht tegen neoliberaal Europa

Jones presenteerde tijdens de avond georganiseerd door Jong LBC-NVK zijn nieuwe publicatie 'Het Establishment', die net vertaald werd naar het Nederlands en te vinden is in boekenwinkels over heel Europa. Het boek ontleedt de linken tussen de politiek, het bedrijfsleven en de journalistiek in Groot- Brittannië. Het is een lange aanklacht tegen de neoliberale politiek die niet enkel in Groot- Brittannië maar in heel Europa heerst.

Volgens Jones was het de economische crisis van 2008 die deze neoliberale politiek versterkte. Toen de conservatieve Britse politicus George Osborne in 2012 een strak besparingsplan aankondigde met de woorden “we’re all in this together”, voorzag Jones al onheilspellende gevolgen. Anno 2015 voelen de middenklasse en lage klasse nog steeds het gewicht van de zware besparingen, terwijl de Britse economie ver van gestabiliseerd is. De rijkste 5 procent wist echter zijn kapitaal te verdubbelen in de afgelopen 4 jaar.

Jones verklaart dit verschijnsel aan zijn jonge Vlaamse publiek door terug te grijpen naar de jaren 70. Econoom Milton Friedman stelde toen dat echte verandering pas mogelijk is ten tijde van crisis, waarmee hij volgens Jones het neoliberale gedachtengoed lanceerde in een Europa in crisis. Friedman bepleit het terugdringen van de rol van de staat, wat zou leiden tot opportuniteiten voor de private sector die zo een enorme omzet kan maken.

Jones staat er niet op dit ‘establishment’ naar beneden te halen, maar pleit voor alternatieven. Binnen deze ideeënstrijd ziet Jones de Britse socialistische politicus Tony Benn als tegenpool voor Friedman. Deze stelde dat verandering veroorzaakt wordt door een brandend gevoel van ontevredenheid en hoop. Ontevredenheid is er inmiddels volgens Jones meer dan voldoende, enkel hoop ontbreekt bij het volk.

Een Europees verhaal

Jones’ vaststellingen hebben opmerkelijk veel raakpunten met het beleid dat op het Europese vasteland wordt gevoerd. Zijn twee eerste boeken deden dan ook al heel wat debat ontstaan in Europa.

“Natuurlijk zijn veel specifieke problemen verschillend en is de schaal van bepaalde problematieken anders, maar toch zijn er veel gelijkenissen,” legt Jones uit wanneer we naar zijn mening over de Europese beleidsvorming vragen. “Het doel van mijn boek is om zoveel mogelijk gesprekken aan te knopen over wie het meeste kapitaal heeft, waarom dit zo is en hoe we de staat anders kunnen organiseren. Aangezien ik over heel Europa deze gesprekken al heb mogen voeren, ben ik zeker in mijn opzet geslaagd.”

Jones werkt momenteel aan een nieuwe publicatie: The Politics of Hope. “Hierin ga ik op zoek naar coherente alternatieven voor beleidsvorming. Het is eerder een soort manifest,” stelt hij. “Ik onderzoek onder andere huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg over heel Europa en bundel opinies over hoe deze anders georganiseerd kunnen worden. Het is een boek over hoop en het idee dat onrechtvaardigheid overwonnen kan worden door vertrouwen en vastberadenheid.”

In tegenstelling tot zijn vele eurosceptische landgenoten is Jones een voorstander van de Europese Unie. “Ik pleit voor een Europa dat sociaal, democratisch en verantwoordelijk is en waar rond problematieken als gecoördineerde belastingontduiking en arbeidsrechten één gezamenlijk beleid gevoerd wordt. Dit kan natuurlijk enkel als we samen een politiek van hoop handhaven en niet een politiek doordrongen van angst en wantrouwen, versterkt door bepaalde rechtse populistische partijen.”

Mensentaal

Jones beschuldigt de linkse vleugel in zijn land ervan te symbolisch of te cijfermatig te communiceren met de kiezer. Op dit vlak valt er volgens hem iets te leren uit de rechtse politiek. Kiezers hebben geen tijd voor lange discours die een beleid aanklagen. Ze willen herkenbare verhalen en die vinden ze volgens Jones in de alledaagse retoriek van rechtse partijen. Boodschappen die aanslaan bij de kiezer zijn bijvoorbeeld verhalen over dure treinen door privatisering of zestigers die geen uitkering meer krijgen omdat ze vrijwilligerswerk doen in plaats van te solliciteren.

Jones’ enthousiast relaas wordt met plezier onthaald door zijn publiek. Of Jones’ voorstel om meer mensentaal te gebruiken nu net datgene is dat een partij populistisch maakt, zien de jonge vakbondsleden graag over het hoofd.

© 2015 – StampMedia – Laura Sear


Dit artikel werd gepubliceerd door MO* Online op 02/11/2015