Younes Boukichou, het jong talent van Mons-Hainaut
Younes Boukichou verhuisde al op zijn vierde van Marokko naar België. Achttien jaar later staat hij aan het begin van zijn carrière en verzamelt hij zijn eerste speelminuten op het hoogste niveau bij Union Mons-Hainaut. Hij is de broer van Khalid Boukichou, een van de succesvolste spelers in de Belgische basketbalgeschiedenis.
Naar welke spelers keek je als kind op?
“Om eerlijk te zijn, keek ik niet echt naar iemand op. Ik speel graag basketbal omdat mijn broer het deed en ik wou hetzelfde doen als hij. Daarbuiten had ik geen idool. Ik was natuurlijk wel fan van LeBron James en Stephen Curry, maar ik zag hen niet als idolen.”
Heb je veel van je broer geleerd?
“We spelen niet op dezelfde positie, hij speelt als center, ik als point guard. Hij is wel mijn idool. Ik wou pro worden zoals hij en met geluk en hard werken is het me gelukt. Ik hoop ooit beter te worden dan Khalid, maar dat zal moeilijk zijn.”
Je speelt ook bij de Marokkaanse nationale ploeg. Hoe is het om te spelen van een land waar je niet bent opgegroeid?
“Ik ben echt fier. Ik weet niet goed hoe ik het moet beschrijven. Het is echt een ander gevoel om het tenue van je land aan te trekken. Dat geeft een krachtig gevoel. Wat mijn debuut tegen Senegal nog onvergetelijker maakt, is dat het ook mijn eerste profervaring was. Het was ook de eerste keer dat mijn broer en ik samen speelden. Ik speelde toen ook samen met Ayoub Nouhi, met wie ik ben opgegroeid. Al dit maakte het nog specialer voor mij. Ik heb bij de nationale ploeg al veel goede herinneringen gemaakt. Khalid heeft zowel voor Marokko als België gespeeld. Momenteel ben ik volledig toegewijd aan Marokko, maar als België zou bellen, weet ik niet of ik nee zou zeggen. Je weet nooit wat de toekomst brengt.”
Sport op hoog niveau vraagt veel opoffering. Hoe ervaar jij dit?
“Ik ervaarde wel moeilijkheden hiermee, aangezien ik op mijn veertiende het huis verliet om op internaat te gaan in Jambes bij Namen. Ik zag mijn familie niet veel in die periode. Je gaat veel om met andere jongeren, hier leer je veel van. Ik denk dat je daardoor je persoonlijkheid sneller ontwikkelt. Dit hoort erbij als je professional wil worden. Je moet ermee leren omgaan.”
Waar zie je jezelf over vijf jaar?
“Ik zie mezelf in Frankrijk spelen. Het zou mooi zijn als ik in de tweede, misschien zelfs eerste, klasse kan spelen. Dat zou een droom voor mij zijn. Mijn broer heeft er ook zes jaar lang gespeeld. Het is een hoog niveau en ik zou daar graag willen spelen.”
Journaliste Amal Khalil gedood door Israël
Reporter Ahmad Hardan schrok toen hij hoorde over de dood van de Libanese journaliste Amal Khalil eind april. Hij maakte daarom een slider als explainer.
Dansen zonder grenzen: het verhaal van Amarachi
Dahnyel M. (26), beter bekend als Amarachi, groeide op in Gwhana, maar voelde zich daar nooit helemaal vrij om zichzelf te zijn. In 2019 kwam hij in België terecht, waar hij vandaag werkt aan een carrière als danser. Onlangs stond hij in het nieuwe seizoen van So You Think You Can Dance.
Hoe zag je jeugd in Ghana eruit?
“Mijn leven in Ghana was eigenlijk comfortabel. We woonden in een goede buurt en iedereen was vriendelijk, maar ik heb me nooit helemaal kunnen aanpassen aan de Ghanese cultuur. Ik moest verstoppen wie ik echt ben. Toen ik aan enkele vrienden in Ghana durfde vertellen dat ik op jongens val, zeiden ze dat het een zonde was en dat ze voor mij gingen bidden. Omdat ze het doorvertelden, werd ik meermaals naar een priester in een katholieke kerk gestuurd. Daarnaast was ik door mijn vrouwelijk kantje ook een makkelijk doelwit voor pesterijen op school.”
Wanneer werd dans belangrijk voor jou?
“Ik ben rond mijn zestiende serieuzer beginnen dansen, toen voelde ik dat het meer werd dan een hobby. Ik wilde er professioneel iets mee doen. Ik wilde daarom ook graag dans studeren, maar mijn vader weigerde. Ik werd door hem verplicht om politicologie en Spaans te studeren, maar ik spijbelde en sloop altijd naar de afdeling performing arts, gewoon zodat ik kon dansen met andere studenten daar. Dansen is vanaf toen een erg belangrijk element in mijn leven geworden.”
Op weg naar België
Waarom besloot je Ghana te verlaten?
“Ik wist altijd al dat ik wilde vertrekken, Ghana kon mij niet bieden wat ik écht wou. Ik wist dat Europa een plek voor mij zou zijn waar ik mezelf en mijn homoseksualiteit meer kon uiten. Ik vertrok eerst naar Spanje en kwam daarna, via een asielaanvraag, in België terecht. Ik diende mijn aanvraag in 2019 al in, maar het wachten duurde lang, zeg maar gerust drie jaar.”
Wat maakte België anders voor jou?
“Voor mij betekende België meer vrijheid, hier kon ik gewoon hand in hand met mijn ex-vriend wandelen en niemand keek er vreemd van op. Dat contrast met Ghana is groot, thuis zou ik daar veel negatieve reacties voor krijgen, soms zelfs fysieke. Op sommige plekken worden er zelfs stenen naar je hoofd gegooid, soms ging het zelfs nog verder. Ook mijn naam veranderde mee met mijn nieuwe leven, mensen begonnen me Amarachi te noemen en dat vond ik écht bij mij passen. Amarachi is mijn tweede naam, mijn voornaam is Dahnyel.”
Dansen zonder school
Hoe heb je jezelf leren dansen?
“Mijn ambitie voor dans startte in Ghana voor het televisiescherm, ik begon naar een Canadese tv-serie te kijken en ging dan de danspassen kopiëren die ik daar zag. Later ging ik op YouTube op zoek naar tutorials. Ik leer heel visueel, als ik iets zie kan ik min of meer uitzoeken hoe ik mijn lichaam dat moet laten doen. Ik gaf nooit op en mensen begonnen mij via sociale media uiteindelijk te kennen, een jaar later kreeg ik al dansjobs.”
Hoe heb je dans gecombineerd met je beginnende leven in België?
“Toen ik in België aankwam, had ik geen geld, geen job en geen identiteitskaart. Ondanks mijn schaarse middelen vond ik in Sint-Niklaas een balletstudio, waar ik enkele gratis lessen mocht volgen. Via Instagram kwam ik later ook terecht bij de dansgroep CompAni-One. Toch blijft het zwaar om alles alleen te doen, mijn grootste uitdaging is dat ik hier alleen ben. Soms is het kiezen tussen overleven en dansen, ik heb hier op mijn eigen houtje in een leven moeten opbouwen. Ik heb mijn ouders sinds ik uit Ghana vertrok ook niet meer gezien, dat is ondertussen al acht jaar geleden.”
Wat betekent het voor jou dat je zo ver bent geraakt met minieme opleiding?
“Mijn hele leven heb ik het gevoel gehad dat ik iets moest bewijzen en daarom blijft ik streng voor mezelf. Uiteindelijk ben ik gewoon dankbaar voor wat mijn lichaam kan, zowel tijdens het dansen als zelf mijn mannetje kunnen staan. Tijdens mijn auditie voor So You Think You Can Dance wou ik super graag door naar de volgende ronde, en dat lukte me. Ik was enorm blij dat mijn werk gezien werd en dat ik aan de mensen thuis de kans krijg om tonen wat ik in mijn mars heb.”
Öykü Uslu: “Ik heb mijn best gedaan, maar mensen maken het je niet gemakkelijk”
Op 26-jarige leeftijd liet Öykü Uslu Turkije achter zich om in België een nieuw leven op te bouwen. Het was een zoektocht naar professionele kansen, maar onderweg moest ze doorzetten, zo ontdekte ze wie ze echt was. Vandaag werkt ze als huisarts en kijkt ze terug op een traject vol uitdaging, maar ook groei. “Mijn thuis is nu hier.”
Je bent al vroeg uit huis gegaan. Hoe kwam dat?
“Ik kom uit Bodrum. Dat is een kleine stad, een dorp eigenlijk, al is het een gekende toeristische plaats. Ik had altijd het gevoel dat ik daar niet echt succesvol kon zijn. Ik wilde meer doen, ergens anders naartoe gaan. Daarom ben ik op mijn veertiende vertrokken naar een grotere stad, Izmir, om naar de middelbare school te gaan.”
Hoe was die ervaring?
“Het was niet gemakkelijk. Ik verbleef daar in een soort internaat, met zestien meisjes in één kamer. Maar het heeft mij wel gevormd. Daarna ben ik op mijn achttiende naar Istanbul gegaan om geneeskunde te studeren. Eigenlijk ben ik dus al van jongs af aan op zoek naar meer kansen en een grotere wereld.”
Een nieuwe start
Wanneer heb je beslist om naar België te verhuizen?
“Dat is lang geleden (denkt na). Dat zal 2018 geweest zijn. Ik ben in Turkije afgestudeerd en heb daar anderhalf jaar gewerkt als basisarts. Ik wilde mijn horizon verbreden en besloot om te emigreren. Ik solliciteerde voor jobs in België, Nederland en Duitsland. Mijn partner ging naar Nederland voor een master, dus dacht ik: ik zal ook ergens vlakbij iets zoeken. Uiteindelijk kreeg ik antwoord van UHasselt.”
Hoe was die eerste periode hier?
“De reis zelf was niet zo moeilijk, maar integreren was niet zo makkelijk. Ik sprak geen Nederlands en voelde me een buitenbeentje. Tijdens de middagpauze op het werk sprak niemand Engels en was ik de enige die geen woord Nederlands sprak.”
Werd je warm ontvangen of heb je hard moeten vechten voor een plaats?
“Een combinatie van de twee, maar ik heb vooral hard moeten vechten. Ik had de indruk dat mensen hier niet zo gemakkelijk vrienden maken. Op het werk voelde ik zo’n grens: we zijn collega’s, maar niet echt vrienden. Dat was voor mij choquerend.
Voor mijn doctoraat zat ik voortdurend in het labo. Dat was totaal anders dan wat ik had gestudeerd, ik had nog nooit zoiets gedaan dus moest ik alles leren van nul. In het begin liep het onderzoek niet zo goed, daardoor werd ik meer uitgesloten door mijn collega’s. Ik herinner me zelfs een dag dat iedereen samen ging eten en ik van niets wist. Dat voelde echt als: je hoort er niet bij. Maar na een jaar ging het beter met het onderzoek en werd ik wel uitgenodigd. Dat vond ik een beetje hypocriet.”
Een nieuwe richting
Hoe ben je huisarts geworden?
“Ik wilde sowieso een specialisatie doen en dat werd huisartsgeneeskunde. De eerste twee jaren waren moeilijk, maar de drie jaren daarna maakten me blij. Ik had een beter gevoel bij collega’s en patiënten.”
Was de taal nog een probleem?
“In het begin wel. Ik was altijd in mijn hoofd aan het vertalen van Engels naar Nederlands of van Turks naar Engels en dan naar Nederlands. Dat was vermoeiend. Na een jaar ging het beter en kreeg ik meer zelfvertrouwen.”
Welke mensen hebben een belangrijke rol gespeeld in je integratie?
“Mijn praktijkopleider heeft mij veel gesteund. Ze zei altijd: het komt goed, je bent een goede dokter. Mijn partner speelde ook een grote rol. Als iemand zoveel vertrouwen in je heeft, denk je ook dat je het kan.”
Tussen twee huizen
Voel je je meer Belg of Turk?
“In eerste instantie Turks en daarna Belg. Mijn familie en vrienden zijn nog in Turkije, dus dat blijft voor mij belangrijk. Maar ik heb hier mijn leven opgebouwd.”
Wat betekent thuis voor jou vandaag?
“Hier eigenlijk. Ik heb echt mijn thuis hier. Als ik naar Turkije ga, spreek ik over het huis van mijn ouders. Maar na tien dagen mis ik mijn eigen (t)huis. Dat is hier, met mijn partner.”
Van asielcentrum naar eigen appartement: het verhaal van R. Momand
Na een lange, gevaarlijke vlucht uit Afghanistan kwam R. Momand op vijftienjarige leeftijd op zijn eentje aan in België. Na zeven landen te doorkruisen in tientallen taxi’s, woont hij nu zelfstandig in een appartement in Houthalen-Helchteren. “Ik doe gewoon mijn best, dat is voor mij genoeg.”
Hoe verliep je reis vanaf het moment dat je over de Belgische grens kwam?
“Ik ben met vrienden van Frankrijk naar Brussel gekomen, gewoon met de taxi. Zo kwam ik bij een asielzoekerscentrum terecht. We moesten er de hele nacht wachten tot de mensen ons ’s morgens binnenlieten. Binnen werden onze vingerafdrukken afgenomen en moesten we een klein interview doen. Maar daar was ik niet klaar voor.
Ik was vijftien en ik was al zo lang onderweg, ik moest gewoon eten en slapen. Ze stuurden me naar sociaal-culturele organisatie ORBIT voor twee à drie maanden, waar ik ook Nederlandse lessen kreeg. Toen heb ik wel het interview gedaan. Ze vroegen waar ik naartoe wilde als ik hier weg moest. Ik heb aangegeven dat ik uiteindelijk niet naar Waals-Brabant wilde. Ik was Nederlands aan het leren en dat ging goed. Waarom zou ik dan niet in Vlaanderen blijven? Naar school gaan zou dan makkelijker zijn voor mij.”
Kan je uitleggen hoe het verder verliep in opvang ORBIT?
“We werden volledig gecontroleerd. We moesten naar de dokter voor medische onderzoeken om na te kijken of we fysiek in orde waren. Ze besloten uiteindelijk dat ik in Vlaanderen mocht verblijven dus hebben ze me dan met de auto naar het noodopvangcentrum in Houthalen-Helchteren gebracht. Vanaf dan moest ik eigenlijk al direct naar school. Mijn voogd hielp me ondertussen met de procedure en zocht mee naar werk. Ik was toen zestien.
Na school of op woensdagnamiddag werkte ik als student in een restaurant. Soms ook in het weekend. Dat was zwaar. Na een tijd ben ik daar gestopt omdat het te ver was. Ik moest er met de bus naartoe, maar die reed ’s avonds niet meer terug. Die regeling was te moeilijk. Vanaf mijn zeventiende ben ik in restaurant Den Noordkant beginnen werken als afwasser.”
Kon je sparen?
“In Brussel kreeg ik zeven euro per week. In Helchteren kreeg ik niets, omdat ik een studentenjob had. Dat mocht ik allemaal zelf bijhouden om te sparen voor het moment dat ik weg moest uit het centrum. Mijn voogd motiveerde me vooral om te sparen, hij wilde niet dat ik veel uitgaf. En de begeleiders keken allemaal streng toe, zodat je goed omging met je geld.”
Je moest uiteindelijk vertrekken uit het opvangcentrum. Hoe is dat verlopen?
“Toen ik zeventien werd, deed ik het grote interview. Dan wordt er beslist of je het centrum mag verlaten. Ze vroegen naar een paar documenten, maar die had ik niet. Ze geloofden ook niet alles wat ik vertelde en weigerden daardoor mijn aanvraag. Ik mocht dus niet vertrekken. Als je wordt geweigerd na het grote interview, word je naar de rechtbank gestuurd. Dit gebeurde toen ik achttien was. De rechter beslist dan of je in België mag blijven of niet. Mijn advocaat en leerkrachten waren ook aanwezig. Zij vertelden dat ik goed bezig was, zoals dat ik de Nederlandse taal leerde en werk had.”
Studeerde je toen nog?
“Ja, ik deed een opleiding automechanica. Elke dag zat ik van acht tot vier uur op school, daarna ging ik werken. Ik wou de opleiding wel volgen, maar ik wilde ook mijn familie naar België halen dus ben ik beginnen werken bij Kuehne+Nagel in Tessenderlo.”
Hoe ziet je leven er nu uit?
“Ik werk en woon alleen. Toen ik in het opvangcentrum zat, werd alles voor me geregeld. Nu moet ik huishuur, autoverzekering en elektriciteit betalen. In Afghanistan deed mijn grote broer alles voor me. Hij was een tweede vader voor mij. Maar hier moet ik alles ineens zelf doen. Er is niemand, als ik het zo mag zeggen, die me echt steunt.
Het moeilijkste was de Nederlandse taal en cultuur leren. Van mijn religie mag je niet eens samenzitten of praten met meisjes die je niet kent. Op school hadden we ook aparte klassen, hier is alles gemengd. Nu ben ik het gewoon, maar het duurde lang om eraan te wennen. Ik schaamde me en durfde niet in de klas te praten. Door de taal, maar ook door de gemengde groep.”
Vind je het moeilijk om alleen te zijn?
“De eerste maanden en jaren voelde ik me eenzaam. Zeker tijdens de ramadan en op Suikerfeest, dat zijn momenten die je normaal met familie doorbrengt. Maar mijn familie is hier niet.”
Ben je trots op jezelf?
“Ik ben trots op mijn leerkrachten. Zij hebben zoveel voor me gedaan en ervoor gezorgd dat ik in België kon blijven. Door hen spreek ik Nederlands en kan ik werken. Ik ben niet trots op mezelf, ik doe gewoon mijn best en dat is het belangrijkste.”
Rufina vluchtte met gezin en hoogzwangere mama naar België
De Oekraïense Rufina Oleksiienko vluchtte vier jaar geleden samen met haar familie naar België. De situatie in en rond de stad waarin ze woonde werd te gevaarlijk. “We waren met vier kinderen toen we vertrokken. In België is ons vijfde broertje geboren.”
Je bent van Oekraïne naar België gevlucht. Hoe was die reis?
“De tocht was fysiek en emotioneel zwaar. We vertrokken in een kleine auto die tot de nok toe opgetast was met dozen. In Polen begaf onze auto het. We moesten hem daar achterlaten en enkele dagen wachten tot een vriend ons kon ophalen. In totaal heeft de reis naar België zo’n drie tot vier dagen geduurd.”
Hoe was de periode in Oekraïne voordat jullie zijn gevlucht?
“We zaten vooral thuis, af en toe hadden we online les. We kregen taken die we nadien naar onze leerkrachten moesten doorsturen. Maar het wifinetwerk werkte niet altijd goed en het was soms moeilijk om je te kunnen concentreren.
We waren ook heel bang om naar buiten te gaan, zelfs naar de winkel was een grote stap. Dat was maar vijf minuten wandelen, maar we durfden niet. Vaak sliep ik ook met mijn broer en zus in één bed, zo voelden we ons veiliger.”
Wanneer zijn jullie vertrokken?
“Mijn ouders hebben lang getwijfeld. Veel van onze vrienden waren al eerder gevlucht. Mijn vader was bezorgd, want in Oekraïne had hij werk en een inkomen. In België zou hij geen werk hebben en geen geld verdienen, dat is eng om over na te denken. Na gesprekken met onze vrienden die al eerder gevlucht waren en nadat papa met zijn baas en collega’s sprak, hebben ze toch besloten om te vluchten. Omdat onze vrienden naar België waren gevlucht, besloten wij om ook naar hier te komen.”
Hoe kan je jouw eerste dagen in het opvangcentrum beschrijven?
“Toen we aankwamen, kregen we een plaats om te slapen die niet erg comfortabel was. Er stonden veel bedden in één kamer, gelukkig was het toen niet zo druk in het opvangcentrum. We kregen als gezin één kamer, dus we hadden wel een beetje privacy.
Er was een grote refter om te eten. Het eten in België en is anders dan in Oekraïne. Toen we uit het centrum kwamen en naar ons eigen huis verhuisden, aten we alleen maar pizza. Soep en andere gerechten konden we niet eten, omdat we dat niet lekker vonden.
Het was spannend om in het opvangcentrum te verblijven, omdat er veel mensen waren die onder druk stonden. Dan zijn ze soms erg vervelend. We waren heel bang om naar buiten te gaan in een nieuw land, om nieuwe mensen te leren kennen en een nieuwe taal te leren. Meestal zaten we de hele dag in onze kamer. Eén keer per dag gingen we naar buiten.
Mama moest kalmeringspillen nemen om rustig te blijven toen we in het opvangcentrum aankwamen, want ze kon ieder moment bevallen. Dat was niet zo goed voor het baby’tje en daar dacht ze veel aan. Het duurde dan ook niet lang voor ze moest bevallen.”
Hoe was dat dan, die bevalling?
“Tijdens onze tweede nacht in het opvangkamp moest mijn moeder bevallen. Terwijl mijn vader met haar mee naar het ziekenhuis ging, bleven ik met de rest van het gezin alleen achter in het kamp. We waren heel bang. Ik ook, maar ik ben de oudste, dus ik moest me sterk houden.
We zaten met ons vier op de kamer in het centrum. Mijn broertjes waren nog heel klein toen, dus voor hen was het heel beangstigend. Ik als grote zus moet er dan zijn voor hen en voor hen zorgen. De volgende ochtend is papa langsgekomen om te vertellen dat we er een broertje bij hadden gekregen.”
Heb je soms het gevoel gehad dat je niet welkom was in België?
“Soms, bijvoorbeeld bij het maken van een afspraak in het ziekenhuis. De administratie was niet geduldig. Ik moest in de documenten zoeken naar antwoorden, maar het duurde te lang, waardoor de persoon die ik aan de lijn had aflegde. Ik heb toen zeker meerdere keren moeten bellen om iets te vragen en het is altijd via die procedure, dus het duurde soms heel erg lang. Dat is erg frustrerend.”
Praat je vaak over deze periode in je leven met mensen?
“Nee, normaal gesproken praten we hier nooit over. We hebben niet bewust gezegd dat we er nooit over zouden praten, maar niemand doet het. Ik denk dat het is omdat we hier een goed leven hebben, we willen niet terugkijken naar het verleden waarin het niet altijd goed ging.
We zijn gelukkig hier, mijn mama is thuis en zorgt voor de kinderen. Mijn papa studeert ondertussen winkelmanagement aan de hogeschool. We leven in een omgeving met nog andere gevluchte Oekraïeners. Ik heb nieuwe vrienden en een nieuwe thuis. Ik ben gelukkig.”
Tussen Palestina en Rusland: scheiding trok Shadi weg van zijn thuisland
Op vijfjarige leeftijd, na de scheiding van zijn ouders, kwam Shadi (37) naar België. Hij liet zijn familie in Rusland achter en ook zijn vader keerde terug naar zijn geboortedorp in Palestina. Het contact met zijn vader stopte. Tot vijf jaar geleden.
Hoe verliep het contact met je vader na de scheiding?
“We hadden geen contact. Na de scheiding heb ik hem nooit meer gezien of gesproken, tot vijf jaar geleden. Mijn doel was altijd om mijn vader terug te vinden, maar mijn moeder wou mij beschermen dus kreeg mijn vader de kans niet om in contact te blijven met mij. Uiteindelijk was het mijn oma die op haar sterfbed tegen mijn moeder zei: ‘Dat moet je in orde brengen.’ Zo kwam ik na lange tijd opnieuw met hem in contact.
Toen ik terug contact had met mijn vader, kwam ik erachter dat ik nog broers en zussen heb in Palestina. Mijn vader is ondertussen hertrouwd. Ik dacht altijd dat ik enig kind was, dus dat was een verrassing. Ik ben blij dat hij na mijn moeder opnieuw geluk vond.”
Heb je je vader al teruggezien?
“Nee, en ik weet niet of dat nog zal gebeuren. Mijn vader heeft geen interesse om in België te wonen. Hij woont natuurlijk al heel lang in Palestina, ondanks de oorlog. Die mensen gaan daar nooit weg. En ik geef hun ook gelijk. Dat is hun thuisland. Als ze weggaan, dan is het verloren. Dan heeft Israël alles.
Ik raad hem ook aan om in Palestina te blijven. Wat gaat hij hier in België doen? In Palestina zijn er door de oorlog altijd dokters nodig, dus het is oké dat hij daar is. Ik ben zelfs trots dat hij daar is. Als het veiliger was, zou ik ook naar Palestina gaan om te helpen maar door de Israëlische ambassade is het onmogelijk om hem te bezoeken.”
In welke mate spelen jouw roots een rol in jouw leven?
“Ze vormen de manier waarop ik denk en een stuk van mijn identiteit. Ik denk na in meerdere talen, en dat beïnvloedt hoe ik naar de wereld kijk.
Mijn vaders familie heeft altijd in Palestina gewoond. Mijn moeder is Russisch en komt van de kant van Oekraïne. Dat is omdat Oekraïne vroeger tot de Sovjet-Unie behoorde. Langs haar kant zijn we dus van Russisch-Oekraïense origine.
Door mijn achtergrond ben ik ook op zoek gegaan naar antwoorden op levensvragen. Dat heeft mij ertoe gebracht om theologie te bestuderen en uiteindelijk mijn eigen spiritualiteit verder te ontwikkelen. Na dertig jaar ben ik zelf moslim geworden. Ik begrijp nu beter waarom bepaalde dingen gebeuren en sta anders in het leven. Het heeft mij echt geholpen om meer richting en betekenis te vinden.”
Hoe kijk jij naar de conflicten in het Midden-Oosten en Oekraïne?
“Voor mij zijn alle conflicten met elkaar verbonden. Het zijn altijd mensen die eronder lijden, en elk conflict is er een te veel. Vaak spelen er grotere belangen mee, zoals macht, geld en politieke invloed, waar je in het nieuws weinig over hoort. Daarom probeer ik verder te kijken dan wat we dagelijks zien en blijf ik kritisch nadenken.
Wat Oekraïne betreft, zie ik vooral hoe gewone mensen het slachtoffer zijn van een conflict dat groter is dan henzelf. Door geopolitieke spanningen heeft die oorlog ook wereldwijde gevolgen, wat het voor mij belangrijk maakt om niet zomaar één kant van het verhaal te volgen.
Voor het conflict Israël-Palestina is het voor mij simpel. Ik kijk op een nuchtere manier naar de oorlog en laat mij niet de mond snoeren door het hele verhaal van antisemitisme. Wij zijn de echte Semieten. De mensen die daar oorspronkelijk woonden, voor 1948, voor 1848, voor 1700 en zelfs voor 1600. Het zijn altijd Palestijnen geweest. Maak je geen illusies. Ik hoop eerlijk gezegd dat Palestina ooit gewoon weer Palestina wordt. Volledig.”
Plein Publiek | De Coninckplein: “Ik zou mijn geheugen willen wissen tot 10 jaar”
In ‘Plein Publiek’ gaat StampMedia in gesprek met enkele jongeren van het De Coninckplein.
Drie jongens met een Turkse en Roemeense achtergrond staan Plein Publiek te woord onder de bijnamen Kiskin, Damsco en Ali. Een gesprek dat gaat van willekeurige vragen over hun leefomgeving tot het delen van hun innerlijke wereld. Een inkijk bij enkele jongeren die zich vaak bewegen over het De Coninckplein in Antwerpen.
Een toekomst die Antoine zelf schrijft
Antoine Bakhash (29) vluchtte in 2015 uit Aleppo in Syrië. Hij maakte een lange en onzekere reis naar België, maar gaf niet op. Vandaag studeert hij journalistiek en zet hij zich actief in voor studentenrechten. “Ik wil mijn stem gebruiken om anderen te helpen.”
Wie ben je en waar kom je vandaan?
“Ik ben Antoine, 29 jaar. Ik ben geboren in Aleppo, een stad die zwaar getroffen werd door de oorlog in Syrië. Als christelijke minderheid voelde ik me extra kwetsbaar en dat bepaalde mee mijn beslissing om te vertrekken. Ik vluchtte in 2015 naar België door de oorlog. Ik reisde maandenlang naar België en ervaarde veel onzekerheid. Eenmaal aangekomen begon ik aan een nieuw hoofdstuk. Ik moest een nieuwe taal leren en mijn leven volledig opnieuw opbouwen. Ik leerde Nederlands en probeerde mijn plaats te vinden in de Belgische samenleving.”
Wat heeft je verleden gedaan met je mentale gezondheid?
“Mijn verleden raakt mij nog steeds. Als tiener groeide ik op in een oorlogssituatie, wat mijn ontwikkeling sterk beïnvloedde. Lange tijd probeerde ik sterk te blijven en alles zelf te verwerken. Uiteindelijk besefte ik dat mentale ondersteuning belangrijk is en leerde ik beter voor mezelf zorgen. Ik zocht hulp en werd daardoor sterker.”
Waarom koos je ervoor om journalistiek te studeren?
“Mijn ervaringen hebben mijn studiekeuze sterk beïnvloed. Vandaag studeer ik journalistiek, die richting geeft mij de kans om kritisch na te denken en actief deelnemen aan de maatschappij. In Syrië had ik die vrijheid niet om meningen te uiten of politici in vraag te stellen. Hier kan ik mijn stem laten horen en bijdragen aan een samenleving waarin ruimte is voor verschillende meningen. Naast mijn studie werk ik ook als studentenvertegenwoordiger, zowel in Vlaanderen als op Europees niveau. Ik werk rond mensenrechten en de toegankelijkheid van hoger onderwijs. Voor mij vormt onderwijs de sleutel tot een betere toekomst. Onderwijs creëert kansen en verandert levens.”
Voelde je je ooit anders behandeld?
“Ik kreeg soms te maken met vooroordelen. Ik merkte dat mensen mij eerst als ‘vluchteling’ zagen, in plaats van als persoon. Ik mocht een café in Leuven niet binnen omdat er op mijn paspoort stond dat ik een vluchteling was. Toch liet ik mij daardoor niet tegenhouden. Integendeel: het motiveerde mij om mijn plaats in de samenleving nog sterker op te eisen.”
Wat weet je nog over de VRT-reeks ‘Vijf jaar hier’?
“’Vijf jaar hier’ is een reeks gemaakt door Phara de Aguirre. Ze volgde achttien vluchtelingen om te tonen hoe hun leven in België eruitzag. Ik was daar een van. Ik heb daar nog altijd mooie herinneringen aan. Er was veel kritiek op migratie en vluchtelingen maar ik wilde hier een ander beeld aan geven. Na de uitzending heb ik heel veel positieve reacties gekregen. Dat maakte mijn keuze om mee te doen aan die documentaire zoveel beter. Ik zou dat zonder twijfel opnieuw doen.”
Wat betekent thuis voor jou?
“Thuis is een plek waar je jezelf kan zijn en waar je kansen krijgt. België werd voor mij zo’n plek, ondanks de moeilijke start. Geloof in jezelf. Iedereen heeft zijn eigen tempo. Mijn verhaal toont dat een nieuw thuis niet alleen uitdagingen brengt, maar ook kansen biedt. Met doorzettingsvermogen en overtuiging bouw je stap voor stap aan je toekomst.”