Column | “ADHD is meer dan je denkt te weten en zoveel meer dan wat de wereld ervan maakt”

Oktober is ‘ADHD awareness month’. Een onderwerp dat reporter Noor Vanhove na aan het hart ligt. “Ik kan duizend verschillende toekomstscenario’s verzinnen zonder aan één te beginnen.”

“Zit eens stil. Pak uw pillen. Heeft niet iedereen een beetje ADHD? Tegenwoordig heeft iedereen ADHD. Duracellkonijn. Luierik. Stuiterbal. Je bent gewoon een beetje afgeleid. ADHD is iets voor drukke jongetjes. Stel je niet zo aan. Je groeit er wel uit. In mijn tijd bestond dat nog niet. Je zou niet zeggen dat jij dat hebt.”

Het is een bloemlezing van wat mensen zeggen over ADHD en mensen die ADHD hebben. Navigeren door een wereld die gemaakt is voor mensen zonder ADHD is best moeilijk. Want ADHD is meer dan stuiteren. ADHD is zoveel meer dan stuiteren.

Het is vaak het gevoel dat je te veel bent, zonder zelf te weten waarom je te luid bent, zonder te weten hoe je die duizend gedachten in je hoofd stil krijgt. Het is te aanwezig zijn. Het is te afwezig zijn. Het is altijd ‘te’.

ADHD is misschien inderdaad wel altijd ‘te’, maar dan op de mooist mogelijke manier: te veel willen geven, te veel liefde voor anderen, te veel blijven doorzetten, te veel dromen. En dat in een wereld die ons soms leert om minder te zijn.

“ADHD is altijd ‘te’, maar dan op de mooist mogelijke manier: te veel willen geven, te veel liefde voor anderen, te veel blijven doorzetten, te veel dromen. En dat in een wereld die ons soms leert om minder te zijn“

Noor Vanhove (22)

In mijn hoofd kan ik alles. Kan ik volhouden, lachen, huilen, roepen, tieren, zorgen, liefhebben, graag zien, koesteren, hopen, overwinnen. Beminnen. Alles geven, nooit opgeven, blijven doorgaan. Geloven, verliezen, niet kunnen kiezen. In mijn hoofd kan ik dwalen en verdwalen. Kan ik mijn eigen weg bepalen. Kan ik geloven in morgen en de dag nadien. Kan ik de wereld zien en kan ik zoveel meer zien.

In mijn hoofd kan ik alles, maar kan ik ook willen dat het allemaal even stopt. Want in mijn hoofd kan ik duizend kanten uit. Maar ook vergeten waar ik naartoe wil. In mijn hoofd kan ik kiezen tussen duizend gedachten, terwijl ik er soms liever simpelweg één wil. Kan ik duizend verschillende toekomstscenario’s verzinnen zonder aan één te beginnen. In mijn hoofd kan ik alles.

Maar kan ik ook een soms iets of wat opgeruimder hoofd willen? En als het even kan minder luid en dat mijn gedachten gaan slapen als de nacht zich sluit.

ADHD is meer dan wat je ziet, meer dan wat je denkt te weten. En zoveel meer dan wat de wereld er soms van maakt.

Noor Vanhove is één van de makers van de podcast (On)zichtbaar. Vorig jaar maakten ze een aflevering over ADHD bij meisjes. Bekijk de podcast hieronder.

Betogers protesteren tegen Antwerpse ‘claimeraanpak’: “Hoe kan je mensen oppakken die niets fout doen?”

Een honderdtal mensen protesteerde donderdagavond op het De Coninckplein in Antwerpen tegen de preventieve arrestaties van zogenaamde ‘claimers’. Betogers en hulpverleners uitten hun bezorgdheid over de gevolgen van de aanpak voor kwetsbare mensen. Toen de politie het plein na afloop ontruimde, liep de spanning op en werden twee betogers opgepakt.

Donderdagavond omstreeks halfzeven stonden een handvol betogers op het De Coninckplein om te betogen tegen de preventieve arrestaties, of ‘claimeraanpak’, in Antwerpen-Noord. Verschillende combi’s en agenten, in burger en in uniform, omsingelden het plein vanuit verschillende hoeken. Een bemiddelingsteam van Politie Antwerpen stond al klaar op het plein om de eerste betogers te waarschuwen dat de betoging om half acht moet stoppen. “De manifestatie was niet aangevraagd. Er is geprobeerd afspraken te maken voorafgaand aan de manifestatie, maar dat is niet gelukt”, zegt Kim Bastiaeans, woordvoerder van de Antwerpse politie. Iets verderop, op het Operaplein stonden acht politiebussen klaar. Volgens Bastiaeans werden deze voorzorgsmaatregelen getroffen om de veiligheid te garanderen.

Op 7 oktober werd bekend dat de lokale politie van Antwerpen bekende overlastplegers, zogenaamde ‘claimers’, sneller gaat arresteren, ook als ze op dat moment niets verkeerd doen. Zij kunnen dan voor twaalf uur worden aangehouden. Op die manier wil de stad de veiligheid en leefbaarheid in de buurt beschermen en mensen aanzetten om hulp te aanvaarden. Burgemeester Els Van Doesburg (N-VA) verdedigde de maatregel in een interview met VRT: “We investeren jaarlijks al miljoenen in hulpverlening, maar als mensen pertinent hulp weigeren, moeten we hen met harde hand aanmoedigen.”

Hulpverlening met de harde hand

Buurtbewoners, hulporganisaties, de politievakbonden en de Liga voor Mensenrechten spraken hun bezorgdheden hierover uit. De Liga voor Mensenrechten betwist bovendien de wettigheid van de maatregel. Op 12 oktober verduidelijkte de Antwerpse politie dat iemand niet louter op basis van een registratie als claimer mag worden aangehouden: er moet daadwerkelijk sprake zijn van overlast. Toch is er nog veel onduidelijkheid. Critici stellen dat de problemen rond dakloosheid, drugsgebruik en armoede op deze manier niet zullen worden opgelost. Ze waarschuwen dat kwetsbare mensen steeds banger worden om hulp te zoeken. Volgens hen gaat het niet alleen om hoe overlast moet worden aangepakt, maar ook om hoe er moet worden omgegaan met de maatschappelijke problemen die erachter schuilgaan.

Om zeven uur startte de betoging. Het De Coninckplein liep stilaan vol. Onder de aanwezigen waren ook verschillende mensen die zich geviseerd voelen door de ‘claimeraanpak’, of al preventief zijn gearresteerd. Bart Van der Auwera (55), die al een lange tijd dakloos is, werd op de Groenplaats al meerdere keren aangesproken op het overschrijden van het alcoholverbod. Toen hij op het De Coninckplein daarop werd aangesproken, werd hij opgepakt. “Ik bleek in het systeem van de politie te zitten, dus mocht ik twaalf uur doorbrengen in de cel.”

Op basis van een label

“Ik heb al vaak gevoeld hoe ik niet dezelfde kansen kreeg als anderen”, getuigt Van der Auwera.  “Overal waar ik kom, ervaar ik nu verstrengde controle. Ik word er echt moe van. Ik kan begrijpen dat er strenger moet worden opgetreden tegen overlast, maar dat iedereen over dezelfde kam wordt geschoren, begrijp ik niet.”

“Ik heb als dakloze al vaak gevoeld hoe ik niet dezelfde kansen kreeg als anderen”

Bart Van der Auwera (55)

“Dit is een verontrustend teken van een fascistisch regime en we moeten hierop reageren door actie te ondernemen”, stond in een bericht dat vorig weekend op WhatsApp circuleerde waarin werd opgeroepen tot protest. In het bericht werd ook gewaarschuwd voor “onwettige arrestaties aangezien het om een spontane actie gaat”.

“Veiligheid en leefbaarheid zijn belangrijk. Maar mensen zomaar opsluiten op basis van een label, zonder voldoende concrete bewijzen, is voor ons geen oplossing. 2060 is geen plek om te experimenteren met wilde ideeën”, deelt het comité in een post op Instagram waarin staat dat het deelneemt aan de betoging. “We hebben nood aan een beleid dat problemen bij de wortel aanpakt: met duurzame hulpverlening, investeringen in mensen en buurten en respect voor ieders basisrechten.”

Minder zorg, meer repressie

Gemeenteraadslid Joke Laukens (Groen), die zich bezighoudt met jeugdbeleid, woonbeleid en leefkwaliteit in buurten, was ook aanwezig op het protest. Iets voor half acht sprak ze de betogers toe, vanaf een van de betonnen banken op het plein. “Ook ik moet soms helaas iemands uitwerpselen opruimen. En mijn hart breekt op dat moment, want ik wil dat die mensen een plek hebben waar ze zich kunnen verzorgen, waar ze naar het toilet kunnen gaan. Ik wil dat ze een plek hebben om te slapen, ergens waar ze zich thuis kunnen voelen. Het enige wat we nodig hebben is meer drughulpverlening.” Hulpverleners van Free Clinic en een aantal cliënten die voor Laukens stonden, juichten haar toe. “De hulpverlening zit vol. Zeggen dat mensen geen hulpverlening willen, aanvaard ik niet”, gaat Laukens verder.

“Mensen die vroeger hulp zochten, gaan dat nu niet meer durven doen”

Milan (23)

Milan (23) stond tussen de betogers. Hij maakt zich ernstig zorgen over de nieuwe aanpak. “Hoe kan je mensen oppakken die niets fout doen?”, zegt Milan (23) verbaasd. “Ik leerde altijd dat we in een rechtsstaat leven, toch? Er wordt bespaard op zorg en ingezet op politie en repressie. Mijn vrienden die in de hulpverlening werken, zijn ook bezorgd. Mensen die vroeger hulp zochten, gaan dat nu niet meer durven doen. Het harde beleid is geen langetermijnsoplossing.”

De agenten die het plein omsingelden, plaatsten zich langzaam tussen de betogers. De meeste betogers verlieten het plein, maar een groot deel bleef staan waardoor de sfeer grimmiger werd. Aan café Cornichon in de Pijlstraat stond ondertussen een politiebus. Aan de kant van het De Coninckplein sloten politieagenten in oproeruitrusting, met helmen en schilden, de straat af. Leuzen als “geen fascisme in onze stad” en “weg met Els” werden luidkeels geroepen. Twee betogers werden hardhandig opgepakt. Beiden waren gewond en werden naar het ziekenhuis gebracht.

Foto’s: © 2026 StampMedia / Moheeb Al Massri, Ahmad Hardan, Elise Van Hauwermeiren

Opinie | “De ideale samenleving voor de AfD is er een zonder haar voorzitter”

De extreemrechtse AfD boekte vorige maand een grote verkiezingsoverwinning in Duitsland. De partij beweert als enige de stem van het volk écht te vertegenwoordigen. Volgens voorzitters Alice Weidel en Tino Chrupalla is hun partij democratisch en legitiem. Maar wie kijkt naar waar de AfD voor staat, ziet dat haar belofte van een samenleving voor het volk niet voor iedereen geldt. Toch lijkt zelfs haar eigen voorzitter, Alice Weidel, niet in dat ideaalbeeld te passen.

Het extreemrechtse Alternative für Deutschland (AfD) behaalde vorige maand in Saksen-Anhalt 43,8 procent van de stemmen en 38,2 procent in Mecklenburg-Voor-Pommeren. Het is een nieuwe electorale doorbraak voor de AfD, die in 2024 ook al de grootste partij werd bij de deelstaatverkiezingen in Thüringen.

Partijvoorzitter Weidel verzekert dat haar partij geen opvolger van het nazisme zal zijn. Toch noemde ze Hitler in januari 2025, tijdens een onlinegesprek met Elon Musk op X, een linkse politicus. Op 21 september 2026 herhaalde ze die bewering tijdens een persconferentie. Niet alleen zijn zulke statements politiek incorrect, ze kunnen ook behoren tot een bredere politieke strategie van de partij. Door Hitler naar de linkerkant van het politieke spectrum te schuiven, distantieert de AfD zich namelijk zoveel mogelijk van het nazisme en maakt het hun linkse tegenstanders ook een pak minder sympathiek. Het zijn dan ook zulke uitspraken en strategieën die ertoe hebben geleid dat de Duitse veiligheidsdienst de AfD heeft gelabeld als een extreemrechtse organisatie. In februari 2026 verbood een rechtbank de Duitse veiligheidsdienst voorlopig om de AfD als ‘bewezen rechts-extremistisch’ te classificeren, in afwachting van een definitieve uitspraak.

Nationale trots vanaf de kleuterklas

Op het vlak van cultuur en identiteit is remigratie een belangrijk agendapunt van de AfD. De partij gebruikt die term officieel voor de terugkeer van buitenlanders die geen recht hebben om in Duitsland te verblijven. Maar tijdens een bijeenkomst in Potsdam in november 2023 bespraken invloedrijke AfD-leden samen met de Oostenrijkse rechts-extremist Martin Sellner ook plannen om mensen met een migratieachtergrond, onder wie Duitse staatsburgers, uit het land te verdrijven. De AfD ontkent dat dit haar officiële standpunt is. Toch roept haar etnische invulling van het Duitse volk vragen op over wie volgens de partij werkelijk bij Duitsland hoort.

Wat betreft het onderwijs: de AfD pleit voor meer nadruk op de Duitse nationale identiteit en verzet zich tegen wat ze ‘genderideologie’ noemt. De partij wil meer aandacht voor de Duitse vlag en een positievere benadering van de Duitse geschiedenis. Ook wil ze genderstudies aan universiteiten afbouwen.

“Volgens de kritiek op de AfD sluit haar etnische invulling van het Duitse volk ook mensen met een migratieachtergrond uit, zelfs als ze de Duitse nationaliteit hebben”

Tibo Timmermans

Volgens de kritiek op de AfD sluit haar etnische invulling van het Duitse volk mensen met een migratieachtergrond uit, zelfs als ze de Duitse nationaliteit hebben. Voorzitter Weidel is dan ook duidelijk: “Boerka’s, meisjes met hoofddoeken, mannen met messen die van een uitkering leven en andere nietsnutten zullen onze welvaart, economische groei en vooral de verzorgingsstaat niet garanderen”, zei ze op 16 mei 2018 tijdens een toespraak in de Duitse Bondsdag (het Duitse parlement) tijdens het begrotingsdebat. Maar ook Duitsers zonder migratieachtergrond behoren niet automatisch tot ‘het volk’, stelt de partij. De AfD zet sterk in op het traditionele kerngezin, met een moeder, een vader en kinderen, en pleit voor maatregelen die het krijgen van kinderen moeten stimuleren. Daarmee wil de partij onder meer inspelen op de gevolgen van de vergrijzing.

Alice Weidel: boegbeeld, maar vooral politiek instrument

Het is opvallend dat voorzitter Alice Weidel allesbehalve in het plaatje van hierboven past. Weidel is lesbisch en heeft een geregistreerd partnerschap met Sarah Bossard, die ook niet zou behoren tot het ‘Duitse volk’ volgens de AfD door haar Sri Lankaanse achtergrond. Weidel voedt twee adoptiekinderen op, waardoor ze volgens haar aan haar gezinsplichten voldoet. Andere vrouwen in een vergelijkbare situatie, maar zonder haar maatschappelijke positie en financiële middelen, zouden mogelijk minder gemakkelijk aan dat traditionele ideaalbeeld kunnen voldoen. Weidel en haar partner wonen bovendien in Zwitserland.

“Vrouwen in een vergelijkbare situatie als Weidel, maar zonder haar maatschappelijke positie en financiële middelen, zouden minder gemakkelijk aan dat traditionele ideaalbeeld kunnen voldoen”

Tibo Timmermans

De AfD krijgt veel kritiek op standpunten op het vlak van cultuur, onderwijs en migratie. Ze wil af van haar extreemrechtse label en kan daarbij volop inzetten op haar voorzitter. Als de partij ervan beschuldigd wordt banden te hebben met extreemrechtse organisaties, kan ze partijvoorzitter Weidel naar voren schuiven. Niet alleen heeft ze een professioneel voorkomen en een economische achtergrond, ze is ook lesbisch. Hoe kan men een partij beschuldigen van racisme, vreemdelingenhaat of homofobie met een partijleider als Weidel?

De AfD droomt hardop van een homogene Duitse samenleving. Mocht de partij ooit de kans krijgen om haar programma uit te voeren, is er in het nieuwe Duitsland geen plaats meer voor een lesbische vrouw met een partner met Sri Lankaanse achtergrond. De ultieme misleiding van dit politiek theater is echter dat Alice Weidel nooit de consequenties van haar eigen retoriek zal moeten dragen. Mocht de aangewakkerde polarisatie de Duitse samenleving definitief ontwrichten, dan kan Weidel haar koffers pakken en terugkeren naar haar comfortabele gezinswoning in het tolerante, rijke Zwitserland.

Heeft ‘Make America Great Again’ met Bryce Crawford (22) binnenkort een nieuwe posterboy?

De 22-jarige evangelist Bryce Crawford bouwt via sociale media een miljoenenpubliek op en wordt sinds zijn optreden op ‘America Fest’ in 2025 en zijn universiteitstour steeds zichtbaarder binnen conservatieve kringen. Een jaar na de dood van Charlie Kirk rijst de vraag of Crawford diens plaats kan innemen als gezicht van een nieuwe generatie binnen de ‘Make America Great Again’-beweging.

Bryce Crawford groeide op binnen een evangelisch-christelijke omgeving in Cartersville, een stadje in de zuidelijke Amerikaanse staat Georgia. In een interview met Fox News vertelde hij dat hij op veertienjarige leeftijd worstelde met depressie en angstgevoelens. Op zijn zeventiende bereikt hij een dieptepunt, hij overwoog zelfdoding.

Op de avond waarop hij van plan was een einde aan zijn leven te maken, ervoer hij naar eigen zeggen een drastische religieuze gebeurtenis. God zou zijn angsten en depressieve gevoelens op miraculeuze wijze hebben weggenomen. Die ervaring werd het vertrekpunt van zijn religieuze missie. Crawford beloofde God zijn leven te wijden aan hem en besloot in 2022 als missionaris aan de slag te gaan in Los Angeles.

Crawford zet zijn missie voort op sociale media. Hij trekt in LA naar plekken waar cultuur, religie en maatschappelijke overtuigingen met elkaar botsen, zoals Pride-evenementen, de arme wijk Skid Row en een hindoeïstische bijeenkomst. Daar spreekt hij voorbijgangers aan, vraagt hij of hij voor hen mag bidden en probeert hen te overtuigen dat het christelijke geloof hun leven kan veranderen. Die ontmoetingen filmt hij en deelt hij op sociale media, waarmee hij miljoenen views en volgers bereikt.

Binnen evangelisch-christelijke en conservatieve kringen leeft de overtuiging dat religie niet alleen het persoonlijke leven bepaalt, maar ook een manier biedt om de politieke actualiteit te interpreteren

Titels als Preaching the Gospel in the Hood en Gay Man Encounters Jesus illustreren zijn confronterende aanpak. Daarbij ontstaat een spanning tussen het verspreiden van het woord van Jesus en entertainment. Crawford presenteert zijn werk als een religieuze missie, maar de confrontaties worden tegelijk video’s die een online publiek moeten aanspreken. Mensen die niet noodzakelijk op zijn boodschap zitten te wachten, worden onderdeel van content die zijn bereik verder vergroot. De vraag is in hoeverre de ontmoeting nog draait om de persoon die hij aanspreekt, en in hoeverre het individu ook een rol krijgt in het verhaal dat Crawford aan zijn volgers vertelt.

Vicepresident op visite

Begin september was vicepresident J.D. Vance te gast in de podcast van Crawford. Het gesprek draaide om geloof, twijfel en het hiernamaals. Crawford vroeg Vance hoe zeker hij ervan was dat hij naar de hemel zou gaan, op een schaal van één tot tien. Het is een vraag die hij regelmatig stelt aan zijn gesprekpartners. Vance antwoordde met een zeven of een acht. Een jaar eerder zou hij zichzelf naar eigen zeggen slechts een vijf of een zes hebben gegeven.

Ook over de eindtijd liet Vance zich uit. Het zou hem niet verbazen, zei hij, mochten we in de laatste dagen voor de terugkeer van Jezus leven. Daarmee raakte het gesprek een thema aan dat binnen evangelisch-christelijke en conservatieve kringen een belangrijke plaats inneemt: de overtuiging dat religie niet alleen het persoonlijke leven bepaalt, maar ook een manier biedt om de politieke actualiteit te interpreteren.

Vicepresident J.D. Vance krijgt de kans zich nog meer te profileren bij het christelijk-conservatieve publiek, terwijl Crawford zijn bereik en geloofwaardigheid binnen de MAGA-beweging kan versterken

Het meest opvallende moment van de podcast kwam toen Crawford het had over een afbeelding die Donald Trump in april op zijn eigen sociale mediakanaal Truth social had geplaatst. Op de door AI gegenereerde afbeelding was Trump te zien in een wit gewaad, terwijl hij een zieke man leek te genezen. Crawford vertelde Vance dat de afbeelding hem als christen van streek had gemaakt. De vicepresident verdedigde Trump en stelde dat de president niet de bedoeling had gehad om God te beledigen. Crawford zei op zijn beurt blij te zijn dat de afbeelding uiteindelijk werd verwijderd.

Dat Vance tijd vrijmaakt voor een jonge evangelist met miljoenen views op sociale media, belicht Crawfords groeiende zichtbaarheid binnen de Amerikaanse rechterzijde. De ontmoeting kan beide mannen iets opleveren. Vance krijgt de kans zich nog meer te profileren bij het christelijk-conservatieve publiek, terwijl Crawford zijn bereik en geloofwaardigheid binnen de ‘Make American Great Again’-beweging (MAGA) kan versterken.

De schaduw van Charlie Kirk

Naast zijn sociale media bouwde Crawford een bredere werking uit met een podcast, zijn I Love Jesus U.S. Tour en een universiteitstour die doet denken aan de aanpak van Charlie Kirk. Ook sprak hij op ‘America Fest’ in 2025, het jaarlijkse evenement van Turning Point USA, waar hij een preek hield over het christelijk geloof, bekering en verlossing door Jezus Christus, en het belang van het verspreiden van het evangelie.

Charlie Kirk bouwde met Turning Point USA een politieke organisatie uit die jongeren actief bij de conservatieve beweging wilde betrekken. Crawford bereikt eveneens een jong publiek en trekt universiteiten rond om zijn overtuigingen uit te dragen

De vergelijking met Kirk ligt dan ook voor de hand. Kirk bouwde met Turning Point USA een politieke organisatie uit die jongeren actief bij de conservatieve beweging wilde betrekken. Crawford bereikt eveneens een jong publiek en trekt universiteiten rond om zijn overtuigingen uit te dragen. Voorlopig ligt zijn focus op evangelisatie, maar zijn groeiende aanwezigheid op universiteitscampussen en binnen republikeinse kringen brengt hem wel dichter bij het terrein waarop Kirk zijn invloed uitbouwde.

Of Crawford die stap naar uitdrukkelijke politieke boodschappen ook zal zetten, is nog onduidelijk. Zijn universiteitstour kan in de eerste plaats dienen als verlengstuk van zijn religieuze missie, maar zou op termijn ook een opstap kunnen vormen naar een grotere rol binnen de conservatieve beweging. Zijn gesprek met J.D. Vance toont alvast dat hij toegang krijgt tot prominente MAGA-figuren.

Wordt Crawford daarmee de nieuwe posterboy van MAGA? Het is nog te vroeg voor om conclusies te trekken. Maar in een beweging die na de dood van Charlie Kirk op zoek is naar nieuwe gezichten die jongeren kunnen aanspreken, zou zijn opmars weleens meer kunnen betekenen dan alleen het succes van een jonge evangelist op sociale media.

De Amerikaans-Pakistaanse auteur Aamna Qureshi is in België voor de ‘Week van het Engelse boek’: “Ik hoop dat lezers ontdekken hoeveel we met elkaar gemeen hebben”

De Amerikaans-Pakistaanse auteur Aamna Qureshi, bekend om haar cosy fantasy romans, maakt zich op voor haar internationale boekentoer. In het kader van de ‘Week van het Engelse boek’ komt ze deze week naar Sint-Truiden en Kortrijk waar ze lezers ontmoet en verschillende boekhandels bezoekt. “Lezen helpt om de wereld vanuit een ander perspectief te bekijken.”

“Ik ben ontzettend enthousiast om naar België en Nederland te komen”, vertelt Qureshi enthousiast tijdens ons videogesprek. “Dit is eigenlijk mijn eerste grotere internationale toer. Dat ik voor de ‘Week van het Engelse boek’ als de uitgelichte auteur ben uitgenodigd, is een enorme eer. Ik kijk er vooral naar uit om naar boekhandels te gaan en mijn lezers in het écht te ontmoeten.” 

Dat laatste is voor een schrijver die het grootste deel van haar tijd alleen achter haar bureau doorbrengt misschien wel het meest bijzondere aspect van een boekentoer. Schrijven is voor Qureshi in de eerste plaats een solitair beroep. “Als schrijver zit je veel alleen op je kantoor. Je werkt aan je verhaal en hebt relatief weinig interactie met mensen. Tijdens een boekentoer verandert dat volledig. Je ziet mensen die je boeken daadwerkelijk aan het lezen zijn. Dat is een droom die uitkomt.”

Een nieuwsgierige blik op Belgische lezers

Qureshi is ook benieuwd naar de manier waarop lezers in België en Nederland op haar werk zullen reageren. Cultuur kan immers bepalen welke verhalen, personages en thema’s bij een publiek aanslaan. Haar liefde voor bakken speelt daarbij zelfs een onverwachte rol. “Ik wil natuurlijk heel graag wafels en zoetige lekkernijen proeven”, zegt ze lachend. “Ik ben een enorme zoetekauw. België staat bekend om zijn zoetigheden en patisserie, dus ik ben benieuwd of lezers hier misschien extra enthousiast worden over mijn Baby Dragon–reeks.”

Bakken en eten zijn terugkerende elementen in haar boeken, net als cafés, bakkerijen, boekhandels en hechte gemeenschappen. Het zijn geen toevallige decorstukken, maar zorgvuldig gekozen elementen waarmee Qureshi werelden tot leven brengt waarin lezers het gevoel krijgen dat ze zelf kunnen rondwandelen. “De cosy elementen zijn heel belangrijk voor mij. Ik woon zelf in een kleine stad in de staat New York. Als auteur vind ik het heerlijk om zulke plekken te creëren.”

“Soms merk ik als lezer dat er ergens een soort gat zit: een verhaal dat ik graag zou willen lezen, maar dat nog niet bestaat. Dan denk ik: misschien moet ik het zelf schrijven”

Amerikaans-Pakistaans auteur Aamna Qureshi

Haar verhalen bewegen zich bovendien precies op het snijvlak van haar eigen literaire voorkeuren: romantiek, fantasie en klassieke verhalen. Eén van haar inspiratiebronnen is Jane Austen: zo is haar moderne hervertelling van Emma, If I Loved You Less onder meer beïnvloed door haar liefde voor romantische verhalen en Austen-achtige personages en relaties. “Ik schrijf graag de verhalen die ik zelf zou willen lezen. Soms merk ik als lezer dat er ergens een soort gat zit: een verhaal dat ik graag zou willen lezen, maar dat nog niet bestaat. Dan denk ik: misschien moet ik het zelf schrijven.”

De Baby Dragon-wereld begon voor Qureshi met een eenvoudig, maar onweerstaanbaar uitgangspunt: een café in een kleine stad, bevolkt door draken. “Het begon met een babydrakencafé, in een kleine stad die aanvoelt als een plek waar je zelf naartoe zou kunnen reizen.”

Daarna groeide het universum verder. Ieder boek kreeg zijn eigen romantische dynamiek. Waar het ene verhaal draait om een friends-to-lovers-relatie, wordt het volgende gekleurd door rivaliteit en een enemies-to-lovers-dynamiek. De verhalen beginnen voor Qureshi vaak met een scène of een vraag die haar nieuwsgierig maakt. “Het kan een personage zijn, een situatie of gewoon een vraag waarvan ik denk: dit zou interessant zijn om over te schrijven.”

Een kleiner verhaal, in dezelfde wereld

Voor de ‘Week van het Engelse boek’ brengt Qureshi bovendien een bonusnovelle mee: Baby Dragon Tulip Farm. Het verhaal speelt zich af in hetzelfde universum als Baby Dragon, maar is aanzienlijk korter dan een traditionele roman. Lezers die het Baby Dragon-universum kennen, zullen volgens haar onmiddellijk elementen uit die wereld herkennen. Tegelijkertijd kan de novelle ook een laagdrempelige kennismaking zijn met haar universum.

“Het is bijzonder om te zien dat mensen in landen waar Engels niet de voertaal is, ervoor kiezen om in het Engels te lezen. Taal kan emoties en relaties op zoveel verschillende manieren beschrijven”

Amerikaans-Pakistaans auteur Aamna Qureshi

De relatie met haar lezers is intussen veranderd sinds ze haar eerste boeken schreef. Toen stond vooral de vraag centraal hoe ze überhaupt gepubliceerd kon worden. Nu heeft ze een gevestigd publiek, deadlines en een uitgeverij achter zich. “Er is veel meer ruis die ik moet proberen te beheersen. Ik moet mezelf eraan herinneren dat ik het verhaal moet schrijven hoe ik het wil vertellen, in plaats van voortdurend te denken: zullen deze verhalen bij de lezers in de smaak vallen? Zal de uitgeverij hier positief op reageren?”

Dat Qureshi haar verhalen in het Engels schrijft, krijgt tijdens de ‘Week van het Engelse boek’ een extra betekenis. Ze schrijft in een taal die niet alleen in Engelstalige landen wordt gelezen, maar ook ver daarbuiten. “Ik schrijf voornamelijk in het Engels en ik hou enorm van Engelse literatuur. Het is bijzonder om te zien dat mensen in landen waar Engels niet de voertaal is, ervoor kiezen om in het Engels te lezen. Taal kan emoties en relaties op zoveel verschillende manieren beschrijven.”

Geen culturele lessen

Juist daarom ziet ze deze bijzondere week als meer dan een reeks ontmoetingen met lezers. Voor haar kan literatuur een manier zijn om culturele grenzen te overstijgen. “Reizen is sowieso een geweldige manier om je blik te verruimen. Ik reis veel en probeer altijd mijn omgeving in me op te nemen. Dat neem je uiteindelijk ook mee in je verhalen.”

Die gedachte raakt ook aan een persoonlijker aspect van Qureshi’s schrijverschap. Als Amerikaans auteur met Pakistaanse roots hoopt ze dat haar boeken lezers kennis laten maken met personages en werelden die misschien niet altijd vertrouwd voor hen zijn. “Eén van mijn dromen is altijd geweest dat lezen mensen helpt om de wereld vanuit een ander perspectief te bekijken.”

Ze wijst erop dat veel mensen, zowel in Europa als in de Verenigde Staten, niet noodzakelijk vaak contact hebben met mensen met een Pakistaanse of islamitische achtergrond. Fictie kan dan een eerste kennismaking vormen. Niet door culturele lessen te geven, maar simpelweg door mensen herkenbare menselijke ervaringen te laten delen. “Ik hoop dat lezers mijn personages zien en denken: zij worden verliefd, ze hebben sterke vriendschappen, ze hechten waarde aan hun familie, ze maken fouten en proberen daarvan te leren. Eigenlijk doen ze precies wat iedereen doet.”

“Je kunt zonder een romantische relatie, maar je kunt niet zonder je gemeenschap”

Amerikaans-Pakistaans auteur Aamna Qureshi

Ook in haar nieuwe novelle zijn elementen van een Pakistaanse achtergrond verwerkt. De personages worden niet letterlijk als Pakistaans gepresenteerd. Het verhaal speelt zich af in een fantasiewereld.  De namen van de personages en het eten dat ze eten verwijzen wel naar die culturele achtergrond. “Als iemand door mijn boeken ontdekt dat mensen uiteindelijk veel meer met elkaar gemeen hebben dan we soms denken, dan zou ik dat geweldig vinden. Zelfs als dat maar bij één procent van mijn lezers gebeurt, heeft mijn boek al iets positiefs bereikt.”

Hoewel Qureshi’s romans zich vaak bewegen rond romantische liefde, weigert ze haar personages daartoe te beperken. Liefdesrelaties vormen slechts één onderdeel van het sociale weefsel waarin haar personages hun leven leiden. “Familie, vriendschappen en de gemeenschap waartoe ze behoren, zijn minstens zo bepalend voor wie ze zijn en hoe ze zich door de wereld bewegen. Je kunt zonder een romantische relatie, maar je kunt niet zonder je gemeenschap”, zegt ze.

Die overtuiging werkt door in haar verhalen, waarin vooral vrouwelijke vriendschappen en familiebanden niet als achtergronddecor dienen, maar een wezenlijk onderdeel vormen van de ontwikkeling van haar personages.

Onder de verschillende verhalen die Qureshi schrijft, ligt daarmee een opvallend consistente gedachte. Dat menselijke verbondenheid niet alleen draait om liefde, maar ook om zorg, solidariteit en de bereidheid er voor een ander te zijn. “Mijn personages krijgen te maken met liefdesverdriet, verlies en andere vormen van tegenslag, maar juist in die kwetsbaarheid wordt duidelijk welke waarde gemeenschap kan hebben. Uiteindelijk komt deze boodschap volgens mij neer op iets ogenschijnlijk eenvoudigs, maar moeilijk vol te houden: wees aardig. Niet alleen voor de mensen om je heen, maar ook voor jezelf.”

Op 15 oktober zal Aamna Qureshi langskomen bij Standaard boekhandel in zowel Sint-Truiden als Kortrijk. Meer info: www.weekvanhetengelseboek.be.

Studentenprotest in Brussel mondt uit in kat-en-muisspel: “Zouden we gehoord zijn, zonder geweld? Ik denk het niet”

Een dag na de protesten ontwaakt Brussel in vernieling en schade. Gisteren kaapten relschoppers de betoging van de socialistische en christelijke vakbonden ABVV en ACV tegen de besparingen van de overheid. Meer dan honderd mensen, vrijwel allemaal jongeren, werden opgepakt. 21 van hen werden voorgeleid bij het parket, waaronder zeventien minderjarigen.  Reporter Dries Basraoui was ter plaatse.

Het knallende geluid van vuurwerk, bommetjes die worden afgestoken, en laaiende sirenes lijken van alle kanten te komen. Met mijn gsm in de hand wandel ik naar Brussel-Centraal, terwijl ik Het Journaal van 13 uur volg op mijn scherm.

Het ABVV en ACV protesteerden op 9 oktober in Brussel om druk uit te oefenen op de federale regeringsonderhandelingen van premier Bart De Wever. Onder die groep demonstranten zaten ook Franstalige studenten. Volgens de officiële telling van de politie kwamen er 30.000 mensen opdagen. De vakbond ABVV zelf sprak van 50.000 deelnemers.

De actie begon vreedzaam, maar eindigde in rellen. Bert Engelaar, ABVV-voorzitter, kwam de dag voor de betoging met een boodschap: “Betogen is een grondrecht. Respectvol betogen is een kracht. Relschoppers mogen niet bepalen waarover de komende dagen wordt gesproken.” Het tegendeel is echter waar. Het protest ontaardt al snel in een kat-en-muisspel.

“In het begin konden we nog spreken van een manifestatie. Meer naar het einde werd het rampzalig”, getuigt Luikse student Nicolas (19) die met zijn vriendin Anaïs (19) naar Brussel kwam. “De optocht liep ten einde toen wij aankwamen. Het was geen demonstratie meer.”

110 mensen, vrijwel allemaal jongeren, werden opgepakt. 21 van hen werden voorgeleid bij het parket, waaronder zeventien minderjarigen. 

Vanaf de Grasmarkt voel ik de spanning stijgen. Politieagenten chargeren door de straten. Ik wandel verder terwijl ze me langslopen. Iets verderop zie ik dan de honderden gemaskerde zwartgeklede jongeren. Oppassen geblazen, want er vliegen kasseien door de lucht. Traangas en waterkanonnen worden ingezet. Relschoppers vallen de politie aan. De politie reageert daar meteen op. Zo gaat het uren door.

“Tegenwoordig kent de politie geen grenzen meer. Toch moeten we blijven protesteren tot er écht iets verandert”

Lucia (19)

Ik zie teleurgestelde studenten wanneer ze beseffen dat hun protest opnieuw wordt gekaapt. In Luik komen studenten al sinds begin oktober op straat tegen de besparingen op het Franstalig onderwijs. Verschillende media berichten dat de protesten zijn geïnspireerd op die van Frankrijk. Studenten komen daar op straat voor gelijke problemen. Maar niet iedereen legt die link. “De demonstraties begonnen in België nog vóór Frankrijk, maar toen waren ze niet zo gewelddadig en gingen ze niet zo ver”, aldus Lucia (19), betoger uit Waals-Brabant.

Jongeren getuigen over de frictie met de politie. “Tegenwoordig kent de politie geen grenzen meer. Toch moeten we blijven protesteren tot er écht iets verandert”, gaat Lucia verder. “Zouden we gehoord zijn zonder geweld? Ik denk het niet. Altijd als we respectvol protesteren, laten de media en regering ons links liggen.”

Geweld verlegt de essentie

“Relschoppers worden de nieuwe protagonisten. Ze verleggen de essentie van de betogingen. Waar het écht om gaat, zijn de besparingen in het onderwijs, dat volgens velen al genoeg lijdt.” Ik spreek met Flavie (20). Ze studeert aan de Universiteit Luik. “We zijn de huidige Arizona-regering helemaal beu. Het inschrijvingsgeld van zo’n 1.200 euro is voor veel studenten onbetaalbaar. Ook het busabonnement wordt duurder: 384 euro per jaar in plaats van 12 euro. De kosten lopen enorm op”, aldus Flavie. “Ik vind dat we de rijken moeten belasten en meer geld in het onderwijs moeten investeren.”

“Relschoppers worden de nieuwe protagonisten. Ze verleggen de essentie van de protesten”

Flavie (20)

Ook het secundair onderwijs staat volgens velen onder druk. Flavie herinnert zich hoe een zieke lerares werd vervangen door een arts. “Veel scholen verkeren in ongezonde omstandigheden: in de winter zitten leerlingen in klassen waar het vier graden is, omdat de verwarming niet werkt en de ramen niet geïsoleerd zijn”, getuigt Flavie. “Tegelijk moeten leerkrachten extra uren werken zonder daarvoor betaald te worden. Dat vind ik onaanvaardbaar. Elk werk verdient een loon. Deze onhoudbare situatie maakt dat we op straat komen en zullen blijven komen.”

Foto’s en video: © 2026 StampMedia / Dries Basraoui

Opinie | “Een politieke partij zonder interne tegenspraak, hoe democratisch is dat?”

Ons stemgedrag én de manier waarop we over politiek berichten, suggereren dat we van partijen en hun leden verwachten dat ze één koers varen, schrijft reporter Pablo Verhaeghe. “Maar misschien beoordelen we politieke partijen daardoor met de verkeerde maatstaf.”

De actualiteit werd de afgelopen weken overspoeld door politiek gerommel binnen partijen zelf. De socialisten kregen met de affaire rond Jinnih Beels heel wat kritiek te verwerken, en ook Anders bleef niet gespaard bij de exit van de voormalige voorzitter Egbert Lachaert. De situaties van beide partijen zijn vergelijkbaar, maar tegelijk ook compleet verschillend.

Als kiezer vinden we het meestal een goed teken wanneer een partij één duidelijke lijn heeft. De partij staat stevig op haar benen, ruzies blijven binnenskamers, parlementsleden stemmen volgens de partijlijn en de partijvoorzitter houdt toezicht vanuit een ivoren toren, met een ijzeren hand. Dat zijn typische kenmerken van onze particratie.

Wanneer een partij politici bevat die het over sommige zaken wél oneens kunnen zijn, wanneer die meningsverschillen soms naar buiten komen en politici zich niet langer aangetrokken voelen tot de koers die de voorzitter uitzet en vervolgens hun eigen weg gaan, noemen we dat chaos.

Kijk naar de liberalen

Anders (vroeger Open VLD) kent een turbulente periode en dat weerspiegelt zich in interne conflicten die eerder al eindigde in opvallende exits, onder andere die van Maurits Vande Reyde en Els Ampe.

Onder leiding van Frédéric De Gucht, sinds 2025 de partijvoorzitter, probeert Anders een andere koers te varen. Dat loopt voorlopig nog niet van een leien dakje. Zo verliet Egbert Lachaert recent de partij. De voormalige partijvoorzitter deed dat naar eigen zeggen om inhoudelijke, organisatorische en menselijke redenen.

“Misschien is een partij die openstaat voor discussie en meningsverschillen juist democratischer dan een partij die leden naar de deur wijst wanneer ze niet langer de strikte partijlijn volgen”

Pablo Verhaeghe

Van buitenaf ziet dat er niet bepaald uit als een sterke, frisse partij die klaarstaat om mee te regeren. Maar ik begin me af te vragen of we daar niet iets verkeerd aan beoordelen. Misschien is een partij die openstaat voor discussie en meningsverschillen juist democratischer dan een partij die leden naar de deur wijst wanneer ze niet langer de strikte partijlijn volgen die van bovenaf wordt opgelegd.

De affaire-Jinnih Beels

Kijk naar wat er vandaag bij de Vlaamse socialisten gebeurt: Vooruit heeft de samenwerking met Jinnih Beels stopgezet en haar gevraagd om haar mandaat als gedeputeerde van de provincie Antwerpen neer te leggen. Beels weigert dat. Ze zegt het bestuursakkoord in de provincie verder te willen uitvoeren, ook als onafhankelijke.

Beels is, in tegenstelling tot Lachaert, geen parlementslid. Ze is gedeputeerde en maakt deel uit van de uitvoerende macht van de provincie Antwerpen. Functioneel kun je haar positie dus eerder vergelijken met die van een minister op provinciaal niveau dan met die van een parlementslid.

Dat verschil is juridisch belangrijk. Bij Lachaert leidde een politieke breuk tot een vertrek uit de partij, maar niet tot het einde van zijn parlementaire mandaat. Een parlementair mandaat staat namelijk los van het lidmaatschap van een politieke partij.

Ook bij Jinnih Beels leidt een politieke breuk op zich niet automatisch tot het einde van haar mandaat. Alleen gaat het hier om een uitvoerend mandaat, waardoor de politieke meerderheid wél naar middelen zoekt om haar uit haar functie te zetten.

Juridisch probleem

Daar zit vandaag precies het juridische probleem. Het provinciedecreet voorziet, in tegenstelling tot de regels die onder meer gelden voor gemeenten en het Vlaams Parlement, tot op vandaag niet in een gewone motie van wantrouwen tegen een gedeputeerde. Daarom werd een spoeddecreet ingediend dat een dergelijke constructieve motie van wantrouwen op provinciaal niveau mogelijk moet maken.

De situaties van Lachaert en Beels zijn juridisch dus niet identiek. Politiek zijn ze des te interessanter om naast elkaar te leggen. Want wat verwachten we eigenlijk van politieke partijen?

Ons stemgedrag én de manier waarop we over politiek berichten, suggereren dat we van partijen verwachten dat ze één koers varen. Een voorzitter die de touwtjes in handen heeft, een fractie die eensgezind stemt en politici die de partijlijn volgen. We noemen dat stabiliteit, en dat is aantrekkelijk.

“We zeggen te willen stemmen op stabiele partijen, maar bedoelen we daarmee dat een partij sterk genoeg is om verschillende meningen te verdragen, of dat ze sterk genoeg is om die meningen onder controle te houden?”

Pablo Verhaeghe

Maar precies daar ontstaat een merkwaardige paradox. Zolang een partij eensgezind optreedt, ervaren we die eenheid als een teken van stabiliteit en leiderschap. Zodra er intern conflict ontstaat, krijgt dezelfde partij al snel het etiket van verdeeldheid, rebellie, chaos of een gebrek aan leiderschap. Misschien beoordelen we politieke partijen daardoor met de verkeerde maatstaf. Waarom zou ik stemmen op een partijlid dat volgt wat de partijvoorzitter met harde hand uitzet? En niet op een partij waarin politici openlijk van mening verschillen?

Dictatuur binnen de democratische partij

Bij Anders zien we wat er gebeurt wanneer interne meningsverschillen leiden tot vertrekken. Het liberale project oogt er niet sterker door. Maar een partij waarin politici kunnen zeggen: ‘Dit is niet langer mijn koers’, en vervolgens kiezen om hun eigen weg te gaan, lijkt mij democratischer dan een partij die leden met spoed wil afzetten wanneer ze van mening verschillen met de voorzitter.

We zeggen te willen stemmen op stabiele partijen, maar bedoelen we daarmee dat een partij sterk genoeg is om verschillende meningen te verdragen, of dat ze sterk genoeg is om verschillende meningen onder controle te houden? De democratische partij is niet diegene waarbinnen een dictatuur bestaat, maar degene waarin verschil van mening mogelijk blijft zonder dat je meteen van het politieke toneel moet afstappen.

Als we van verkozenen toch vooral verwachten dat ze uitvoeren wat de partijvoorzitter beslist, kunnen we het onszelf een stuk makkelijker maken. Laten we dan gewoon stoppen met het hele verkiezingstoneel en die kieslijsten, en alleen de partijvoorzitters verkiesbaar maken. De rest van de partij krijgt dan gewoon een handleiding gesigneerd door de partijvoorzitter en die hoeven ze alleen maar te volgen.

Zouden we dat ook nog een democratie noemen?

Collage: Foto Conner Rousseau: © Vooruit, Foto Jinnih Beels: © StampMedia

Column | “Als lesbische vrouw leerde ik dat opvallen gevaarlijk kon zijn”

“Nederlandse tieners minder positief tegenover homoseksualiteit dan vier jaar geleden”, meldt de VRT. Content creater Jonatan Medart toont op sociale media hoe hij in de straten van Gent wordt lastiggevallen en homofobe verwensingen krijgt te horen: die verhalen van afgelopen weken deden reporter Bo (21) in haar pen kruipen om uit solidariteit een geheim dat ze al lang met zich meedraagt, eindelijk te delen.

Hallo.

Ik ben Bo.

En ik ben lesbisch.

En niemand weet dat.

Niemand in mijn straat. Niemand in mijn stad. Niemand op deze trein, waar ik gehaast deze tekst schrijf. Niemand van mijn vrienden. Ik hoop niemand van mijn collega’s of mijn docenten. Mijn familie noch mijn mama, noch mijn oma.

Gefeliciteerd, lezer.

Nu weet u het.

Nu weet wellicht iedereen het.

U heeft mijn geheim. U heeft iets wat ik jarenlang zorgvuldig heb opgevouwen, ergens tussen mijn vuile was, een foto van Zendaya en de vraag ‘hedde gij een vriendje?’ waarop ik altijd een antwoord wist dat technisch gezien geen leugen was.

U zou mij ermee kunnen chanteren. U zou mij ervoor in elkaar kunnen slaan. U zou mij een haatmail kunnen sturen. U zou het aan mijn familie kunnen verlinken. Aan mijn vrienden. Aan mijn collega’s. Aan mijn docenten. U zou mijn naam kunnen googelen en mijn gezicht kunnen koppelen aan één woord dat ik zelf nog altijd met enige voorzichtigheid uitspreek:

Lesbisch.

Het zijn 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 letters.

Toch voelt het alsof ik zojuist mijn hele lot aan u heb gegeven.

Als kind werd ik gepest. Voor alles wat ik deed. Voor hoe ik praatte. Voor hoe ik liep. Voor hoe ik eruitzag. Voor hoe ik leefde. Voor dingen waar ik zelf niet eens woorden voor had. Kinderen hebben een bijzonder talent om precies datgene te vinden waarvan je hoopt dat niemand het ziet, om er vervolgens een naam aan te geven en die naam net zo lang te herhalen tot je hem zelf begint te geloven.

Lesbo

Ik leerde toen dat opvallen gevaarlijk kon zijn. Dus werd ik goed in verdwijnen. Niet letterlijk. Ik liep nog altijd over straat. Ik ging naar school. Ik maakte vrienden. Ik lachte. Ik schreef. Ik maakte huiswerk. Ik ging naar mijn hobby’s. Maar sommige delen van mezelf zette ik achter slot. Niet omdat ik mij ervoor schaam. Of misschien toch een beetje.

In de lagere school – ik was misschien negen of tien – riep een jongen: “Vieze Bo is een lesbo.”

Misschien wisten zij al wie ik was. Voor hoe ik praatte. Voor hoe ik liep. Voor hoe ik eruitzag. Voor hoe ik leefde.  Dus koos ik zorgvuldig een jongen in de klas uit op wie ik verliefd zou worden. Want is dat niet wat iedereen deed? Ieder meisje in mijn klas giechelde over jongens: Bram, Dylan, Lander, wie dan ook.

“Ieuw, Bo is verliefd op u.” Ik denk dat ik nooit verliefd was op Bram of Dylan of Lander.Ik was verliefd op het concept om normaal te zijn.Om erbij te horen. Om geen uitleg te moeten geven waarom ik ben zoals ik ben.

“Ik heb geprobeerd om mezelf ervan te overtuigen dat ik hetero ben. Dat liefde iets is wat je gewoon kan aanleren als je maar vaak genoeg naar dezelfde persoon keek”

Bo (21)

Maar god en mama, ik heb geprobeerd om hetero te zijn. Vergeef mij. Ik heb het echt geprobeerd. Ik heb gedatet met jongens. Ik heb geprobeerd vlinders te voelen waar ik alleen maar zenuwen voelde. Ik heb geprobeerd om mezelf ervan te overtuigen dat ik hetero ben. Dat liefde iets is wat je gewoon kan aanleren als je maar vaak genoeg naar dezelfde persoon keek.

Ik zweer het, ik heb geprobeerd. Ik heb geprobeerd om normaler te zijn.

Ik heb naar heteroporno gekeken. Naar iedere film die ik kon te pakken krijgen waarin een man en een vrouw elkaar kussen. Naar Disneyfilms waarin iedere prinses uiteindelijk een prins vindt.

Ik heb geprobeerd te begrijpen waarom iedereen daar zo vanzelfsprekend gelukkig van leek te worden. Waarom het voor hen zo gemakkelijk leek. Waarom het voor mij niet werkte. Waarom ik geen ene vlinder kreeg voor Dylan.

Maar ik herinner me wel het gevoel dat ik wel een abnormale sociopaat moest zijn. En dood moest. Omdat ik geen vlinders kon krijgen voor Dylan.

Wat was er fout met mij?

Ik zweer het, ik heb geprobeerd, mama.

Hou je nog van mij?

Sorry. Sorry. Sorry.

Sorry, mama. Omdat de pijn in mijn hart wanneer een mooi meisje verliefd wordt op een jongen groter is dan de pijn die ik voel wanneer ik denk aan het feit dat ik mijn ouders misschien geen kleinkinderen kan geven.

Sorry, Charlien. Omdat ik wou dat je van mij hield en niet van Lander. Sorry, maatschappij, ik wou dat ik iemand normaal kon liefhebben.

Verliefd moeten zijn

Dat is misschien het meest absurde aan jarenlang proberen hetero te zijn. Je probeert niet alleen te doen alsof je iemand anders bent. Je probeert jezelf ervan te overtuigen dat liefde op een bepaalde manier moet voelen. Dat er een correcte persoon bestaat op wie je verliefd hoort te worden. Dat iedereen dat begrijpt, behalve jij.

En ondertussen wordt het woord ‘lesbisch’ steeds groter. Eerst is het een scheldwoord dat een jongen naar je roept op de speelplaats. Dan wordt het een woord dat je niet hardop durft te zeggen. Dan een woord dat je opzoekt. Dan een woord dat je verwijdert uit je zoekgeschiedenis. Dan een woord dat je typt en weer wist.

En uiteindelijk wandel je in Gent en roept iemand het naar je: “Vieze lesbo.”

En je probeert het te ontkennen. Want je praat zoals iedereen. Je loopt zoals iedereen. Je ziet eruit als iedereen. Je leeft zoals iedereen. Maar ik gaf over op de jongen die zei dat hij van me hield.

“Vieze Bo is een lesbo.”

Ik leerde toen dat opvallen gevaarlijk kon zijn. Dus werd ik goed in verdwijnen. Letterlijk. Ik liep niet meer over straat. Ik ging niet meer naar school. Ik maakte geen vrienden meer. Ik huilde. Ik huilde. Ik huilde. Ik ging naar de hel. Maar sommige delen van mezelf haalde ik van achter slot.

Lesbisch.

Ik ben lesbisch.

En plots staat het er.

Zwart op wit.

“Misschien gebeurt er helemaal niets. Waarschijnlijk gebeurt er helemaal niets. Maar ik heb jarenlang geleefd alsof er ieder moment iets kon gebeuren”

Bo (21)

Dat is een verschil dat moeilijk uit te leggen is aan iemand die nooit bang heeft hoeven zijn dat een simpel stukje informatie over zichzelf zijn hele sociale leven kan veranderen.

Want wat gebeurt er wanneer een geheim geen geheim meer is? Word ik dan anders? Nee. U weet nu alleen iets over mij wat u vijf minuten geleden nog niet wist.

Mijn stem is dezelfde. Mijn gezicht is hetzelfde. Ik zit nog steeds op dezelfde trein, nog steeds veel te gehaast te typen. De wereld is niet veranderd. Alleen mijn gevoel dat ik controle heb over mijn eigen verhaal. En misschien is dat wel het vreemdste aan geheimen.

Je bewaart ze omdat ze van jou zijn. Maar op een bepaald moment begin je te vrezen dat ze je niet meer toebehoren. Dat het geheim van iedereen is. Dat iemand anders ze kan vinden. Dat iemand anders ze kan vertellen. Dat iemand anders kan beslissen wanneer jij klaar bent om gezien te worden.

Misschien word ik nu wel uitgejoeld in Gent. Vieze lesbo. Misschien lacht iemand. Misschien vertelt iemand het aan mijn mama. Misschien gooit ze me op straat. Misschien leef ik dan op straat in een doos van de Delhaize, te bedelen voor een muntje. En wou ik dat ik het nooit had gezegd.

Misschien gebeurt er helemaal niets. Waarschijnlijk gebeurt er helemaal niets. Maar ik heb jarenlang geleefd alsof er ieder moment iets kon gebeuren.

Dus ja, gefeliciteerd, lezer.

Nu weet u het.

Maar u kent mij nog altijd niet.

Mijn naam is Bo.

Hallo.

Lees ook de reeks ‘Onderwijs zonder label’ van reporter Valentine Vanparys waarin ze onderzoekt hoe LGBTQIA+-jongeren hun schooltijd beleven, welke uitdagingen middelbare scholen tegenkomen en waar kansen liggen om een veilige en inclusieve leeromgeving te creëren.

Heb je na het lezen van dit artikel vragen of nood aan een gesprek? Lumi is een info- en luisterlijn voor al je vragen over gender, geslacht en seksuele oriëntatie. Je kan er informatie vragen of je verhaal doen. Dat is volledig gratis. Meer info: www.lumi.be.

Open brief aan minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA): “Migratie is meer dan een cijfer”

Op achtjarige leeftijd moest Fatima Noori Afghanistan ontvluchten. Vandaag richt ze zich met een open brief tot minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt. “Ik vraag u niet om grenzen af te schaffen of problemen te ontkennen, maar om te kijken naar wie de migranten zijn, waarom ze naar België komen, welke rechten ze hebben en wat er gebeurt nadat een beslissing over hun leven is genomen.”

Geachte minister Van Bossuyt, ik schrijf u niet omdat ik denk dat migratiebeleid eenvoudig is. Ik schrijf u niet als journalist of burger. Ik schrijf u als iemand die ooit als kind op de vlucht was. Op achtjarige leeftijd moest ik Afghanistan verlaten. Ik begreep niets van oorlog, internationale politiek of geopolitieke belangen, alleen dat de wereld die ik kende plots onzeker werd. Wat als mijn toekomst afhankelijk was van de beslissing van iemand die mij nooit heeft ontmoet?

Migratie is meer dan asiel

Het migratiedebat gaat vaak alleen maar over asiel en vluchtelingen, terwijl dat slechts een onderdeel is. Een asielzoeker, een arbeidsmigrant, een internationale student, een Europese werknemer, een Belg die terugkeert uit het buitenland, een kind dat zich bij zijn ouders voegt, iemand zonder wettig verblijf: allemaal vallen ze onder het brede begrip ‘migranten’.

De cijfers tonen hoe breed die werkelijkheid is. In 2025 registreerde België volgens Statbel 177.094 immigraties. De grootste nationaliteitsgroep onder de mensen die naar België immigreerden, bestond uit Belgen, gevolgd door Roemenen en Fransen. Migratie gelijkstellen aan asiel geeft dus een onvolledig beeld. Bovendien blijkt uit cijfers van federaal migratiecentrum Myria dat werk in 2024 de belangrijkste verblijfsreden was bij EU-burgers die een eerste verblijfstitel kregen in België.

“Is het migratiebeleid geslaagd als minder mensen asiel aanvragen?“

Fatima Noori (18)

In 2025 vroegen 34.439 mensen internationale bescherming aan in België, 13 procent minder dan in 2024. Is het beleid geslaagd als minder mensen asiel aanvragen? Als ze terugkeren? Of als gezinshereniging moeilijker wordt? Een minister mag een streng migratiebeleid voeren, maar dat wil niet zeggen dat die boven de rechtsstaat staat.

De grenzen van het migratiebeleid

Op 26 februari schorste het Grondwettelijk Hof verschillende bepalingen over de opvang van verzoekers om internationale bescherming. Op 21 mei vernietigde het Hof bepalingen waarmee de mogelijkheid werd afgeschaft om in bijzondere omstandigheden opvang in financiële vorm toe te kennen. Volgens het Hof botste die afschaffing met het Europese recht en verschillende grondrechten en kon ze een aanzienlijke achteruitgang betekenen van onder meer het recht op menselijke waardigheid, maatschappelijke hulp, behoorlijke huisvesting en het privé- en gezinsleven.

Ook de Raad van State (RVS) heeft uw beleid begrensd. Nadat u Fedasil op 2 maart de instructie gaf om materiële hulp te beperken voor mensen die al internationale bescherming hadden gekregen in een andere EU-lidstaat, schorste de Raad van State die beslissing op 27 maart. De betrokken personen liepen volgens de RVS het onmiddellijke risico volledig behoeftig te worden en op straat te moeten slapen.

Bovendien was de vereiste juridische procedure niet gevolgd. Op 8 juli werd opnieuw een beslissing over de beperking van materiële hulp geschorst. De minister had volgens de RVS niet aangetoond dat de aanvragen in kwestie konden worden beschouwd als ‘volgende aanvragen’ waarvoor de hulp beperkt mocht worden.

Het is duidelijk dat het huidige systeem problemen heeft, maar als rechterlijke instanties meermaals ingrijpen, gaat de discussie dan nog over hoeveel mensen naar België komen of over de manier waarop we hen behandelen?

Veilige terugkeer?

In juni nam België samen met veertien andere EU-lidstaten deel aan een bijeenkomst van de Europese Commissie met vertegenwoordigers van de taliban over de terugkeer van Afghanen. Volgens de Europese Commissie zochten verschillende lidstaten manieren om onder meer mensen die ernstige misdrijven hadden gepleegd of mogelijk een veiligheidsrisico vormden naar Afghanistan terug te sturen. Uw kabinet bevestigde de Belgische deelname.

Ik begrijp dat regeringen soms moeten spreken met regimes die zij niet erkennen. Ik begrijp ook waarom de overheid wil kunnen optreden tegen iemand die hier ernstige misdrijven pleegt en geen verblijfsrecht heeft. Maar de vraag blijft wat veilige terugkeer betekent wanneer er wordt onderhandeld met een regime dat fundamentele rechten zwaar beperkt, in het bijzonder die van vrouwen en meisjes.

“Mijn verhaal mag niet gebruikt worden om alle migratie te verklaren, net zoals een verhaal over fraude, criminaliteit of mislukte integratie niet gebruikt mag worden om iedereen met een migratieachtergrond te beoordelen“

Fatima Noori (18)

Mijn band met dat onderwerp is persoonlijk. Toen ik mijn ouders tijdens onze vlucht vroeg waar we naartoe gingen, antwoordden ze: “Zo ver mogelijk.” Pas later begreep ik dat ze niet op zoek waren naar het rijkste land of het gemakkelijkste systeem. Ze zochten een plek waar we veilig konden zijn. Maar mijn verhaal is slechts één migratieverhaal. Het mag niet gebruikt worden om alle migratie te verklaren, net zoals één verhaal over fraude, criminaliteit of mislukte integratie niet gebruikt mag worden om iedereen met een migratieachtergrond te beoordelen.

Eerlijk gesprek over migratie

Problemen mogen benoemd worden. Misbruik bestaat en integratie lukt niet altijd. De opvang staat onder druk, procedures duren te lang en het terugsturen van mensen zonder verblijfsrecht blijkt in de praktijk moeilijk. Maar wanneer migratie zelf voortdurend als probleem wordt voorgesteld, bestaat het gevaar dat ook mensen als probleem worden gezien.

Ik vraag u niet om grenzen af te schaffen of problemen te ontkennen, maar om te kijken naar wie de migranten zijn, waarom ze naar België komen, welke rechten ze hebben en wat er gebeurt nadat een beslissing over hun leven is genomen. Wat als mijn toekomst afhankelijk was van de beslissing van iemand die mij nooit heeft ontmoet?

België gaf me ooit de kans om opnieuw te beginnen. Daardoor kon ik naar school gaan, leerde ik schrijven en kan ik vandaag openlijk het beleid van een minister in vraag stellen. België gaf me een stem, die ik niet alleen gebruik voor mensen met hetzelfde verhaal als ik, maar voor een eerlijker gesprek over migratie.

Opinie | “Europa wil goedkope import aanpakken: wie betaalt de prijs?”

Goedkope pakjes uit webshops worden binnenkort een stuk duurder. De Europese Unie wil de invoer aanpakken, maar wie wordt daar uiteindelijk beter van: de consument of vooral de tussenhandel?

Een tuinsproeier lijkt op het eerste gezicht weinig met Europese handelspolitiek te maken te hebben. Toch deed een recente aankoop mij nadenken over de manier waarop Europa omgaat met goedkope producten uit China.

Onlangs kocht ik op AliExpress voor ongeveer vijf euro een tuinsproeier met verschillende sproeistanden. Niet veel later zag ik in een gewone winkel voor ongeveer dertig euro een sproeier die er hetzelfde uitzag en dezelfde functies had. Ik kan niet met zekerheid zeggen dat beide producten in dezelfde fabriek zijn gemaakt, maar een verschil was nauwelijks te zien.

Een Europese winkel heeft extra kosten voor personeel, huisvesting, voorraad, garantie en productcontrole. Een importeur moet invoerrechten en btw betalen, Europese productregels naleven en verantwoordelijkheid opnemen wanneer er iets misgaat. Een hogere verkoopprijs is dus gedeeltelijk te verklaren. Maar waarom wordt een product problematisch wanneer ik het rechtstreeks bij een Chinese verkoper koop, maar aanvaardbaar zodra een Europese tussenhandelaar het importeert en voor een veelvoud van de prijs doorverkoopt? Nu Europa opnieuw extra heffingen op zulke rechtstreekse aankopen wil invoeren, wordt die vraag alleen maar relevanter.

Rekening voor de klant?

In juli werd al een tijdelijke invoerheffing ingevoerd van drie euro op goedkope e-commerce importen van landen buiten de Europese Unie. Nu heeft de Europese Commissie een bijkomende afhandelingstaks van twee euro voorgesteld. Die moet vanaf november de stijgende kosten van de douane helpen financieren. Juridisch gezien moeten de platforms, verkopers of vervoerders die kosten dragen maar de kans is groot dat zij de kosten geheel of gedeeltelijk doorrekenen aan hun klanten.

De reden daarvoor is begrijpelijk: in 2025 kwamen bijna zes miljard goedkope e-commerce artikelen de Europese Unie binnen. Meer dan negentig procent daarvan was afkomstig uit China. De douane moet controleren of deze producten veilig zijn, correct worden aangegeven en aan de Europese regels voldoen. Dat vraagt personeel, digitale systemen en fysieke controles. Het is dan ook logisch dat platforms zoals Shein, Temu en AliExpress hun verantwoordelijkheid moeten opnemen.

“De maatregelen treffen vooral prijsbewuste consumenten zoals gezinnen met een beperkt inkomen en de lagere middenklasse“

Jeroen Verachtert (23)

Sommige boetieks en webwinkels kopen goederen bij fabrikanten of groothandelaars buiten Europa en verkopen die daarna met een hogere prijs door. Soms gaat het om een product dat consumenten ook rechtstreeks op AliExpress of een ander platform kunnen vinden. Bij grote modeketens zoals Zara, Bershka, H&M en Primark is dat anders. Zij laten ook hun kleding buiten Europa produceren maar werken met eigen ontwerpen, collecties en leveranciers.

De productie-impact verdwijnt dus niet doordat er een Europees merk of een Europese winkel tussen staat. Waarom wordt een product dan verdacht wanneer een consument het rechtstreeks bestelt, maar aanvaardbaar zodra een Europese handelaar het importeert en met winst doorverkoopt? De Europese importeur zorgt voor extra controle en juridische verantwoordelijkheid, maar de oorspronkelijke productieomstandigheden en gebruikte materialen veranderen daardoor niet.

Voor iemand die een duur luxegoed koopt, maakt twee of drie euro nauwelijks verschil maar voor wie bewust naar het goedkoopste alternatief zoekt, kan het een aanzienlijk deel van de aankoopprijs zijn. De maatregelen treffen dus vooral prijsbewuste consumenten zoals gezinnen met een beperkt inkomen en de lagere middenklasse. Voor hen is goedkoop online winkelen niet altijd gedachteloze overconsumptie. Het kan ook een manier zijn om noodzakelijke aankopen betaalbaar te houden.

Duurder maar niet beter

Dat de Europese textielsector voor strengere maatregelen lobbyt, is geen geheim. Begin september kwam de sector samen op de vakbeurs Première Vision nabij Parijs. Daar vroeg Euratex, de Europese koepelorganisatie van de textielindustrie, om de afhandelingstaks niet op twee, maar op tien euro per pakket vast te leggen. Ook Franse textielfederaties steunden die oproep. Wanneer die sector voordeel haalt uit het duurder maken van rechtstreekse aankopen, mag de consument zich afvragen wat hier het zwaarst doorweegt: productveiligheid of bescherming tegen goedkope concurrentie.

“Een zekere mate van Europees protectionisme is begrijpelijk maar het mag innovatie niet in de weg staan“

Jeroen Verachtert (23)

Ook Frankrijk heeft ondertussen afzonderlijke maatregelen genomen tegen ultrafastfashion. Daar geldt een ecologische bijdrage die in de praktijk vooral platforms zoals Shein viseert. Tegen 2030 kan die bijdrage voor bepaalde kledingstukken oplopen tot ongeveer 19,50 euro. Klassieke Europese fastfashionketens worden veel minder zwaar getroffen. Daardoor ontstaat de indruk dat niet alleen het vervuilende bedrijfsmodel wordt aangepakt, maar ook de buitenlandse herkomst van de concurrent.

Een zekere mate van Europees protectionisme is begrijpelijk maar het mag innovatie niet in de weg staan. Als Europa buitenlandse concurrenten alleen duurder maakt, vermindert de druk op Europese retailers om hun prijzen, digitale dienstverlening, logistiek en productieketens te verbeteren. De consument betaalt dan meer, terwijl het Europese aanbod niet noodzakelijk beter of duurzamer wordt.

Mijn tuinsproeier van vijf euro wordt geen beter product wanneer een Europese winkel hem voor dertig euro verkoopt. Het is dus terecht dat buitenlandse platforms aan dezelfde regels worden onderworpen. Maar als Europa werkelijk de consument wil beschermen, moet het ook opletten dat die consument niet telkens degene is die de volledige rekening betaalt.