Jonge artiesten over de deelname van Israël aan het Eurovisiesongfestival: “’Zero points’ voor organisator EBU”
Bulgarije won zaterdag het Eurovisiesongfestival in Wenen. Israël eindigde als tweede, ondanks de kritiek op de deelname van het land. De discussie over muziek, politiek en maatschappelijke verantwoordelijkheid laaide daarmee opnieuw op. Hoe kijken jonge artiesten vandaag zelf naar dat debat? We spraken met de Antwerpse singer-songwriter Joséphine en Jan van de band The Point.

“De EBU probeert een deelname te rechtvaardigen die niet te rechtvaardigen is”
Joséphine (19, singer-songwriter)
Joséphine (19) is singer-songwriter uit Antwerpen. Ze brengt dark pop. “Muziek met diepe bassen, dromerige synthesizers, goede distorted gitaren en enorm veel reverb op de vocals”, beschrijft ze. “Muziek speelt een cruciale rol in het leven. Het laat mensen ontsnappen uit deze woelige wereld.”
“Zelf kijk ik niet meer naar het Songfestival. Dat is geen moeilijke keuze geweest. Het zou me geen enkel plezier bieden te kijken”, aldus Joséphine. “Dat Israël opnieuw een podium krijgt, is onbegrijpelijk. Hun afkeer tegenover de Palestijnen steken ze niet onder stoelen of banken. Dat bleek drie jaar geleden al. Toen maakten ze een nummer met een betekenis waar je grote vraagtekens bij kon plaatsen.”
“Het Songfestival beweert te draaien rond inclusie, empathie en samen zijn. Maar door Israël – dat al meer dan drie jaar een genocide pleegt – een plek te geven in de wedstrijd, gooien ze eigenlijk al die waarden en normen door het raam. Ik vind het moeilijk om het te vergelijken met de onmiddellijke diskwalificatie van Rusland, want ook los daarvan moest Israël al lang uit de wedstrijd zijn gezet. Het toont hoe de EBU (European Broadcasting Union, organisator van de liedjeswedstrijd, red.) een deelname probeert te rechtvaardigen die niet te rechtvaardigen is en daar walg ik van.”

“Dat Israël deelneemt, insinueert dat wij hier als Europa akkoord gaan met wat het land doet in Gaza”
Jan (20, bandlid van The Point)
Jan (20) is lid van de band van tien jonge muzikanten. Jan speelt gitaar. The Point is een band die elkaar in een schoolorkest heeft leren kennen.“Voor ons is muziek maken eerder een hobby. We hebben dus niet de ambitie om ooit zelf op het Songfestival te staan. We vinden het wel een mooi initiatief. Ze zijn erin geslaagd om muziek als een grote groep landen over grenzen heen te vieren. Op deze manier kan muziek verbindend werken en kunnen verschillende culturen met elkaar in contact komen.”
“Het is belangrijk om muziek niet te censureren op basis van de culturele, etnische en politieke standpunten die muziek vertegenwoordigt”, zegt Jan. “Het grote probleem is dat festivals meestal verbonden zijn aan bepaalde landen of organisaties. Zij hebben zelf hun normen en waarden en willen deze weergeven. Zo is het Eurovisiesongfestival onlosmakelijk verbonden met de waarden en normen die wij als Europa uitstralen. Dat Israël deelneemt, insinueert dat wij hier als Europa akkoord gaan met wat Israël doet in Gaza. Daar ligt het probleem.”
“We kunnen niet begrijpen dat mensen meestappen in de hypocrisie van de EBU”, aldus Jan. “Als Rusland niet mag deelnemen, dan vinden we dat Israël zeker geen podium verdient. Een podium is een stem. Dus in het geval van Israël een stem aan genocide.”
Jan: “Het inemen van standpunten wordt meer en meer verwacht van artiesten. Vooral vanwege hun groot bereik en de invloed. Als luisteraar wil je gewoon dat ze dezelfde mening verkondigen. Ook binnen onze band verschillen we waarschijnlijk van mening over politieke zaken. Dat is ook oké. Maar nooit zullen we het toelaten politieke invloed te hebben op onze muziek. Bij ons draait het alleen om het maken van muziek en plezier. Dat zijn dan zero points aan de EBU van The Point.”
Langer werken en minder waardering: waarom Brussel dinsdag rood, groen en blauw kleurde
De drie grote vakbonden ACV, ABVV en ACLVB, kwamen gisteren samen voor de nationale betoging in Brussel. 40.000 mensen uit verschillende sectoren liepen van het Noordstation naar het Zuidstation om te pleiten voor een socialer beleid. “We willen meer waardering van de regering.”
Jacques (62) woont al dertig jaar in Sint-Gillis en vertelt dat hij vandaag op straat komt, niet voor één kleur, maar om de gezamenlijke boodschap van alle vakbonden te steunen. Hij draagt daarom ook de kleuren van de ACV, ABVV en ACLVB: groen, rood en blauw.
De vakbonden staakten samen tegen het beleid en de maatregelen van de regering-De Wever om verschillende redenen. Olivier Remy, woordvoerder van ACV Puls, legt uit: “Mensen uit verschillende sectoren zijn hier omdat ze meer waardering willen van de regering. Iedereen moet langer werken, maar het wordt de mensen niet makkelijker gemaakt om dat vol te houden. Daarnaast is de druk op werknemers groot, waardoor velen langdurig ziek worden.”
“De druk op werknemers is groot, waardoor velen langdurig ziek worden”
Olivier Remy (woordvoerder ACV Puls)
Waar Jacques vooral bang voor is, is dat mensen die langdurig ziek zijn of tijdelijk werkloos zijn tussen twee jobs, langer moeten werken. Bijgevolg zouden ze minder verdienen. Volgens Jacques gaat het om “tot wel driehonderd euro per maand”. Voor mannen zoals ik is dat veel geld.” Na een loopbaan van 42 jaar zou hij normaal gezien al met pensioen kunnen gaan, maar door de nieuwe maatregelen van de regering-De Wever zal hij nog zo’n vijf jaar moeten werken.
Zesde protest
“Het is de zesde keer in ongeveer anderhalf jaar dat er protest wordt gevoerd voor een andere wereld”, gaat Remy verder. Of de acties ook echt effect zullen hebben op het beleid, blijft volgens hem een raadsel. “Dat is een moeilijke vraag, maar niets doen omdat je niet zeker bent dat het op korte of middellange termijn effect zal hebben, is ook geen optie.”
“We hopen dat er op middellange termijn echt een ander beleid komt”
Olivier Remy (woordvoerder ACV Puls)
Volgens Remy is het belangrijk dat mensen zich blijven uitspreken en organiseren. “Je moet blijven opkomen, je stem laten horen, samenwerken en je verenigen.” Hij wijst erop dat eerdere acties al kleine veranderingen hebben opgeleverd. “Voor de betrokken mensen is dat echt belangrijk.” Toch blijft de ambitie groter. “We hopen dat er op middellange termijn echt een ander beleid komt”, besluit Remy.
Gemengde gevoelens
De staking is vreedzaam verlopen. Of Jacques vooral staakte voor een extra verlofdag, blijft onduidelijk. Zelf is hij niet erg positief over de betogingen vandaag en verwacht hij niet veel effect. “Ze gaan niet veel veranderen deze week. De maatregelen van De Wever zullen toch worden doorgeduwd, of we hier nu betogen of niet. Er zit wat sleet op de betogingen. Het is ook al de zesde betoging.” Hij hoopt toch dat de stemming van het federaal parlement van deze week verband houdt met de betogingen van vandaag.
“De maatregelen van De Wever zullen toch worden doorgeduwd, of we hier nu betogen of niet”
Jacques (betoger)
Jérémy (44), vertegenwoordiger van het socialistische ABVV, is positiever. Zijn stakingsdag bracht hij door op café. Hoewel hij niet deelnam aan de betoging, is zijn boodschap wel duidelijk: “Fuck N-VA!”
Alexy Kilozo, één jaar nadat hij ‘De Mol’ won: “Ik heb weinig ambitie om meer dan ‘semi-bv’ te worden”
Eén jaar geleden zag Vlaanderen hoe de rustige Alexy Kilozo met de prijzenpot van ‘De Mol’ ging lopen. Sindsdien is de storm rond het vorige seizoen gaan liggen. Met de finale van de huidige editie in het vooruitzicht blikken we terug op zijn avontuur in Thailand.
Heb je nog een goede band met de andere kandidaten?
“Ja, de band is echt absurd goed, eigenlijk. We spreken bijna elke maand nog met de hele groep af. Als er iemand op café gaat, laat die dat weten, dus we zien elkaar echt veel. Dat is heel leuk, want ik had niet verwacht dat we met tien zo’n hechte groep zouden worden.”
Je won een prijzenpot van bijna 28.000 euro. Je zei dat je je medekandidaten ging meenemen op weekend. Is dat al gebeurd.
“Dat is toevallig net gebeurd. Ik had een huisje gehuurd in Gent, deed de boodschappen en betaalde de brunch. Dat was enorm leuk. Altijd als we met tien afspreken, spelen we uiteindelijk spelletjes samen, meestal ‘Secret Hitler’. Dat is zoals ‘Weerwolven’, maar dan nog heftiger. De fascisten spelen tegen de liberalen. Iedereen gaat daar heel hard in op en er wordt geroepen: “Nee, gij zijt een vuile fascist gij!”
Je zei ook dat je naar Zuidoost-Azië ging reizen. Heb je dat al gedaan?
“Dat was initieel mijn plan, maar omdat ‘De Mol’ al in Thailand was, wou ik ergens anders naartoe trekken. Het idee was dan om naar Zuid-Amerika te gaan. Ik ga dat volgend jaar doen, want ik ga mijn masterproef schrijven in Santiago in Chili.”
Dat klinkt spannend! Wat studeer je dan juist?
“Ik combineer een master Ingenieurswetenschappen aan de Universiteit van Antwerpen en een lerarenopleiding aan de Karel De Grote Hogeschool.”
“Ik heb me vier keer moeten inschrijven vooraleer ik mee mocht doen aan ‘De Mol’”
Alexy Kilozo (Winnaar ‘De Mol’ 2025)
Heb je tips voor mensen die willen meedoen aan ‘De Mol’?
“Ik krijg die vraag vaak en vind het moeilijk om tips te geven daarvoor, want ik heb niks speciaals gedaan in mijn ‘molicitatie’. Veel mensen maken een grappige video of ze doen iets gek om op te vallen. Ik denk dat het belangrijkste is om gewoon jezelf te zijn en te laten zien wie je bent. Je moet ook wel geluk hebben, want er proberen veel mensen mee te doen. Mijn advies zou zijn: blijf je inschrijven, want ik heb me ook vier keer moeten inschrijven voor ik mee mocht.”
In eerdere interviews vermeld je dat je van nature rustig bent. Heeft dat je geholpen in het spel?
“Zeker wel. Ik denk dat het me vooral hielp bij de eliminatietesten, want voor we de test moesten invullen, zaten we samen. Iedereen zat dan zijn boekje te blokken en te vergaan van de stress, terwijl ik eigenlijk redelijk rustig was. Ik wist wat in mijn boekje stond en ik dacht dat Sarah de mol was. Zo heb ik altijd mijn test ingevuld, dus ik denk dat mijn rust ervoor heeft gezorgd dat ik minder foutjes maakte.”
Je was de jongste deelnemer. Hoe was die ervaring?
“In het begin was dat wel intimiderend, want ik vond het moeilijk in te schatten of de groep me wel serieus zou nemen. Ik was ook bang dat medekandidaten over mij heen zouden praten als we de teams moesten verdelen, maar eigenlijk viel dat mee. Dat lag ook aan de groep. Het was een heel lieve groep en ze luisterden naar iedereen.”
Je zat vroeger bij de Pleplo, een chirogroep. Heeft de ervaring bij de jeugdbeweging je geholpen tijdens ‘De Mol’?
“Daar had ik eigenlijk nog nooit bij stilgestaan. Misschien wel. Dat waren ook altijd spelletjes in groep, maar dat waren nooit doordenkspelletjes. Het was altijd gewoon één namiddag en de spelletjes waren redelijk simpel. Dat groepsgegeven zat er wel in, maar voor het spel heeft het me niet heel erg geholpen.”
Wat verraste je het meeste aan de productie van ‘De Mol’?
“De grootste verrassing was hoe gigantisch het team is. Dat is niet normaal. Na de eerste opdracht kwamen wij in een chique kamer terecht en zaten we aan een lange tafel. Aan de kant die niet op beeld kwam, stond de hele crew. Dat was absurd. Het was ook één van de eerste momenten dat we op camera kwamen en er stonden zestig crewleden mee te kijken op monitors. Dat was heel indrukwekkend om te zien.”
Heb je dan het gevoel dat je jezelf kan zijn met al die camera’s en al die mensen?
“In het begin was dat wel moeilijk, want ik voelde me heel bekeken. Tijdens de opdrachten ging ik wel heel erg in het spel op en vergat ik dat ook een beetje. We leerden de mensen van de crew ook wel kennen, waardoor dat minder intimiderend werd. We wisten wie er achter de camera stond.”
Is er iets gebeurd achter de schermen dat Sarah extra verdacht maakte?
“Er is niet echt één ding dat superverdacht was, maar we moesten veel wachten. Op die momenten speelden we vaak spelletjes. Er was een avond waar we allemaal samen poker speelden. Daar heb ik echt veel uit geleerd. Het was voor de meesten de eerste keer. Ook voor Sarah, maar ze was al aan het bluffen voor ze de regels kende, terwijl er andere mensen waren die niet echt mee waren met het spel.”
Had je de beroemdheid die ermee gepaard ging, onderschat of overschat?
“Die had ik zwaar onderschat. Ik dacht wel dat mensen mij gingen herkennen op straat, want ik keek ook naar ‘De Mol’ en als ik iemand zie, denk ik ook: “Ah, da’s die van ‘De Mol’”. Ik verwachtte wel niet dat mensen op straat echt om foto’s zouden vragen. Ik was bijvoorbeeld op de Gentse Feesten en Pukkelpop en dat kon echt niet. We konden nergens naartoe, want ik werd altijd tegengehouden door een hoop mensen rondom mij.”
“Wat ik eruit geleerd heb, is dat ik wat meer in mezelf mag geloven. Ik moet er niet altijd van uitgaan dat ik er als eerste uit zal liggen”
Alexy Kilozo (Winnaar ‘De Mol’ 2025)
Hoe ga je er dan mee om als veel mensen een foto komen vragen?
“In het begin voelde het redelijk gek, maar daarna begon dat soms wel lastig te worden en wou ik liever alleen met mijn vrienden naar een feestje wandelen. De keren dat het heel veel mensen waren, heb ik dat moeten ondergaan, maar uiteindelijk was dat ook nog wel leuk. Iedereen was enthousiast over ‘De Mol’ en ze vonden het leuk om mij te zien. Als ik nu op feestjes of café ben met vrienden, dan hebben die wel de instructie om mij twee minuten te laten babbelen met iemand en dan moeten ze mij komen halen. Ik heb ook eens meegemaakt dat ik op de luchthaven op mijn vriendin aan het wachten was en dan kwam er iemand met videochat naar mij. Ze had haar kinderen aan de telefoon en zei: “Kijk, kijk, dat is hij!” Dat was wel gek, maar het hoort erbij en dat wist ook wel.”
Wat heb je geleerd uit de ervaring van ‘De Mol’?
“Toen ik me opnieuw inschreef, dacht ik wel: ‘Ja, oké, ik ga me nog eens inschrijven, maar I don’t wanna get my hopes up.’ Dan mocht ik toch mee, maar ik ging wel zien hoe het uitdraaide. Eén aflevering is ook wel leuk. Zelfs als ik de eerste afvaller ben, is dat ook oké, maar uiteindelijk heb ik toch gewonnen. Wat ik eruit geleerd heb, is dat ik wat meer in mezelf mag geloven. Ik moet er niet altijd van uitgaan dat ik er als eerste uit zal liggen. Ik mag wat meer zelfvertrouwen hebben.”
Heeft je deelname deuren geopend?
“Er zijn mij wel wat dingen aangeboden, zoals een helikoptervlucht of een vijfsterrendiner, maar dat zijn allemaal dingen die me niet echt interesseren. Die dingen heb ik altijd doorgeschoven naar medekandidaten. Ik heb dus wel wat aanbiedingen gekregen, maar ik heb weinig ambitie om meer dan ‘semi-bv’ te worden.”
Heb je dit seizoen ook naar ‘De Mol’ gekeken?
“Absoluut! Mensen vinden dat altijd grappig, maar ik heb het gevoel dat ik een seizoen heb gemist. Ik wist al wat er ging gebeuren en wie de mol was. Vorig jaar zat ik in de zetel tussen mijn familie gewoon te wachten tot er iets ging gebeuren. Ik ben echt blij dat ik opnieuw een seizoen op tv kan zien en verrast kan worden door de proeven en wendingen.”
De finale van ‘De Mol’ wordt zondag 17 mei ive uitgezonden op Play en in Kinepolis Antwerpen.
Opinie | Door eeuwenoude queer verhalen opnieuw zichtbaar te maken, dragen we bij aan de acceptatie van de LGBTQ+-gemeenschap vandaag
De queer-invloeden in de Griekse mythologie en het oude Griekenland zouden wel eens een belangrijke rol kunnen spelen in het progressieve beleid rond de LGBTQ+-gemeenschap in het land, schrijft Brent Van Raemdonck.
De ‘Rainbow map’ rangschikt 49 Europese landen op basis van hun respectieve wetgeving en beleid ten aanzien van de LGBTQ+-gemeenschap, op een schaal van nul tot honderd procent. Als je deze kaart bekijkt, zie je een opvallend contrast: te midden van een zee van rood in Oost-Europa springt Griekenland eruit in het groen. Dat is verrassend, want Griekenland is overwegend orthodox-christelijk, iets dat niet wordt geassocieerd met vooruitstrevend LGBTQ+-beleid. Toch lijkt hier iets anders te spelen.
Griekse mythologie, nog altijd diep verankerd in de culturele identiteit, staat bol met verhalen waarin queer relaties en genderfluïditeit een terugkerend thema zijn. Denk aan Achilles en Patroclus: hun band wordt door velen geïnterpreteerd als meer dan vriendschap. Of aan Apollo, de god van muziek en profetie, die bekendstond om zijn liefdes met mannen en vandaag vaak wordt gezien als symbool van homoseksuele liefde.

Ook vrouwelijke liefde en gendertransformatie krijgen een plek in deze verhalen. Aphrodite werd niet alleen geassocieerd met liefde in het algemeen, maar ook met relaties tussen vrouwen. En mythen zoals die van Siproites, een jager die door Artemis in een vrouw werd veranderd, tonen dat het idee van geslachtstransformatie al eeuwenlang bestaat.
De aanwezigheid van queer relaties in het oude Griekenland was bovendien geen uitzondering, maar een breed cultureel fenomeen. In de mythologie komen relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht voor bij goden, helden en stervelingen.
Zo tonen verhalen over Zeus en Ganymedes of Apollo en Hyacinthus niet alleen fysieke, maar ook emotionele en liefdevolle banden. Ook bij helden zoals Achilles en Patroclus zien we hoe diepe verbondenheid en rouw centraal staan.
“Het probleem ligt niet in het ontbreken van queer geschiedenis, maar in het feit dat deze verhalen te weinig worden verteld”
Brent Van Raemdonck
In de samenleving zelf maakten zulke relaties deel uit van sociale structuren en opvoeding, en werden ze weerspiegeld in kunst en literatuur. Zelfs vrouwelijke liefde, zoals bezongen door Sappho, had een duidelijke plaats.
Als zulke verhalen al zo lang deel uitmaken van onze cultuur, waarom behandelen we queer identiteit dan nog steeds als iets ‘nieuws’ of ‘afwijkends’? Het probleem ligt niet in het ontbreken van queer geschiedenis, maar in het feit dat deze verhalen te weinig worden verteld. Door ze opnieuw zichtbaar te maken, kunnen we bijdragen aan een bredere acceptatie van de LGBTQ+-gemeenschap vandaag.
Het oude Griekenland dient daar als krachtig voorbeeld. In Thebe bestond een cultuur waarin relaties tussen mannen niet alleen werd geaccepteerd, maar zelfs vanuit het bestuur werden ondersteund. Volgens Aristoteles werden er wetten ingevoerd die mannelijke koppels erkenden, iets wat in andere stadstaten juist werd ontmoedigd.
Emancipatie
Het meest sprekende voorbeeld is de ‘Heilige Schare’ van Thebe: een eliteleger bestaande uit 150 mannelijke koppels die samen vochten. Hun kracht lag niet alleen in militaire strategie, maar in onderlinge verbondenheid—liefde als bron van moed en loyaliteit. Dat idee werd ook beschreven door Plutarchus, die stelde dat geliefden naast elkaar sterker strijden, omdat niemand laf wil lijken in de ogen van degene van wie hij houdt.
Dat deze vergeten verhalen er toe doen, blijkt ook uit hun invloed op de moderne LGBTQ+-emancipatie. Toen in de negentiende eeuw het graf van de Heilige Schare in Chaeronea werd ontdekt, viel dat samen met een periode waarin homoseksuele mannen in Europa en de Verenigde Staten voorzichtiger zichtbaar werden.
“Het werk van de Britse classicus James Davidson onderstreept dat queer relaties geen marginaal of afwijkend verschijnsel waren in de oudheid, maar een volwaardig onderdeel van de samenleving”
Brent Van Raemdonck
Denkers en schrijvers zoals Walt Whitman en J. A. Symonds grepen terug op deze Griekse voorbeelden om homoseksuele liefde te verdedigen. Hun werk inspireerde vervolgens George Cecil Ives, een Engelse schrijver en vroege pleitbezorger voor de hervorming van wetgeving rond homoseksualiteit. Hij zag in de Heilige Schare een krachtig symbool van trots en droeg zo bij aan het ontstaan van één van de eerste homorechtenbewegingen.
Deze inzichten worden ook ondersteund door modern onderzoek. De Britse classicus James Davidson toont aan dat ons beeld van homoseksualiteit in het oude Griekenland lange tijd vertekend is geweest. Eerdere denkers zoals Michel Foucault en Kenneth Dover beschreven deze relaties vooral als machtsverhoudingen, waarin ongelijkheid centraal stond. Davidson laat daarentegen zien dat er ook sprake was van wederzijdse liefde, affectie en zelfs formele relaties tussen mannen.
Cultureel erfgoed
Daarmee onderstreept zijn werk dat queer relaties geen marginaal of afwijkend verschijnsel waren, maar een volwaardig onderdeel van de samenleving. Dat inzicht werd zelfs gebruikt in moderne debatten rond het homohuwelijk en toont aan dat queer liefde geen recente ‘trend’ is, maar diepgeworteld zit in onze geschiedenis.
Misschien is dat precies waarom Griekenland vandaag relatief vooruitstrevend is op het vlak van LGBTQ+-rechten.
De aanwezigheid van een cultureel erfgoed waarin queer relaties en identiteiten niet vreemd zijn, kan bijdragen aan een bredere maatschappelijke acceptatie. Door deze verhalen te erkennen en actief door te geven, ontstaat er ruimte om queer bestaan niet als afwijking te zien, maar als een vanzelfsprekend onderdeel van onze geschiedenis en hedendaagse samenleving.
Solliciteren via Instagram: Artificiële intelligentie als nieuwe carrièrecoach voor jongeren?
Voor jongeren verloopt solliciteren steeds vaker via de kanalen waar ze dagelijks actief zijn: sociale media. Bedrijven spelen daarop in met nieuwe tools die het proces sneller en eenvoudiger maken, zoals het Nederlandse uitzendbureau Youth Capital, die op 14 april solliciteren via Instagram lanceerde. De vraag is alleen of die digitale versnelling het sollicitatieproces ook echt beter maakt.
Youngcapital, een Nederlands uitzendbureau voor jongeren, lanceerde op 14 april een manier om via Instagram te solliciteren met een AI-chatbot. Via de chatfunctie kunnen jongeren in hun vertrouwde omgeving met enkele berichten aangeven wie ze zijn en naar welk type job ze op zoek zijn. Volgens Youngcapital zijn er in korte tijd al meer dan 2.000 sollicitaties in Nederland via de tool binnengekomen. Dat België hierin zou volgen, vinden experts een logische volgende stap. Chris Demeyere, social media expert bij Punchline, vindt het geen verrassing dat solliciteren steeds meer via sociale media verloopt. “Vandaag starten sollicitaties op een bepaald niveau bijna allemaal via sociale media”, zegt hij. “Het is logisch om AI in dat proces te gebruiken, maar dat maakt het systeem niet automatisch beter.”
Maar liefst 38 procent van jongeren tussen 19 en 26 jaar gebruikt liever AI voor hulp bij het solliciteren dan het advies van hun ouders. Toch ziet Demeyere ook problemen met de betrouwbaarheid van de selectie: AI kan wel inschatten wie meestal een goede match lijkt, “maar daardoor vallen minder gewone of afwijkende kandidaten sneller uit de boot”. Hij benadrukt ook dat AI vandaag nog altijd aan het handje moet worden gehouden. Volgens hem ontbreekt er nog onderscheidend redeneren en een volwassen beslissingsmodel.
AI werkt volgens Demeyere vooral op basis van taalpatronen: het kan aangeven waar meestal ‘ja’ op gezegd wordt, maar kan niet garanderen dat elke beslissing klopt. Daarom raadt hij aan om AI vooral te gebruiken in de voorbereiding, bijvoorbeeld voor een eerste filtering of om vragen te genereren, maar altijd met een mens die elk gesprek meevolgt en de uitkomst nakijkt.
Gericht op jongeren
De keuze van Youngcapital voor Instagram is volgens Demeyere logisch. Jongeren brengen er veel tijd door, het platform is toegankelijk en de advertentiemogelijkheden zijn sterk uitgebouwd. “Als je kijkt naar waar jongeren zitten, dan is Instagram één van de belangrijkste kanalen, zeker in België en Nederland”, legt hij uit. Voor serieuze loopbaangesprekken blijft Linkedin volgens hem wel het belangrijkste professionele platform, maar voor bereik en snelheid zijn Instagram, Snapchat en Tiktok bijzonder aantrekkelijk.
Medeoprichter van Youngcapital Hugo de Koning noemt de Instagram-tool dan ook een noodzakelijke vernieuwing. “We kijken altijd naar wat slimmer en sneller kan in het sollicitatieproces”, zegt hij. De AI-chatbot moet fungeren als een soort persoonlijke carrièrecoach die de wensen van gebruikers vertaalt naar concrete vacatures. Doordat alles binnen Instagram blijft, hoeven jongeren het platform niet te verlaten, wat de drempel om effectief te solliciteren verlaagt.
Mark Maldeghem, CEO van Jobat, noemt de Instagram-chat van Youngcapital “een logische stap voor een generatie die minder graag mailt”. Tegelijk wijst hij erop dat Jobat zelf ook AI gebruikt om vacatures beter te matchen en te verspreiden via onder meer Instagram en Linkedin. “De data van Instagram staan allemaal op servers buiten Europa”, zegt hij. “Daar zijn ook beperkingen aan wat je mag doen.”
Tiktok
De grootste uitdaging zit volgens hem in de korte aandachtsspanne op zulke platforms: “Op een paar minuten tijd moet de vacature een passend persoon vinden.” Over Tiktok is hij daarom terughoudend. Het platform werd vooral gebouwd rond korte, vluchtige video’s, waardoor het moeilijk is om in één beperkte interactie genoeg gestructureerde informatie te verzamelen voor een serieuze sollicitatie. Daarbovenop spelen ook privacy- en datakwesties mee: de Europese toezichthouder legde Tiktok in 2025 nog een boete van 530 miljoen euro op wegens problemen met de bescherming en overdracht van gebruikersdata buiten de EU. De vraag is volgens Maldeghem dan ook of Instagram wel het juiste kanaal is voor serieuze sollicitaties.
Demeyere ziet het anders. “Wat valt er te verliezen?” Hij legt uit dat AI vooral dient om snel te filteren en voor te bereiden, maar dat de echte beoordeling en verantwoordelijkheid bij mensen liggen. “Er blijft altijd een menselijke schakel nodig”, besluit hij.
Opinie | Een gemiste kans: Theroux kijkt toe terwijl de manosfeer groeit
De documentaire ‘Inside the Manosphere’ staat sinds begin maart op Netflix. Louis Theroux probeert de complexiteit van de omstreden online community te tonen. De aantrekkingskracht van dit omstreden gedachtengoed is verontrustend. Als we kijken naar de cijfers van Ipsosuit maart 2026 vindt een kwart van de Gen Z-mannen dat een vrouw niet onafhankelijk moet zijn en twintig procent dat een vrouw geen seks mag initiëren. Als samenleving hebben we een gedeelde verantwoordelijkheid in deze groeiende populariteit en net daar slaat Louis Theroux de bal mis.
De manosfeer is een online netwerk van websites, fora en sociale media, gemaakt door en voor mannen, waarop traditionele mannelijkheid en vrouwvijandigheid worden gepropageerd. Toxische hypermannelijkheid, zelfontwikkeling en antifeminisme staan er centraal. Zo deed de ondertussen veroordeelde Harrison Sullivan, ook bekend onder de naam ‘HSTikkyTokky’, alarmerende uitspraken: “Ik coach jongens hoe ze een fucking echte man kunnen zijn, hoe ze geld moeten verdienen, hoe ze buiten het systeem kunnen staan, hoe ze niet onder een baas hoeven te werken die hen vertelt wat ze moeten doen.”
Onzekerheid als verdienmodel
Cijfers van Ipsos tonen aan dat de impact van dit problematische gedachtengoed niet te onderschatten zijn. Nochtans grijpt Theroux geen enkele kans om de content creators te confronteren met deze cijfers, noch haalt hij de cijfers aan in zijn documentaire. De weerslag is ongezien en daarvan blijft de kijker volledig in het ongewisse. Door deze invloed op de nieuwe generatie niet te benadrukken, blijft deze ideologie een ver-van-mijn-bedshow voor vele Netflixkijkers. Tegelijkertijd blijft de populariteit onder jonge mannen alsmaar groeien.
De manosfeer dient als verdienmodel voor de controversiële content creators. De twijfels en onzekerheden van jonge mannen vormen hun inkomen. De aanhangers van hun content hebben het vertrouwen in onze maatschappij verloren. Die gevoelens nemen de bovenhand en wij, als samenleving, bieden niet langer het vangnet waar ze naar hunkeren. Die gedeelde verantwoordelijkheid laat Theroux links liggen, waardoor we nog steeds niet verder kijken dan onze neus lang is en blijven steken in kortzichtigheid.
“De manosfeer dient als verdienmodel voor de controversiële content creators”
In plaats van de kijker bewust te maken van de maatschappelijke invloed van deze ideologie, kijkt Theroux passief toe terwijl de influencers het heft in eigen handen nemen. In de documentaire doen de controversiële mannen aan pedojagen, een fenomeen waarbij burgers zelf op zoek gaan naar personen die verdacht worden pedofiele gevoelens te hebben. Zo zette iemand van het team van Harrison Sullivan een date op met een oudere man, door zich voor te doen als een jong meisje. Vervolgens wachtten ze hem op en sloegen hem in elkaar. Het volledige gebeuren werd uitgezonden op de livestream van HSTikkyTokky. Theroux hield zich op de achtergrond, zonder de problematische aard van de situatie te erkennen. “Ik ging weg en keek vanop een afstand toe”, stelt Theroux in een voice-over tijdens de scène.
Manosfeervriendjes
Het gebrek aan een scherpzinnige blik en een journalistieke benadering wordt ook zichtbaar wanneer Theroux zich meer zorgen lijkt te maken over zijn reputatie en zijn relatie met de content creators dan het aannemen van een kritische houding. Zo vraagt hij herhaaldelijk aan Harrison Sullivan: “Gaat het goed tussen ons? Echt? Want soms weet ik het niet zo zeker.” Hij wil voortdurend garanderen dat hij op goede voet staat met zijn manosfeervriendjes. Hoewel een vriendschap niet noodzakelijk is om de waarheid te achterhalen of controverses aan het licht te brengen.
“Theroux wil voortdurend garanderen dat hij op goede voet staat met zijn manosfeervriendjes”
Toch legt Theroux ook enkele contradicties bloot. Wanneer Harrison Sullivan gevraagd wordt of hij OnlyFansmeisjes managet, ontspint zich een monoloog waarin hij zichzelf tegenspreekt: “Ik manage ze zelf niet, maar ik heb wel een agentschap gekocht dat dat doet. Ben ik het ermee eens? Nee. Verdien ik eraan? Ja. Ik ben een zakenman. Ik doe het verdomme niet voor mijn plezier. Mijn dochter heeft niets te zoeken op Onlyfans, ik zou haar dan onterven.” In deze onthullende uiteenzetting komt zijn tegenstrijdige mentaliteit duidelijk naar voren. Theroux toont de mens achter het controversiële verdienmodel door een rustige en vasthoudende vraagstelling te hanteren.
Een comfortabel bedje van ongemak
Louis Theroux heeft een welbekende documentairestijl waarbij hij de gewoonte heeft om zich volledig onder te dompelen in de leefwereld van zijn onderwerp. Daarbij is hij niet verlegen om de ongemakkelijkheid op te zoeken. Dat blijkt uit eerdere documentaires, ‘The Settlers’, die toont hoe de groeiende gemeenschap van religieus-nationalistische Israëlische kolonisten zich in de Westelijke Jordaanoever vestigden.
In ‘Inside the Manosphere’ is dat niet anders en besluit hij actief deel te nemen aan de omstreden podcast ‘Fresh and Fit’ van Myron Gaines. Daar wordt hij zelf onderwerp van gesprek, zowel in de podcast als in de bijhorende livestream. Toch rijst de vraag of het noodzakelijk is voor Theroux om deze schadelijke content te voeden. De online community wordt gekenmerkt door choquerende uitspraken en over de aard van deze onthutsende inhoud bestaat geen twijfel. Theroux’ deelname is een ongelukkige journalistieke keuze en reduceert hem slechts tot een speelbal van de podcasthost, Myron Gaines.
Nochtans heeft deze immersietechniek hem al opmerkelijke resultaten opgeleverd, zoals in ‘The City of Crystal Meth’. Daar slaagt hij erin om via onthullende conversaties een indringend beeld te schetsen van de verwoestende gevolgen van een methverslaving. Om die realiteit tastbaar te maken voor de kijker, was het ook niet nodig om meth te gebruiken.
Manipulatieve werkwijze
Dat Louis Theroux het onderwerp wordt van de content blijkt nogmaals aan het einde van de documentaire. Harrison Sullivan, HSTikkyTokky, filmt Theroux ongevraagd voor zijn livestream. “HS lijkt van tactiek veranderd te zijn en wilt me onder druk zetten”, zegt Theroux in de documentaire. Het bekijken van dit fragment voelt aan als een soort teruggekaatste ongemakkelijkheid.
“De manipulatieve werkwijze van de manosfeer-influencers toont hoe ze het visuele medium beter beheersen dan Theroux zelf”
De manipulatieve werkwijze van de manosfeer-influencers toont hoe ze het visuele medium beter beheersen dan Theroux zelf. Ook Theroux merkt dat op. Hij wijst hen op het verschil tussen hun vlogachtige aanpak en zijn eigen documentaireaanpak: “Tegen wie heb je het? We zitten nu niet op sociale media. Dit is een echte documentaire.” De snelheid van Harrisons livestream neemt de documentaire van Theroux over. Daardoor lijkt de documentairemaker steeds minder bekwaam voor het analyseren van de community van de manosfeer. Zijn documentairestijl botst met de snelheid en visuele logica van de online platformen van de manosfeer-influencers. Een documentairemaker die dichter bij deze digitale cultuur staat en de dynamiek van sociale media beter beheerst, zou een scherpere en meer maatschappelijk geëngageerde inkijk kunnen bieden in deze community.
Opinie | Een pleidooi voor een efficiënt én eerlijk hoger onderwijs
Als Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) het hoger onderwijs efficiënter wil maken, doet ze er beter aan de zogenaamde ‘bewust eeuwige student’ met open armen te verwelkomen in plaats van er met de vinger naar te wijzen, vindt Oona-Lisa Desmet.
Minister Demir houdt van efficiëntie. Dat blijkt uit het beleidsvoorstel dat De Morgen in januari kon inlezen. Ze pleit voor een verstrenging van de studievoortgangsregels. Studenten moeten minstens 54 studiepunten van de 60 opnemen, slagen voor 80 procent van de opgenomen studiepunten en krijgen maximaal vier examenkansen per vak over hun volledige studietraject.
Waarom? Ongeveer 35 procent van de studenten behaalt het bachelordiploma binnen de vooropgestelde studieduur. Dat is weinig, té weinig volgens Demir en daarom worden de cijfers gebruikt als verantwoording voor het voorstel. De vraag is echter wat er schuilt achter de overige 65 procent van de studenten. Hebben ze een gebrek aan motivatie? Doen ze dat bewust, dat ‘eeuwig’ studeren? De cijfers missen context, ze zeggen niets over de achtergrond van studenten, en het is daar waar het schoentje knelt binnen dit beleidsvoorstel.
Weerspiegeling van het dagelijkse leven
Dé student volgt immers niet altijd de meeste lineaire en mooi geplaveide weg. Het gebeurt dat er eens een steen losligt of ontbreekt. Dat de student een andere richting uit moet of eerst de weg moet herstellen vooraleer verder te kunnen. Zo gaat het er ook aan toe in het dagelijkse leven en laat onderwijs nu net daar de weerspiegeling van zijn.
Sommigen moeten studies combineren met werk, iets wat het beleid zelf stimuleert via voordelige werkstudentenregelingen. Anderen kampen met mentale of fysieke gezondheidsproblemen. Niet iedere thuissituatie is even stabiel. En niet elke student heeft de bagage om meteen te functioneren in het hoger onderwijs, een systeem doordrenkt van impliciete normen, regels en verwachtingen, zoals academische taal en bepaalde voorkennis. Die 65 procent van de studenten over dezelfde kam scheren en strenger aanpakken om de motivatie te verhogen? De context toont ons dat het dan de meest kwetsbaren zullen zijn die door de uniforme regels zullen worden getroffen.
“Het beleid lijkt ervan uit te gaan dat studievertraging een puur individuele keuze is en alleen afhangt van de inzet van de student”
Oona-Lisa Desmet
Die individuele verhalen staan bovendien niet los van bredere structurele keuzes. Het beleid lijkt ervan uit te gaan dat studievertraging een puur individuele keuze is en alleen afhangt van de inzet van de student. Maar als ook de bredere structurele factoren in rekening worden gebracht, dan vertelt ons dat een ander verhaal.
Er wordt namelijk bespaard op het hoger onderwijs, waardoor studiekosten stijgen. Sommigen worden daardoor verplicht om tijd te maken voor een studentenjob om studies te kunnen betalen. Tijd die dus niet naar de studies kan gaan. Daarnaast zorgen besparingen voor minder begeleiding en grotere groepen, waardoor net die studenten die extra ondersteuning nodig hebben, minder worden opgevangen. We moeten dus verder durven kijken dan de simplistische individualisering en inzetten op de betaalbaarheid van studeren.
2.000 opties
Tot slot is het hoger onderwijs geen afgesloten ruimte in het bredere onderwijsveld. Hoe het middelbaar wordt ervaren en de keuzes die daar al dan niet worden gemaakt, hebben een invloed op de mate waarin het verder studeren vlot verloopt. Je bent 18 en hebt keuze tussen meer dan 2.000 opties. Enkel jij maakt de keuze en wordt er dan ook voor verantwoordelijk gesteld.
De voorgestelde maatregelen drijven die verantwoordelijkheid alleen nog maar op, maar maakt de student er ook een meer doordachte studiekeuze door? Begint het ‘efficiënt’ studietraject niet eerder bij de ondersteuning in dat studiekeuzeproces in plaats van sanctionering na de eerste bachelorjaren?
“We hebben maatregelen nodig die wat meer doen dan alleen de focus leggen op de sanctionering van studenten”
Oona-Lisa Desmet
De huidige ondersteuning schiet tekort. De SID-IN-beurs, een informatiemarkt voor zesdejaars, en de open-les-weken geven dan wel een oppervlakkig beeld van het aanbod, maar helpen niet in het leren kennen van de eigen interesses. Wat nodig is, zijn structurele gesprekken met ruimte voor zelfreflectie, realistische verwachtingen en het doorbreken van vooroordelen over zowel leerlingen, als opleidingen zelf. Het herwaarderen van niet-academische paden is hierbij een must.
Het is het welbevinden van studenten dat ertoe doet en dat de basis vormt om tot leren te komen. Studenten die zich goed voelen, geloven in hun toekomstkansen, hun capaciteiten en komen tot betere leerprestaties. Efficiëntie in het hoger onderwijs begint dus niet bij strengere regels, maar bij het creëren van omstandigheden waarin elke student kan slagen.
Kortom: er is méér dan alleen de student die wat harder moet studeren en wat meer zijn best moet doen. We hebben maatregelen nodig die wat meer doen dan alleen de focus leggen op de sanctionering van studenten. Dus nogmaals, wanneer Demir het hoger onderwijs efficiënter wil, kan ze beter in plaats van met de vinger te wijzen naar de ‘bewust eeuwige student’, haar armen gebruiken om deze heel ver te openen zodat de focus verschuift van uitsluiting naar verwelkoming.
“Er is veel drugsproblematiek en sluikstort rond het De Coninckplein in Antwerpen”
Vooruit Antwerpen organiseerde in Café Kiebooms zaterdag op het De Coninckplein een studiedag over de leefbaarheid van de stad. Verschillende organisaties en bewoners gingen daarbij samen in gesprek over de vraag hoe wijken aangenamer en veiliger kunnen worden voor iedereen. “Vooral vrouwen voelen zich onveilig.”
In Café Kiebooms op het De Coninckplein bracht Vooruit Antwerpen zaterdag verschillende organisaties en bewoners samen voor een studiedag rond een leefbare stad. De vraag die centraal stond: hoe kunnen wijken aangenamer en veiliger worden voor iedereen?
J100, United 2060 en studiebureau Endeavour onder anderen namen deel. J100 bracht het perspectief van jongeren binnen, United 2060 vertegenwoordigt buurtorganisaties en bewoners uit Antwerpen-Noord, en Endeavour kijkt naar hoe stedelijke ruimte beter kan inspelen op maatschappelijke noden.
“Er is een groot onveiligheidsgevoel op het De Coninckplein” – Kim Verwimp (buurtbewoner)
De studiedag kwam er na een duidelijke noodkreet uit de buurt. “Er is een groot onveiligheidsgevoel op het De Coninckplein. Vooral vrouwen voelen zich onveilig”, zegt bewoner Kim Verwimp. Ze wijst ook op andere problemen: “Er is veel drugsproblematiek en sluikstort in de wijk.”
Tijdens de sessie gingen deelnemers open met elkaar in gesprek. Er werden vragen gesteld langs beide kanten en ervaringen gedeeld. Thema’s zoals betaalbaar wonen, welzijn en veiligheid kwamen daarbij vaak terug. “Mensen zoeken naar signalen vanuit de politiek om hen daarbij te helpen”, aldus Verwimp.
“Mensen die hier al tien of twintig jaar wonen bevestigen dat die problemen al lang spelen” – Nisrine Bolakhrif (reporter StampMedia)
Ook onderzoek uit de buurt zelf werd gedeeld. Nisrine Bolakhrif, reporter bij StampMedia, doet onderzoek naar veiligheid en leefbaarheid rond het De Coninckplein. Ze bracht de eerste resultaten mee. “Er zijn nu al meer dan honderd ingevulde enquêtes”, vertelt ze. “De cijfers bevestigen wat bewoners al langer aangeven. Signalen die al jaren leven in de buurt komen opnieuw duidelijk naar boven in de data.” Onder meer problemen als zwerfvuil, openbaar drugsgebruik en een algemeen gevoel van onveiligheid komen in dat onderzoek naar voren. “Mensen die hier al tien of twintig jaar wonen bevestigen dat die problemen al lang spelen”, zegt Bolakhrif.
De studiedag was geen eenmalig initiatief. Vooruit Antwerpen wil de komende tijd op verschillende plekken in Antwerpen dergelijke bijeenkomsten houden. Zo wordt er onder meer gewerkt aan een buurtfeest om bewoners opnieuw dichter bij elkaar te brengen. Verwimp is daar een groot voorstander van. “We moeten de samenhang in de wijk opnieuw versterken.”












Alexia Dhertoge, de stem achter Alice Mae: “We willen dat het rockt”
Alexia Dhertoge, beter bekend onder haar artiestennaam Alice Mae, won begin 2025 De Nieuwe Lichting, een muziekwedstrijd van Studio Brussel. “Dit jaar was de eerste keer in mijn volwassen leven dat ik de Nieuwe Lichting volgde als fan, niet om mezelf in te schrijven.”
In 2025 won Alexia Dhertoge onder haar artiestennaam Alice Mae de Nieuwe Lichting, een muziekwedstrijd van Studio Brussel. “Dit jaar was de eerste keer in mijn volwassen leven dat ik de Nieuwe Lichting volgde als fan, niet om mezelf in te schrijven”, zegt ze. Haar overwinning was het resultaat van hard werken en niet opgeven. Dat klinkt natuurlijk cliché, maar het is wel zo. Goede muziek valt niet zomaar uit de lucht en dat beseft Alexia ook. Ze weet een balans te vinden tussen haar dromen en de realiteit. “Als artiest moet je wel een beetje durven dromen. Mijn droom is om op de mainstage van Rock Werchter te staan. Maar ik ben ook een realist. Rock Werchter gaat morgen niet bellen en vragen: ‘Hé, wil je op de mainstage staan?’ Je moet er wel voor werken.”
Muziek als leidraad
Lang voor ze zelf nummers begon te schrijven, was Alexia al bezig met muziek. Al snel hadden haar ouders door dat ze daar iets mee wou doen. Ze begon dan ook op zevenjarige leeftijd met de muziekschool. Daar deed ze zang en later ook piano. “Ik herinner me dat ik als kind zong over alles wat ik deed. Dan maakte ik liedjes over ik die met mijn poppen speelde”, vertelt Alice Mae lachend. “Ik kan me eigenlijk geen periode herinneren in mijn leven dat ik niet met muziek bezig was. Muziek is een heel universele taal. Je kan elkaar begrijpen, ook al kom je uit een totaal andere leefwereld.”
“Toen ik zeventien of achttien jaar was, ben ik zelf nummers beginnen te schrijven. Ik wou dat niet onder mijn eigen naam doen om de simpele reden dat ik Alexia slecht vind klinken, zeker in het Engels. Zo is Alice Mae ontstaan. Dat is nu tien jaar geleden”, vertelt ze.
“Het is zonder toeters en bellen. We staan daar ook gewoon in jeans en sneakers”
– Alice Mae
De sound van haar muziek is erg jaren ‘90 en 2000. Ze ziet het als no-nonsens rock. “Wij willen gewoon dat het rockt. Het moet niet veel meer zijn dan dat. Het is zonder toeters en bellen. We staan daar ook gewoon in jeans en sneakers.”
Goesting overstemt stress
Al van haar veertiende staat Alexia op een podium. Keer op keer stapt ze kalm en ontspannen het podium op. Ze ervaart weinig stress voor en tijdens optredens. Voor een volle wei van Crammerock, een Belgisch festival in Stekene, zal ze niet op trillende benen het podium betreden, maar wel met veel goesting. “Raar hè? Soms denk ik dat ik krankzinnig ben omdat ik zo weinig stress ervaar. Maar in mijn hoofd zeg ik gewoon: ‘nice, cool, we gaan ons amuseren.’ Mijn vader kwam deze zomer elke keer kijken. Meestal heeft hij samen met mijn vrienden stress in mijn plaats”, vertelt ze.
“Ik vind het belangrijk om in alles plezier te hebben. Aan de andere kant moet het ook goed zijn” – Alice Mae
Ze beschrijft zichzelf dan ook als nonchalant en perfectionistisch tegelijk. Alice Mae: “Nonchalant in de zin dat je de dingen niet altijd super serieus moet nemen. Ik vind het belangrijk om in alles plezier te hebben. Aan de andere kant moet het ook goed zijn.”
Naast haar muziek werkt Alexia fulltime als jeugdhuisondersteuner in Geraardsbergen. Ze doet dat met passie. Daar kan ze focussen op de jongeren en even afstand nemen van Alice Mae. Ooit ziet ze het wel zitten om fulltime muziek te maken, maar ze vindt het belangrijk om naast Alice Mae nog iets anders te doen. “Als ik altijd als Alice Mae zou werken, zou het voor mij voelen alsof ik de hele tijd met mezelf bezig ben. Dat voelt raar”, vertelt ze. “Als ik fulltime muzikant zou zijn, zou ik vrijwilliger worden in een dierenasiel om afwisseling te hebben.”
Volwassen zijn
Waar je Alice Mae ziet, zie je de club of messed up grown ups. Dat is ooit ontstaan uit de lyrics van een nummer, maar nu uitgegroeid tot een groep waarin fans zich kunnen herkennen. Alice Mae: “De club of messed up grown ups is het type volwassene dat het wel belangrijk vindt om het leven te grijpen. Het type mensen dat naar festivals gaat en al eens een pint te veel drinkt en op dat moment niet wil bezig zijn met hoe het belastingsysteem in elkaar zit. Het volwassen zijn lijkt soms voor de hand liggend, terwijl dat niet het geval is.”
De club of messed up grown ups is het type volwassene dat het wel belangrijk vindt om het leven te grijpen. Het type mensen dat naar festivals gaat en al eens een pint te veel drinkt en op dat moment niet wil bezig zijn met hoe het belastingsysteem in elkaar zit” – Alice Mae
Veel van haar muziek slaat ook terug op dat volwassen zijn. Of zoals ze het zelf beschrijft: “Langs de ene kant weet je niet wat je moet doen, maar aan de andere kant denk je ook: ‘fuck it’, we doen het op onze eigen manier.” In haar teksten probeert ze dat te vatten.
Een blik op de toekomst
Het komende jaar staan er nog heel wat optredens op de planning voor Alice Mae. In het najaar komt haar debuutplaat eraan. “Het gekke is, aan een debuutplaat schrijf je al je hele leven. Er zitten nummers bij die vier jaar geleden geschreven zijn, andere drie maanden geleden. Dus dat is wel een interessante mix.”
Ze kijkt op naar carrières van bands zoals Clouseau, die al veertig jaar bestaan. “Mijn droom is om binnen twintig jaar met de band in een tourbus te zitten ergens in Europa en te kunnen zeggen: ‘Amai, de Nieuwe Lichting is al twintig jaar geleden.’”
Wie blijft onzichtbaar? Expo ‘In Plain Sight’ in Arenberg doorbreekt het beeld
Op 3 mei opent in Arenberg de tentoonstelling ‘In Plain Sight’, een expo die opkomende kunstenaars uit de Afrikaanse diaspora samenbrengt, met daarnaast werk van de Oegandese kunstenaar Elijah Muwereza. Het project wil niet alleen kunst tonen, maar ook de vragen stellen: wie krijgt vandaag een plek in de kunstwereld? En wie blijft onzichtbaar?
De expositie ‘In Plain Sight’ opent op 3 mei in Arenberg. Achter de expo staat het Antwerpse collectief Nana Benz, in samenwerking met het creatieve duo Fouzia&Brecht. Wat begon als een idee binnen het team, groeide uit tot een ambitieus project met een duidelijke maatschappelijke insteek.
“Nana Benz werd opgericht omdat er een plek ontbrak die echt gericht is op de Afrikaanse diaspora”, vertelt Graciëlle Kwizera, vrijwilliger in het productieteam van Nana Benz. “En er leeft nog altijd een beeld van Afrika alsof het één geheel is, terwijl het zo’n divers continent is.” Vanuit diezelfde visie kruisten de paden van Nana Benz en het creatieve duo Fouzia&Brecht, die via de persoonlijke sponsor van Elijah Muwereza zijn werk te zien kregen. Vanuit die samenwerking groeide het idee voor ‘In Plain Sight’.
“We hebben er expliciet voor gekozen om enkel kunstenaars uit de Afrikaanse diaspora te tonen, omdat zij vaak als ééndimensionaal worden gezien” – Graciëlle Kwizera (vrijwilliger productieteam Nana Benz)
De expo brengt kunstenaars uit de Afrikaanse diaspora samen en wil die diversiteit zichtbaar maken. Niet via één verhaal, maar via meerdere perspectieven: kunstenaars met verschillende achtergronden, ervaringen en stijlen. Die focus is bewust. “We hebben er expliciet voor gekozen om enkel kunstenaars uit de Afrikaanse diaspora te tonen, omdat zij vaak als ééndimensionaal worden gezien.”
Voor wie?
Naast representatie speelt ook toegankelijkheid een grote rol in het project. Volgens Graciëlle blijft kunst voor veel mensen ontoegankelijk. Niet alleen mentaal, maar ook financieel. “Er hangt nog altijd een beeld rond kunst alsof het voor een bepaalde groep is, rijkere mensen. We wilden die drempel verlagen en tonen: dit is ook een wereld waar jij bij hoort.”
Met een gratis tentoonstelling probeert ‘In Plain Sight’ die barrière effectief te doorbreken. Maar tegelijk legt het project een dieper probleem bloot: toegang tot kunst is niet alleen een kwestie van interesse, maar ook van middelen. “Kunst is geen gratis hobby. Materiaal kost geld, opleidingen kosten geld… en zo krijg je een sector die eerder voor de ‘rijke’ is omdat het door de hoge kosten niet voor iedereen even toegankelijk is.”
Die vaststelling raakt aan een bredere ongelijkheid binnen de kunstwereld. Wie de middelen heeft om te creëren, studeren en netwerken, heeft automatisch een voorsprong. Initiatieven zoals deze expo proberen dat patroon te doorbreken, maar leggen tegelijk bloot hoe diep die structuren verankerd zijn.
De rode draad
Oegandese kunstenaar Elijah Muwereza, wiens werk de basis vormde voor de expo, kan zelf niet aanwezig is in Antwerpen. Toch blijft hij een centrale figuur binnen In Plain Sight. Zijn werk vormt de rode draad van de tentoonstelling en creëert een inhoudelijke verbinding tussen de verschillende werken en verhalen.
Tijdens de expo wordt er ook geld ingezameld om zijn artistieke praktijk verder te ondersteunen en de creatie van nieuw werk mogelijk te maken. Die ondersteuning wordt niet alleen gezien als een versterking van zijn huidige werk, maar ook als een investering in de toekomst: met de ambitie dat hij op termijn kan doorgroeien naar een rol waarin hij andere kunstenaars kan inspireren en begeleiden.
Voor Elijah betekent deelname aan de expo meer dan alleen blootstelling. “Ik voel me gehoord en gezien in een ruimte vol mensen.” Zijn werk vertrekt vanuit persoonlijke ervaringen: een jeugd gekenmerkt door armoede en leven op straat. Die herinneringen vertaalt hij naar grote, gelaagde schilderijen waarin gevoelens centraal staan. “Dit zijn mijn gevoelens en herinneringen. Schilderen geeft mijn ziel rust.”
“Ik vind altijd gelijkaardige schilderijen, maar geen kunstenaar zoals ik” – Elijah Muwereza (kunstenaar)
Zijn kunst gaat niet alleen over zichzelf, maar ook over bredere verhalen binnen zijn gemeenschap. Toch botst hij op een herkenbaar probleem binnen de kunstwereld: een gebrek aan ruimte voor andere stemmen. “Ik vind altijd gelijkaardige schilderijen, maar geen kunstenaar zoals ik.”
Volgens hem ligt de focus bovendien te vaak op competitie en technische perfectie, terwijl persoonlijke expressie onderbelicht blijft.
Zeven kunstenaars, zeven verhalen
Naast Elijah tonen ook zes Belgische kunstenaars uit de Afrikaanse diaspora hun werk. Hun verhalen lopen uiteen, maar raken aan gelijkaardige thema’s. Graciëlle ziet duidelijke lijnen terugkeren: “Het gaat vaak over eenzaamheid en jezelf blootleggen.”
Sommige kunstenaars verkennen hun dubbele identiteit, anderen brengen kwetsbare zelfportretten rond mentale gezondheid. Er zijn ook werken die focussen op familie en voorouders. Die diversiteit maakt de expo gelaagd: geen eenduidig verhaal, maar een verzameling persoonlijke perspectieven. De titel van de expo, ‘In Plain Sight’ verwijst naar wat zichtbaar lijkt, maar vaak niet écht gezien wordt. Volgens de organisatie gaat het over de kloof tussen zelfbeeld en hoe anderen naar je kijken, zeker binnen de Afrikaanse diaspora, waar stereotypen nog steeds een rol spelen.
Meer dan alleen kijken
De vernissage op 3 mei wordt meer dan een klassieke opening. Bezoekers krijgen de kans om de kunstenaars te ontmoeten en hun verhalen te horen. Er staat een panelgesprek met de kunstenaars op het programma, aangevuld met een spoken word performance. Eén werk wordt bovendien live voorgedragen door de maker.
Het gaat er niet alleen om kijken naar kunst, maar ook om beleven en begrijpen. De tentoonstelling loopt tot 30 mei en blijft gratis toegankelijk, met als doel een zo breed mogelijk publiek aan te spreken.
“Of we die kloof echt gaan verkleinen, dat weet ik niet, maar participatie is het belangrijkste” – Graciëlle Kwizera (vrijwilliger productieteam Nana Benz)
Hoewel de expo meer ruimte creëren voor kunstenaars uit de Afrikaanse diaspora en een meer divers publiek aantrekken, blijven de organisatoren realistisch. “Of we die kloof echt gaan verkleinen, dat weet ik niet, maar participatie is het belangrijkste”, aldus Graciëlle. Of ‘In Plain Sight’ die systemen zal veranderen, is ook onzeker. Maar dat het gesprek wordt geopend, staat vast. Daar ligt de kracht van de tentoonstelling: niet alleen tonen wat zichtbaar is, maar ook blootleggen wat nog steeds buiten beeld blijft. Voor Elijah is de boodschap alvast eenvoudig: “Als ze niet komen, breng ik het werk naar hen.”
Op zaterdag 23 mei organiseert Nana Benz een festival in Arenberg naar aanleiding van Africa Day. Info en tickets vind je hier.
Kunst verandert voortdurend en brengt verandering teweeg. In de reeks ‘Kunst in transitie’ onderzoekt StampMedia hoe kunst meebeweegt met thema’s als gender, identiteit, cultuur en duurzaamheid. In woord, beeld en geluid zoeken reporters naar wat kunst vandaag betekent en waar ze naartoe evolueert.