Araya 2 is uitgegeven bij Pelckmans Uitgeverij.
Column | “De grootste tragedie van Afghanistan is niet dat het zoveel oorlogen heeft gekend. Het is dat de wereld eraan gewend is geraakt”
Sommige oorlogen eindigen op papier, maar blijven verder leven in de mensen die ze hebben meegemaakt. Afghanistan is daar een voorbeeld van.
In een reeks columns neemt Fatima Noori (18) ons, vijf jaar nadat de taliban de macht opnieuw overnamen, mee in haar gedachtewereld over haar geboorteland Afghanistan. Vandaag deel 1: Afghanistan, meer dan een oorlogsland. Lees hier de andere columns uit de reeks.
Wanneer de wereld over Afghanistan spreekt, gaat het vaak over cijfers: hoeveel soldaten er zijn gesneuveld, hoeveel mensen er zijn gevlucht, hoeveel jaren conflict het land heeft gekend. Maar achter elke statistiek zitten mensen. Families die hun huis verloren. Kinderen die opgroeiden tussen angst en onzekerheid. Ouders die hun kinderen een toekomst wilden geven, maar zelf nooit vrede hebben gekend.
Afghanistan is mijn geboorteland. Het land waar mijn eerste herinneringen liggen. Het land dat mijn familie en ik moesten verlaten omdat veiligheid geen zekerheid meer was. Vandaag woon ik in België, maar Afghanistan blijft een deel van mij. De verhalen van mijn land draag ik iedere dag mee.
Vrede is meer dan stoppen met vechten
Meer dan veertig jaar oorlog heeft diepe wonden achtergelaten. Eerst was er de Sovjetoorlog, daarna de burgeroorlogen, de internationale militaire aanwezigheid en uiteindelijk de terugkeer van de taliban aan de macht in 2021. Veel Afghanen hoopten na zoveel jaren geweld eindelijk op rust. Maar vrede betekent meer dan het stoppen van gevechten. Vrede betekent dat mensen veilig kunnen leven, hun kinderen naar school kunnen sturen en hun toekomst zelf kunnen bepalen.
Vandaag leeft Afghanistan nog altijd in een zware crisis. Miljoenen mensen hebben humanitaire hulp nodig. Armoede, voedseltekorten, klimaatproblemen en een zwakke economie maken het dagelijks leven moeilijk voor veel gezinnen. De internationale hulp is sterk verminderd, terwijl de noden enorm blijven.
“Vrede betekent meer dan het stoppen van gevechten. Vrede betekent dat mensen veilig kunnen leven, hun kinderen naar school kunnen sturen en hun toekomst zelf kunnen bepalen”
Fatima Noori (18)
Maar Afghanistan is niet alleen een humanitaire crisis. Het is ook een crisis van hoop. Een hele generatie jongeren groeit op met herinneringen aan oorlog. Kinderen kennen verhalen over bommen, vluchten en verlies voordat ze verhalen kennen over dromen en mogelijkheden. Veel Afghanen hebben meerdere keren afscheid moeten nemen: van hun huizen, hun familieleden, hun veiligheid en soms zelfs van hun eigen identiteit.
De wereld lijkt Afghanistan vaak te vergeten zodra de grootste krantenkoppen verdwijnen. Maar een oorlog stopt niet wanneer de camera’s vertrekken.
Een moeder die niet weet hoe ze haar kinderen eten moet geven, leeft nog steeds in de gevolgen van oorlog. Een jongere die geen werk vindt omdat de economie is ingestort, leeft nog steeds in de gevolgen van oorlog. Een meisje dat haar dromen moet opgeven omdat haar rechten worden beperkt, leeft nog steeds in de gevolgen van oorlog.
De vader die werk blijft zoeken
Daarom mogen we Afghanistan niet alleen bekijken door de lens van politiek en macht. Achter ieder conflict staan mensen. Natuurlijk is de situatie complex. Afghanistan heeft niet alleen te maken met binnenlandse problemen, maar ook met regionale spanningen, grensconflicten en de gevolgen van internationale keuzes uit het verleden. Recente spanningen aan de grens met Pakistan hebben opnieuw geleid tot slachtoffers en nieuwe ontheemding, waardoor de kwetsbaarheid van de bevolking verder toeneemt.
Maar tussen al die politieke discussies vergeten we soms de gewone Afghanen. De vader die elke ochtend opstaat om werk te zoeken. De moeder die alles doet om haar kinderen hoop te geven. De jongere die ondanks alles blijft studeren. De journalist die blijft schrijven terwijl vrijheid van meningsuiting onder druk staat.
“Een land verdwijnt niet omdat mensen het verlaten. Afghanistan leeft voort in de herinneringen van miljoenen Afghanen over de hele wereld”
FATIMA NOORI (18)
Afghanistan is meer dan oorlog. Afghanistan is ook cultuur. Het is poëzie. Het zijn families. Het zijn mensen die ondanks alles blijven lachen, creëren en dromen. Wat mijn land nodig heeft, is niet alleen medelijden. Het heeft aandacht nodig. Het heeft een internationale gemeenschap nodig die verder kijkt dan tijdelijke belangen en begrijpt dat stabiliteit niet gebouwd kan worden op het vergeten van mensenrechten.
Ik schrijf dit als schrijver, maar ook als iemand die Afghanistan heeft moeten verlaten. Ik weet wat het betekent om een thuis achter te laten. Ik weet wat het betekent om opnieuw te beginnen in een ander land. Maar ik weet ook dat een land niet verdwijnt omdat mensen het verlaten. Afghanistan leeft voort in de herinneringen van miljoenen Afghanen over de hele wereld.
De grootste tragedie van Afghanistan is niet alleen dat het zoveel oorlog heeft gekend. Het is dat de wereld eraan gewend is geraakt. Een volk mag nooit gereduceerd worden tot een nieuwsbericht. Een land mag nooit alleen herinnerd worden door zijn conflicten.
Afghanistan is geen verloren land. Het is een land vol mensen die wachten op een toekomst waarin vrede niet alleen een woord is, maar een werkelijkheid.
Achtergrond | Voetbal op tv, is dat passé?
Het medialandschap evolueert razendsnel. Waar vroeger het hele gezin samen voor de buis zat, is er nu een overvloed aan schermen met voor ieder wat wils. Netflix, Amazon Prime, Tiktok en podcasts: allemaal concurrenten voor het lineair tv-kijken.
Streaming en sociale media zijn een bedreiging voor het klassieke tv-kijken. De aandachtspanne van de kijker verkort en daar spelen tv-makers tegenwoordig op in. Zo vertelt acteur en producer Matt Damon in ‘The Joe Rogan Podcast’ dat Netflix vraagt aan de producenten om het plot van een serie driemaal uit te leggen. Met als reden dat kijkers tegenwoordig vaak met meer dan één scherm tegelijk bezig zijn.
En ook voor ’s werelds grootste sport is dat een aanpassing. Voetbal op televisie staat onder druk. Sterker nog, afgelopen seizoen kon de Belgische voetbalfan geen wedstrijden of samenvattingen van de Jupiler Pro League, de Belgische voetbalcompetitie, bekijken op een televisiezender. Rechtenhouder DAZN kon niet tot een overeenkomst komen met de telecombedrijven waardoor liefhebbers moesten overschakelen op streaming via de DAZN-app. De rechten zijn inmiddels doorverkocht en het Belgisch voetbal komt dit seizoen terug naar Telenet en Proximus. Het rechtendebacle met DAZN legt wel een probleem bloot: de manier waarop mensen voetbal consumeren, is aan het veranderen.
Snel en veel
Leroy Deltour is content coördinator bij Play Sports en ook hij ziet dat voetballiefhebbers diverser naar voetbal kijken. “We leven sowieso in een highlights-cultuur op dit moment, veel meer dan in een cultuur van live kijken.” Alles moet dus snel gaan voor de kijker. Bij voetbal is dat soms moeilijk, iedere wedstrijd duurt minstens 90 minuten. En iedere wedstrijd loop je het risico dat er weinig of helemaal niets gebeurt.
Maar hoe omkader je die wedstrijden dan? Hoe breng je een wedstrijd het best aan de kijker? De huidige vorm is simpel: een afwisseling tussen de studio met de standaard-analisten, de wedstrijd en eventuele interviews. Maar die vorm is achterhaald, vindt Deltour. “We zijn te verliefd op onze studio. De mensen willen beelden zien van het stadion, de fans en vooral de emoties. Niet opnieuw een voor- of nabespreking met tactische analyses.”
“We posten veel korte highlights van de wedstrijden, niet per se goals, maar ook grappige of gekke situaties die in beeld worden gebracht”
Leroy Deltour (Content coördinator Play Sports)
Om de kijker ook voor de wedstrijd, tijdens de rust en nadien bij de zender te houden, zet Play Sports sterk in op content voor sociale media. Omkadering op een andere manier dus. “We experimenteren met korte shortform-YouTubevideo’s met bekende gezichten die de fans proberen warm te maken voor een topwedstrijd”, aldus Deltour.
“Ook posten we veel korte highlights van de wedstrijden, niet per se goals, maar ook grappige of gekke situaties die in beeld worden gebracht”, vervolgt hij. “We gaan op zoek naar de verhalen.”

“Onlangs brachten we comedian en Galatasaray-fan Erhan Demirci en ex-profdoelman Frank Boeckx, die Liverpool-fan is, samen als co-commentatoren voor de wedstrijd Galatasaray-Liverpool. Traditioneel worden twee co-commentatoren, en dus drie stemmen, als te veel van het goede beschouwd. Maar door hun dynamiek werkte dit toch en kregen we heel wat goede feedback.”
Podcastrevolutie
Waar voetbalfans vroeger afhankelijk waren van krant of televisie om helemaal bij te blijven met de voetbalwereld, schieten er nu podcasts over iedere competitie als paddenstoelen uit de grond. Podcasts zijn een nieuwe manier van voetbalverslaggeving die duidelijk aanslaat.
In Vlaanderen is de bekendste voetbaltalkshow ‘Extra Time’ in 2024 van het scherm verdwenen. Dat kwam deels omdat voetballiefhebbers hun voetbalnieuws uit podcasts als ‘90 Minutes’ haalden. Ook Leroy Deltour maakt deel uit van een voetbalpodcast. In ‘Kick and Rush’ fileert hij samen met Premier League-commentatoren Tim Wielandt en Jelle Tack wekelijks het belangrijkste nieuws over ’s werelds grootste voetbalcompetitie: de Engelse Premier League.
‘Kick and Rush’ begon in juni 2020 bij de herstart van de Premier League na de covidpandemie. “Met ‘Kick and Rush’ hebben we een soort community uitgebouwd in Vlaanderen met allemaal liefhebbers van het Engelse voetbal”, vertelt commentator Tim Wielandt. “Het is veel groter geworden dan ik had verwacht, we gaan sinds vorig jaar zelfs met een honderdtal luisteraars naar Engeland om samen een wedstrijd in de Premier League bij te wonen.”

“Podcasts zijn heel toegankelijk, je kan ze overal luisteren”, voegt hij eraan toe. “In de auto, tijdens het sporten of gewoon thuis. Boven op die toegankelijkheid is het ook informeler dan een talkshow op televisie. Het is veel meer lullen over voetbal, wat het voor de luisteraar of kijker herkenbaar maakt.”
Overaanbod
Meer voetbal betekent meer geld, zo denken de bestuurders van UEFA en FIFA, de Europese en internationale voetbalfederatie. In 2021 werd de Conference League voorgesteld door de UEFA, een derde Europese competitie die meer ploegen de kans geeft om zich te tonen op het Europese toneel. De UEFA introduceerde in het seizoen van 2024-2025 een nieuw format voor de Champions League, de Europa League en de Conference League zodat er meer wedstrijden gespeeld worden.
Ook de FIFA besliste dat tijdens het wereldkampioenschap in de VS, Canada en Mexico voor het eerst 48 deelnemende landen aan de aftrap verschenen, wat opnieuw meer wedstrijden betekent. “Met al die matchen van tegenwoordig heb ik weinig tot geen interesse meer in de Belgische competitie”, vertelt Leroy Deltour.
“Ik ben een grote Zulte Waregem-fan, maar als ik moet kiezen tussen een wedstrijd in de Premier League en Zulte Waregem dat nergens voor speelt, dan is de keuze snel gemaakt”
Leroy Deltour (Content coördinator Play Sports)
Sporteconoom aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam Thomas Peeters gebruikt de term ‘kannibalisering’ waarbij de overvloed aan wedstrijden en de drukke kalender zorgt voor minder interesse in bepaalde competities. Dat betekent dat de eventwaarde van die competities zakt.
“Omdat de FIFA de kalender als eerste bepaalt en niet moet opdraaien voor de kosten die extra wedstrijden en competities met zich meebrengen, is dat voor hen een positieve zaak, iets waar de clubs minder tevreden mee zijn.” Dat vertelt Peeters onlangs in een interview met ‘De wereld van vandaag’ op Radio 1.
Maar wat betekent dat overaanbod voor de fans? Uit onderzoek van Peeters en zijn collega’s blijkt dat de hardcore fans meer consumeren, maar de casual fans eerder gaan selecteren welke wedstrijden of competities ze volgen. Anderzijds daalt de waarde per wedstrijd aanzienlijk. Leroy Deltour bevestigt dat: “Ik ben een grote Zulte Waregem-fan, maar als ik moet kiezen tussen een wedstrijd in de Premier League en Zulte Waregem dat nergens voor speelt, dan is de keuze snel gemaakt.”
Hoop
Met de opkomst van sportmediafiguren als podcasters Gilles Mbiye-Beya, Brian Soares Duarte of Bennozelaar wordt er tegenwoordig jeugdigere content gemaakt voor een diverser publiek. Mbiye-Beya is een voetbaldier met Congolese roots. “Wij leven enorm mee met de Africa Cup”, zegt hij. “Die spreekt een doelgroep aan die nauwelijks wordt bereikt door de grote sportmedia. Daar wilden wij verandering in brengen.”
Mbiye-Beya brachten tijdens de AFCON van afgelopen december en januari dagelijkse podcasts. Met ‘Ballieman’ van Friends of Sports hadden ze de afgelopen twee seizoenen elke zondagavond een live-uitzending op YouTube.

Ook op de overvloed aan wedstrijden wordt ingespeeld, zo schakelen rechtenhouders over op zogenaamde multilive-uitzendingen. Daar schakelen ze met enkele presentatoren van wedstrijd naar wedstrijd om alle highlights aan te bieden. Voorbeelden hiervan zijn ‘Eurotrip’, ‘Trip and Rush’ en op slotspeeldagen van de competitie past men dit format ook toe.
“We hadden bij Play Sports de rechten voor de Conference League waar in de eerste fase van de competitie niemand naar kijkt. Daardoor konden we experimenteren met ‘Eurotrip’ waar we alle matchen tegelijk probeerden te omkaderen”, blikt Leroy Deltour terug. “Dat zorgde voor heel wat chaos en grappige momenten. Het was nog niet echt een succes, maar we hebben er wel van geleerd.”
De VRT zet met Sporza volop in op verjonging. Het lanceerde een rebrand vlak voor de sportzomer waarin ze aankondigde wat hun plannen zijn voor het komende WK. Met de ‘Sporza supporterszetel’ trokken comedian Mohsin Abbas en radiopresentatrice Dorianne Aussems door Vlaanderen van fandorp naar fandorp. Radiomaker Hakim Chatar en rapper Yung Mavu zorgden voor watchalongs waar je tijdens de nachtwedstrijden interactief en digitaal kon volgen.
Christina Araya De Witte brengt beeldroman ‘Araya 2’ uit: “Ieder verhaal is belangrijk om te vertellen”
In haar tweede graphic novel ‘Araya 2’ heeft illustrator en auteur Christina De Witte het over het universele gevoel van thuiskomen. “Nu teken en schrijf ik vooral uit mezelf, uit mijn eigen naam. En ik ben heel blij.”
“Ik heb voor mijn nieuwe leven een hoge prijs betaald, namelijk mijn oude leven.” Het is een zin die blijft hangen in je hoofd. Niet omdat hij dramatisch klinkt, maar omdat hij net zo eerlijk is. Coming-outverhalen volgen vaak een vast script met een vast einde, maar illustrator en auteur Christina Araya De Witte vertelt over het proces in zijn geheel: de twijfel, het verlies en het gevoel dat je afscheid moet nemen van een versie van jezelf die eigenlijk nooit echt volledig klopte.
Dat persoonlijke proces vloeit ook als een rode draad door ‘Araya 2’, het vervolg op haar eerdere graphic novel ‘Araya’. Tussen de pagina’s en illustraties die de prille liefde van Araya en Mariko vertellen, staat zoveel meer: de vragen over identiteit, familie, cultuur en wat je thuis voelen nu eigenlijk echt betekent.
Nog voor de grotere thema’s naar voren komen, valt vooral de stem van Christina op. Een gemakkelijke afwisseling tussen droge humor, serieuze onderwerpen en herkenbare dialogen. Popcultuurreferenties, opmerkingen en grappige oneliners zorgen ervoor dat het verhaal vlot leest zonder de belangrijke scènes te ondermijnen.
Popcultuurreferenties, opmerkingen en grappige oneliners zorgen ervoor dat het verhaal vlot leest zonder de belangrijke scènes te ondermijnen


© El Mahdi Ayoud
De tekenstijl en lay-out volgen dezelfde vibe, drukkere pagina’s bij woelige momenten, maar ook rustigere pagina’s bij kalmere momenten. De illustraties nemen je mee in het dagelijkse leven van Araya, waarin niet alles een dramatische scène hoeft te zijn.
Daar horen ook kleine dingen bij zoals een koffie drinken met vrienden of iets uit de koelkast nemen bij haar grootouders. Die gewone momenten krijgen evenveel ruimte als de grotere emotionele gebeurtenissen. Christina omschrijft die keuzes ook tijdens ons gesprek in haar koffiebar Kornél in Berchem: “Er gebeurt niks zot, maar het is vooral een innerlijke strijd. Die innerlijke strijd is niet constant.”
“Ik vind het belangrijk dat je niet per se die achtergrond van een gemengde identiteit of queerness nodig hebt om Araya’s verhaal te lezen”, vertelt De Witte. “Wat voor iedereen universeel belangrijk is, is dat gevoel van thuis zijn. Dat is een zoektocht die wij allemaal hebben.”
Die zoektocht begon voor Christina al lang voor ‘Araya 2’. Ze legt uit hoe ze bij het begin van haar eerste graphic novel, ‘Araya’, nog geen idee had welke richting ze uit wilde. “Ik wou een verhaal maken over mijn gemengde identiteit, maar dat verhaal is al zo vaak verteld. Wat maakt het van mij dan zo anders?” legt ze uit. “Conclusie? Ieder verhaal is belangrijk om te vertellen.”
“Elk personage heeft een stukje van mij. Dat kan bijna niet anders”
Christina Araya De Witte
Waar ‘Araya’ ontstond vanuit verwarring, schreef Christina ‘Araya 2’ vanuit een heel andere plek. Het is dan ook niet toevallig dat ze beschrijft hoe dit boek het allerdichtst bij zichzelf staat. Tijdens het gesprek wordt het snel duidelijk dat de evolutie van Araya en die van Christina moeilijk los van elkaar te zien zijn. Hoewel het verhaal fictie is, groeide het mee met haar eigen leven. “Elk personage heeft een stukje van mij. Dat kan bijna niet anders”, vertelt Christina.

In ‘Araya 2’ volgen we opnieuw Araya en Mariko, die steeds dichter naar elkaar toegroeien. Ook komt Araya’s reis van Thailand naar België dichterbij en daarbij dus ook het afscheid nemen van haar nieuwe vrienden, van Mariko, en misschien ook een stukje van de persoon die ze in Thailand geworden is.
Dat gevoel van tussen twee werelden staan, speelt een grote rol in het verhaal. Araya stelt zichzelf veel vragen over waar ze thuishoort en wat een plek nu echt tot een thuis maakt. Vragen die buiten de grenzen van het boek herkenbaar zijn. “Wat maakt een thuis een thuis? Ik voel me overal een klein beetje thuis. Is dat een huis? Een persoon? Een gevoel? Is dat binnen jezelf? All of the above?” vertelt Christina.
Christina stond jarenlang bekend als ‘Chrostin’, maar ook daar komt verandering in. In een Instagrampost in de aanloop naar de release van ‘Araya 2’ maakte ze duidelijk dat ze ervoor kiest om verder te gaan onder haar eigen naam: Christina Araya De Witte. “Het is niet dat Chrostin dood is of zo. Ik affilieer die naam heel vaak met mijn cartoon-era”, beschrijft ze. “Maar nu teken en schrijf ik vooral uit mezelf, uit mijn eigen naam. En ik ben heel blij.”
De illustrator maakte ook de keuze om ook haar tweede naam, Araya, toe te voegen op de cover van haar boeken. “Dat is mijn volledige naam. Ja, ik ben van beide evenveel. Evenveel Christina als Araya”, legt ze uit. Het is geen afscheid van Chrostin, maar eerder een volgende stap binnen dezelfde persoonlijke evolutie die als rode draad door haar verhaal loopt.
Uiteindelijk gaat ‘Araya 2’ niet alleen over prille liefde en jezelf vinden, maar over iets veel universeler. Het is geen verhaal waarin alle antwoorden klaarliggen en alles zichzelf wel uitwijst. Het is een verhaal waarin twijfel, verandering, liefde, vriendschap, familie en persoonlijke groei naast elkaar mogen en kunnen bestaan. En net daardoor voelt het zo herkenbaar. Zoals Christina zelf zegt: “De zoektocht naar een thuis en naar jezelf is iets wat we allemaal delen.”
Yagmur Aslan (21) verhuisde op haar zestiende van Turkije naar België: “In het begin begreep ik bijna niks van de taal, nu studeer ik in het Nederlands”
Yagmur verhuisde op haar zestiende van Turkije naar België. Ze sprak geen Nederlands en moest hier een nieuw leven beginnen. Inmiddels studeert ze Communicatiewetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel, en jawel, in het Nederlands. Maar dat ging niet zonder moeilijkheden.
“Ik sprak Turks, Koerdisch en Engels, maar Nederlands kon ik helemaal niet. Toch moest ik het snel leren om naar school te gaan en mijn leven hier op te bouwen. In België begon ik in een onthaalklas OKAN. Dat is een klas voor jongeren die nog geen Nederlands spreken. Daarna ging ik verder naar het secundair onderwijs om mijn diploma te behalen. Studeren bleek hier wel anders dan in Turkije. Daar zijn examens vaak multiple choice. In België moet je veel zelf schrijven en uitleggen. Daar voelde ik me niet comfortabel bij.”
“Vooral schrijven en grammatica vond ik moeilijk. Ik heb vaak gedacht dat het nooit zou lukken om het Nederlands deftig onder de knie te krijgen. Ik dacht dat een paar jaar langer in België geen verschil zou maken. Maar je leert jezelf beter kennen en ontwikkelen. En je wordt een betere versie van jezelf.”
“In het Turks ben ik spontaner. Ik maak veel grapjes en gebruik veel inside jokes. Als ik Nederlands spreek, ben ik veel serieuzer en academischer. Het hangt dus af met wie ik ben. Dat voelt soms vreemd, maar het hoort er gewoon bij. Toch voelt België ondertussen steeds meer als een thuis voor mij. Ik heb in die jaren de motivatie gekregen om door te gaan. Veel mensen vragen hoe ik zo snel Nederlands heb geleerd. Mijn antwoord daarop is heel simpel: De motivatie is eigenlijk dat je moet. Als het van moeten is, ga je het ook doen.”
“In het Turks ben ik spontaner. Ik maak veel grapjes en gebruik veel inside jokes. Als ik Nederlands spreek, ben ik veel serieuzer en academischer”
Yagmur Aslan (21)
“Ik heb de taal dagelijks nodig. Als ik naar de dokter of het gemeentehuis ga, moet ik de taal kunnen spreken. Mijn studies zijn in het Nederlands. Zelfs thuis help ik mijn ouders met vertalen, aangezien zij geen Nederlands spreken. Ik krijg veel steun van mensen rondom mij. Vooral mijn kamergenoot in Brussel, waar ik woon, helpt mij regelmatig. Als ik een taak heb geschreven, vraag ik haar om te kijken of alles klopt. Ook al spreek ik nu Nederlands, toch maak ik nog steeds fouten.”
“Tijdens mijn studies kreeg ik ook momenten die mij een extra boost gaven. Zo had ik eens een gesprek met een docent over mijn examen. Ik vertelde dat ik nog maar vier jaar in België woonde. Zij was onder de indruk en zei dat ik de taal al goed spreek. Dat gaf mij meer zelfvertrouwen, en vooral de hoop om nooit op te geven.”
“Als ik nu terugkijk op mijn journey, is er één ding waar ik het meest trots op ben: ik heb nooit opgegeven. Altijd heb ik geprobeerd verder te gaan en een oplossing te vinden voor problemen. Voor mij bestaat het onmogelijke niet, zeker niet als je iets heel graag wil. Ik zal dus nooit ‘impossible’ als mindset hebben.”
“Je twijfelt soms, je maakt fouten en je voelt je niet altijd op je gemak. Maar ik heb geleerd dat fouten maken niet betekent dat je moet stoppen“
Yagmur Aslan (21)
“Als je een nieuwe taal leert, moet je accepteren dat je nooit native speaker zal zijn. Ik vergeleek mezelf vroeger constant met anderen. Dat maakte mij nog onzekerder, tot een goede vriendin van mij iets belangrijks zei. Ze vertelde mij dat de mensen die hier geboren worden nooit native Turks gaan zijn en ik nooit native Belg, ook al spreken we wel elkaars taal. Mijn manier van denken veranderde. Ik was eerst bezig met wat ik nog niet kon, terwijl ik eigenlijk al heel veel had geleerd. Sindsdien probeer ik gewoon mijn best te blijven doen.”
“Nederlands spreken, leverde ook grappige momenten op. Tijdens mijn eerste les hoorde ik een leerkracht zeggen: “Goeiemorgen allemaal!” Ik kende het woord ‘allemaal’ niet. Pas een paar dagen later vroeg ik aan een vriendin wat het betekende. Ook typische uitdrukkingen of reacties vond ik vreemd. Een voorbeeld is ‘foei foei foei’ . De eerste keer dat iemand dat zei, dacht ik dat die boos was. Nu gebruik ik die reactie zelf ook!”
“Verhuizen naar een nieuw land zonder de taal te spreken, is niet gemakkelijk. Je twijfelt soms, je maakt fouten en je voelt je niet altijd op je gemak. Maar ik heb geleerd dat fouten maken niet betekent dat je moet stoppen. Praat er altijd over met iemand die je vertrouwt en onthoud dat je er zal komen. Zolang je blijft proberen, kom je altijd vooruit.”
Opinie | “Verbied de digitale minnaar: waarom de ‘AI Act’ apps als Candy.ai uit Europa moet weren”
Het verdienmodel van schimmige techbedrijven, die cashen op eenzaamheid, krijgt met de ‘AI-act’ van de Europese Commissie een serieuze slag van de molen. Dat is alvast waar reporter Tomek Gemis op hoopt.
Je kunt er op het internet bijna niet meer naast kijken: we worden overspoeld door AI-apps die virtuele vriendjes en vriendinnen aanbieden. Volgens de marketing kunnen ze je diepste verlangens waarmaken, maar schijn bedriegt. Deze apps zijn funest voor onze mentale gezondheid en leiden op termijn tot zware sociaal-emotionele problemen. Gelukkig heeft de Europese Commissie ingegrepen met de AI-verordening die sinds 2 augustus van kracht is.
Lange tijd was het juridische verweer van AI-platformen even simpel als cynisch: “Het is maar software. Er vallen toch geen gewonden?”, was één van de meest voorkomende uitspraken die te vinden waren op de websites van de bedrijven en in de officiële communicatie naar de buitenwereld.
Maar de Europese Commissie is niet vluchtig te werk gegaan. Wie puntje 5 van de inleidende tekst betreffende de AI-wet erop naslaat, ziet dat de wetgever een profetische vooruitziendheid had. Er staat zwart op wit dat AI schade kan toebrengen aan het openbaar belang en de grondrechten, en dat deze schade “lichamelijke, psychische, maatschappelijke of economische schade kan omvatten.” Psychische schade is dus ook schade.
Bovendien trekt artikel 5 van de verordening een harde grens: het is verboden om AI-systemen op de markt te brengen die gebruikmaken van manipulatieve technieken om het gedrag van natuurlijke personen ernstig te verstoren of kwetsbare groepen uit te buiten.
De agressieve lokroep van een algoritme
De AI-verordening verplicht dit soort apps nu om AI-labels te tonen, zodat gebruikers weten dat ze met een machine spreken. Maar dat is een doekje voor het bloeden. Het lost het fundamentele probleem niet op. Het échte gevaar zit in de manier waarop deze bots interageren met hun menselijke sparringpartner.
De afgelopen maanden hield ik een logboek bij van de reacties van verschillende gezelschapsbots. Wat ik zag, verbaasde me diep – in het bijzonder bij Candy.ai, een schimmig bedrijf met kantoren in zowel Malta als Dubai. Bij het testen van hun bots kreeg ik meteen, bij het allereerste contact en zonder zelf één letter te hebben getypt, een naaktfoto toegestuurd. Ook bij Replika, een andere gezelschapsvriendin, krijg je al snel een weinig verhullende foto doorgestuurd met de mededeling dat ook zij je diepste verlangen kan nakomen en dat niemand het hoeft te weten. Bij het derde platform dat ik testte, Amina ai, bleek het niet veel beter te zijn en kreeg je na één bericht te hebben verstuurd een naaktfoto waarbij je vervolgens de vraag kreeg om je te abonneren om zo het gesprek met de AI-bot verder te zetten.
De consument wordt emotioneel onder druk gezet door in te spelen op zijn basisbehoeften
Dit is hoe het businessmodel werkt: de consument wordt emotioneel onder druk gezet door in te spelen op zijn basisbehoeften. Na het versturen van zo’n ongevraagde naaktfoto slaat de valstrik dicht: de gebruiker moet betalen om verder te mogen chatten. Dit is geen onschuldig tijdverdrijf. Dit is een agressieve vorm van emotionele manipulatie die funest is voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van kwetsbare mensen. Een voorbeeld waarbij het gebruik van een virtuele minnaar leidde tot suïcide kwam er in 2023 nadat een Waalse man van in de dertig besloot uit het leven te stappen nadat hij zes weken lang had gechat met een AI-bot van het Amerikaanse Chai Ai.
Het einde van de digitale minnaar
Waarom zouden we dit soort destructieve applicaties niet gewoon volledig verbieden binnen de Europese Unie? Vandaag liggen er bij het Europees Hof van Justitie (HvJEU) grote zaken rondom de rol van Tiktok als ‘poortwachter’ van onze digitale ruimte. Als we zo zwaar kunnen tillen aan socialemediaplatformen, dan is het allesbehalve overdreven om ook deze dubieuze AI-bedrijven voor het Hof te slepen.
We moeten durven pleiten voor het einde van de digitale minnaar. Als we nu niet ingrijpen en deze apps definitief verbannen, zitten we vroeg of laat met een bevolking die simpelweg niet meer weet hoe ze op een normale manier met haar medemens moet omgaan. Een generatie die niet meer in staat is om echte, diepe relaties aan te gaan met vlees en bloed.
Moeten festivals zich beter wapenen tegen extreme hitte?
Ieder jaar lijkt er een nieuw temperatuurrecord te worden gevestigd. Voor veel Belgen is het puffen in de warmte, en ook festivalorganisatoren zitten met de handen in het haar. Hoe moeten festivals zich wapenen tegen de hitte?
Het festivalseizoen begon dit jaar al met een hittegolf. In de weekenden waarin onder andere Graspop en Werchter Boutique plaatsvonden, stegen de temperaturen ruim boven de dertig graden. Sommige festivals beperkten zich tot kleinere aanpassingen, terwijl andere organisatoren drastisch ingrepen.
Zo werd het optreden van Katy Perry op Werchter Boutique op het laatste moment afgelast vanwege de extreme hitte. Dat was een grote teleurstelling voor de festivalgangers, zeker gezien de hoge ticketprijzen. Volgens de organisatie was die beslissing echter noodzakelijk om de veiligheid van bezoekers en medewerkers te garanderen. De vraag is dan ook hoe festivals zich kunnen voorbereiden op steeds warmere zomers.
De organisatie van Genk On Stage nam dit jaar vlak voor het festival nog extra maatregelen om het publiek te beschermen tegen de hitte. Volgens Karel Kriekemans, schepen van Evenementen in Genk, wordt nu al nagedacht over de toekomst. “De laatste jaren is het tijdens het festival erg warm en droog. Daarom bekijken we of we de maatregelen die we dit jaar in de laatste week voor het festival hebben genomen, volgend jaar al vanaf de opbouw kunnen inzetten.”

Die maatregelen bestonden onder meer uit extra sproeiers, bijkomend EHBO-personeel en informatieschermen die bezoekers opriepen voldoende water te drinken. “We merkten dat mensen beter voorbereid waren op de hitte dan in andere jaren”, zegt Kriekemans.
Toch liet de hitte zich duidelijk voelen. “We zagen vooral ’s middags veel minder bezoekers dan normaal. De zaterdagmiddag werd zelfs volledig geschrapt vanwege de hitte. Voor een gratis festival met een beperkter budget is dat natuurlijk niet ideaal.”
Volgens festivalgangers is er nog ruimte om de hittemaatregelen uit te breiden. Anke, die aanwezig was op Werchter Boutique, vindt dat er te weinig vernevelaars voorzien zijn in verhouding tot het aantal bezoekers. Bovendien staan volgens haar veel van die vernevelaars in de volle zon.
Altijd een hitteplan
Kyara, een andere festivalganger, voegde er ook aan toe dat er lange rijen aan de waterpunten stonden, omdat er te weinig voorzien waren. “Als je met 80.000 bezoekers aan vijf kraantjes moet staan, gaat dat heel lang duren’’, vertelt ze.
Beide festivalgangers vinden daarom dat een hitteplan een vast onderdeel van de festivalorganisatie moet worden. Ook wanneer er geen extreme temperaturen voorspeld zijn, kan het volgens hen geen kwaad om extra schaduw en voldoende drinkwater te voorzien.
Volgens Steven Vermeulen van het Centrum voor Risicoanalyse van Klimaatverandering is er nog niet meteen reden voor paniek, maar hij vindt wel dat festivals in de toekomst manieren moeten zoeken om zich te wapenen tegen de hitte die ook financieel haalbaar zijn.
Zijn voorstel voor kleinere festivals is om te kijken naar een samenwerking tussen verschillende steden om de kosten van de maatregelen te verdelen. Vermeulen stelt daarnaast dat festivals meer moeten zoeken naar permanente oplossingen tegen de hitte. “We zien nu overal een beetje dezelfde maatregelen, en die zijn niet altijd voldoende. Festivals moeten meer kijken naar bijvoorbeeld permanente schaduwplekken die ook stormveilig zijn.”
Çavaria-beleidsmedewerker Gijs Van Dyck over queer jongeren, polarisatie en onderwijs: “De pedagogische opdracht van scholen dreigt te verdwijnen”
Een veilig schoolklimaat blijft voor veel LGBTQIA+-jongeren geen evidentie. Uit de Grote Scholierenbevraging van de Vlaamse Scholierenkoepel blijkt dat dubbel zoveel LGBTQIA+-leerlingen zich slecht voelen op school als hun klasgenoten. Beleidsmedewerker bij Çavaria, Gijs Van Dyck: “We moeten ons zorgen maken.”
Bijna de helft van de LGBTQIA+-leerlingen voelt zich niet goed in hun vel op school. 43 procent is een verontrustend cijfer. Daarenboven kan 49 procent niet zichzelf zijn op school. Dat blijkt uit de Grote Scholierenbevraging van de Vlaamse Scholierenkoepel uit 2026.
“Scholen moeten investeren in het welbevinden van jongeren”, stelt Gijs Van Dyck, beleidsmedewerker Onderwijs en Werkvloer bij Çavaria. “Sommigen beweren dat een school slechts dient om te leren en om kennis over te dragen. Ook de huidige minister van Onderwijs legt hier de klemtoon. Maar uit heel wat onderzoeken blijkt dat leerlingen die zich onveilig voelen op school juist minder goed kennis kunnen opnemen en minder goed kunnen leren. Alsook voor de kennisoverdracht in het onderwijs heeft het lage welbevinden van de leerlingen een negatieve impact.”
Waarom is het welbevinden van LGBTQIA+-jongeren zo laag?
“Dat heeft verschillende oorzaken. Allereerst zien we een duidelijke maatschappelijke trend waarbij homofobie, transfobie en polarisatie toenemen, vooral in het secundair onderwijs. Volgens een bevraging van het Jeugdonderzoeksplatform uit 2023 is die stijging het sterkst bij jongens, jongeren met een religieuze achtergrond en leerlingen in de arbeidsfinaliteit. Zij hebben gemiddeld de meest homofobe overtuigingen. Bovendien is er op school vaak nog te weinig ruimte voor de psychische noden van jongeren. Dat maakt dat veel leerlingen zich niet veilig of ondersteund voelen.
Daarnaast spelen sociale media een grote rol. Jongeren komen daar steeds vaker in aanraking met vijandige discoursen en attitudes. Een bredere internationale anti-genderbeweging sijpelt via die kanalen door naar Vlaanderen.”
Waar komt die antigenderbeweging vandaan?
“Er zijn verschillende actoren die deze wereldwijde antigenderbeweging stimuleren. Alle actoren streven dezelfde agenda na. Ze stellen de gendergelijkheid, seksuele rechten en vrijheden in vraag en willen deze terugdringen.
Daaronder vallen politici zoals Trump, Orban en Poetin. Maar ook religieuze instanties, zoals het Vaticaan, spelen een rol. In de Verenigde Staten worden verworven rechten zoals abortus of het verbod op conversietherapie teruggedraaid. Zelfs transgenderzorg voor minderjarigen wordt in vraag gesteld.
Die opvattingen sijpelen ook Vlaanderen binnen via sociale media. Vlaamse actoren nemen deze gesprekspunten over en proberen hier voet aan grond te krijgen. Daarin blijken ze enigszins succesvol te zijn. Bovendien is het een bevolkingswijd fenomeen. We zien deze intolerantie zowel bij jongeren als bij leerkrachten. In alle generaties zien we een lichte evolutie richting meer conservatieve overtuigingen.
Ondanks deze lichte terugslag, zien we dat Europeanen steeds toleranter worden tegenover LGBTQIA+-personen. Hoewel de wereldwijde samenleving stappen terug aan het zetten is, worden we wel nog steeds meer overtuigd van gelijke rechten en wordt discriminatie meer en meer afgekeurd. Het is van belang om dat te blijven benadrukken.”
Een inclusieve en veilige schoolcultuur zorgt ervoor dat elke leerling zich vrij voelt om zichzelf te zijn
Gijs Van Dyck (beleidsmedewerker Çavaria)
U stelt dat er op scholen nog te weinig ruimte is voor de psychische noden van LGBTQIA+-jongeren. Wat verstaat u onder die psychische noden?
“Met leerlingen bedoel ik niet alleen queerleerlingen. Alle leerlingen hebben in de eerste plaats nood aan een omgeving van ondersteunende personen: schoolmedewerkers, leerkrachten en medeleerlingen die hen erkennen en steunen. Een inclusieve en veilige schoolcultuur zorgt ervoor dat elke leerling zich vrij voelt om zichzelf te zijn.
Daarnaast is een inclusief curriculum doorslaggevend. Leerlingen moeten zich kunnen herkennen in het lesmateriaal. Dat kan gaan van diverse relaties bespreken in biologie tot voorbeeldoefeningen in de les wiskunde waarin verschillende genderidentiteiten aan bod komen.”
Hoe creëren scholen een veilige en inclusieve omgeving?
“De meeste vragen die scholen aan Çavaria stellen, gaan over twee zaken: hoe ze moeten omgaan met transleerlingen en hoe ze kunnen reageren op homofobie en polarisatie.
Voor transleerlingen is het vooral belangrijk dat scholen de ruimte bieden om hun identiteit te verkennen. Jongeren moeten kunnen experimenteren en zichzelf ontdekken, ook al vanaf het kleuter- en lager onderwijs. Daarbij is het prioritair dat er in gesprek wordt gegaan met alle betrokkenen.
Daarnaast zien we dat polarisatie toeneemt, onder meer door invloeden zoals sociale media en de zogenaamde manosfeer. Tegelijk kampen leerlingen met andere problemen, zoals een moeilijke thuissituatie, een sociaaleconomische kwetsbaarheid of racisme op school. Wanneer ze het gevoel hebben dat er voor hun problemen geen ruimte is op school, kunnen jongeren zich afsluiten voor de verhalen van anderen. Daarom is het vitaal dat scholen naar alle leerlingen luisteren om een genuanceerd gesprek te voeren: niet alleen naar de luidste stemmen, maar ook naar het stille midden.”
Welke rol spelen leerkrachten hierin?
“Bij leerkrachten heerst de minimumverwachting dat ze van het klaslokaal, op het moment dat ze lesgeven, een veilige en inclusieve plek maken voor hun leerlingen. Dat betekent dat discriminerende uitspraken niet getolereerd worden en dat er ruimte is voor open, respectvolle gesprekken.
Tegelijk is het niet de kerntaak van leerkrachten om de zorgnoden van leerlingen op te vangen. In de praktijk gebeurt dat wel vaak, omdat de zorgsector en bijvoorbeeld de CLB’s onder grote druk staan en onvoldoende middelen hebben. Daardoor nemen leerkrachten die rol noodgedwongen op zich, boven op hun eigen taken. Dat is problematisch: ze hebben daar niet altijd de tijd, middelen of opleiding voor. Het wijst op een breder, structureel probleem binnen het onderwijs en de zorg.”
Veel jongeren voelen zich onveilig, maar stappen niet altijd naar iemand toe. Waar ligt die drempel volgens u?
“Het is logisch dat jongeren hulp zoeken bij mensen die ze kennen en vertrouwen. Als er een leerkracht voor de klas staat bij wie een leerling zich veilig voelt, is het vaak ook meer gewenst om daarbij zorgnoden te uiten of vragen aan te stellen. Maar niet elke leerling heeft een vertrouwenspersoon op school. Voor hen kan het net een meerwaarde zijn dat er ook externe aanspreekpunten zijn.
Anderzijds zien we dat het niet melden van incidenten en niet naar hulp zoeken een groot probleem is. Veel jongeren vrezen dat ze niet serieus genomen zullen worden of dat anderen de impact van een discriminerende of homofobe situatie niet zullen begrijpen. Daardoor blijven veel ervaringen onder de radar. Daarnaast gaan slachtoffers ook aan zichzelf twijfelen: had ik hier zelf een rol in? Moet ik me anders gedragen of juist meer verbergen? Is het mijn eigen schuld? Dat zorgt ervoor dat ze minder snel hulp zoeken.
We spreken in dat verband over een ‘dark number’: het grote aantal incidenten dat nooit gemeld wordt. Zeker bij LGBTQIA+-jongeren speelt mee dat niet iedereen uit de kast is of al volledig weet hoe die zich voelt. Wie zelf nog zoekende is, zal minder snel naar buiten komen met zulke ervaringen.”
De huidige focus ligt sterk op kennisoverdracht, terwijl het welzijn en de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen minder aandacht krijgen
Gijs Van Dyck (beleidsmedewerker Çavaria)
Waar lopen scholen vandaag nog vast als het gaat over een inclusief en veilig klimaat?
“Veel scholen zetten grote stappen vooruit en er zijn veel gemotiveerde leerkrachten en directies. Tegelijk zien we dat er nog veel onzekerheid heerst over hoe ze met deze thema’s moeten omgaan.
Die onzekerheid hangt samen met een gebrek aan knowhow en vorming en is vooral zichtbaar in de omgang met transleerlingen. Specifieke vragen, bijvoorbeeld rond het gebruik van voornaamwoorden, duiken op. Leerkrachten en leerlingenbegeleiders weten vaak niet hoe ze jongeren daarin kunnen ondersteunen: vanaf welke leeftijd kunnen of mogen jongeren zich zo identificeren en in welke mate moeten ouders betrokken worden? Ze willen genderdysforie niet minimaliseren, maar ook niet onbedoeld sturen. Daardoor heerst er handelingsverlegenheid. Daarnaast speelt ook het beleid een rol. De huidige focus ligt sterk op kennisoverdracht, terwijl het welzijn en de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen minder aandacht krijgen. Nochtans zijn die onlosmakelijk verbonden: zonder een veilig en inclusief klimaat kunnen leerlingen ook moeilijk kennis verwerven.”
Hoe beoordeelt u het huidige onderwijsbeleid rond welzijn en diversiteit?
“Er zijn zeker positieve elementen. Minister Demir verplichtte scholen recent om een antipestbeleid op te stellen. Dat beleid biedt de mogelijkheid om ook discriminatie en haatspraak te bestrijden, maar dan moeten deze thema’s wel expliciet benoemd worden. Als diversiteit en LGBTQIA+-rechten niet concreet worden opgenomen in maatregelen, bestaat het risico dat ze ondergesneeuwd raken.
Daarnaast benadrukt minister Demir het belang van een kennisrijk curriculum. Daardoor dreigt de pedagogische opdracht van scholen, leren omgaan met diversiteit, identiteit en verschillen, naar de achtergrond te verdwijnen.”
Als het beleid tekortschiet, hoe kunnen scholen dan toch inzetten op diversiteit en inclusie?
“De meest structurele manier om scholen hierover in gesprek te laten gaan, is via de minimumdoelen. Als thema’s zoals genderdiversiteit en seksuele en relationele vorming daarin opgenomen zijn, zijn scholen verplicht om ermee aan de slag te gaan.
In de initiële minimumdoelen waren die genderdiversiteit, seksuele en relationele rechten en vrijheden ook opgenomen. Maar die minimumdoelen zijn aangevochten in het Grondwettelijk Hof, omdat sommige onderwijskoepels oordeelden dat ze te weinig ruimte lieten voor eigen invulling en pedagogische autonomie. In de herwerkte minimumdoelen voor het secundair onderwijs zijn die thema’s daardoor grotendeels verdwenen.
Dat maakt het vandaag moeilijker om scholen hiertoe te verplichten. Een elementaire piste is om samen te werken met de onderwijskoepels, opdat zij deze thema’s opnemen in hun leerplannen. Op die manier kan je nog steeds een groot deel van de scholen bereiken. Het is daarbij essentieel dat dit op een verbindende en niet-polariserende manier gebeurt.”
Hoe kijkt u naar de toekomst: ziet u redenen tot hoop of eerder tot bezorgdheid?
“Het is niet moeilijk om in de huidige geopolitieke context de hoop te verliezen. Toch vestigen we onze hoop op een kennisrijk curriculum waarin ook ruimte is voor persoonlijke ontwikkeling en welzijn.
Desondanks is het belangrijk om die evoluties in perspectief te plaatsen. We zien dat Europeanen discriminatie meer en meer afkeuren en dat de steun voor gelijke rechten groeit. Over het algemeen worden we steeds toleranter tegenover LGBTQIA+-personen.
Dat geeft hoop. Maar het betekent ook dat we die vooruitgang actief moeten blijven verdedigen en benoemen. Als we het ergens niet mee eens zijn, moeten we blijven op straat komen en onze stem laten horen. We mogen ons niet laten ontmoedigen of intimideren door negatieve tendensen, zeker op sociale media. Daarom zou ik zeggen: laat positieve commentaren achter en spread the love.”
Hoe inclusief is het Vlaamse onderwijs vandaag? In deze reeks onderzoekt reporter Valentine Vanparys hoe LGBTQIA+-jongeren hun schooltijd beleven, welke uitdagingen middelbare scholen tegenkomen en waar kansen liggen om een veilige en inclusieve leeromgeving te creëren. Acht weken lang brengen we op vrijdag een nieuw verhaal, van persoonlijke getuigenissen tot diepgaande interviews en achtergrondreportages. Lees hier de andere artikels uit de reeks ‘Onderwijs zonder label‘.
Evert Winkelmans: “De manier waarop het Belgisch voetbal vandaag wordt gebracht, is een dieptepunt”
Podcaster, mediafiguur en oprichter van mediahuis ‘Deklat Binnen’ Evert Winkelmans staat bekend om zijn uitgesproken mening over voetbalmedia. Volgens hem loopt de klassieke voetbalverslaggeving achter op de realiteit. Hij kijkt uit naar een toekomst met entertainment, persoonlijkheden en communities. “Je kan niet blijven doen alsof een klassieke studio met een paar analisten genoeg is.”
Je volgt voetbalmedia al jaren van dichtbij. Hoe kijk je vandaag naar de Vlaamse voetbalomkadering?
Evert Winkelmans: “We hangen nog altijd te veel vast aan oude gewoontes. Er zijn programma’s die de laatste vijftien jaar nauwelijks veranderd zijn. We leven ondertussen in een andere wereld. Mensen kijken anders, consumeren anders en hebben veel meer keuze. Dan kun je niet blijven doen alsof een klassieke studio met een paar analisten genoeg is.”
Zie je voorbeelden van programma’s die het wel goed aanpakken?
“De donderdagavondstudio van Play vind ik momenteel de aangenaamste voetbalomkadering om naar te kijken. Dat zit deels in talent, maar ook in durf. Met Carl Dircksens als presentator krijg je automatisch meer humor en luchtigheid. Tegelijk combineer je dat met iemand als Hein Vanhaezebrouck, aan wiens kennis niemand twijfelt. Je voelt ook dat die mensen een klik hebben opgebouwd. Daardoor durven ze verder gaan. Die sfeer is losser. Anything can happen. Dat is het gevoel dat je als kijker wil hebben.”
Waar ontbreekt het vandaag vaak aan?
“Aan persoonlijkheid. Aan entertainment. Aan verhalen. Kijk naar wat buitenlandse zenders doen. Daar bouwen ze merken uit rond hun gezichten. Expertise wordt gekoppeld aan amusement. Ik heb het gevoel dat de Vlaamse sportjournalistiek nog altijd stiefmoederlijk wordt behandeld, waardoor niemand eens zot durft te doen. Veel mensen zijn gewend geraakt aan wat ze al jaren doen.”
“Het Belgisch voetbal heeft nog nooit zoveel waarde, passie en liefde verloren als vandaag. Daar gaan binnen vijf of tien jaar studies over gemaakt worden”
Evert Winkelmans (Oprichter ‘Deklat binnen’
en host podcast MIDMID
Je bent ook erg kritisch voor de huidige situatie van het Belgische voetbal op televisie.
“Het is een schande. Echt waar. De manier waarop het Belgisch voetbal vandaag wordt gebracht is een dieptepunt. Er is geen samenvattingsprogramma meer op televisie. De huidige rechtenhouder is het seizoen gestart zonder de middelen om een degelijke omkadering te voorzien. Alles wat mensen warm maakt voor een competitie is weggehaald. Dit dieptepunt heeft wel een voordeel: het geeft veel groeimarge. Jonge sportjournalisten kunnen een frisse wind brengen.”
Heeft dat volgens jou gevolgen voor de populariteit van het Belgische voetbal?
“Absoluut. We zagen afgelopen seizoen hoeveel impact dat had. Het Belgisch voetbal heeft nog nooit zoveel waarde, passie en liefde verloren als vandaag. Daar gaan binnen vijf of tien jaar studies over gemaakt worden. Daar ben ik honderd procent zeker van. Onze competitie is heel wat fans verloren aan de Champions League en de Premier League. Dat heeft alles te maken met hoe je een voetbalproduct in de markt zet.”
“Minder studio, meer sfeer. Meer supporters, meer verhalen en meer humor. Voetbal draait om emotie. Laat dat dan ook zien”
Evert Winkelmans
Nochtans wordt vaak gezegd dat voetbal zelf nog altijd populairder wordt.
“Dat klopt ook. Er werd wereldwijd nog nooit zoveel voetbal geconsumeerd als vandaag. De economie rond voetbal groeit nog altijd. Dus het argument dat voetbal in het algemeen achteruitgaat, klopt niet. Het probleem is dat wij in België niet goed bezig zijn. Dat moeten we durven toegeven.”
Podcasts lijken intussen net aan populariteit te winnen. Verrast dat jou?
“Nee. Toen wij met ‘MIDMID’ begonnen, luisterden er amper mensen. We zijn begonnen met dertig luisteraars. De eerste afleveringen waren verschrikkelijk slecht. Maar we begonnen ermee op het juiste moment. In Vlaanderen was er bijna niets. Podcasts zijn toegankelijk, persoonlijk en bouwen een community op. Dat is een groot verschil met klassieke televisie.”
Is dat ook de reden waarom programma’s als Extra Time verdwenen zijn?
“Voor een stuk wel. Ik heb jarenlang aan ‘Extra Time’ meegewerkt en ik heb die kijkcijfers jaar na jaar zien zakken. Het succes van podcasts zoals ‘90 Minutes’ bewijst net dat er wel degelijk een publiek was voor voetbalpraat. Dat betekent dat er inhoudelijk fouten zijn gemaakt. ‘Extra Time’ was een enorm sterk merk, maar men heeft te weinig willen veranderen.”
“Er moet veel meer lef zijn in de voetbalomkadering van de media vandaag. Minder studio, meer sfeer. Meer supporters, meer verhalen en meer humor. Je moet meer doen dan een tafel met drie analisten neerzetten. Voetbal draait om emotie. Laat dat dan ook zien.”
Recensie | Met ‘The Odyssey’ bevestigt Christopher Nolan waarom hij een patroonheilige van de cinematografie is (★★★★★)
Zal ‘The Odyssey’ de boeken in gaan als een absolute filmklassieker en zo even legendarisch worden als het werk waarop het is gebaseerd? Reporter Ege Tokman wikt en weegt het nieuwe werk van Christopher Nolan. “Het eeuwenoude epos van de Grieken vertaalt en interpreteert hij op verbazend kritische wijze naar de hedendaagse wereld.”
Christopher Nolan keert na een driejarige afwezigheid terug naar de cinemazalen met een epiek van net geen drie uur. Na op miraculeuze wijze ‘Oppenheimer’, een soort half-levensverhaal, half-courtroomdrama over de ontwikkeling van de atoombom, omgetoverd te hebben tot een monster-troef van cinematografie, ontwierp en wierp Nolan zijn eigen kernwapen met ‘The Odyssey’. En die paddenstoelwolk kan je alleen in zijn volledigheid over je heen laten gaan met een IMAX 70mm-reuzenscherm. Kinepolis Brussel is de enige bioscoop in België, en bij uitbreiding in de hele Benelux, die zo’n scherm heeft.
Nolan smeedt een praktisch perfecte filmervaring vanuit bronmateriaal dat op zijn minst als niet vanzelfsprekend bestempeld kan worden. Het eeuwenoude epos van de Grieken vertaalt en interpreteert Nolan op verbazend kritische wijze naar de hedendaagse wereld. Hij gooit weer, net zoals hij dat deed met ‘Oppenheimer’ in 2023, met bakken kritiek naar de oorlogssfeer waar we als mensheid in vastgeketend blijken te zitten.
Een tienjarige oorlog aan de stadsmuren en kusten van Troje wordt gevolgd door een tienjarige terugtocht naar Ithaka, het konikrijk van Odysseus, gespeeld door een oppermachtige Matt Damon in wat wellicht het opus magnum van zijn carrière zal worden. Nolan speelt met verschillende lezingen van de tocht van Odysseus, maar vooral lijkt het een uiting van schuld te zijn voor de jarenlange oorlog. Nolan verwijst ook naar de tocht als een manifestatie van de trauma’s van Odysseus en zijn manschappen.
Zijn typische speelsheid met tijd als concept is bij deze eenduidiger en makkelijker te begrijpen dan bij pakweg ‘Inception’, ‘Interstellar’ of ‘Dunkirk’
Wat vooral opvalt is dat de film, in vergelijking met de rest van zijn werken, minder stilistisch à la Nolan voelt. De ‘Je ne sais quoi’ helderheid en onwaarschijnlijke cameratechniek die we van de meesterregisseur gewend zijn, zijn nog steeds aanwezig. Zijn typische speelsheid met tijd als concept is bij deze eenduidiger en makkelijker te begrijpen dan bij pakweg ‘Inception’, ‘Interstellar’ of ‘Dunkirk’. Het verhaal van de tocht speelt zich dan ook retrospectief af in de herinneringen van Odysseus.
Christopher Nolan vertaalt de mythische magie van het verhaal in gruwelijk realisme, en zonder veel details weg te geven, kan er gezegd worden dat zijn cycloop hier het eerste en beste voorbeeld van is. Bij veel films verlaten we de zaal met aspecten die we zou durven wijzigen om de ervaring te verbeteren. Bij deze was alles naar wens, goed gedoseerd met heel misschien een vechtscène tegen het einde die een vijftal minuten te lang duurde, maar dat is dan een luxe die de film ten volle verdient.
Nolan bewijst op een scherm van 16 meter hoog nogmaals waarom hij een patroonheilige van de cinematografie is. Hij behoort tot een zeldzame klasse verhalenmakers waarvan we ons de namen binnen drieduizend jaar nog zullen herinneren. Homeros en Nolan zullen in het jaar 5000 in hetzelfde opzicht herinnerd worden, en wie weet herinterpreteert een regisseur in de toekomst ‘Interstellar’ op een scherm van 160 meter.
Deze recensie verscheen eerder bij Schamper, het officiële studentenblad van de Universiteit Gent.
Een logistieke nachtmerrie tijdens Sfinks verandert in het toonbeeld van de veerkracht
Op het Sfinksfestival in Boechout kon je afgelopen zaterdag genieten van de energieke set van de Beninse groep Assia Brass Benin. Toch leek het lang een onmogelijke opdracht te worden voor Sfinks om dit voor elkaar te krijgen. Door een strak tourschema was er geen tijd meer om een hotelovernachting te regelen, waardoor de muzikanten noodgedwongen op het festivalterrein moesten overnachten.
Jos en Myriem, een getrouwd koppel van in de zeventig, zijn verantwoordelijk voor het onthaal van de artiesten op het Sfinksfestival. Vol enthousiasme vertellen ze over hoe hun logistieke nachtmerrie veranderde in het toonbeeld van de veerkracht binnen hun vrijwilligersteam: “Assia Brass Benin kwam hier rond drie uur, half vier ’s nachts toe”, vertelt Jos. “Omdat ze om elf uur al een linecheck hadden, had het geen zin meer om ze nog naar een hotel te sturen. We besloten hen hier op het festival te ontvangen, maar we waren daar eigenlijk niet op voorbereid. We hadden loges, maar geen bedden of ontbijt.”
Binnen amper 24 uur werd alles geregeld. Het Rode Kruis leverde veldbedden en dekens, terwijl de organisatie zorgde voor eten en drinken. Ook de vrijwilligers staken spontaan een handje toe. “Op zo’n moment springt iedereen bij”, zegt Myriam. “Hosts boden stoelen en tafeltjes van thuis aan. Een half uur eerder denk je nog: ‘Hoe gaan we dit oplossen?’ En plots komt alles samen. Dat is heerlijk.”
Niets te kort gekomen
Ook de muzikanten van Assia Brass kijken tevreden terug op hun onverwachte overnachting. De groep reisde met de bus vanuit Parijs, waar ze eerder nog een optreden hadden. “Het was een noodoplossing, maar als we niet hadden kunnen slapen, hadden we vandaag niet op het podium kunnen staan”, vertelt één van de bandleden. De artiesten benadrukken dat ze niets tekortkomen. “We kregen dekens, lekker eten, een ontbijt en hebben goed geslapen. We zijn fris wakker geworden en alles is goed verlopen.”
Ondanks de aanvankelijke stress tonen de muzikanten veel begrip voor de situatie. “Op tournee loopt niet altijd alles volgens plan. Daarom wil ik de organisatoren bedanken dat ze zo snel een slaapplaats voor ons hebben geregeld. Dat waarderen we enorm.” Ook over de sfeer achter de schermen zijn ze bijzonder enthousiast. “De technici waren vriendelijk, iedereen was zo aardig.”
Eerste optreden in België
Voor Assia Brass betekende het optreden bovendien een primeur. “Dit is ons eerste optreden in België”, vertelt de groep. “Wij hopen zeker terug te komen. Of dat nu op Sfinks of een ander Belgisch festival is.” Met een glimlach voegen ze eraan toe dat België hen alvast positief heeft verrast. “Er is een geweldig publiek, en er zijn knappe jongens en mooie meisjes”, zeggen ze met een knipoog.
Na een welverdiende nachtrust stond de band klaar om het festival publiek te trakteren op een energiek optreden. Hun uitgebreide repertoire zorgde ervoor dat het publiek kon genieten van een gevarieerde show. Voor de muzikanten was één ding duidelijk: door de onverwachte omstandigheden werd hun eerste kennismaking met België eentje die ze niet snel zullen vergeten.”
Ook tijdens de zomer van 2026 vind je StampMedia terug op tal van festivals. Daar maken we video- en fotoreportages, podcasts, we schrijven artikels, … Doe gezellig mee!
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2026.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2025.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2024.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2023.