Clarysse (23): “Stoppen met studeren was geen falen. Het was het eerlijkste wat ik voor mezelf kon doen”

Clarysse studeerde drie jaar aan de universiteit: eerst rechten, dan handelsingenieur. Telkens voelde ze dat het niet klopte. Op 22-jarige leeftijd nam ze een beslissing die velen haar zouden afraden: ze stopte. Vandaag werkt ze als manager bij Ici Paris XL en kijkt ze zonder spijt terug. Dit is haar verhaal.

“Ik was twintig jaar oud toen ik voor het eerst dacht: ‘Dit klopt niet.’ Ik zat in een hoorcollege Rechten, omringd door mensen die leken te weten waarom ze daar waren. Ik eigenlijk niet. Maar ik bleef zitten. Want stoppen, dat deed je niet. Dat was falen.”

“Ik had Rechten gekozen omdat het op papier logisch klonk. Analytisch denken, redeneren, prestige. Twee jaar lang heb ik mezelf wijsgemaakt dat het gevoel zou verdwijnen: dat gevoel dat ik ergens naartoe bewoog zonder te weten waarheen. Na mijn tweede jaar besloot ik van richting te veranderen. Misschien was het de studie, dacht ik, niet de universiteit zelf. Dus waagde ik mijn kans bij Handelsingenieur.”

Onverwachte reacties

“Ook dat jaar heb ik vol doorgezet. En ook dat jaar voelde ik hetzelfde: ik deed het voor iets van buiten mezelf. Voor verwachtingen, voor het beeld dat ik van mezelf had opgebouwd. Een diploma, dat was het doel. Alles wat daarna zou komen, dat zag ik later wel. Maar in juni 2025, op mijn 22ste, nam ik een beslissing die me meer moeite kostte dan gelijk welk examen: ik stopte. Definitief. Geen herexamens, geen nieuwe richting, geen uitstellen. Ik schrijf me uit.”

“De reacties waren anders dan ik had verwacht. Mijn vrienden toonden meteen begrip: ze zagen al langer dat ik niet gelukkig was, en ze wisten dat werken de betere optie was. Ook mijn mama stond, na lange gesprekken te hebben, achter mijn beslissing, en dat betekende meer dan ik kan zeggen.”

“De stap naar de arbeidsmarkt was geen zet uit wanhoop, maar uit verantwoordelijkheidsgevoel”

Clarysse (23)

“Maar er waren ook praktische realiteiten. Zonder studentenstatus zou mijn mama geen kinderbijslag meer ontvangen, wat betekende dat ik voor mijn eigen appartement en kosten zou moeten zorgen. Dat was misschien wel de grootste drijfveer om écht de stap te zetten naar de arbeidsmarkt. Niet uit wanhoop, maar uit verantwoordelijkheidsgevoel.”

“Wat volgde, was een periode van zoeken. Niet dramatisch of verloren, gewoon eerlijk zoeken. Ik begon na te denken over wat mij écht boeit en waarmee ik me graag mee bezig hou. Ik dacht eigenlijk te veel na, want het antwoord lag veel dichter bij huis dan ik me kon voorstellen. Schoonheid, verzorging, mensen blij maken met iets tastbaars: dat had me al jaren geboeid, lang voor ik ook maar één wetboek had opengeslagen.”

Sterkste troef

“Zo kwam ik terecht bij Ici Paris XL. Eerst als medewerker, maar al snel bleek dat ik er helemaal in opging. Ik leerde iedere dag iets nieuws: over producten, over klanten, over hoe je een team aanstuurt. En die passie die ik jarenlang als ‘onbelangrijk’ had gelabeld, die bleek de sterkste troef die ik had. Vandaag ben ik manager, en ik ga iedere dag met het grootste plezier naar mijn werk. Dat klinkt als een cliché, maar voor iemand die jarenlang tegen zichzelf heeft gevochten om ergens te passen, is dat bijna een wonder.”

“Sommige collega’s waarschuwden me wel: ‘Pas op, als je eenmaal begint te werken, wil je misschien nooit meer studeren.’ Ik luisterde, maar ik sloot de deur niet. Avondlessen, een hogeschool, een universiteit: die opties liggen open. Wat ze zeggen, neem ik mee, maar ik ken mezelf: als ik in de toekomst wil studeren, weet ik dat ik het doorzettingsvermogen heb om er honderd procent voor te gaan, in welke vorm dat ook mag zijn. Maar voor nu is werken de juiste keuze.”

Vijftig jaar Sfinks door de ogen van de bezoekers: “Hier komt de hele familie samen”

Op de festivalweide in Boechout lopen peuters met geschminkte gezichten naast grootouders op klapstoeltjes, terwijl jongeren zich voorbereiden op de avondconcerten. Die unieke mix van generaties is precies wat bezoekers jaar na jaar doet terugkeren. Voor veel bezoekers is Sfinks meer dan een muziekfestival. Het is een vaste traditie geworden die van generatie op generatie wordt doorgegeven.

Voor een gezin uit Boechout is Sfinks bijna vanzelfsprekend. De ouders kwamen er vroeger zelf al en nemen nu hun eigen kinderen mee. “Wij gaan eigenlijk bijna nooit naar festivals met de kinderen, behalve hier”, vertelt de moeder. “Onze kinderen kunnen zich uitleven op de springkastelen en de speelzones. Dat maakt het heel fijn.”

Dat het festival gratis is, speelt daarbij een grote rol. “Als het niet gratis zou zijn, weet ik niet of we zouden komen. Zo is het veel toegankelijker voor gezinnen.” Ook merkt ze dat het festival doorheen de jaren sterker is gaan inzetten op kinderen. “Het voelt echt alsof er vandaag voor iedereen iets te doen is.”

Van ouders naar grootouders

Voor Cynthia Jansen is Sfinks al veertig jaar een vaste afspraak. Waar ze vroeger met haar eigen kinderen naar het festival kwam, wandelt ze vandaag rond met haar dochters en kleinkinderen. “Onze kinderen zijn hier eigenlijk mee opgegroeid. Ze kwamen met vriendjes en vriendinnetjes en nu zie ik hetzelfde gebeuren met mijn kleinkinderen.” Ze herinnert zich hoe haar kinderen vroeger alleen over de festivalweide mochten rondlopen. “Vanaf zeven of acht jaar stuurden we hen gewoon op pad. We wisten dat er hier niets zou gebeuren. Dat vertrouwen hadden we.”

“Vroeger bleven we tot de vogeltjes floten. Nu ben ik degene die op de kleinkinderen let, zodat mijn kinderen later misschien nog eens kunnen terugkomen”

Cynthia jansen (bezoeker sfinks)

Volgens haar is Sfinks nooit een kinderfestival of een festival alleen voor volwassenen geweest. “Het is echt een familiefestival. Overal zie je volwassenen meedoen met de kinderen en omgekeerd. Alle generaties lopen hier samen rond.” Nu beleeft ze het festival op een andere manier. “Vroeger bleven we tot de vogeltjes floten. Nu ben ik degene die op de kleinkinderen let, zodat mijn kinderen later misschien nog eens kunnen terugkomen.”

Ook Olivia bewaart warme herinneringen aan Sfinks. Zo’n twintig tot vijfentwintig jaar geleden kampeerde ze er regelmatig met vrienden. Later kwam ze terug met haar eigen kinderen, en vandaag bezoekt ze het festival opnieuw, samen met haar dochter. “Ik zie eigenlijk geen enorme verschillen”, vertelt ze. “De sfeer is hetzelfde gebleven. Het voelt nog altijd heel toegankelijk.”

Geitenwollensok

Ook jongere bezoekers merken dat Sfinks meer is dan een festival waar je alleen voor de optredens komt. Anton, die sinds zijn tienerjaren af en toe naar Sfinks komt, zag het festival veranderen. “Vroeger had het een beetje een geitenwollensokken-imago. Nu is het veel toegankelijker geworden.”

“Sfinks had het een beetje een geitenwollensokken-imago. Nu zijn er meer mensen gekomen die niet speciaal voor wereldmuziek komen, maar wel voor de sfeer, de marktjes en het hele gebeuren”

Anton (bezoeker sfinks)

Volgens hem heeft de overstap naar een gratis festival daarbij geholpen. “Er zijn meer mensen gekomen die misschien niet speciaal voor wereldmuziek komen, maar wel voor de sfeer, de marktjes en het hele gebeuren.” Zijn vriendin Aisha vindt vooral de vrijblijvendheid een groot voordeel. “Dat het gratis is, maakt dat je gewoon kunt komen en gaan wanneer je wilt. Je voelt geen druk om de hele dag te blijven.”

Ook voor Michael, die voor de derde keer aanwezig is, draait Sfinks om veel meer dan muziek. “De energie, de verschillende culturen en het contact met mensen maken het speciaal. Je leert hier nieuwe mensen kennen en het voelt echt een community.”

Isabel en Marijke komen al ongeveer tien jaar naar Sfinks. Zij merken vooral hoe goed de organisatie is uitgebouwd. “Er zijn veel sanitaire blokken, veel vrijwilligers en iedereen is vriendelijk. Dat maakt de sfeer heel laagdrempelig.” Ze zien ook hoe gezinnen hun eigen manier vinden om het festival te beleven. “Overdag komen we met de kinderen voor het kinderdorp, de workshops en de activiteiten. ’s Avonds keren we soms nog eens terug met vriendinnen voor een optreden.”

Ook tijdens de zomer van 2026 vind je StampMedia terug op tal van festivals. Daar maken we video- en fotoreportages, podcasts, we schrijven artikels, … Doe gezellig mee!
 
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2026.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2025.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2024.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2023.

Maak kennis met het nieuwe Tiktokteam van StampMedia: “Nieuws op Tiktok is behapbaarder”

We are live! Al sinds april zit een groepje Stamp-jongeren ijverig achter de schermen te werken aan een vernieuwde Tiktokpagina. En nu is het zo ver: de lancering! Leer hier het Tiktokteam beter kennen.

Wie het Tiktokaccount van StampMedia al volgt, zag de voorbije dagen enkele nieuwe gezichten opduiken in de content, die ook in een nieuw jasje steekt. “StampMedia begeleidt jongeren die nieuws en media willen maken. De socials, waaronder onze Tiktok, deden de Stamp-medewerkers nog grotendeels zelf”, zegt hoofdredacteur Anouk Torbeyns. “Dat terwijl nieuws op socials en Tiktok zo belangrijk is geworden. Hoog tijd dus dat we ook daar jongeren zelf het heft in eigen handen laten nemen.”

Torbeyns: “Margot Vervloessem en Emily Walter van ‘team educatie’ brachten vier talentvolle Stamp-jongeren bij elkaar. Tijdens de zomer experimenteren ze volop met een nieuwe huisstijl, formats en nieuws op maat van Tiktok. So far so good, want wat we al te zien kregen als teaser, zag er beloftevol uit.”

“Met StampMedia moeten we meer inzetten op Tiktok en vertical content. En dat gaan we dus doen”

Voor de vier jongeren is het duidelijk: “Nieuws op Tiktok is veel behapbaarder. Met StampMedia moeten we dan ook meer inzetten op Tiktok en vertical content. En dat gaan we dus doen.” Maar wie zijn nu eigenlijk de jongeren achter de Tiktokpagina? Ontmoet ze hier!

Henry Afrane (20)

Henry zit vol energie. Hij deed begin 2026 stage bij StampMedia en maakte daar duidelijk indruk. Hij staat met veel plezier voor de camera en kijkt ernaar uit om het nieuws op jongerenmaat te brengen.

Volgens zijn vrienden is Henry een praatvogel en is hij heel energiek. Hij volgt het liefst showbizznieuws en heeft het minder voor breaking news. Geef hem maar achtergrondverhalen, liefst nog verhalen met een plottwist. Weetje: Henry is een echte nachtegaal die zingt in een gospelkoor. 

Amke Dockx (23)

Amke is een echte spring-in-’t-veld. Ze is één van de makers van de podcast (On)zichtbaar die wordt gemaakt bij StampMedia en al verschillende seizoenen loopt. In de podcast maakt Amke onderwerpen over mentaal welzijn bespreekbaar. Haar passie is dan ook content maken.

Amke is volgens vrienden goedlachs en enthousiast. Ze zegt dat ze vooral positief nieuws wil volgen. Ze heeft een voorkeur voor breaking news, want ze is graag als eerste op de hoogte. Fun fact: Amke is een grote fan van Pommelien Thijs.

Inaya Van Esbroeck (21)

Inaya is pas afgestudeerd als journalist, mede dankzij een sterke stage bij Stamp. Ze is vooral graag bezig met onderzoeksjournalistiek en human interest. 

‘Ambitieus’ en ‘chaotisch’ zijn twee woorden die oppoppen als haar vrienden aan Inaya denken. Als aspirant-onderzoeksjournalist heeft ze een voorliefde voor dat genre. Ook voor haar liever achtergrondverhalen, want “dan begrijp je echt met wat je bezig bent.” Daarnaast wordt ze gelukkig van tv-avondjes, Marokkaanse muntthee en goede (Vlaamse) memes.

Dries Basraoui (18)

Dries is de jongste van het nieuwe Tiktokteam. Zijn droom is om als buitenland- en oorlogsjournalist verslag uit te brengen vanuit conflictgebieden. Hij zette zijn eerste stappen in de journalistiek met DBNWS, een lokaal nieuwsplatform voor jongeren, en als jongerenreporter bij StampMedia. De volgende stap is de opleiding Journalistiek die hij vanaf september zal volgen in Brussel.

Zijn vrienden beschrijven hem als gepassioneerd en gedreven. Het liefst van al volgt hij buitenlandnieuws en heeft hij een voorkeur voor breaking news, maar wel altijd met de nodige duiding.

Volg Dries, Amke, Henry en Inaya op het Tiktokkanaal van StampMedia.

Vijftig jaar Sfinks: een festival dat blijft verbinden

Tijdens de vijftigste editie wordt niet alleen teruggeblikt op een halve eeuw geschiedenis, maar ook op de mensen die Sfinks jaar na jaar mee vormgeven, zoals de vele vrijwilligers en de legendarische DJ Papa Mojito. Zij delen hun verhaal met reporters Fatima Noori en Mauro Putnam.

Wat in de jaren zeventig begon als een kleinschalig folkfestival, is uitgegroeid tot één van de bekendste wereldmuziekfestivals van België. Sfinks ontstond vanuit het idee om mensen kennis te laten maken met muziek en culturen van over de hele wereld. Doorheen de jaren evolueerde het festival van een betalend wereldmuziekevenement naar een gratis festival waar ontmoeting, diversiteit en gastvrijheid centraal staan.

Voor vrijwilligers Myriam Lombaert en haar partner Jos is Sfinks al meer dan dertig jaar een vaste afspraak. Myriam begon als host voor internationale artiesten en hielp dankzij haar kennis van het Portugees met de communicatie tussen Braziliaanse muzikanten en de organisatie. Later verhuisde ze samen met Jos naar de persdienst, waar ze journalisten ondersteunden met informatie over artiesten en interviews. Vandaag verzorgen ze het artiestenonthaal.

Gastvrijheid

Hoewel hun taken door de digitalisering sterk veranderden, bleef de sfeer volgens hen hetzelfde. “Voor mij is Sfinks een feest”, vertelt Myriam. “Ik kijk er elk jaar naar uit. De vrijwilligers lijken één grote familie en daardoor voelt het aan als één groot familiefeest.”

Die warme sfeer is volgens hen altijd de rode draad geweest. Jos noemt gastvrijheid zelfs de grootste kracht van het festival. “Gastvrijheid naar het publiek, naar de artiesten, maar ook naar de medewerkers. Dat ontstaat heel organisch. Er is geen tijd voor teambuildings en dat soort zaken, maar toch groeit er een sterke band tussen iedereen.”

“Toen het festival gratis werd, zagen we plots veel meer diversiteit”

Myriam Lombaert (vrijwilliger sfinks)

Het Sfinksfestival veranderde de laatste decennia sterk. De grootste ommezwaai kwam er toen het festival gratis werd. Dat zorgde voor een veel breder publiek. Waar vroeger vooral liefhebbers van wereldmuziek kwamen, vinden vandaag ook gezinnen, jongeren en bezoekers met uiteenlopende culturele achtergronden hun weg naar de festivalweide. “Toen het festival gratis werd, zagen we plots veel meer diversiteit”, vertelt Myriam. “Mensen met verschillende nationaliteiten en culturen komen hier samen en dat is fantastisch.”

Tegelijk betekende het verdwijnen van een groot deel van de subsidies dat de programmatie zich moest aanpassen. Volgens Jos werden sommige grote internationale namen moeilijker betaalbaar, maar bleef de essentie van Sfinks overeind. “Er moesten keuzes gemaakt worden, maar de openheid en de gastvrijheid zijn altijd gebleven.”

Wereldmuziek

Ook de uitbreiding met nieuwe podia, zoals de Urban, toont hoe het festival mee evolueerde met zijn publiek. Daarnaast kwam er ook een uitgebreide ‘kidszone’ waarin de kleintjes urenlang plezier kunnen hebben in onder andere speeltuinen en op springkastelen. Daarnaast zijn er voor de kinderen ook workshops als djembé spelen of knutselen. 

Toch blijft wereldmuziek het kloppende hart van Sfinks, met artiesten uit alle hoeken van de wereld. Die liefde voor wereldmuziek deelt ook Arnold, beter bekend als DJ Papa Mojito. Sinds 2013 draait hij op het festival, al begon zijn verhaal eerder als vrijwilliger. Toen Sfinks nog betalend was, raapte hij bekertjes op om een gratis festivalticket te verdienen. Zo zag hij artiesten als Goran Bregović en Cesária Évora optreden, muziek die vandaag nog steeds deel uitmaakt van zijn DJ-sets.

“In Cuba, Senegal of Turkije vroeg ik aan chauffeurs om een cassette met hun favoriete muziek. Die verzameling speel ik vandaag nog altijd”

DJ PAPA MOJITO

Zijn carrière als DJ ontstond toevallig. Op vraag van zijn zoon draaide hij muziek tijdens een oudejaarsfeest. Omdat hij bekend stond om zijn mojito’s kreeg hij de bijnaam ‘Papa Mojito’. Via een klein festivalletje werd hij opgemerkt door iemand van Sfinks, die hem uitnodigde om met zijn opvallende bakfiets vol draaitafels naar Boechout te komen.

Sindsdien brengt hij een mix van wereldmuziek die hij tijdens zijn reizen verzamelde. “In Cuba, Senegal of Turkije vroeg ik aan chauffeurs om een cassette met hun favoriete muziek. Die verzameling speel ik vandaag nog altijd. Het mooie is dat zowel jong als oud ervan geniet.”

Afscheid

Zo werd Papa Mojito de laatste jaren een echte held op Sfinks. Hij wordt aan de lopende band benaderd door fans die om foto’s vragen. Eén weekend per jaar lijkt Arnold te veranderen in een echte wereldster.

Na meer dan tien jaar achter de draaitafels wordt deze editie zijn laatste als artiest. Toch neemt hij geen afscheid van Sfinks. “Volgend jaar draai ik niet meer, maar ik ga hier wel vier dagen rondwandelen.”

Net als Myriam en Jos denkt Arnold met veel warmte terug aan één bijzonder moment. Het legendarische concert van Goran Bregović, toen hevige regen de festivalweide veranderde in een modderpoel. “Iedereen stond met zijn laarzen in de modder, maar niemand trok zich daar iets van aan. Twee uur lang bleef iedereen dansen en feesten zonder zich ook maar een seconde te storen.”

Ook tijdens de zomer van 2026 vind je StampMedia terug op tal van festivals. Daar maken we video- en fotoreportages, podcasts, we schrijven artikels, … Doe gezellig mee!
 
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2026.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2025.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2024.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2023.

Resultaten workshop: Oefenweek Nederlands

Tijdens de zomer organiseerde StampMedia in samenwerking met Atlas een workshopweek met de focus op Nederlands oefenen. Bekijk hieronder de resultaten.

Tekst 2 – ‘Een zonnige dag’

Vandaag heb ik een wandeling gemaakt in de Meir.

Het was erg warm buiten.

Ik heb veel foto’s gemaakt: van de ingang van Chinatown, van Antwerpen-Centraal en van een chocoladewinkel.

Op een stenen bank zat een jongen met een donkere huidskleur naar muziek te luisteren.

De mensen waren vrolijk en de etalage van een parfumerie was heel mooi.

Op de terugweg naar mijn studio maakte ik foto’s van een hond en zijn baasje.

Ik vond de foto’s erg mooi.

Op dat moment was ik ontzettend blij! Ik voelde me net een journaliste.

Eigenlijk heb ik altijd al heel van fotografie gehouden.

Straatmuzikanten brengen de Gentse Feesten tot leven: “Op straat moet je de aandacht van je publiek verdienen”

Straatmuzikanten vormen een onmisbaar onderdeel van de Gentse Feesten. Terwijl bezoekers van podium naar podium trekken, zorgen zij voor onverwachte concerten op straathoeken en pleinen. Reporters Fatima Noori en Mauro Putman spraken vijf straatmuzikanten tijdens de Feesten.

Straatmuziek bestaat al eeuwen. Al in de middeleeuwen trokken rondreizende muzikanten van stad naar stad om op pleinen en markten hun muziek te brengen en ook vandaag zijn straatmuzikanten nog altijd een vast onderdeel van het straatbeeld. Ze zorgen voor sfeer, brengen mensen samen en geven voorbijgangers een onverwacht muzikaal moment. Tijdens de Gentse Feesten krijgen ze bovendien een extra podium, want tussen de drukke pleinen, optredens en feestvierders vullen tientallen straatartiesten de stad met muziek.

Hoewel de Gentse Feesten vooral bekendstaan om hun grote concerten en podia, zijn het vaak straatmuzikanten die voor de meest spontane ontmoetingen zorgen. Als straatmuzikant moet je de voorbijgangers overtuigen even stil te staan bij jouw muziek. Net daarin schuilt volgens veel artiesten de charme van straatmuziek.

Intieme interactie

De Brusselse straatmuzikant Nicolas maakt ieder jaar even tijd om naar Gent te komen. Voor hem zijn de Gentse Feesten een kans om een nieuw publiek te bereiken. Toch hoeft het voor hem niet altijd zo druk te zijn. “Het contact met het publiek is het leukste. Het is telkens een uitdaging om mensen te laten stoppen en echt naar je muziek te laten luisteren”, vertelt hij. Opvallend genoeg verkiest hij geen enorme mensenmassa. “Ik speel liever voor kleinere groepjes. Dat voelt gezelliger en persoonlijker aan.”

“Ik heb de eerste keer twee uur met mijn ukelele rondgelopen omdat ik niet durfde te beginnen. Uiteindelijk heb ik mezelf verplicht om gewoon te starten en sindsdien speel ik zonder problemen”

Hanne Neutens (straatmuzikant)

Die voorkeur voor een intiem publiek klinkt ook bij Hanne Neutens, die naast haar band Jamina regelmatig als straatmuzikant optreedt. Zij probeert de grootste drukte zelfs bewust te vermijden. “Ik kom extra vroeg om de drukte voor te zijn, aangezien ik liever voor een klein groepje speel dan voor een grote massa. Tegen de avond wordt het te druk voor mij en dan stop ik er ook gewoon mee.”

Volgens Neutens draait straatmuziek vooral om interactie. “Op een podium blijft het publiek vanzelf staan, maar op straat moet je hun aandacht verdienen.” Dat maakt ieder optreden anders. Ze herinnert zich nog goed hoe spannend haar eerste optreden was. “Ik heb de eerste keer twee uur met mijn ukelele rondgelopen omdat ik niet durfde te beginnen. Uiteindelijk heb ik mezelf verplicht om gewoon te starten en sindsdien speel ik zonder problemen. Je leert dat het helemaal niet erg is als het eens niet werkt.”

Ook Marie en Walter, die in Gent wonen en samen straattheater brengen, zien de straat als de ideale plek om contact te maken met mensen. Volgens hen is de straat een oefenterrein waar je meteen merkt of een act aanslaat.

“Op straat kan alles gebeuren. Mensen kiezen er zelf voor om te stoppen en te luisteren. Dat geeft een energie die je nergens anders vindt”

Joele (Italiaanse straatmuzikant die in Spanje woont)

“Mensen hebben niet betaald om naar ons te komen kijken. We moeten hun aandacht verdienen en dat maakt straatoptredens zo bijzonder.” Ze spelen niet alleen tijdens de Gentse Feesten, maar overal waar dat kan. Omdat ze geen vaste contracten hebben, hangt hun inkomen af van de giften van het publiek. Tijdens de Gentse Feesten treden ze vier tot vijf keer per dag op.

Afgeleid door andere activiteiten

Voor de Italiaanse muzikant Joele, die in Spanje woont, vormen de Gentse Feesten een halte tijdens zijn Europese tournee. Hij begon ooit als straatmuzikant in Australië en treedt tegenwoordig vaak op in cafés. Toch blijft de straat voor hem iets unieks. “Op straat kan alles gebeuren. Mensen kiezen er zelf voor om te stoppen en te luisteren. Dat geeft een energie die je nergens anders vindt.”

De grote drukte tijdens de Gentse Feesten vindt hij een uitdaging. Overal klinkt muziek en worden bezoekers afgeleid door andere activiteiten. Daarom zoekt hij liever een plek waar minder omgevingsgeluid is. Toch is hij onder de indruk van het festival. “Er is hier ontzettend veel te beleven. Ik heb gisteren nog een band ontdekt die me echt heeft omvergeblazen en dat is het leuke aan de Gentse Feesten: je ontdekt voortdurend nieuwe artiesten.”

Ook tijdens de zomer van 2026 vind je StampMedia terug op tal van festivals. Daar maken we video- en fotoreportages, podcasts, we schrijven artikels, … Doe gezellig mee!
 
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2026.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2025.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2024.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2023.

Column | “De Gentse Feesten zijn veel meer dan overvolle pleinen en pinten in de lucht”

Wie de Gentse Feesten alleen kent van beelden van overvolle pleinen, pinten in de lucht en feestvierders die tot in de vroege uurtjes doorgaan, ziet maar een klein stukje van het verhaal. Achter tien dagen muziek, theater en gezelligheid schuilt een geschiedenis van meer dan 180 jaar. Een geschiedenis die begon met een eenvoudig idee: mensen samenbrengen.

De Gentse Feesten ontstonden in 1843. België was toen nog een jong land en Gent groeide uit tot een belangrijke industriestad. Het stadsbestuur besloot verschillende volksfeesten, markten en kermissen samen te voegen tot één groot stadsfeest. Het doel was niet om een festival vol optredens te organiseren, maar om inwoners uit alle lagen van de bevolking samen te brengen. Arm of rijk, jong of oud: iedereen moest zich welkom voelen.

Meer dan anderhalve eeuw later leeft dat oorspronkelijke idee nog altijd voort. Vandaag behoren de Gentse Feesten tot de grootste culturele stadsfestivals van Europa. Jaarlijks zakken honderdduizenden bezoekers af naar de Gentse binnenstad. Toch draait het festival om veel meer dan alleen muziek en uitgaan.

Wie door de straten wandelt, ontdekt een stad die bruist van cultuur. Op bijna ieder plein klinkt live muziek. Straattheater trekt nieuwsgierige voorbijgangers aan. Comedians laten het publiek lachen, terwijl kunstenaars en muzikanten hun talent tonen aan iedereen die even blijft staan. Kinderen kunnen genieten van animatie en workshops, terwijl liefhebbers van theater, dans en literatuur ook hun plaats vinden in het uitgebreide programma.

Dat maakt de Gentse Feesten bijzonder. Er is geen vast parcours en geen juiste manier om het festival te beleven. Soms ontstaat het mooiste moment onverwacht: een muzikant in een steegje, een klein theaterstuk op een verborgen plein of een gesprek met iemand die je enkele minuten daarvoor nog niet kende.

Natuurlijk wordt er gefeest. Natuurlijk vloeit er alcohol. Maar wie denkt dat de Gentse Feesten alleen daarom draaien, mist de essentie

FATIMA NOORI

Toch blijven de Gentse Feesten voor sommigen het festival van bier en uitbundige nachten. Natuurlijk wordt er gefeest. Natuurlijk vloeit er alcohol. Maar wie denkt dat de Gentse Feesten alleen daarom draaien, mist de essentie.

De Gentse Feesten zijn een plek waar generaties samenkomen. Waar grootouders met hun kleinkinderen wandelen, gezinnen overdag genieten van straatanimatie en vrienden elkaar ieder jaar opnieuw ontmoeten. Overdag heerst er een ontspannen sfeer, terwijl de stad ’s avonds verandert in een bruisend decor vol muziek en licht. Net die combinatie maakt het festival uniek.

Weet je trouwens waarom de Gentse Feesten precies tien dagen duren? Dat is geen toeval. De feesten starten traditioneel op de vrijdag vóór de Belgische nationale feestdag van 21 juli en eindigen op de zondag erna. Daardoor vallen er twee volledige weekends binnen het festival, zodat zoveel mogelijk mensen de kans krijgen om deel te nemen. Dat eenvoudige idee toont opnieuw waar de Gentse Feesten eigenlijk om draaien: zoveel mogelijk mensen samenbrengen.

Misschien is dat wel de grootste kracht van de Gentse Feesten: in een tijd waarin we steeds vaker naast elkaar leven in plaats van met elkaar, bewijzen de Gentse Feesten dat ontmoeting nog altijd bestaat. Niet omdat iedereen hetzelfde is, maar omdat iedereen er een plaats vindt. De ene komt voor een concert, de andere voor een theaterstuk, een kinderactiviteit of gewoon voor een wandeling door een bruisende stad. En precies daarin schuilt de schoonheid van de Gentse Feesten.

Ze herinneren ons eraan dat cultuur mensen kan verbinden. Dat een stad pas echt leeft wanneer haar pleinen gevuld zijn met muziek, gesprekken en gelach. En dat een festival niet alleen draait om wat er op het podium gebeurt, maar vooral om wat er tussen de mensen ontstaat.

Misschien zijn de Gentse Feesten daarom al meer dan 180 jaar een vaste waarde. Niet omdat mensen er alleen komen om te feesten, maar omdat ze er ieder jaar opnieuw thuiskomen in een stad die haar deuren openzet voor iedereen.

Ook tijdens de zomer van 2026 vind je StampMedia terug op tal van festivals. Daar maken we video- en fotoreportages, podcasts, we schrijven artikels, … Doe gezellig mee!
 
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2025.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2024.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2023.

Sebbe (21) veranderde na twee jaar van studierichting: “Wees niet bang om één stap terug te nemen, om dan drie vooruit te gaan”

Sebbe is 21 jaar en studeert revalidatiewetenschappen en kinesitherapie aan de KU Leuven. Dat was weliswaar niet zijn plan. Na twee jaar Toegepaste Economische Wetenschappen besloot hij een gewaagde sprong te nemen en veranderde hij van studies.

“In het middelbaar deed ik Economie-Moderne talen, waar ik redelijk goede punten haalde. Een logische keuze voor mij was dan om Toegepaste Economische Wetenschappen (TEW), te volgen. Het idee klonk goed: ik kende de basis namelijk al en ik had er vertrouwen in. Revalidatiewetenschappen en kinesitherapie had ik toen ook al in mijn hoofd, maar ik had er toch een beetje schrik voor. Fysica was niet mijn sterkste punt en bewegingswetenschappen hadden we amper gezien in het middelbaar. Dus koos ik voor de safe optie: TEW.”

“Vooraleer ik me inschreef, had ik een positief beeld over TEW: een verdieping van de economie die ik al kende, maar met meer diepgang. Ook bredere vakken zoals Psychologie en Marketing spraken me aan. Het eerste jaar lag dan ook in lijn met mijn verwachtingen. De vakken waren interessant en ik vond het eigenlijk heel leuk.” “Maar het tweede jaar was een ander verhaal. De economische vakken werden steeds wiskundiger met meer abstracte modellen en theorieën die mij eigenlijk niet zo veel interesseerden. Toen kwamen er nog meer wiskundige vakken bij zoals statistiek, terwijl de bredere en leukere vakken wegvielen. Ik wist wel dat stevige wiskunde erbij hoorde, maar dit was me toch te veel van het goede. Mijn positieve beeld over TEW begon langzaam te kantelen.”

“Twee jaar studeren en dan zeggen: ik doe het niet verder. Dat is moeilijk om te accepteren. Tegelijk wist ik ook wel dat doorgaan geen juiste optie meer was”

SEBBE (21)

“Halverwege het tweede semester begon ik me dan af te vragen of ik dit nog wel twee jaar wou verder doen. Het antwoord was simpel: nee. Het was geen plots moment waarop ik dacht: “Ik stop ermee”, maar eerder een gedachte die aan me knaagde doorheen de weken. Iedere les zat ik bij mezelf te denken: ik weet niet of ik dit langer wil doen. Dat was best een confronterend gevoel.”

“De beslissing om van studierichting te veranderen, was niet makkelijk. Het voelde een beetje alsof ik twee jaar van mijn leven zou ‘verspillen’. Dat lijkt misschien een groot woord, maar zo voelde het op dat moment wel aan. Twee jaar studeren en dan zeggen: ik doe het niet verder. Dat is moeilijk om te accepteren. Tegelijk wist ik ook wel dat doorgaan geen juiste optie meer was. Je kunt jezelf dwingen om iets voort te zetten, maar als het je niet gelukkig maakt, heeft volhouden weinig zin.”

“Toen ik dit aan mijn familie voorstelde, reageerde ze eerst sceptisch. Ze wezen me op mijn studiepunten, die op zich voldoende waren, en op het feit dat ik weinig wetenschappelijke achtergrond had voor kinesitherapie. Ze waren bezorgd of ik het wel kon halen. Die bezorgdheid was niet onterecht, maar ik geloofde in mezelf. Uiteindelijk stonden ze open voor mijn beslissing en wilden ze gewoon dat ik deed wat mij gelukkig zou maken en dat betekende heel veel voor mij.”

Opnieuw vrienden maken

“Er was ook nog iets anders dat zwaar op me woog. Al mijn vrienden en medestudenten zouden gewoon verder studeren en zouden twee jaar verder staan dan ik. Ik zou opnieuw moeten beginnen in een nieuwe groep, met mensen die ik niet kende. Jongere mensen, misschien zelfs mensen waar ik niet mee zou kunnen opschieten. Dat was best spannend. Ik wist niet goed hoe ik dat zou ervaren.”

“Toch durfde ik de sprong te nemen. Kinesitherapie was altijd een optie voor mij geweest, dus besloot ik het nu toch te proberen, met twee jaar vertraging. Ik dacht bij mezelf: “Fock it, ik doe het.” Ik wou iets doen dat ik écht zag zitten en als dat niet uitpakt, kan ik nog steeds gaan werken of naar de hogeschool gaan.”

“Vandaag, in mijn tweede jaar kinesitherapie, ben ik tevreden. Zeer tevreden zelfs. Niet alleen met de inhoud van de opleiding, maar ook met de sfeer en de mensen. Ik heb zelfs het gevoel dat de mensen hier veel aangenamer zijn dan in TEW: losser, vriendelijker en warmer. Kinesitherapeut is nu eenmaal een beroep waarbij je heel sociaal moet zijn.”

“Die omweg heeft me juist iets bijgeleerd: over wat ik wil, wat ik niet wil en over de moed die nodig is om belangrijke keuzes te maken”

SEBBE (21)

“Wat me ook hielp, is dat ik er niet alleen voor stond. Veel studenten in mijn jaar zijn van mijn leeftijd of zelfs ouder. Er is dus een mooie mix tussen de verschillende leeftijden. Ik heb me er snel thuisgevoeld en snel nieuwe vrienden gemaakt, dus die bezorgdheid om nieuwe mensen te leren kennen, was nergens voor nodig.”

“Als ik op mijn jaren TEW terugblik, vraag ik me soms af of ik het anders had kunnen aanpakken. Had ik misschien beter eerst voor kinesitherapie gekozen? Had ik beter mijn bachelor afgemaakt en dan pas begonnen aan kinesitherapie? In een ideale wereld waarschijnlijk wel, maar als je naar de bigger picture kijkt, is twee jaar ‘verspillen’ niet meteen het einde van de wereld. Ik heb geen spijt van mijn keuze. Die omweg heeft me juist iets bijgeleerd: over wat ik wil, wat ik niet wil en over de moed die nodig is om belangrijke keuzes te maken.”

“Als je iemand bent die twijfelt aan zijn of haar studierichting, kan ik je vertellen dat je niet bang moet zijn. Je kunt altijd van richting veranderen als je voelt dat het de juiste keuze is. Doe gewoon wat je graag doet en denk ook aan je toekomstige zelf, als hij of zij tevreden zou zijn met de keuze. Makkelijker gezegd dan gedaan, dat weet ik ook. Maar ik kan spreken vanuit ervaring. Wees niet bang om één stap terug te nemen, om dan drie vooruit te gaan.”

Marie (23): “Veel jongeren zitten met dezelfde vragen over geld. Toch praten we er nooit over met elkaar”

“Financiële stress is niet alleen iets persoonlijks”, schrijft Marie (23). “Het heeft ook te maken met de wereld waarin we vandaag opgroeien: een wereld met veel onzekerheid, hoge verwachtingen en constante vergelijking.”

De laatste tijd merk ik dat geld veel zwaarder is beginnen wegen. Zeker nu ik dichter bij afstuderen kom en meer nadenk over alleen wonen en op eigen benen staan. Vroeger voelde sparen voor mij als iets dat gewoon slim was. Nu voelt het veel groter. Alsof sparen niet alleen over geld gaat, maar ook over rust. Over het gevoel dat ik later niet helemaal met lege handen zal staan.

Ik heb het gevoel dat er vandaag veel is dat die stress voedt. Je hoort constant dat woningen bijna onbetaalbaar zijn. Dat alles duurder wordt. Dat een pensioen onzeker voelt. Dat je jong moet beginnen, anders loop je achter. Ook op sociale media zie je vaak uitersten. Mensen die tonen wat ze kopen, waar ze reizen, hoe mooi hun appartement is of hoeveel ze al “geregeld” hebben. Dat kruipt in je hoofd, zelfs als je weet dat dat niet het hele verhaal is.

Ik merk dat dat bij mij echt in mijn dagelijks leven zit. Elke keer als ik geld uitgeef, denk ik na. Als er een rekening binnenkomt, voel ik dat meteen. Ook na een werkdag of als ik mijn loon zie, ben ik er meer mee bezig dan vroeger. Dan zie ik niet alleen een bedrag, maar begin ik meteen te denken aan alles wat ik ermee zou moeten doen. Wat moet naar vaste kosten gaan zoals huur, elektriciteit en boodschappen? Wat zou ik moeten sparen? Wat zou slim zijn? Ben ik wel goed bezig?

“Geld is voor veel jongeren nog altijd een taboe. Ikzelf praat er ook niet makkelijk over. Zelfs niet met goede vrienden”

Marie (23)

Wat ik ook moeilijk vind, is dat geld voor veel jongeren nog altijd een taboe is. Ikzelf praat daar zelf ook niet makkelijk over. Zelfs niet met goede vrienden. Ik begin er bijna nooit zelf over, omdat ik al snel denk dat het te persoonlijk is. Of dat het niet gepast is. Tegelijk denk ik wel dat het mij net deugd zou doen om er eerlijker over te praten. Want soms voel ik me er best alleen in. Terwijl ik zeker weet dat veel jongeren met dezelfde vragen zitten.

Niet iedereen start ook van hetzelfde punt. Sommige jongeren leren van thuis hoe je spaart. Sommigen krijgen financiële steun van hun ouders, zoals leefgeld, hulp met een kot of een spaarrekening. Anderen niet. En dat verschil voel je. Zelf heb ik sparen niet echt van jongs af aan geleerd. Ik ben dat nu vooral al doende aan het uitzoeken.

Ik weet ook van mezelf dat ik snel geld uitgeef. Ik ben impulsief en laat me makkelijk beïnvloeden. Door vrienden, door advertenties, door trends, door dingen die op dat moment een goede deal lijken. Geld uitgeven voelt soms ook gewoon leuk. Als een beloning. Iets waar je op dat moment controle over hebt. Maar achteraf geeft het niet altijd een goed gevoel.

“Sommigen krijgen financiële steun van hun ouders, zoals leefgeld, hulp met een kot of een spaarrekening. Anderen niet. En dat verschil voel je“

Marie (23)

Wat voor mij bijvoorbeeld niet werkt, is een spaarrekening waar ik zelf heel gemakkelijk opnieuw geld van kan halen. Dan verbreek ik die afspraak met mezelf sneller. Daarom ben ik beginnen zoeken naar manieren die beter bij mij passen. Sinds een tijdje beleg ik elke maand een klein bedrag. Niet groot, maar net genoeg om er bewust mee bezig te zijn. Voor mij helpt dat, omdat dat geld minder los aanvoelt.

Ik leer er ook door bij over geld, over markten en over hoe de wereld economisch in elkaar zit. Daarnaast probeer ik ook slimmer om te gaan met kleine uitgaven. In de supermarkt vergelijk ik veel meer prijzen dan vroeger. Ik maak er soms bijna een spel van om producten aan de beste prijs-kwaliteit te vinden.

Wat ik vooral geleerd heb, is dat financiële stress voor mij niet alleen iets persoonlijks is. Het heeft ook te maken met de wereld waarin we vandaag opgroeien: een wereld met veel onzekerheid, hoge verwachtingen en constante vergelijking. Dat voel je, ook als jongere.

Maar ik geloof wel dat je stap voor stap meer grip kan krijgen. Niet door ineens perfect met geld om te gaan, maar door jezelf beter te leren kennen en te zoeken naar wat voor jou werkt. En misschien moeten we daarom ook gewoon eerlijker worden over geld. Want zolang we erover zwijgen, blijft het iets waar iedereen afzonderlijk mee worstelt. Terwijl net meer openheid het taboe kan doorbreken.

Opinie | “Moeten we onze kinderen het geheim van Sinterklaas vertellen?”

Junior Journalist is de grootste schrijfwedstrijd voor scholieren uit Vlaanderen en Brussel en wordt jaarlijks georganiseerd door het Davidsfonds. Leeringen van het vijfde leerjaar tot en met het laatste middelbaar kunnen deelnemen. Tijdens het schooljaar 2025-2026 was het thema: ‘Is dat echt?!’ Nina De Sutter van het Sint-Martinuscollege Overijse won de eerste prijs in reeks 4 (derde graad secundair onderwijs) waar de opdracht was om een opiniestuk te schrijven.

Het is 5 december. De woonkamer is verlicht door de open haard. Een schoen ligt netjes klaar, gevuld met een wortel en suikerklontjes. Ook ligt er een tekening in, waarin uren werk is gestoken. Buiten is het donker en sneeuwt het, terwijl de kinderen vol spanning naar bed gaan. Hun hart klopt steeds sneller van nieuwsgierigheid en verwachting: zal de Sint vannacht echt langskomen?

De volgende ochtend rennen ze al vroeg naar hun schoen: “Mama, wakker worden! De Sint is geweest!” Het is een magisch moment, een ervaring vol verwondering, spanning en vreugde. Als ouder kun je je afvragen hoe we het best tegen onze kinderen vertellen dat de Sint niet echt bestaat, aangezien we hen leren dat ze ook niet tegen ons mogen liegen. Maar is het juist geen zonde om deze magie te doorbreken door hen het geheim te vertellen?

Magisch denken

Allereerst is het volgens orthopedagoog Julia Koopmans belangrijk dat kinderen geloven in Sinterklaas, maar ook in andere fantasiewezens. Het geeft kinderen de ruimte om magisch te denken en dat is essentieel voor hun sociaal-emotionele groei. Dit magisch denken helpt hen hun inlevingsvermogen te ontwikkelen, om te gaan met angsten en een verhalende mindset te oefenen. Koopmans zegt daarbij ook dat je Sinterklaas dus nog even moet “meenemen” in de fantasiewereld van het kind, want zo stimuleer je het kinderlijk verbeeldingsvermogen. Je liegt dus niet tegen je kind, maar je beweegt mee in hun fantasie.

Volgens Lieselot de Wilde, professor historische en algemene pedagogiek, is het verhaal van Sinterklaas veel meer dan een fantasieverhaal. Het is een diepgewortelde culturele traditie, die vele generaties met elkaar verbindt. Zo blijkt er uit een onderzoek dat ouders samen met hun kinderen Sinterklaas vieren omdat ze er zelf fijne herinneringen aan hebben. Zo kunnen de ouders zelf weer even kind zijn.

De Wilde legt uit dat volwassenen en kinderen samen deelnemen aan een gedeeld ritueel dat gevoelens van continuïteit en verbondenheid creëert tussen hen. Dat doen ze door samen bijvoorbeeld een schoentje te zetten, liedjes te zingen en nog veel meer. De mythe zorgt dus voor een collectieve, warme ervaring die families samenbrengt. Als ouder lieg je dus niet, het is namelijk een pedagogische vorm van traditiebehoud.

Ten slotte, volgens de Universiteit van Texas, ervaren kinderen, die zelf ontdekken dat Sinterklaas een mythe is, een persoonlijke en betekenisvolle ontdekking. Ze leren zelf verbanden leggen en conclusies te trekken in plaats van dat hun ouders de waarheid vertellen. Hierdoor ontwikkelen ze zelfvertrouwen en zelfstandigheid. Het ontdekken van het geheim van Sinterklaas voelt als een intellectuele prestatie. Volgens de universiteit stimuleert deze manier van leren zowel cognitieve vaardigheden als kritisch denken. Kinderen gaan aanwijzingen analyseren en gaan logisch nadenken over het verhaal rond de Sint. Daardoor combineren kinderen plezier, nieuwsgierigheid en ontwikkeling op een natuurlijke en leerzame manier.

Pedagogen wijzen erop dat het verhaal van Sinterklaas geen leugen is, maar een gedeelde culturele fantasiewereld waar kinderen vrijwillig in mee gaan

Sommige ouders vinden dat ze hun kinderen beter meteen vertellen dat de Sint niet echt is, omdat ze het gevoel hebben dat ze liegen tegen hun kinderen. Ze vrezen dat hun kinderen later boos zullen worden wanneer ze zelf ontdekken dat Sinterklaas niet echt bestaat. Ouders zijn bang dat dit de vertrouwensband zal schaden. Ze vinden dat ze hun kinderen juist moeten leren dat eerlijkheid belangrijk is en dat gaat dus niet als ouders zelf liegen over het geheim van Sinterklaas.

Meer dan een feest

Toch wijzen pedagogen erop dat het verhaal van Sinterklaas geen leugen is, maar een gedeelde culturele fantasiewereld waar kinderen vrijwillig in mee gaan. Ook zullen kinderen geen vertrouwen verliezen wanneer ze later zelf achter het geheim komen. Ook wil ik hieraan toevoegen dat we als ouder over veel meer liegen dan alleen het verhaal van Sinterklaas. Zo vertellen wij als ouder tegen jongere kinderen ook niet de echte waarheid over waar kindjes vandaan komen.

Naar mijn mening is Sinterklaas meer dan alleen een feest; het is een culturele traditie die kinderen laat dromen, leren en ontdekken. Doordat kinderen het geheim van de Sint zelf ontdekken, geeft het ze de kans om autonomie en zelfvertrouwen te ontwikkelen door zelf verbanden te leggen en conclusies te trekken. Ook stimuleert het het kritisch denken en ontwikkelen ze fantasie en creativiteit. De mythe van de Sint houdt het feest spannend en versterkt de band met familie en cultuur. Doordat ouders hun kinderen niet op vroege leeftijd vertellen dat de Sint niet echt is, geven we de kinderen niet alleen een magische ervaring, maar ook een waardevol educatief en sociaal instrument in hun ontwikkeling.

Het is dus belangrijk dat wij het magische moment van je schoen klaar te zetten, je verlanglijstje te maken en vol spanning te gaan slapen, niet verbreken.

Deelnemen aan de volgende editie van Junior Journalist? Ook in het schooljaar 2026-2027 vindt de schrijfwedstrijd plaats in heel Vlaanderen en Brussel. Meer info vind je hier.