© Anke De Cock
reacties (0)

Recent wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat mensen met autisme zich drie keer vaker identificeren als holebi. Toch blijft dit onderwerp vaak onder de radar. Een gesprek met Kwinten (26), Lennert (22) en Liesbeth (21), drie prille twintigers die onder beide noemers vallen.

De resultaten van de studie zijn niet verrassend. Ook eerdere studies legden al een verband tussen autisme en genderdysforie. Autisme Spectrum Stoornis (ASS) is een aandoening die zeer verschillende vormen vertoont. Op het spectrum bewandelt iedereen zijn eigen weg.De regenboog is al jaren een universeel symbool voor de LGBTQ+-gemeenschap. De vlag staat symbool voor het spectrum aan geaardheden en genderidentiteiten, van homoseksueel tot biseksueel en van transgender tot genderfluïde. Iedereen is verschillend en toch gelijk, verbonden door dat letterwoord. Het is een symbool dat ook verder reikt dan enkel seksualiteit of gender. Ook voor mensen die zowel ASS hebben als zich als LGBTQ+ identificeren, straalt deze regenboog des te sterker. En zij zijn talrijk, zo blijkt.

Een Zweedse studie uit 2017 peilde bij bijna 50.000 mensen met ASS naar hun seksualiteit. Uit de resultaten blijkt dat de respondenten zich drie keer vaker identificeerden als niet-heteroseksueel dan mensen zonder ASS. Verschillende andere studies van de afgelopen jaren wijzen op een link tussen ASS en genderdysforie (eigenschap waarbij het geboortegeslacht en de genderidentiteit van een persoon niet overeenstemmen, red.). Bij mensen met genderdysforie wordt vijf keer vaker ASS vastgesteld. De studies halen verschillende redenen aan voor de samenhang tussen beide diagnoses, zowel op biologisch, sociaal als psychologisch vlak. Een sluitende verklaring is er (nog) niet. Ik sprak met Kwinten (26), Lennert (22) en Liesbeth (21). Alle drie hebben ze de diagnose ASS en alle drie rekenen ze zichzelf tot de LGBT-gemeenschap. Elk hebben ze hun eigen verhaal, met ups en downs in een wereld die het hen niet altijd even makkelijk maakt.

Lennert (22) uit Gent: “Voor mij was transgender zijn geen keuze maar een noodzaak. Het was leven als man of dood zijn.” Foto: Lennert

Verbergen en maskeren

Voor Lennert was al bij de geboorte duidelijk dat hij anders was dan de anderen. Als prematuur had hij een verhoogde kans op het ontwikkelen van een ontwikkelingsstoornis zoals ASS. Pas op zijn zeventiende kwam de effectieve diagnose, na een opname in het UZ Gent. Op dat moment bewandelde hij ook al die andere weg van zelfontdekking. Op zijn twaalfde kwam hij uit de kast als lesbienne, op zijn achttiende outte hij zich als transgender en begon zijn transitie.

Ook Kwinten ontdekte zijn seksualiteit vóór hij de diagnose van ASS kreeg. Op zijn twaalfde maakte hij voor zichzelf uit dat hij op mannen viel en twee jaar later kwam hij uit de kast. Op zijn vijftiende volgde de diagnose van ASS, nadat zijn ouders hem lieten testen omdat hij moeite had op school. “Mijn autisme is lang onder de radar gebleven omdat ik onbewust manieren gevonden had om het te maskeren. Ik compenseerde dingen die erg opvallend waren in mijn gedrag, zoals ongemakkelijk communiceren met mijn leeftijdsgenoten”, legt hij uit.

Zelfportret van Liesbeth (21) uit Leuven: “Het gaat over mijn identiteit, over mijn leven. Hoe kan iemand anders dat beter weten dan ik?” Portret: Liesbeth

Verbergen en maskeren van haar gedrag deed ook Liesbeth. Haar diagnose kwam laat: pas in het zesde leerjaar. “Bij mijn broer werd ASS eerder vastgesteld dan bij mij. Maar vreemd genoeg dachten mensen voor ik mijn diagnose kreeg soms dat ik degene was met ASS en niet mijn broer.”

Aanvankelijk weigerden artsen om haar een officiëlee diagnose van ASS te geven. Liesbeth kon zo goed haar symptomen verbergen, dat de artsen vreesden dat het label autisme haar een stigma zou geven waar ze anders niet onder zou lijden.

Het was pas toen ze in het middelbaar dringend begeleiding nodig had om haar studies door te komen, dat ze de diagnose kreeg. Toen ze aan het einde van het middelbaar ontdekte dat ze aseksueel was, vielen de puzzelstukjes in elkaar. Even later volgde dan ook het besef dat ze panromantisch is, en dus op alle genders valt.  

Kwinten (26) uit Leuven: “Het fijne aan de holebigemeenschap is dat er zo openlijk over dingen gebabbeld kan worden.” Foto: Anke De Cock

Kwinten, Lennert en Liesbeth zochten online veel op over ASS, gender en seksualiteit. “In mijn experimentele fase heb ik veel informatie opgezocht over transgenders,” zegt Lennert. “Waarschijnlijk heeft dat ook met mijn autisme te maken. Ik weet graag alles op voorhand, zodat ik er controle over heb”. Voor Kwinten was het dan weer meer de nood aan begrip die zijn online zoektocht voedde: “Ik wou weten wat ASS nu precies was. Want als ik het zelf niet begrijp, hoe kan ik het andere mensen dan laten begrijpen?”

Altijd maar weer uit die kast

Veel LGBTQ+ - personen met ASS stoten op onbegrip van de buitenwereld. Moeten vechten op verschillende fronten, maakt hun leven vaak zeer moeilijk. “Er zijn momenten dat mensen me niet willen geloven als ik hen vertel dat ik ASS heb of aseksueel ben,” zegt Liesbeth. “Maar dit gaat over mijn identiteit, over wie ik ben. Hoe kan een ander dat beter weten dan ik?”

“Ik erger me ook aan uitspraken zoals ‘tegenwoordig heeft iedereen een diagnose’ of ‘tegenwoordig is iedereen gay’. Ooit al gedacht dat we als samenleving zo veranderd zijn dat mensen er nu voor durven uitkomen?”

Maar ook als je omgeving je gelooft, zijn er nog heel wat vooroordelen waar je moet tegen opboksen. En die kunnen enorm kwetsend zijn. “Het meest gehoorde vooroordeel is dat transgender zijn een keuze is,” zegt Lennert. “Dat is uiteraard niet zo. Het is geen keuze, maar een noodzaak. Het was leven als man, of dood zijn.”

De kans dat ooit een einde komt aan dit gevecht, is klein. Uit de kast komen doe je immers je hele leven. Elke keer als je iemand nieuw ontmoet, van job of school verandert, verhuist,... moet je je bloot geven en uit die kast komen. “Iedereen gaat er van uit dat je hetero bent, tenzij je expliciet zegt dat het niet zo is”, verduidelijkt Liesbeth.

“En dat is ook zo met ASS,” zegt Kwinten. “Het is blijkbaar nog altijd nodig dat je je volgens de sociale norm gedraagt. En als je dat niet doet, moet je uitleggen waarom”, zegt Kwinten. “Mijn outing als homo was overigens gemakkelijker dan vertellen dat ik ASS heb. Homoseksualiteit kun je waarnemen; je ziet mannen met mannen kussen. Hersengolfjes die op een andere frequentie resoneren dan die van mensen zonder ASS, zijn moeilijk om uit te leggen.”

Steun bij LGBTQ+

Zowel Kwinten als Lennert en Liesbeth vinden steun in de LGBTQ+ -gemeenschap. “Ik heb mij tot voor kort nooit echt thuis gevoeld in niet-expliciet holebicafés”, vertelt Kwinten. “Er heerst nog altijd veel onbegrip tegenover mensen met andere geaardheden en genderidentiteiten. Daarom ging ik het liefst naar plaatsen waar ik wist dat ik zonder angst over mijn geaardheid kon praten. Het zorgde ervoor dat ik mezelf kon ontplooien. Toen ik het huis uit was, ging dat nog beter.”

Ook Lennert vond bevrijding in het holebimilieu. “In het begin van mijn transitie wilde ik graag eens een holebicafé binnen stappen, maar ik was bang. Met mijn psychologe heb ik dan gepland hoe ik het wilde doen. We stippelden nauwkeurig uit wat ik bij de kennismaking kon zeggen. Ik wilde absoluut vermijden dat ik zou toeklappen. Uiteindelijk kwam ik in de Casa Rosa in Gent terecht. Vandaag ga ik mee op kamp en op weekens met hen. Ik geef zelfs leiding bij T-Jong, een jongerenbeweging voor transgenderjongeren.”

Kwinten, Liesbeth en Lennert zijn er van overtuigd dat er een link is tussen ASS en LGBTQ+. In de LGBTQ+ -gemeenschap hebben ze intussen heel wat mensen met ASS leren kennen. En dat komt de sfeer enkel ten goede. “Dit is al een kleiner deel van de bevolking, en we delen veel met elkaar,” zegt Kwinten. “Natuurlijk zijn er nog taboes, maar we zijn erg open en kunnen goed praten – dat stimuleert alleen maar om het ook over andere, minder evidente dingen te hebben.”

Maar het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. Vooral rond het thema representatie durft er al wel eens commotie te ontstaan. “En dan zijn sommige mensen in de LGBTQ+-gemeenschap minder tolerant,” zegt Liesbeth. “Soms hoor je dat een personage in een film of tv-serie geen goede representatie is. Maar de redenen die men dan aanhaalt, kunnen net zo goed een voorbeeld zijn van neurodiversiteit (verschillende manieren van denken, red.). Als iemand die neurodivers én LGBTQ+  is dit dan zegt, wordt al eens moeilijk gedaan. Voor sommige mensen is het pas goed als het personage exact hun eigen situatie weergeeft. Maar voor mensen zoals ik, die zovéél verschillende eigenschappen hebben, zal er nooit een personage zijn dat exact hetzelfde meemaakt.”

© Anke De Cock

Goed zoals het is

Ondanks alle obstakels voelen Kwinten, Lennert en Liesbeth zich goed. Ze weten wie ze zijn en waar ze staan in het leven. Ze zijn het erover eens dat ASS hen uniek maakt. Soms biedt het zelfs voordelen en hebben ze een voetje voor op anderen. Mensen met ASS kunnen bijvoorbeeld erg diepgaand met een bepaald onderwerp bezig zijn. Voor Kwinten uitte dat zich in een fascinatie voor communicatie, die er nu voor zorgt dat hij communicatief heel sterk staat, met een succesvolle job in de klantenservice.

Liesbeth ervaart dankzij ASS synesthesie (eigenschap waarbij cijfers of letters een bepaalde kleur krijgen, red.). Daarnaast heeft ze een four track mind, ofwel vier verschillende gedachtegangen, een typisch verschijnsel bij ASS. Eentje daarvan is steeds bezig met het visuele, een andere dan weer met verbeelding en verhalen. Als kunstenares komt dit haar creativiteit en inspiratie zeker ten goede.

Mocht er morgen medicatie op de markt komen die hen zou ‘genezen’ van ASS, zouden ze die dan nemen? Alle drie antwoorden ze stellig nee. Liesbeth: “Daarmee zou ik dan zeggen dat ik niet goed ben zoals ik ben. En dat klopt niet.” Het idee om een bepaalde groep mensen in de samenleving te ‘genezen’ en zo te doen verdwijnen heeft volgens Kwinten ook gevaarlijke gevolgen voor andere minderheidsgroepen. “Ik vind het een behoorlijk eng idee. Als je een menselijk brein zo danig kan veranderen dat je een genetisch bepaalde ontwikkelingsstoornis kunt manipuleren, zet de deur open voor veel andere dingen. Het zorgt er misschien voor dat je  alles wat niet binnen de maatschappelijke norm past kunt laten verdwijnen. Wat dan met de diversiteit in de maatschappij? Het is nochtans bewezen dat elke genetische afwijking of ontwikkelingsstoornis evolutionair gezien haar nut heeft.”

Maar meer onderzoek naar en hulpmiddelen voor ASS, daar pleiten ze alle drie dan weer wél voor. Zo moet er voor mensen met ASS die laag functionerend of niet communicatief zijn, meer begeleiding komen. Liesbeth: “Het is mooi om mensen met autisme te willen helpen. Maar verander dan niet de autist. Verander de samenleving.”

“De Vlaamse Vereniging Autisme heeft geen aparte werkgroep rond het thema. We hebben ook geen concrete cijfers over geaardheid of gender bij onze leden.” Ruth Raymaekers woordvoerster Vlaamse Vereniging Autisme.

Verandering op komst?

Dat verandering nodig is, blijkt ook uit hun ervaringen met de begeleiding die ze kregen. Over gender of seksualiteit wordt nauwelijks gesproken. Over relaties dan wel weer: mensen met ASS hebben het vaak moeilijker om relaties te vormen en te behouden. Maar ondanks de wetenschappelijke link die gelegd is tussen ASS en LGBTQ+ identiteiten is de aandacht ervoor verrassend klein.

Ook bij Liga Autisme Vlaanderen, een koepelorganisatie van thuisbegeleidingsdiensten voor mensen met ASS, staat de thematiek LGBTQ+ niet meteen op de agenda. Ze vangen wel signalen op over genderidentiteitsproblemen via hun medewerkers, maar voorlopig is er geen actieve werking rond het thema. Binnenkort werven ze een nieuwe wetenschappelijk medewerker aan die zich in het onderwerp zal verdiepen. Bij çavaria, de Vlaamse koepelorganisatie voor LGBTQ+ -verenigingen, is er momenteel niemand met het thema bezig en is er geen specifieke vereniging voor LGBTQ+ - personen met ASS aangesloten.

“De Vlaamse Vereniging Autisme heeft geen aparte werkgroep rond het thema,” zegt woordvoerster Ruth Raymaekers. “We hebben ook geen concrete cijfers over geaardheid of gender bij onze leden.” Toch komt het thema bij hen wel ter sprake. “Op de thema-avonden komt het al eens aan bod en we kennen ook wel wat LGBTQ+ - personen in ons netwerk. Ook bij de Autismetelefoon en in ons Infohuis krijgen we daar soms vragen over. We proberen de LGBTQ+ - personen die al in ons netwerk zitten in contact te brengen met diegene die de vraag stelt, zodat zij hen verder kunnen helpen.

In het Centrum voor Seksuologie en Gender van het UZ Gent, ook wel het Genderteam genoemd, is er sinds kort meer aandacht voor het onderwerp. Zij organiseerden op 25 januari 2019 een studiedag rond ASS en gender als spectrum, waar hulpverleners uit de autismezorg of transgenderzorg zich konden bijscholen. “Genderdysforie en ASS zijn relatief zeldzame fenomenen. Toch merken we in de transgenderzorg een hoger aantal mensen met ASS, meer dan in de algemene bevolking. De autismezorg merkt op dat mensen met ASS vaker buiten de klassieke genderhokjes kleuren dan mensen zonder ASS. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen wat hier precies aan het gebeuren is.” zegt Els Elaut, psycholoog-seksuoloog in het Centrum voor Seksuologie en Gender. “Met onze studiedag hebben we alvast geprobeerd om een brug te beginnen bouwen tussen beide, relatief gescheiden, domeinen.”


Dit artikel werd gepubliceerd door Holebi.info op 07/03/2019


Dit artikel werd gepubliceerd door Jimmy's op 11/03/2019

vorige volgende

Reacties

Plaats een reactie