reacties (0)

De Europese internationale diplomatie is altijd al een toneel met veel spektakel geweest. Vandaag staat ze op een belangrijk keerpunt. Tussen een verdeeld en onvoorspelbaar Amerika en een steeds assertiever wordend China moet de Europese Unie zijn weg vinden. Belgisch Ambassadeur Patrick Herman beleeft deze periode vanuit Indonesië.

Zuidoost-Azië is het gebied bij uitstek dat deze veranderende spanningen direct voelt. Hoe kijkt de Belgisch-Europese diplomatie hier tegenaan? Hoe gaat een voormalig gekoloniseerd land als Indonesië hiermee om? We vroegen het aan Belgisch Ambassadeur in Indonesië Patrick Herman.

Wat zijn zoal de grootste belangen in de Belgisch-Indonesische relatie?

“De ontwikkelingssamenwerking is op dit moment redelijk klein, zeker vergeleken met wat ze  was tot de jaren ’90. Op puur economisch vlak hebben we hier een vijftigtal Belgische bedrijven, waaronder een groot aantal kleinere kmo’s. Sommige bedrijven zijn hier al bijna een eeuw, dan spreken we over grote plantagebedrijven die voornamelijk palmolie produceren.”

Maakt Indonesië ook omgekeerd gebruik van deze diplomatieke relatie? Zijn er op dit moment Indonesische bedrijven in België?

“Nog niet. Er zijn wel Indonesische bedrijven die al voor een langere tijd en om historische redenen een vestiging hebben in Europa, momenteel vooral dan in Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Wij geloven dat er steeds meer grote Indonesische familiebedrijven, die op dit moment nog gevestigd zijn in het Verenigd Koninkrijk, een vestiging nodig zullen hebben binnen de Europese Unie. Het Verenigd Koninkrijk zal altijd een optie blijven, maar wij geloven dat Vlaanderen en Wallonië een aantal van die bedrijven kunnen aantrekken als gevolg van de Brexit.”

Die onzekerheid houdt de Indonesische bedrijven in Europa bezig?

“Indonesische investeringen in Europa blijven natuurlijk nog redelijk beperkt, maar er is een groeiende vraag.”

Hoe verloopt de samenwerking tussen EU-diplomaten en Belgische diplomaten?

“Zoals met andere landen. De EU-ambtenaren worden extern bevolkt vanuit de Commissie, de Raad en de lidstaten. Wij hebben natuurlijk het voordeel dat de meeste EU-ambtenaren België zeer goed kennen, omdat hun thuisbasis Brussel is. Wij hebben altijd al zeer goeie relaties gehad met hen. Een aantal van de EU-vertegenwoordigers hier in Indonesië zijn zelf ook Belgen en net als alle andere lidstaten hebben we maandelijkse coördinatievergaderingen. Dit is zeer belangrijk. Want voor een aantal van de problemen die we meemaken met Indonesië – zoals handelsbarrières en douaneproblemen – is de EU hier bevoegd om de gemeenschappelijke gronden te vinden.”

Die wisselwerking zorgt dus voor een sterkere positie van de Belgische diplomatie?

“Ja, sinds het Lissabon-verdrag in 2009 kunnen we steeds meer het algemene economische en politieke gebeuren aan de EU-delegaties overlaten en kunnen wij ons meer focussen op de specifieke Belgische belangen op economisch en politiek vlak.”

Het verdrag van Lissabon werkte verder aan de doelstelling om EU-delegaties in het leven te roepen als dienst voor een extern optreden en om de EU in andere nationale staten beter te vertegenwoordigen. In feite is dit te vergelijken met het werk dat een ambassade voor een nationale overheid doet. Zijn er vandaag al Europese ambassades aan het werk?

“In een aantal landen evolueren wij in de richting van Europese ambassades. Dat blijft natuurlijk een doelstelling op lange termijn, maar dat zal niet gemakkelijk zijn in een land als Indonesië. Dit is een te belangrijk G20-land met de zestiende grootste economie ter wereld. Dit betekent dat zeker de grote EU-lidstaten niet bereid zijn om samen in eenzelfde locatie diplomatie te gaan voeren. Maar in kleinere landen in Azië en Afrika zijn er momenteel inspanningen om Europese huizen te creëren.”

Verloopt alles in een Europese ambassade even vlot als in een Belgische?

“Vanuit mijn ervaring kan ik zeggen dat alles heel vergelijkbaar is. De focus ligt ook nog hoofdzakelijk op het werken in eenzelfde gebouw, wij noemen dat one roof. Dit is iets waar we, samen met Nederland op Benelux-niveau, al langer inspanningen voor doen, en dus nu proberen we dat ook op Europees niveau. Zeker in de kleinere landen gaat het in de richting van samenvoeging, soms zitten wel tot zes lidstaten in hetzelfde gebouw. Maar dit zal nooit helemaal het geval zijn wanneer we het hebben over de landen in de BRICS (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika, nvdr.) of de G20, zoals Indonesië. Maar samenwerking is er: wij hebben hier een tiental EU-activiteiten per jaar waaraan iedereen meedoet.”

Met welke andere grootmachten en structuren moet Indonesië zoal rekening houden bij het voeren van diplomatie? Is er iets vergelijkbaar als de relatie België-EU?

“Heel interessant is dat Indonesië lid is van ASEAN (Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties, nvdr.), een organisatie in Zuidoost-Azië van tien landen die als doel heeft het bevorderen van economische, politieke en culturele samenwerking. De Europese Unie wordt tot op een bepaalde hoogte als een inspiratie aanzien voor de ASEAN-landen. Al blijft de focus binnen ASEAN op staat-tot-staat relaties. Het is een samenwerking, maar geen supranationaal model. Soevereiniteit, de macht bij de staten, blijft de regel. Dit zorgt ervoor dat er een sterke concurrentie aanwezig is tussen de ASEAN landen bij het aantrekken van buitenlandse investeringen. Hier is dat vooral te voelen tussen Indonesië en Vietnam.”

“Vietnam is momenteel voor een groot deel dereguleringen aan het doorvoeren. Het land is zichzelf aantrekkelijker aan het maken om investeringen aan te trekken, maar ook om de eigen export te vergroten. Dit maakt de concurrentie tussen Vietnam en Indonesië zeer groot. Een aantal van de producten die het gros van de Indonesische verkoop naar het buitenland uitmaken, zoals schoenen en textiel, kunnen door Vietnam ook geproduceerd worden. Myanmar nadert nu ook het einde van de economische sancties en heeft ook de mogelijkheid om deze producten te produceren. Als de prijzen in Indonesië te hoog worden, als de administratieve lasten te zwaar worden - en die zijn in Indonesië al ongelooflijk zwaar, vergeleken met een aantal van de buurlanden - dan zullen een aantal bedrijven delokaliseren naar bijvoorbeeld Vietnam of Myanmar. Voor palmolie - het andere grote blok in de export van Indonesië - is er concurrentie met Maleisië. Indonesië en Maleisië zijn de twee grootste palmolieproducenten ter wereld.”

Vindt u Indonesië minder happig om dereguleringen door te voeren in vergelijking met Vietnam?

“Nu hebben wij de perfecte manier om dit in de komende twee jaren te kunnen toetsen en evalueren. We zijn in juli 2016 begonnen met de onderhandelingen van een Comprehensive Enhanced Partnership Agreement (CEPA) tussen de Europese Unie en Indonesië, zeg maar  een vrijhandelsakkoord. Dit bouwt gedeeltelijk verder op het oude vrijhandelsakkoord met discussies over onder andere douanetarieven en contingenten met quota’s. Het verschil is dat de focus nu meer op de moderne handelselementen wordt gelegd, zoals in het CETA (Comprehensive Economic and Trade Agreement) tussen Canada en Europa en zoals in wat ooit TTIP (Transatlantic Trade and Investment Partnership, nvdr.) zou kunnen geweest zijn tussen de VS en Europa. Er wordt gesproken over staatsondernemingen, intellectuele eigendommen en alle andere thema’s die niet zo belangrijk waren in de oude vrijhandelsakkoorden en die nu dus centrale thema’s zijn geworden.”

“De president van Indonesië hoopt dat wij CEPA tegen 2018 of 2019 kunnen tekenen. Dit zal natuurlijk een ongelooflijke verandering betekenen voor de relaties tussen Indonesië en de Europese Unie en in het bijzonder voor de relatie tussen Indonesië en België. Want wij zijn één van de top-7 handelspartners van Indonesië in Europa. Dit is zeer belangrijk voor onze Belgische bedrijven - ik denk daarbij aan baggeraars, textiel, landbouw, koekjes, bier… kortom alles wat wij exporteren, zal daarvan kunnen genieten. Maar het moet natuurlijk blijken of dit haalbaar is, vooral omdat Indonesië momenteel ook een aantal andere grote handelsonderhandelingen aan het voeren is. Ik denk voor volgend jaar dan vooral aan RCEP (Regional Comprehensive Economic Partnership), een vrijhandelsakkoord tussen de tien ASEAN landen en hun zes vrijhandelsakkoordpartners, met name Korea, Japan, China, Nieuw-Zeeland, Australië en India. Hier hebben we het niet over een vrijhandelsakkoord met een entiteit van zeshonderd miljoen inwoners, maar van miljarden inwoners.”

Trekt China daar aan het langste eind? Hebben zij de polepositie om Indonesië wat meer naar zich toe te trekken?

“De relatie tussen Indonesië en China ligt historisch gezien soms moeilijk, vooral na de gemiste staatsgreep van 1965. Maar China heeft natuurlijk programma’s waar zeer veel geld wordt ingestoken om infrastructuur in andere landen te bouwen. China heeft de mogelijkheden voor grote investeringen in spoorwegen, in havens, in telecommunicatie, noem maar op. Dat is natuurlijk ongelooflijk belangrijk voor Indonesië. De infrastructuur hier vraagt in het algemeen om verbetering. Vooral de bottlenecks in het stadstransport vragen extra aandacht, maar ook spoorwegen, autosnelwegen en maritieme wegen moeten ontwikkeld worden. De president maakt hier ook een focuspunt van.”

“Toch is er een aantal bekommernissen aan Indonesische kant vanuit een etnisch standpunt. De Chinezen hier zijn een economisch belangrijke groep en op vlak van immigratie ligt dit soms moeilijk. De Chinese investeringen hier - zoals ook in Afrika - zijn gekoppeld aan een immigratiegolf van arbeiders uit China. Dit leidt tot heel wat spanningen. Er is hier werkloosheid, al is het zeer moeilijk te bepalen hoe groot ze is omwille van het feit dat de meeste jobs in de informele sector te vinden zijn. Door de ongelooflijke gebreken in het onderwijssysteem is er ook een gebrek aan knowhow, een gebrek aan talent.”

Denkt u dat China de concurrentie die Indonesië nu ondervindt van, bijvoorbeeld, Vietnam en Myanmar kan opheffen? Of is door deze spanningen de EU daar beter voor geschikt?

“Wat Vietnam betreft zitten we opnieuw met een historisch gevoelige situatie. De concurrentie op politiek, economisch en strategisch vlak tussen China en Vietnam en het feit dat zij een geschil hebben in de Zuid-Chinese zee, maakt een groot verschil. Dit strategisch geschil bestaat niet in de relatie met Indonesië. Maar ja, China speelt het natuurlijk zeer slim in deze regio. En we zien het ook binnen ASEAN, waar China telkens Laos en Cambodja gebruikt om een aantal beslissingen en evoluties te belemmeren. Het is een zeer interessante periode qua ontwikkelingen in Zuidoost-Azië. Daarbovenop komt nog dat de traditionele relatie van ASEAN-landen met de VS aan het veranderen is.”

“ASEAN is ontstaan uit vijf Aziatische landen die zeer close waren met Washington, maar ASEAN voelt nu de politieke veranderingen in de VS én dat China steeds assertiever wordt. Zuidoost-Azië bevindt zich in een moeilijke situatie met de stijgende spanningen tussen China en de VS en de spanningen binnen ASEAN zelf. Dit creëert een opening voor de EU om onderhandelingen te voeren in deze regio. De relatie tussen ASEAN en de EU kan profiteren van deze situatie, de toekomst zal uitwijzen hoe het loopt.”


Dit artikel werd gepubliceerd door MO* op 20/09/2017

vorige volgende

Reacties

Plaats een reactie