© rv
reacties (0)

Barry is F16-piloot bij Defensie. Om hun identiteit te beschermen, gebruiken piloten een schuilnaam. Studio Of Life kreeg de kans om Barry te ontmoeten en een kijkje te nemen in zijn fascinerende leven.

Vanwaar kwam de passie om te solliciteren als F16-piloot voor Defensie?
“Het zit in de familie. Mijn bompa was ook F16-piloot. Als klein kind hoorde ik al zijn indrukwekkende verhalen al. Mijn fantasie begon te werken en het werd mijn droom. Op mijn zeventiende heb ik uiteindelijk de stap gewaagd en is de droom werkelijkheid geworden.”

Wat houdt een job als F16-piloot dan precies in? Ik veronderstel dat het meer is dan alleen vliegen?
“Klopt. Uiteraard is vliegen een groot deel van het beroep, maar we moeten ook operationeel zijn. Een F16 is een gevechtstoestel, en dient dus niet om cargo te vervoeren of personen van a naar b te brengen. Wat wij dag in dag uit doen, is trainen. Zowel lucht-lucht als lucht-grond. De bedoeling is dat een piloot alle taken correct kan uitvoeren.”

Hoe zou je jouw relatie met het toestel omschrijven?
“Een relatie zou ik het niet noemen, eerder een vertrouwensband. Voor we opstijgen, moet alles in orde zijn en kijken technici het toestel na, zodat alles veilig is.  De vertrouwensband is dus niet zozeer met het toestel, maar eerder met de mensen die eraan werken en het mee mogelijk maken dat wij veilig kunnen vliegen.”

Je bent zelf al meerdere keren op missie vertrokken. Hoe was het om de allereerste keer mee te maken?
“Spannend, maar toch ook met een gezonde portie stress. Ik kan moeilijk zeggen dat het een positieve ervaring is omdat het om oorlogsgebied ging, maar de herinnering aan die eerste missie zal ik voor de rest van mijn leven meedragen.”

Denk je soms ook na over de gevaren die daarbij komen kijken?
“Eerlijk gezegd niet zo veel. Zoals ik al zei, heb je die vertrouwensband met het toestel en de medewerkers. Alles wordt gecheckt, zodat we veilig kunnen vertrekken. Wij nemen ook zelf zoveel mogelijk voorzorgsmaatregelen om alles in de lucht veilig te laten verlopen. Als je er te veel bij stilstaat, verlam je. Voor mij is dat gewoon part of the job. Ik heb daarvoor gekozen. Ik weet dat die gevaren erbij horen, dat die er zijn, maar dat schrikt mij niet echt af.”

Is zo’n allereerste missie niet ontzettend stresserend?
“Ik denk dat het vergelijkbaar is met de eerste keer met de wagen rijden of de eerste werkdag op een nieuwe job. Naargelang je daarin groeit verlaagt je stressniveau en maakt het plaats voor zelfvertrouwen.”

Wat zijn “escape en evasion” en wat gebeurt er dan precies?
“Dat zijn begrippen uit een cursus die F16-piloten volgen. Als we ooit onze schietstoel moeten gebruiken en in vijandig gebied belanden, moeten we weten hoe we moeten ontsnappen (escape) en uit de handen van de vijand moeten blijven (evade). We leren hoe we ons moeten verstoppen, hoe te overleven zonder water en eten en hoe we terug opgepikt kunnen worden door vriendschappelijke troepen.”

En wat als het ooit slecht zou aflopen? Zou je er bijvoorbeeld zelf een einde aan maken voordat de vijand dat zou kunnen doen?
“Dat is een moeilijke vraag. Ik denk dat het gemakkelijk is om daar nu een antwoord op te geven, maar eenmaal je in die situatie zit,is dat toch moeilijker dan gezegd. Op dit moment denk ik dat ik er zelf een einde aan zou maken, maar ik weet niet of ik de moed zou hebbenop het moment zelf.”

Word je ook psychologisch bijgestaan op zo’n missie?
“Ja, er zijn vertrouwenspersonen aanwezig en na missies worden wij ook enkele dagen in quarantaine gezet. Dat betekende vooral enkele dagen decompressie met een team van psychologen. Als je met iets zat, kon je dat aan hen vertellen.”

Een F16-vliegtuig blijft een gevechtstoestel, heb je ooit al op de knop moeten drukken om daadwerkelijk bommen te laten vallen? Wat ging er toen door je heen?
“Ja, je moet weten dat België deel is van een coalitie die grondtroepen in gevechten ondersteunt. Het drukken op de rode knop en het resultaat daarvan helpt je bondgenoten. België hanteert ook de no-collateral-damageregel, er moet honderd procent zekerheid zijn dat er niemand geraakt wordt die we niet willen raken. Daarvoor is een heel team dat dronebeelden met informatie analyseert. Dat team moet eerst de goedkeuring geven voor wij tot actie kunnen overgaan.”

Je hebt ondertussen meer dan duizend vlieguren op je teller. Wat maakt F16-vliegen zo speciaal voor je?
“De vrijheid die erbij komt kijken! Een single pilot cockpit geeft veel mogelijkheden, kan snel gaan en het is gewoon tof om eens een keer alles uit de kast te halen. Het is fascinerend om te zien waartoe die toestellen allemaal in staat zijn en dat alles zo gesofisticeerd is. Ik kan moeilijk zeggen wat ik het liefst doe. Het totaalplaatje bevalt mij.”

Heb je ook een specifieke vlucht waar je nostalgisch aan terugdenkt?
“Sowieso de eerste solovlucht. Ik denk dat dat een herinnering is die elke piloot koestert. De eerste keer alleen vliegen met een F16, dat is uiteindelijk de droom. Dat zal ik nooit vergeten. Tijdens de opleiding gebruiken we F16-toestellen met twee plaatsen en pas na zes vluchten mag je voor het eerst alleen het luchtruim in. Onvergetelijk!”

Hoe reageerde het thuisfront op je beslissing om F16-piloot te worden?
“Mijn ouders waren blij dat ik een doel voor ogen had. Destijds was de slaagkans redelijk klein, want er zijn veel kandidaten voor een beperkt aantal plaatsen. Mijn opa langs moederskant heeft dit ook gedaan, al stond mijn moeder zelf er niet echt voor te springen. Ze heeft me uiteindelijk wel bijgestaand en stond aan mijn zijde bij de inschrijving. Toen drong het nog niet door, tot ik plots aanvaard werd. Mijn vader vond het geweldig. Hij wou vroeger zelf F16-piloot worden, maar hij heeft de kans nooit gegrepen.”

Hoe ga je er mee om, wetende dat je moeder er niet helemaal achter staat? Leeft ze met angst dat haar zoon op een dag niet meer thuis komt?
“Ze staat er wel achter, maar met een bang hartje. We praten daar af en toe over, maar dat betekent niet dat ik daardoor andere keuzes maak op het werk. Het hoort er bij en dat weet zij ook.”

Is je beroep iets waar je gemakkelijk over kan praten met je omgeving?
“Ik loop er zeker niet mee te koop. Ik zal het niet uit mezelf vertellen, maar als iemand ernaar vraagt, ben ik militair of werk ik voor de overheid. Als ik de persoon in kwestie echt vertrouw kan ik wel een beetje uitweiden.”

Om met een F16 te kunnen vliegen moet je verschillende kwalificaties behalen. Wat als je zo’n kwalificatie niet behaalt?
Daar ben ik niet bang voor. Je moet operationeel relevant blijven. Je moet ’s nachts kunnen vliegen en de verschillende systemen binnen zo’n toestel kunnen gebruiken, bijvoorbeeld.”

Je haalt de nachtvluchten aan, doe je dat zelf graag?
“Ik vlieg toch liever overdag. ’s Nachts dragen we nachtkijkers, wat ons zicht enorm belemmert. Dat maakt het vliegen veel vermoeiender.”

Hoe verandert je wereld als je daadwerkelijk in oorlogsgebied op missie moet?
“Vroeger was het toch eerder een ver-van-mijn-bedshow. Je ziet zulke dingen op tv, maar wij zitten hier veilig. Sinds ik het heb meegemaakt, kijk ik toch wel anders naar de media. Zij brengen het heel anders dan de realiteit. Wat je daar meemaakt en ziet, neem je mee voor de rest van je leven.”

Heb je naast het drukke schema eigenlijk nog wel tijd voor ontspanning?
“De job neemt een groot deel van je leven in, aangezien we ook vaak in het buitenland zitten.Maar het is ook erg belangrijk om voldoende te rusten en te ontspannen om operationeel te kunnen blijven. Daarom is er ook de regel dat we om de zoveel werkdagen één of twee dagen rust krijgen. Ook voldoende slaap is heel belangrijk. Als student ben je heel hard op zoek om daar een evenwicht in te vinden, maar na jaren ervaring lukt dat al beter. In die zin is er voldoende tijd om te ontspannen, om jezelf te ontplooien en relaties met familie en vrienden te onderhouden.”

Valt een gezin te combineren met een pilotenbestaan?
“Het kan zeker. Veel collega’s hebben een gezin. Ze zijn gewoon minder vaak thuis dan de doorsnee werknemer. Mijn partner heeft daar alle begrip en respect voor. Ze weet dat ik soms moet afzeggen, maar het werkt tussen ons.”

Hoe had het leven van Barry eruitgezien als hij niet geslaagd was voor de proeven?
“Dan zou ik gestudeerd zijn in burgermilieu. Ik heb ook nog wel andere interesses, een plan B, in de sportwereld of medische sector, lag dan wel klaar . Maar dat is nu niet zo. Ik ben erg gelukkig met dit beroep, ik kan me mijn leven niet meer anders voorstellen.”

En hierna? Heb je daar al over nagedacht?
Zolang het lichaam dit toelaat, kan ik dit blijven doen. Nu ben ik nog redelijk jong, dus het plan is om nog zo lang mogelijk met een F16 te vliegen en er zo veel mogelijk uit te halen. Nadien zijn er nog andere opties binnen Defensie. Andere toestellen en functies bijvoorbeeld. Er zijn 101 mogelijkheden.”

*Barry is een gefingeerde naam

vorige volgende

Reacties

Plaats een reactie