© Marcus Ganahl

Een student vertelde dat ze bijna nooit haar werkstukken of opdrachten nog een laatste keer doorlas voordat ze ze inleverde. Als ze dan een slecht cijfer kreeg, kon ze haar gebrek aan inzet de schuld geven. En niet haar competenties. 

Uitstelgedrag staat altijd op mijn to-do-lijst. Vooral als het gaat om dingen die ver in de toekomst liggen, zoals het schrijven van mijn scriptie. Ik leid mezelf af met andere dingen die zogenaamd ook belangrijk zijn, omdat ik bang ben dat ik vreselijk slechte dingen zal schrijven. Ik ben bang voor afwijzing, van de (onbekende) lezer aan de andere kant van het scherm.  

De meeste feedback die ik ontvang op wat ik schrijf, had ik al verwacht. Over die passages was ik zelf immers ook niet tevreden. Toch besloot ik er geen extra tijd aan te besteden. Als het hele artikel dan waardeloos blijkt te zijn, heb ik daar in ieder geval mijn energie niet aan verspild. Maar zo slecht is mijn werk meestal niet. De delen die ik niet heb verbeterd, maken het een slecht werk. Maar je uiterste best doen en vervolgens onverwacht kritiek krijgen, betekent dat je commentaar op je kunnen krijgt, en dat is persoonlijk. 

Faalangst is de angst om anderen of onszelf teleur te stellen. Falen mag niet. Blijkbaar heb ik niet genoeg geluisterd toen er werd uitgelegd dat fouten maken deel van het leven is. Van je fouten leer je. Toch wilde ik de beste cijfers halen en kon ik er maar niet mee leven dat ik drie keer zakte voor mijn rijexamen. Als tiener voelde alles in het leven als een wedstrijd. En als ik niet won, was ik niets waard. Als ik ergens aan begon, moest ik het de eerste keer goed doen. Maar als ik niet tot het uiterste zou gaan, zou een slecht resultaat nooit aan mij liggen.  

Er bestaat een term voor: zelf-sabotage. We brengen onszelf in situaties waarin het onmogelijk is om goed werk te leveren, door extreem hoge eisen te stellen, of zo min mogelijk uit te voeren. Dan is slagen uitgesloten, maar op deze manier kun je falen als iets externs zien en ieder succes als iets persoonlijks. De reden dat dit werkt op de korte termijn: als persoon ben je niet verantwoordelijk voor het falen. Er kan niet getwijfeld worden aan wat je kan, want je hebt überhaupt niks gedaan. Je methode is alleen niet zo succesvol. Op de lange termijn ben je zo incompetent als wat, en tast het ook je mentale gezondheid aan, want je bereikt niets. 

 

Blijkbaar heb ik niet genoeg geluisterd toen er werd uitgelegd dat fouten maken deel van het leven is.

Volgens psycholoog Guy Winch is het onderliggende probleem van faalangst de angst voor schaamte. Het nietsdoen is niet het probleem, falen zet ons als persoon in een slecht daglicht. Door jezelf te saboteren verklein je de kans dat je je schaamt. 

Voor mij was de oplossing om meer positieve feedback te ontvangen, want als ik nooit te horen krijg dat ik iets goed doe, weet ik nooit wat ik wel kan. Dat betekent wel dat ik er daadwerkelijk aan moet beginnen en nog altijd fouten kan maken. Een andere optie is om het niet altijd van bij het begin perfect te willen hebben. Vaak leg ik absurd hoge eisen op aan mezelf: de eerste versie van een artikel moet een meesterwerk zijn. Zelfs de beste schrijvers lukt dat niet. 

Het helpt mij ook om te weten waarom ik bepaalde dingen doe. Ik wil schrijven omdat het een van de weinige dingen is waarbij ik alles om me heen vergeet. En ergens in een hoekje van mijn brein fluistert iets dat ik er ook goed in ben. Meestal. 

Nadat ik wat onderzoek heb gedaan naar het concept van faalangst en zelfsabotage, moet ik dat tot een coherent geheel weten te vormen. Maar wacht eens, de afwas is nog niet gedaan. 

vorige volgende