© Nick Youngson
reacties (0)

De democratie zoals we die vandaag in België kennen, is nog geen zeventig jaar oud. Pas sinds 1949 mogen alle meerderjarige mannen en vrouwen bij elke verkiezingen hun stem uitbrengen, en kunnen ze daarbij kiezen uit een aanbod van verschillende partijen. Toch heeft volgens sommigen de democratie gefaald. Misschien moeten we de democratie, in zijn huidige vorm, dan maar op pensioen sturen. Ze is er oud genoeg voor.

Eind 2008 startte in de Verenigde Staten de zwaarste financieel-economische crisis sinds de jaren dertig, die in de jaren daarop naar onze contreien kwam overgewaaid. Er volgde een opmars van mensen die zich opwierpen als tegenstanders van “het establishment”, de gevestigde groep van personen met politieke, culturele en economische macht. De mensen van de anti-establishmentbewegingen zetten zich af tegen de gekende vormen van democratie en politiek, omdat net die verantwoordelijk werden geacht voor de crisis. Het vertrouwen in de politiek daalde gestaag, terwijl de populistische politici de kop opstaken en -steken. Resultaat: Donald Trump wordt president en Verenigd Koninkrijk stapt uit de EU.

Waarde en waarden

Het gaat dus om een verlies van vertrouwen. Niet alleen in politieke partijen en politici, maar zelfs in de democratie als geheel. Dat leert een recente studie van onderzoekers van Harvard en de universiteit van Melbourne, die onderzochten wat de waarde én de waarden van democratie zijn voor Europeanen en Amerikanen. Over de Atlantische Oceaan is het nog erger gesteld, maar ook de Europese cijfers zijn weinig hoopgevend.

Eén van de vragen in het onderzoek was hoe essentieel het voor de ondervraagden was om in een democratisch bestuurd land te leven, met geregeld verkiezingen en verschillende politieke partijen, tegenover een dictatoriaal bestuurd land. Van de onderzochte Europeanen geboren in de jaren veertig geeft nog ruim zes op de tien aan dat het “essentieel” is om in een democratisch bestuurd land te leven. Van zij die geboren zijn in de jaren tachtig is dat minder dan 45 procent.

Meer dan de helft van de mensen die nu tussen de 26 en 36 jaar oud zijn vinden de democratie als besturingssysteem dus niet essentieel. Eén op de tien Europese respondenten van die leeftijdscategorie gaf zelfs aan dat ze een democratisch politiek systeem “slecht” of “zeer slecht” vinden. Bij de 16- tot 24-jarigen loopt dat op tot dertien procent. Ter vergelijking: bij een gelijkaardig onderzoek twintig jaar geleden lagen die percentages op zes (voor de leeftijd 26 tot 36) en zeven procent (voor 16-24 jarigen).

Van de Amerikaanse ondervraagden gaf ook meer dan dertig procent aan voorstander of zelfs felle voorstander te zijn van een “sterke leider die niet moet omkijken naar een parlement en verkiezingen”, ofwel een dictator in een autoritair regime. Opvallender nog is dat het daarbij zowel gaat om mensen met een laag en gemiddeld inkomen als mensen met een hoog inkomen, en dat die laatste categorie zelfs in grotere getale pro-dictatuur is.

Loting

Is het tijd voor een opfrisbeurt? Moet de democratie zichzelf heruitvinden en in zijn huidige vorm op pensioen worden gestuurd? Ja, stelt David Van Reybrouck, Vlaams auteur en cultuurhistoricus. “Referenda en verkiezingen zijn twee archaïsche instrumenten voor de publieke besluitvorming”, schreef hij in een opiniestuk in De Standaard. Vele Westerse samenlevingen lijden aan een “democratisch vermoeidheidssyndroom”, al ligt het probleem bij de basis: het stemmen. Van Reybrouck stelde in 2013 een alternatief voor in zijn boek Tegen Verkiezingen: loting.

Al in het oude Griekenland, maar ook in Italië en Spanje in de middeleeuwen werd loting toegepast om de (indirecte) leiders van het volk aan te duiden. Van Reybrouck distilleerde het beste en het slechtste uit die voorbeelden en stelt drie pijlers voor die elk van cruciaal belang zijn: loting, rotatie en deliberatie. Daarbij kan iedereen aan bod en de macht komen en blijven dezelfde mensen niet eeuwig aan de knoppen zitten. Op die manier wordt de kloof tussen burger en bestuurder verkleind, aldus de auteur en historicus. In ons land werd vorig jaar met het idee gespeeld om de Senaat, de tweede kamer van ons federaal parlement, (deels) door loting samen te stellen. Al stierf dat idee, zoals zovele andere, een stille dood.

De Amerikaanse politieke wetenschapper Terry Bouricius is nog radicaler. In een wetenschappelijk artikel uit 2013 pleit hij voor Multi-Body Sortition, ofwel “Meerdere gelote lichamen”. Opnieuw geïnspireerd op de oude democratie uit Athene doet hij een heel nieuw politiek systeem uit de doeken, waarbij het partijenstelsel, de verkiezingen en ook het parlement zoals we het kennen allemaal sneuvelen. Bouricius pleit voor zes politieke organen die samen tot besluitvorming en wetten leiden, inclusief organen die alles controleren en kunnen herzien. Alle organen zijn steeds samengesteld door burgers die geloot worden en/of zich vrijwillig aanmelden.

Tegenstanders van loting argumenteren dat niet elke burger zomaar geschikt is om belangrijke politieke beslissingen te nemen, en dat het potentieel gevaarlijk is om iederéén eventjes aan de macht te laten komen. Er is ook de kans dat sommige mensen helemaal niet wíllen zetelen in een bestuur. Wat als je een rustig, tevreden leventje leidt, en je plotseling geloot wordt om enkele jaren van je leven in een parlement te gaan zitten tegen je zin?

Online

Een ander alternatief om stemmen wat aantrekkelijker maken, is door het in de eerste plaats gemakkelijker te maken. België is een van de weinige landen in Europa waar opkomstplicht geldt. Dat betekent dat elke volwassen Belg bij verkiezingen moet opkomen bij het stemhokje. Er is echter geen stemplicht, overigens, zoals vaak wordt beweerd: je hebt het volste recht om blanco stemmen of tekeningetjes maken op je stemformulier als je met potlood stemt en zo ongeldig te stemmen.

De discussie over de zin en onzin van die opkomstplicht laait in de aanloop naar elke verkiezing weer op, om vervolgens weer een stille dood te sterven. We lijken het dus met z’n allen niet zó erg te vinden om elke paar jaar in een stemhokje te kruipen. Maar het kan altijd beter. En het kan ook online.

In Estland kan sinds 2005 al online gestemd worden bij alle lokale, nationale en Europese verkiezingen. Zeven dagen voor de gewone stembusgang openen de online stembussen al. Burgers kunnen ervoor kiezen veilig online te stemmen via inloggegevens van hun elektronische identiteitskaart, die net als in België verplicht is. “Je kan zo vaak stemmen als je wil”, vertelt Triin Ilves, een journaliste uit de Estse hoofdstad Tallinn. “Enkel je laatst uitgebrachte stem telt. Je kan er ook voor kiezen om op de dag van de verkiezing alsnog naar het stemhokje te gaan om een andere stem uit te brengen. Persoonlijk doe ik dat nog steeds het liefst.”

Er is ook al jaren kritiek op het systeem: “Veiligheidsexperts waarschuwen dat de online stemmen onvoldoende beveiligd zouden zijn. Zo zouden ze gehackt en aangepast kunnen worden”, zegt Ilves. Dat weerhield de Estse regering er niet van om het project in 2011 uit te breiden: sindsdien kan er zelfs gestemd worden via smartphone en tablet. Die aanpak loont, want de opkomst bij de parlementsverkiezingen is tussen 2007 en 2015 gestegen van 61,9 naar 64,2 procent.

Meer en meer Estse burgers brengen hun stem op voorhand online uit: bij de parlementsverkiezingen van vorig jaar ging het al om bijna een derde van alle stemmen. Opvallend is dat een kwart van de Esten die toen online stemden, ouder was dan 55 jaar. Elektronisch stemmen, of e-voting zoals het in Estland heet, is dus lang niet enkel weggelegd voor jongeren.

App

Als we de democratie toch niet op pensioen willen sturen, is een verjongingskuur misschien wel aan de orde. Stemmen via een smartphoneapp zoals in Estland zal in België niet snel gerealiseerd worden, maar er is wel een andere aanzet. CitizenLab is een app voor op smartphone en tablet die als doel heeft burgerparticipatie in steden te verhogen. De stadsbesturen van Sint-Niklaas, Aalst, Hasselt en Oostende gebruiken CitizenLab al om directer in contact te komen met hun inwoners en zo directe input te vragen. “Hasselt verzamelde zo ideeën in van burgers die we voorheen niet konden bereiken, zoals jongeren. En dat met minimale inspanningen voor de stad zelf”, geeft Hasseltse schepen Valerie Del Re aan op de website van CitizenLab.

vorige volgende

Reacties

Plaats een reactie