©BeSlack

Highlinen, een sport waarbij mensen op grote hoogte balanceren op een touw, boven een klif of tussen twee gebouwen. Hoewel de sporters gezekerd zijn en het dus niet gevaarlijk is, blijft de aanblik angstaanjagend. Wat is de aantrekkingskracht van deze onorthodoxe sport? 

Vier mannen wachten thuis achter hun beeldscherm geduldig tot de workshop “van slackline naar highline” start. Allemaal willen ze de overstap maken van de slackline, de onschuldige versie van koorddansen die je steeds vaker in parken ziet, naar de highline. Want dat is het echte werk: balanceren op hoogte vanaf 50 meter. Of zoals Jef Cox, voorzitter van de Belgische slacklinevereniging BeSlack en gever van de workshop, het noemt: “het summum”.  

Cox, een sportieve man van begin dertig, loodst de vier mannen in een uur door de beginselen van het slack- en highlinen. Terwijl hij honderduit vertelt zijn er achter hem verschillende touwen, een propvolle boekenkast en een eenwieler te zien. Met die eenwieler blijkt Cox zelf geregeld over een highline te fietsen. In november nog, toen ze met Beslack in de Ardennen bij Freÿr de langste highline van België optuigden. Die lijn was 100 meter hoog en 770 meter lang. Toch is dat nog niets in vergelijking tot wat Cox een droomlijn noemt: een lijn in de Zwitserse Alpen die boven de wolken uitsteekt. 

“Pas als je geen angst meer voelt, dan kan je echt beginnen.”

Dat Cox een ervaringsdeskundige is merk je: de workshop zit vol praktische tips (“blootvoets heb je meestal de beste feeling met de lijn”) en technische informatie (“een typische lijn heeft een kracht 1 tot 3 kilonewton”). Toch gaat veruit de meeste aandacht uit naar het mentale aspect van de sport. “De eerste keer dat je op een highline stapt, heb je keihard schrik”, waarschuwt Cox. “Je voelt zo veel adrenaline in je lichaam, dat je al je spieren aanspant. Je hebt er nog een week spierpijn van”. Maar anders dan de buitenstaander misschien denkt, is highlinen geen sport voor thrill seekers. “Het is de bedoeling dat je je angst onder controle krijgt,” legt Cox uit. “Pas als je geen angst meer voelt, dan kan je echt beginnen.” 

 

©Andy Decambre

Maar hoe kan je je angst onder controle krijgen als je op honderden meters hoogte op een touw staat? Volgens Cox verschilt dat van persoon tot persoon. “Sommigen letten op hun ademhaling, maar er zijn ook veel mensen die een koptelefoon opzetten en muziek gebruiken ter afleiding. Uiteindelijk draait het erom dat je voldoende vertrouwen hebt in jezelf en het materiaal.” Highlinen, zo meent Cox, heeft dan ook niets te maken met angst. “Het is vooral super mentaal en er komt een extreme focus bij kijken. Je wordt er juist rustig van.” Hij ziet highlinen dan ook meer als een kunstvorm dan als sport. Om het te kunnen, moet je volgens hem een bepaalde kalmte hebben. “Mensen die de sport beoefenen hebben een bepaalde chillheid met elkaar gemeen.”  

Zelf begon Cox tien jaar geleden met de sport, samen met zijn broers. Via internet bestelden ze spanbanden, die ze tussen twee bomen in hun achtertuin ophingen. “Ik ben altijd al aangetrokken geweest tot avontuur, hoogtes en bergen, maar het leuke aan hieraan vond ik de progressie die je kan blijven maken,” vertelt Cox. Toch voelt ook hij wel eens een vlaag van angst. Een tinteling noemt hij dat. “Ik kan soms op een lijn staan en opeens het gevoel hebben dat ik het niet meer kan. Dat blijft een mysterie voor me. Dat je nooit van tevoren weet of een lijn moeilijk of makkelijk is.” Volgens Cox is dat overigens geen echte angst. “Het wordt pas angstig op het moment dat je geen vertrouwen meer hebt in jezelf.”

©Jef Cox

Een andere reden waardoor het highlinen volgens Cox niet eng hoeft te zijn, is dat er in de sport volop aandacht voor veiligheid is. “De highline community staat daarom bekend,” zegt hij. Het begint bij het materiaal: highlinen gebeurt gezekerd en van iedere lijn en ieder katrol zijn er twee. Dus als een lijn plotseling knapt, heb je altijd de reservelijn nog. Bovendien is het gebruikelijk in de sport om elkaar te buddychecken, legt Cox uit. “Voor je de lijn op stapt, laat je eerst je knoop aan iemand anders zien om zeker te weten dat alles goed zit. Dus zo lang je niet struikelt terwijl je op de lijn stapt, kom je er altijd leven terug af.” 

Als Cox’ verhaal ten einde is, zijn de meeste deelnemers nog steeds enthousiast om het highlinen zelf te gaan proberen. Toch twijfelt een van de deelnemers nog. “Is het mogelijk om te highlinen als je hoogtevrees hebt,” vraagt hij. “Ja zeker,” antwoordt Cox. “Ik ken genoeg voorbeelden van mensen met hoogtevrees die het doen.” Bovendien, zo besluit Cox, “is het belangrijk om te blijven bedenken dat het niet buitenaards moeilijk is. Het is niet dat er maar drie mensen ter wereld dit kunnen. Het is immers geen jongleren met zes kegels.”

vorige volgende