© Lieven Miguel Kandolo
reacties (0)

Vandaag opent het vernieuwde Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren. Naar aanleiding daarvan lieten Lieven Miguel Kandolo en Zoë Nassel hun licht schijnen op de eerste twee afleveringen van de Canvas-reeks "Kinderen van de kolonie". Elk vanuit hun eigen perspectief, de ene Belgisch-Belgisch en de andere met Congolese roots. Hier Lieven Miguel Kandolo.

Mijn vader is Congolees (hij is een Tetela, afkomstig uit het Kasaï-gebied), mijn moeder is Angolese. Toch hebben mijn vader en grootouders mij pas rond mijn zestiende verteld over het koloniale verleden van hun land. Het was het jaar dat Congo zijn vijftigste onafhankelijksheidsverjaardag vierde en we op school ook leerden over de Belgische aanwezigheid in het land van mijn voorouders.

Ik begrijp dat je een kind nog niet kunt vertellen dat Leopold II en zijn regime miljoenen Congolezen heeft vermoord, ze als tweederangsburgers behandelde, hun handen afhakte, ze als slaven tewerkstelde of op grote schaal Congolese vrouwen misbruikte.

Mijn ouders valt niets te verwijten. Zij hebben ook geleden onder het post-kolonialistisch racisme in België, ze lijden er nog steeds onder. Praten over dit verleden is moeilijk, vooral omdat het allemaal zo persoonlijk is.

Arme Congolezen

Op school had ik het gevoel dat er meer moest zijn dan wat we leerden over Congo. Dat er een andere, duistere geschiedenis was dan wat we voorgeschoteld kregen: die van België als redder van de onbeschaafde Congolezen. Het probleem met de eindtermen is dat begrippen als ‘Belgisch Congo’ of ‘dekolonisatie’ er niet in voorkomen. Alleen de grote lijnen worden uitgetekend. De verschillende netten krijgen veel vrijheid om het vak geschiedenis in te vullen.

Na de onafhankelijkheid van Congo is in de koloniale geschiedenis van België – die vanaf dan postkoloniaal werd – de nadruk gaan liggen op die ‘arme’ Congolezen, willoze slachtoffers van een meedogenloze heerser. Nooit heb ik gehoord over het verzet dat de Congolezen geboden hebben, of de prekoloniale beschaving van het land waar mijn vader geboren werd.

Dit eurocentrisch denken is al langer een probleem, en dat heb ik ook ervaren de afgelopen jaren. Ondanks het feit dat ik hier geboren ben, en hier naar school gegaan ben, voelde ik dat er toch iets niet klopte met mijn kennis over Congo en het koloniale verleden van België.

Ik verlangde naar meer informatie over de blanke overheersing in Congo. Dus begon ik documentaires te bekijken, online te lezen, en dook ik in de geschiedenis van de etniciteit van mijn vader – en dus deels de mijne.

De ruwe waarheid

Mijn lange weg naar mentale dekolonisatie ging enkele jaren geleden van start. Hoe meer ik las en met mensen sprak, hoe meer ik – tot mijn verbazing – ontdekte dat er in het onderwijs en in de media helemaal niet objectief gesproken werd over het Belgische koloniale verleden.

Integendeel. Ik sprak met oudere Congolezen: van hen leerde ik verhalen die in het niets verzonken bij wat ik altijd had gehoord: dat er wel degelijk groot verzet was van de Congolese bevolking en dat sommigen onder hen werkelijk alles hebben gedaan om zich te bevrijden van de koloniale ketenen. Ik voelde frustratie, verdriet, teleurstelling.

Ik voel hetzelfde nu ik naar Kinderen van de Kolonie kijk en geconfronteerd word met de ruwe waarheid: dat Congolese “arbeiders” belasting moesten betalen aan hun eigen kolonisator en daarmee betaalden voor hun eigen neergang. Deze arbeiders hadden geen idee van wat de Belgische overheid met hun belastinggeld deed.

Katholieke priesters die rituele of religieuze voorwerpen afpakten van de lokale bevolking, met het argument dat die kwaadaardige krachten zouden veroorzaken, maar die dan jaren later teruggevonden werden in het museum van Midden-Afrika in Tervuren.

Witte winkels

Ik was geschokt toen ik vernam dat de koloniale samenleving in Congo volledig gesegregeerd was. Met wijken voor Belgen en wijken voor Congolezen. Met winkels voor witte mensen en winkels voor Congolezen.

Die laatste mochten niet binnen in de witte winkels. Over de apartheid in Zuid-Afrika was ik al veel langer op de hoogte dan op wat er zich decennia lang in mijn eigen vaderland heeft afgespeeld.

Ik ben blij dat deze reeks er is. Kinderen van de Kolonie is een eerste aanzet tot een objectieve en minder eurocentrische geschiedenis van Congo. Ik ben een Congolese-Angolese Belg. Door mijn aderen vloeit het bloed van mijn beide Afrikaanse ouders.

Mijn grootouders hebben geleden onder de beslissingen die hier in dit kleine, witte landje genomen zijn. Beslissingen die genomen zijn zonder na te denken wat de gevolgen voor de lokale bevolking in dat enorme Afrikaanse land zouden betekenen.

Decennialang hebben we niet durven kijken naar de gevolgen van de imperialistische kolonisering die ons land heeft gevoerd. Tot op vandaag zijn de wonden nog vers. Een reeks als Kinderen van de Kolonie kan daar verandering in brengen, het debat op gang brengen en misschien komt er dan eindelijk gehoor voor de frustratie, het verdriet, de teleurstelling van veel mensen met Afrikaanse roots. Het begin van een lange weg naar mentale en structurele dekolonisatie.


Dit artikel werd gepubliceerd door VRTNWS op 27/11/2018

vorige volgende

Reacties

Plaats een reactie