Martine Bakker. © Margarita Zharova

Stand-upcomedy lijkt Martine Bakker supereng, maar toch verplicht ze zichzelf om het te proberen. Een jaar lang staat ze bijna iedere avond in een comedyclub: extatische ervaringen en fatale fiasco’s volgen. Haar ervaringen bundelt ze nu in een boek. 

"Er is nog altijd niks engers dan stand-upcomedy doen. Hoewel, zonder touw uit een vliegtuig springen, misschien. Of in een bak schorpioenen gaan liggen.”

Toch besluit Martine Bakker (35) zich op te geven voor een workshop stand-upcomedy. Daarna moet ze van zichzelf minstens honderd keer op een podium grappen vertellen. “Dan pas kan je weten of het iets voor jou is.” Twintig van de honderd shows gaan fantastisch. Zo’n zestig zijn niet noemenswaardig. En er zijn ook avonden waarop ze direct wil stoppen. “Omdat ze mentaal aanvoelen alsof er met een gettoblaster aan de ene kant van de ruimte deathmetal wordt gepompt terwijl aan de andere kant van de ruimte de jingle van Sesamstraat op repeat staat.”    

Over die ervaring schreef ze 'Ik durf niets maar doe alles'Ondertitel: 'Waarom ik dacht dat als ik een jaar lang stand-upcomedy zou doen, ik daarna zou kunnen leven zonder stress, onzekerheid, uitstelgedrag en angst, maar blijkbaar bestaat zoiets niet, toch geef ik wat ik per ongeluk leerde over mezelf en creativiteit door zodat jij er misschien ook wat mee kunt. Of niet.'    

Het is bedoeld “voor alle mensen die van alles willen, maar dan toch steeds afhaken omdat ze niet durven.”   

Stand-upcomedy om te leren leven zonder angst. Waarom?    

“Bang zijn is een heel blokkerend gevoel. Je laat je erdoor weerhouden. Ik vond comedy tof, maar ik wilde mezelf niet in zo’n enge positie brengen. Dus ging ik allerlei ontwijkend gedrag vertonen. Terwijl doen wat je eng vindt je juist heel veel kan brengen.”    

Hoezo?    

“Angst is een raadgever. Wanneer je over iets denkt: dat zou ik nooit durven, maar ook stiekem jaloers bent op mensen die datzelfde wél durven te doen, dan is het waarschijnlijk iets wat je eigenlijk wil proberen.”  

© Anne van Zantwijk

Plaatsvervangende spanning

Het is dankzij haar zusje dat Martine Bakker zich uiteindelijk opgeeft voor een comedyworkshop. Na vijf dagen les staat ze voor het eerst op een podium. Dat gaat verrassend goed.

“Mensen liggen niet dubbel, maar vermaken zich wel.” Maar bij haar tweede optreden is de zaal opeens een stuk groter. Het is een van die momenten waarop je als lezer te maken krijgt met plaatsvervangende angst.

Een fragment uit 'Ik durf niets maar doe alles': “Dus ging ik in therapie. Ook ging ik met niemand meer naar bed. En werd ik vegetariër. Wat nogal een uitdaging is voor iemand wier lievelingseten ‘onbeperkt spareribs’ is. "Maar," dacht ik, "als ik dan toch bezig ben, dan kan ik het net zo goed helemaal extreem doorvoeren: geen vlees meer in mijn lijf."" 

Nam de spanning af toen het onbekende er eenmaal af was?    

“De angst bleef. Het is steeds een nieuwe groep mensen, soms heb je een nieuw stuk tekst. Je weet niet wat er gaat gebeuren, je weet niet of mensen wel gaan lachen. Door ervaring kan je wel íets relaxter in je lichaam gaan zitten. Maar als je er staat zonder iets te voelen, wat heb je er dan nog aan?”    

Het leuke eraan is juíst dat het eng is?   

“Ja. Het is een heel lekker gevoel om je angst te overwinnen. Een soort trots: "Wow ik heb dat gewoon gedaan." Je haalt zo meer uit je leven dan wanneer je altijd maar dezelfde dingen doet die niet eng zijn. Je leeft meer.”    

Jongeren worden steeds banger. Welk advies zou je hen willen geven?     

“Even wachten, hoor. Om een hele generatie te redden, moet ik wel even iets goeds zeggen (lacht). Als je bepaalde angsten wil overwinnen, doe dat dan in kleine stapjes. Ook in ‘gewoon doen’ zitten gradaties. Ik heb wel eens gehoord dat iemand een theater had afgehuurd en dacht: "Ik ga daar gewoon staan." Ik zou dat dus nooit aanraden, dat is een veel te grote stap."

"Maar je kunt wel ‘workshop’ zoeken, je daar aanmelden, betalen en op die dag komen opdraven. Dat is toch best te doen? En voor comedy geldt: ga gewoon twintig minuten zitten. Letterlijk nu. Schrijf één grap op. Iéts wat je grappig vindt. Maar soms is zelfs dat een te grote stap.”    

Hoe komt dat denk je?    

“Het voelt veiliger om alles bij het oude te laten. Mijn vader zei altijd: "Ooit ga ik wel piano spelen, maar nu heb ik geen tijd." Hij was al met pensioen! Als je dan al geen tijd hebt, wanneer dan wel?"

"Zelf had ik heel lang een beeld van hoe het zou zijn als ik comedian zou zijn. Maar stel dat ik een grap zou schrijven, en dan zou concluderen dat die toch niet zo grappig is, dan brokkelt je hele beeld af van hoe je leven had kunnen zijn. Daar moet je doorheen.”    

In het boek zet je je podiumangst om in een humoristisch verhaal. Wat maakt angst grappig?    

“Angst is universeel, maar toch schamen veel mensen zich voor hun angsten. Juist dan werkt humor goed. Als iemand iets benoemt wat jij voelt, maar niet hardop durft te zeggen, dan voel je je betrapt en moet je automatisch lachen."   

"Humor helpt ook bij het omgaan met angst. Humor relativeert, op een fijne manier. Als je naar een comedyclub gaat en je hoort een grap over een situatie waar je zelf mee zit, maakt dat het makkelijker om er de volgende keer ook een beetje om te lachen.”    

Tot slot. Hoe bevalt het angstvrije leven je?    

“Ik concludeerde uiteindelijk dat het voor mij niet bestaat. Altijd als je ergens aan gewend bent geraakt, zijn er weer nieuwe dingen om angst voor te voelen. Dan komt er oorlog of krijg je opeens een kind. Autorijden: doodeng! En met een kind naast me al helemaal. Toch doe ik het. Ik heb ontdekt dat dapper zijn niet betekent dat je alles moet durven. Dapper zijn is tóch de dingen doen die je niet durft.”   

vorige volgende