© De Groene Boerderij
reacties (0)

Biovlees zou diervriendelijker zijn, zo wordt gezegd. Maar klopt dat ook? Wij kregen een rondleiding op een varkenshouderij in Wuustwezel, waar Raf Francken (46) zijn twintigste verjaardag als bioboer viert.

Tussen de velden van het landelijke Wuustwezel is De Groene Boerderij gelegen. De eigenaar van de boerderij, Raf Francken (46), verzorgt de productie en verwerking van biologisch varkensvlees. Ingeduffeld in een donkerblauw werkpak en een pet op zijn hoofd staat hij dagelijks urenlang in zijn varkensstal. Wie hem zoekt, treft hem daar meestal fluitend aan. Want Francken houdt van zijn job.

Dat doet hij nu althans, ooit was het anders. Het was zelfs zo erg dat hij op het punt stond om er volledig mee op te houden. “Ik was doodongelukkig. Of ik moest stoppen, of ik moest mijn aanpak wijzigen.” De traditionele manier van varkenshouderij stond Francken niet aan. “Die dieren hebben geen leven. Als ze naar het slachthuis gaan, zien ze voor het eerst zonlicht. Dat kun je je onmogelijk voorstellen.”

Moeizame omschakeling

Daarom ging Francken op zoek naar iets anders. Uiteindelijk kwam hij bij bio uit, maar de overgang van reguliere veehouder naar bioboer is lang en hard. Gemiddeld duurt het twee tot drie jaar. Bij Francken nam het zelfs vijf jaar in beslag. “In 1998 ben ik met bio begonnen. Het heeft uiteindelijk tot 2003 geduurd voor ik ook echt gecertifieerd was en ik mijn vlees als biologisch mocht verkopen.”

Dat de omschakeling geen pretje is, bevestigt Sabrina Proserpio, persverantwoordelijke van BioForum Vlaanderen. De organisatie vertegenwoordigt de biosector in Vlaanderen. “De reden voor de moeizame omschakeling is dat je als beginnend bioboer met oneindig veel zaken rekening moet houden”, vertelt Proserpio.

Zo moet in de overgang naar bio zowel de plantaardige productie (onder andere het diervoeder en de grond) als de dierlijke productie (de varkens zelf, doordat ze bijvoorbeeld buiten moeten kunnen) hele transformatie ondergaan. Daarbij staan dier en natuur centraal.

Duurzaamheid voorop

De veeteelt is doorgaans niet milieuvriendelijk. “Maar,” zegt Proserpio, “bio toont aan dat landbouw en natuur weldegelijk samengaan. Bio is immers een vorm van agro-ecologie.” De bedoeling is om de natuur na te bootsen en ermee samen te werken. Chemische bestrijdingsmiddelen, kunstmest en genetisch gemodificeerde organismen worden dus niet gebruikt. Ook het aantal dieren is beperkt.

Een bioboer mag niet meer dieren houden dan het aantal dat overeenkomt “met een mestuitscheiding van maximum 170 kilogram stikstof per hectare.” Voor een varkenshouder betekent dat dat hij per hectare negen varkens mag houden. Francken had aanvankelijk een duizendtal varkens. Nu zijn dat er nog maar een goede tweehonderd. Erg vindt hij dat niet. Meer ruimte is namelijk niet alleen goed voor de natuur, maar ook voor de dieren zelf.

Beter leven

Franckens dieren hebben een waardig bestaan. Elk varken kan zijn snuit wanneer het wil in de buitenlucht steken. In de zomer en tijdens droge periodes kunnen ze zelfs de wei in om te wroeten. “Ik wou dat ze nog meer op de wei konden. Maar dat laat mijn grond niet toe omdat die te nat is. Ze hebben het alleszins al beter dan de gangbare varkens. Die kunnen niet eens deftig bewegen omdat hun kot te klein is”, zegt Francken.

Afhankelijk van het gewicht, het geslacht en de leeftijd is de ruimte van de biovarkens wettelijk vastgelegd. Die groeit mee met het dier. Het verschil met de gangbare varkens is enorm. “Het enige wat die kunnen, is zitten en liggen. Door hun kleine kooi kunnen ze zich vaak zelfs niet omdraaien”, aldus Francken.  

© varkensloket.be

Voor Francken heeft ruimte een grote rol gespeeld in de keuze om bioboer te worden. “Als varkens gaan werpen, hebben ze soms twaalf uur op voorhand al weeën. Ze hebben pijn en weten met zichzelf geen blijf. Dan willen ze bewegen. Bij mij is dat mogelijk.”

Eens de varkens bevallen zijn, mogen de biggen ook langer bij de moeder blijven. Pas als ze plantaardig voedsel kunnen verteren – na bijna 40 dagen – worden ze van hun moeder weggehaald. Bij traditionele varkensboeren is dat al na 25 dagen het geval. Ze willen de kleintjes zo snel mogelijk bij de moeder weg, zodat die terug gedekt kan worden. Het gevolg is dat de dieren ziek worden en daarom standaard antibiotica krijgen voorgeschreven. Bij biologische dieren mag dat niet. Preventief gebruik van antibiotica is verboden.

Lekker en gezond

Volgens Proserpio zijn de beperkingen op het gebruik van antibiotica niet alleen voor de dieren, maar ook voor de mensen een goede zaak. “De resistentie voor antibiotica bij de mens is in grote mate het gevolg van onze vleesconsumptie”, meent Proserpio. “Antibiotica is niet verboden in de biolandbouw, maar het gebruik is sterk beperkt.”

“Een biologische veehouder vindt het extra belangrijk om de weerstand van zijn dieren te verhogen”, vervolgt de woordvoerster. “Hij gebruikt alleen antibiotica als het echt niet anders kan. Dan moet hij dubbel zo lang wachten als zijn gangbare collega voor hij zijn vlees weer als bio mag verkopen. Zo is de kans dat het vlees antibiotica bevat bijna onbestaande. Daardoor is het gezonder.”

Maria Verbraeken is het daarmee eens. Samen met haar man, Joris Crikemans, baadt ze al negentien jaar de biowinkel De Groene Wijzer in Brasschaat uit. Twee keer per week komt Francken bij hen leveren. “Gezondheid is voor ons en onze klanten heel belangrijk. Dan is de keuze voor biologisch vlees snel gemaakt. Het is gewoonweg beter voor je lichaam. Daarbij is het ook lekkerder dan niet-biologisch vlees.”

© Groene Boerderij

Varkensroze toekomst

Het heeft bloed, zweet en tranen gekost, maar Francken is blij dat hij de omschakeling naar bio gewaagd heeft. “Bio is beter voor alles”, klinkt het. “Het is beter voor de mens, de natuur en voor de dieren.” Bovendien gaat het goed met De Groene Boerderij. Het bedrijf blijft groeien en er zijn zelfs plannen om binnenkort een winkel op te starten.

Ook de rest van de biosector heeft niet te klagen. Ieder jaar neemt het aantal mensen dat bio koopt toe. “Meer dan 90 procent van de Belgen kocht het afgelopen jaar al dan niet bewust bio. Het is een sector in volle groei”, zegt Proserpio.

Volgens Verbraeken komt dat omdat het toegankelijker is geworden. “Bio is uit de grijze zone. Tegenwoordig kent iedereen het.”

Verbraeken, Proserpio en Francken zijn het met elkaar eens: de toekomst van bio ziet er rooskleurig uit. Ze delen dan ook dezelfde droom. Ze hopen op een wereld waar bio niet langer bestaat. “Ik zou het mooi vinden als er in de toekomst geen biolabels meer nodig zijn”, besluit Proserpio, “omdat alles biologisch geproduceerd is.”


Dit artikel werd gepubliceerd door Het Nieuwsblad - online op 31/01/2018

vorige volgende

Reacties

Plaats een reactie