• Onze zomerkampen staan online, check ze hier en schrijf je in

  • Elke woensdagmiddag StampLab, waar je experimenteert met media

  • Kom met ons mee naar festivals deze zomer om te reporteren

  • Stamp is uitzonderlijk gesloten op donderdag 18 juni

Esohe Weyden. © Mats Poppe

Esohe Weyden is één jaar stadsdichter in Antwerpen: “Ik vind dat poëzie niets moet, maar alles kan zijn”

Halverwege haar termijn als stadsdichter van Antwerpen blikt schrijver en dichter Esohe Weyden (27) voldaan terug. “Veel mensen denken dat de poëzie in Antwerpen dood is, maar ze is net springlevend.”

“Zeg, ik heb een leuk project!”, kan het klinken als je haar tegenkomt. Esohe Weyden is de eerste stadsdichter die niet is aangewezen door de stad zelf. Daardoor moet ze zelf op zoek naar partners: “Ik ben aangesteld door de culturele sector, wat het financieel moeilijk maakt. Je kan veel creatieve ideeën hebben, en de vraag is dan: hoe werk je die concreet uit? Maar als je mensen benadert en zegt dat je een leuk project in gedachten hebt, zijn ze eigenlijk altijd enthousiast.”

Vurig weerlegt ze daarmee het misverstand dat Antwerpen geen groot literair hart meer zou hebben. We hebben vorig jaar negen projecten opgezet, en nu loopt het ook zo’n vaart. Dat had ik aan het begin van mijn aanstelling echt nooit verwacht,” vertelt ze blij verrast.

Maatschappelijke vertolker

De zoektocht naar partners en het stadsdichterschap haalden haar meteen uit haar vertrouwde bubbel. “Vanaf mijn eerste gedicht voelde ik een verantwoordelijkheid om niet alleen vanuit mezelf, maar voor én met anderen te schrijven.”

Voor Weyden verschoof zo de focus van een doorgaans individueel artistiek proces naar een rol als maatschappelijk vertolker.“Veel gedichten zijn geschreven met input van verschillende mensen.” ‘Vredeswens aan mijn medemens’schreef ze bijvoorbeeld in dialoog met een buurtwerkorganisatie uit Borgerhout. “Ik ben met de vrijwilligers en leden gaan praten om te horen wat er leeft. Met de kernwoorden die ik daar verzameld heb, kwam ik tot het gedicht.”

Door haar vele gesprekken met de bewoners van Antwerpen, merkte Weyden dat bepaalde thema’s diepgeworteld zijn. “Een issue dat vaak bovendrijft, is de ervaring van roots in oorlogsgebied. Wij hebben veel met mensen gesproken over wat het betekent om uit een oorlogsgebied te komen, over de blijvende band met achtergebleven familieleden en het knagende gevoel van machteloosheid op afstand.”

Dankzij haar nauwe contact met collega-stadsdichters Benzokarim (Rotterdam) en Myriem El-Kaddouri (Kortrijk) ontdekte ze dat die thema’s daar ook leven. “Wat er in Antwerpen speelt, is even urgent in andere grote havensteden zoals Rotterdam, maar ook in kleinere steden als Kortrijk.” 

Mensen hebben vaak het gevoel dat talen als het Arabisch en Farsi minderwaardig zijn ten opzichte van het Nederlands, Frans of Engels

Esohe Weyden

Een tweede onderwerp dat haar na aan het hart ligt, is meertaligheid. “In mijn gesprekken naar aanleiding van het stadsgedicht ‘Vredeswens voor mijn medemens’ vertrouwden mensen mij toe dat zij vaak het gevoel hebben dat er een hiërarchie heerst tussen talen. Alsof talen als het Arabisch en het Farsi minderwaardig zijn ten opzichte van het Nederlands, Frans of Engels.”

Net die getuigenissen inspireerden haar om over de rijkdom van meertaligheid te schrijven. “Voor velen van hen is Nederlands de vierde of vijfde taal. Zij ondervinden vaak moeilijkheden om hun gedachten en emoties perfect uit te drukken. Daardoor vinden ze het lastig om zich een volwaardig onderdeel van de stad te voelen.”

Ondanks die sociale betrokkenheid bewaakt Weyden scherp haar grenzen over welke onderwerpen ze wil behandelen. “Ik heb al een paar keer een mail gekregen van een inwoner die na dertig jaar zijn parkeerplaats voor de deur kwijt was.  Er staat een paal, waardoor het nu een plek is voor iemand met een beperking. Hij vroeg of ik daar geen stadsgedicht over wilde schrijven”, glimlacht ze. “Dat doe ik dus niet. Bij zulke verzoekjes voel je wel dat dit een louter individuele of praktische klacht is. Wel probeer ik de thema’s te vangen waarvan ik voel dat ze door veel mensen gedragen worden.”

Vroeger dacht ik dat poëzie per definitie moeilijk en ondoorgrondelijk moest zijn. Door ouder te worden, besef ik dat dat niet is hoe ik wil schrijven

Esohe Weyden

Om die brede groep ook echt te bereiken, kiest Weyden resoluut voor een vorm van dichtkunst die toegankelijk is. “Vroeger dacht ik dat poëzie per definitie moeilijk en ondoorgrondelijk moest zijn. Door ouder te worden, besef ik dat dat niet is hoe ik wil schrijven. Ik streef naar een bevattelijke en eigentijdse poëzie. Ik wil dat het mijn taal is, maar ook dat het diepgang heeft. Vaak probeer ik twee betekenissen in mijn gedichten te steken, die resoneren met elkaar.”

Spoken word

Een bijzonder moment in haar traject is het gedicht ‘In het stoombad van de stad’, dat ze schreef voor de twintigste verjaardag van bibliotheek Permeke. Het stuk pronkt nu trots op de gevel. “Het was het eerste stadsgedicht dat op een grote publieke plaats gepresenteerd werd, maar er hangt ook veel nostalgie voor mij vast aan die plek: het was precies daar waar mijn passie voor poëzie ontsprong. Je gedicht er te zien hangen, en te weten hoeveel andere mensen eraan hebben bijgedragen, is een heel bijzonder gevoel. Dat heeft de drempel voor alle projecten die daarna volgden meteen erg hoog gelegd”, geeft ze toe.

Het gedicht ‘In het stoombad van de stad’ schreef Esohe Weyden ter gelegenheid van de twintigste verjaardag van Bibliotheek Permeke. Het gedicht prijkt op de gevel van de bib.

Ook haar achtergrond in spoken word heeft een invloed op haar traject als stadsdichter. Ze merkt dat performances vaak een grote impact hebben. “Mensen luisteren dan echt.” Spoken word is een vorm van podiumkunst waarbij de tekst centraal staat, maar de voordracht de doorslag geeft.  “Toen ik net startte, wilde ik aan elk gedicht een performance koppelen. Het gedicht ‘Thuis is vloeibaar’ is bijvoorbeeld tot leven gebracht voor de gasten van restaurant Samenloop. Het was een culinaire poëzieavond, met poëzie geserveerd aan tafel tijdens het diner.”

“Op die manier sluipt die spoken word-achtergrond wel altijd binnen in mijn werk”, vertelt ze. “En het is nog een beetje geheim, maar ik kan wel al zeggen dat er een grote slotshow aankomt om het stadsdichterschap in schoonheid af te ronden. Daar zul je echt voelen dat de spoken word mooi samenkomt met hoe ik de functie neerleg.”

Die invulling van het stadsdichterschap vervult Weyden niet vanuit verzet, maar vanuit een gevoel van noodzaak. “Ik schrijf vanuit de overtuiging dat ik een verhaal te vertellen heb, vanuit een notie van onrechtvaardigheid.”

Schoonheid in het loslaten

Naast haar scherpe maatschappelijke blik hecht Weyden veel waarde aan de troostende kracht van poëzie. “Het is een momentje van rust in de chaos. Het is even stilstaan en wat je leest, laten binnenkomen. Misschien is poëzie vandaag daarom zelfs nog een belangrijker medium dan in de tijd van Shakespeare”, grapt ze.

In contrast met die grote woorden, is haar uiteindelijke doel opvallend bescheiden. “Als er één persoon is die op het juiste moment een gedicht van mij leest, en er iets aan heeft, dan kan ik met vrede het stadsdichterschap afsluiten.” Bij de vraag of ze er nog twee jaar zou bijdoen, moet ze lachen. “Nee, daar zit de schoonheid van de functie in: loslaten, en zien wat er dan weer uit voortkomt.”

Tot slot een warme boodschap van Weyden om deze ode aan poëzie af te sluiten. “Ik denk dat we veel verder zouden komen als we meer empathie zouden hebben voor onze medemensen.” Voor haar blijft dat immers de essentie van haar werk: verbinden, vertragen en woorden geven aan wat onuitgesproken blijft. “Ik vind dat poëzie niets moet, maar eigenlijk alles kan zijn.”

Het stadsdichterschap van Esohe Weyden wordt feestelijk afgesloten met een concert in de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen. Tickets en info vind je hier.