“Ik was twintig jaar oud toen ik voor het eerst dacht: ‘Dit klopt niet.’ Ik zat in een hoorcollege Rechten, omringd door mensen die leken te weten waarom ze daar waren. Ik eigenlijk niet. Maar ik bleef zitten. Want stoppen, dat deed je niet. Dat was falen.”
“Ik had Rechten gekozen omdat het op papier logisch klonk. Analytisch denken, redeneren, prestige. Twee jaar lang heb ik mezelf wijsgemaakt dat het gevoel zou verdwijnen: dat gevoel dat ik ergens naartoe bewoog zonder te weten waarheen. Na mijn tweede jaar besloot ik van richting te veranderen. Misschien was het de studie, dacht ik, niet de universiteit zelf. Dus waagde ik mijn kans bij Handelsingenieur.”
“Ook dat jaar heb ik vol doorgezet. En ook dat jaar voelde ik hetzelfde: ik deed het voor iets van buiten mezelf. Voor verwachtingen, voor het beeld dat ik van mezelf had opgebouwd. Een diploma, dat was het doel. Alles wat daarna zou komen, dat zag ik later wel. Maar in juni 2025, op mijn 22ste, nam ik een beslissing die me meer moeite kostte dan gelijk welk examen: ik stopte. Definitief. Geen herexamens, geen nieuwe richting, geen uitstellen. Ik schrijf me uit.”
“De reacties waren anders dan ik had verwacht. Mijn vrienden toonden meteen begrip: ze zagen al langer dat ik niet gelukkig was, en ze wisten dat werken de betere optie was. Ook mijn mama stond, na lange gesprekken te hebben, achter mijn beslissing, en dat betekende meer dan ik kan zeggen.”
“De stap naar de arbeidsmarkt was geen zet uit wanhoop, maar uit verantwoordelijkheidsgevoel”
Clarysse (23)
“Maar er waren ook praktische realiteiten. Zonder studentenstatus zou mijn mama geen kinderbijslag meer ontvangen, wat betekende dat ik voor mijn eigen appartement en kosten zou moeten zorgen. Dat was misschien wel de grootste drijfveer om écht de stap te zetten naar de arbeidsmarkt. Niet uit wanhoop, maar uit verantwoordelijkheidsgevoel.”
“Wat volgde, was een periode van zoeken. Niet dramatisch of verloren, gewoon eerlijk zoeken. Ik begon na te denken over wat mij écht boeit en waarmee ik me graag mee bezig hou. Ik dacht eigenlijk te veel na, want het antwoord lag veel dichter bij huis dan ik me kon voorstellen. Schoonheid, verzorging, mensen blij maken met iets tastbaars: dat had me al jaren geboeid, lang voor ik ook maar één wetboek had opengeslagen.”
“Zo kwam ik terecht bij Ici Paris XL. Eerst als medewerker, maar al snel bleek dat ik er helemaal in opging. Ik leerde iedere dag iets nieuws: over producten, over klanten, over hoe je een team aanstuurt. En die passie die ik jarenlang als ‘onbelangrijk’ had gelabeld, die bleek de sterkste troef die ik had. Vandaag ben ik manager, en ik ga iedere dag met het grootste plezier naar mijn werk. Dat klinkt als een cliché, maar voor iemand die jarenlang tegen zichzelf heeft gevochten om ergens te passen, is dat bijna een wonder.”
“Sommige collega’s waarschuwden me wel: ‘Pas op, als je eenmaal begint te werken, wil je misschien nooit meer studeren.’ Ik luisterde, maar ik sloot de deur niet. Avondlessen, een hogeschool, een universiteit: die opties liggen open. Wat ze zeggen, neem ik mee, maar ik ken mezelf: als ik in de toekomst wil studeren, weet ik dat ik het doorzettingsvermogen heb om er honderd procent voor te gaan, in welke vorm dat ook mag zijn. Maar voor nu is werken de juiste keuze.”
“In het middelbaar deed ik Economie-Moderne talen, waar ik redelijk goede punten haalde. Een logische keuze voor mij was dan om Toegepaste Economische Wetenschappen (TEW), te volgen. Het idee klonk goed: ik kende de basis namelijk al en ik had er vertrouwen in. Revalidatiewetenschappen en kinesitherapie had ik toen ook al in mijn hoofd, maar ik had er toch een beetje schrik voor. Fysica was niet mijn sterkste punt en bewegingswetenschappen hadden we amper gezien in het middelbaar. Dus koos ik voor de safe optie: TEW.”
“Vooraleer ik me inschreef, had ik een positief beeld over TEW: een verdieping van de economie die ik al kende, maar met meer diepgang. Ook bredere vakken zoals Psychologie en Marketing spraken me aan. Het eerste jaar lag dan ook in lijn met mijn verwachtingen. De vakken waren interessant en ik vond het eigenlijk heel leuk.” “Maar het tweede jaar was een ander verhaal. De economische vakken werden steeds wiskundiger met meer abstracte modellen en theorieën die mij eigenlijk niet zo veel interesseerden. Toen kwamen er nog meer wiskundige vakken bij zoals statistiek, terwijl de bredere en leukere vakken wegvielen. Ik wist wel dat stevige wiskunde erbij hoorde, maar dit was me toch te veel van het goede. Mijn positieve beeld over TEW begon langzaam te kantelen.”
“Twee jaar studeren en dan zeggen: ik doe het niet verder. Dat is moeilijk om te accepteren. Tegelijk wist ik ook wel dat doorgaan geen juiste optie meer was”
SEBBE (21)
“Halverwege het tweede semester begon ik me dan af te vragen of ik dit nog wel twee jaar wou verder doen. Het antwoord was simpel: nee. Het was geen plots moment waarop ik dacht: “Ik stop ermee”, maar eerder een gedachte die aan me knaagde doorheen de weken. Iedere les zat ik bij mezelf te denken: ik weet niet of ik dit langer wil doen. Dat was best een confronterend gevoel.”
“De beslissing om van studierichting te veranderen, was niet makkelijk. Het voelde een beetje alsof ik twee jaar van mijn leven zou ‘verspillen’. Dat lijkt misschien een groot woord, maar zo voelde het op dat moment wel aan. Twee jaar studeren en dan zeggen: ik doe het niet verder. Dat is moeilijk om te accepteren. Tegelijk wist ik ook wel dat doorgaan geen juiste optie meer was. Je kunt jezelf dwingen om iets voort te zetten, maar als het je niet gelukkig maakt, heeft volhouden weinig zin.”
“Toen ik dit aan mijn familie voorstelde, reageerde ze eerst sceptisch. Ze wezen me op mijn studiepunten, die op zich voldoende waren, en op het feit dat ik weinig wetenschappelijke achtergrond had voor kinesitherapie. Ze waren bezorgd of ik het wel kon halen. Die bezorgdheid was niet onterecht, maar ik geloofde in mezelf. Uiteindelijk stonden ze open voor mijn beslissing en wilden ze gewoon dat ik deed wat mij gelukkig zou maken en dat betekende heel veel voor mij.”
“Er was ook nog iets anders dat zwaar op me woog. Al mijn vrienden en medestudenten zouden gewoon verder studeren en zouden twee jaar verder staan dan ik. Ik zou opnieuw moeten beginnen in een nieuwe groep, met mensen die ik niet kende. Jongere mensen, misschien zelfs mensen waar ik niet mee zou kunnen opschieten. Dat was best spannend. Ik wist niet goed hoe ik dat zou ervaren.”
“Toch durfde ik de sprong te nemen. Kinesitherapie was altijd een optie voor mij geweest, dus besloot ik het nu toch te proberen, met twee jaar vertraging. Ik dacht bij mezelf: “Fock it, ik doe het.” Ik wou iets doen dat ik écht zag zitten en als dat niet uitpakt, kan ik nog steeds gaan werken of naar de hogeschool gaan.”
“Vandaag, in mijn tweede jaar kinesitherapie, ben ik tevreden. Zeer tevreden zelfs. Niet alleen met de inhoud van de opleiding, maar ook met de sfeer en de mensen. Ik heb zelfs het gevoel dat de mensen hier veel aangenamer zijn dan in TEW: losser, vriendelijker en warmer. Kinesitherapeut is nu eenmaal een beroep waarbij je heel sociaal moet zijn.”
“Die omweg heeft me juist iets bijgeleerd: over wat ik wil, wat ik niet wil en over de moed die nodig is om belangrijke keuzes te maken”
SEBBE (21)
“Wat me ook hielp, is dat ik er niet alleen voor stond. Veel studenten in mijn jaar zijn van mijn leeftijd of zelfs ouder. Er is dus een mooie mix tussen de verschillende leeftijden. Ik heb me er snel thuisgevoeld en snel nieuwe vrienden gemaakt, dus die bezorgdheid om nieuwe mensen te leren kennen, was nergens voor nodig.”
“Als ik op mijn jaren TEW terugblik, vraag ik me soms af of ik het anders had kunnen aanpakken. Had ik misschien beter eerst voor kinesitherapie gekozen? Had ik beter mijn bachelor afgemaakt en dan pas begonnen aan kinesitherapie? In een ideale wereld waarschijnlijk wel, maar als je naar de bigger picture kijkt, is twee jaar ‘verspillen’ niet meteen het einde van de wereld. Ik heb geen spijt van mijn keuze. Die omweg heeft me juist iets bijgeleerd: over wat ik wil, wat ik niet wil en over de moed die nodig is om belangrijke keuzes te maken.”
“Als je iemand bent die twijfelt aan zijn of haar studierichting, kan ik je vertellen dat je niet bang moet zijn. Je kunt altijd van richting veranderen als je voelt dat het de juiste keuze is. Doe gewoon wat je graag doet en denk ook aan je toekomstige zelf, als hij of zij tevreden zou zijn met de keuze. Makkelijker gezegd dan gedaan, dat weet ik ook. Maar ik kan spreken vanuit ervaring. Wees niet bang om één stap terug te nemen, om dan drie vooruit te gaan.”