Category Archives: Ongecategoriseerd
Sinds het antiterreurbeleid in Brussel van kracht ging, staan de zenuwen bij jongeren en politie strak gespannen. In combinatie met de blijf-in-uw-kot-maatregelen worden de spanningen tussen politie en burgers steeds groter. Minister van Justitie Vincent van Quickenborne (Open Vld) wil strenger optreden en roept op tot een ‘lik-op-stukbeleid en nultolerantie’. Is een hardhandig repressief beleid het juiste antwoord?
Het dondert boven Brussel. Protest tegen politieagenten laait fel op en is steeds zichtbaarder in het straatbeeld. Onder de betogers zitten opvallend veel jongeren. “We willen verandering, en dat lijkt alleen mogelijk als we het heft in eigen handen nemen,” roept rechtenstudent Amira (19), die vooraan stapt in de betoging na de dood van Ibrahima Barrie (23) op 13 januari.
Ibrahima werd op 9 januari gearresteerd toen hij probeerde te vluchten van een politiecontrole. De politie kon hem oppakken en bracht hem naar het politiecommissariaat vlak bij het treinstation Brussel-Noord. Daar kreeg Ibrahima een hartaanval en overleed hij ter plaatse.
Wie bel je als de politie je vermoordt?
Enkele dagen later trekken meer dan 500 betogers de straat op. “We willen duidelijkheid over de omstandigheden van zijn dood”, raast een manifestant door een megafoon. Veel jongeren vrezen dat Ibrahima het slachtoffer werd van politiegeweld, en dat de waarheid wordt verdoezeld.
“Justice pour Ibrahima!” scandeert een massa van razende jongeren, met een duidelijke boodschap naar de politie. “We zijn bang dat ons hetzelfde lot als Ibrahima beschoren is”, zucht Samir (18) uit Anderlecht. “En wie bel je als de politie je vermoordt?”
Al snel draait de vreedzame manifestatie uit op een slagveld. De tol is hoog: 116 arrestaties, vijftien gewonde agenten, negen politievoertuigen buiten gebruik en het commissariaat van Schaarbeek dat in vlammen op gaat.
Dat de politie en enkele demonstranten slaags raken, is geen vreemd fenomeen in Brussel. Een dag na de dodelijke aanrijding van de 19-jarige Adil, kwam het tot zware rellen in Anderlecht. Op 10 april 2020 scheurde de jongeman op zijn scooter door de straten van Anderlecht. Net als Ibrahima trachtte ook hij te ontsnappen aan een politiecontrole. Een politiecombi onderschepte hem op de motorkap. Adil was op slag dood.
“Te veel jongeren sterven in de handen van de politie”, zegt Amira, die een spandoek vasthoudt met diverse namen van overleden jongeren. “Op drie jaar tijd kwamen zeven jongeren om het leven na een politie-interventie in Brussel.” Maanden vliegen voorbij, maar de sfeer blijft grimmig. Diverse muren in Anderlecht worden beklad met leuzen: “La police, c’est le virus!”, “Police partout, justice nulle part” of “Police assassin”.
Verkrachtende agenten
Onderliggend woekert onvrede over het machtsvertoon en geweld van de politie. Het protest wordt aangewakkerd door een resem aan incidenten die de Brusselse politie in een lastig parket brengen. Zo veroorzaakt de inverdenkingstelling van drie Brusselse agenten voor verkrachting en voyeurisme heel wat ophef. Het drietal zou naar verluidt vrouwen dronken hebben gevoerd, daarna seks met hen hebben gehad zonder toestemming en alles hebben gefilmd. De filmpjes zijn doorgestuurd naar twee andere agenten van de politiezone Brussel/Elsene. Het politiekorps heeft de drie inmiddels uit hun functie gezet.

De kracht van dialoog is weg
Het vertrouwen in de politie kreeg al vaker een stevige knauw. Sinds onze samenleving gebukt gaat onder het coronavirus, hebben Brusselse politieteams ook de handen vol. Op een half jaar tijd belandden zo’n 6.000 PV’s – waarvan 708 veroordelingen – in de brievenbus van het parket.
Vooral jongeren verzetten zich fel tegen de coronaboetes. “Ze bekogelen brandweerlieden, bespugen politievoertuigen en verhinderen arrestaties op straat”, zegt Samir. Van dichtbij ziet hij hoe jongeren zich weerspannig gedragen en agenten het vaak moeten ontgelden. “De kracht van dialoog bestaat hier niet meer.” Het vertrouwen in de politie ebt weg en de strikte coronahandhaving ontketent een zenuwoorlog.
Welke frustraties gaan schuil achter al het tumult?
“Nultolerantie”
Aan de kant van de politiebonden klinken verontwaardigde reacties. De schreeuw om harder op te treden tegen het politiegeweld zwelt aan. “We moeten een krachtig politiek signaal sturen naar geweldplegers”, zegt Vincent Houssin, ondervoorzitter van de politievakbond VSOA. “Het geweld op politie daalt niet en het wordt steeds driester”, luidt het. De politiezone Brussel-Elsene, waar de politie al sinds vorig jaar een stijging van fysieke en verbale agressie opmerkt, herkent het fenomeen.
Naar aanleiding van het incident in Elsene op 14 november, waarbij drie agenten enkele rake klappen kregen van omstaanders toen ze een man wezen op het dragen van een mondkapje, was de maat vol voor minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld). In een omzendbrief roept hij op tot een ‘nultolerantie- en lik-op-stukbeleid’. Hij wil strenger optreden tegen alle aanvallen op de politie. Houssin is in zijn sas met die aankondiging. Onlangs startte de VSOA nog een videocampagne die geweld op de politie moet terugdringen.
De aanklacht van de vakbond over het stijgende geweld, botst met de bewering van het Openbaar Ministerie, die zegt dat het aantal geweldplegingen tegen agenten de afgelopen tien jaar met 21% gedaald is. In 2019 registreerde de Federale Politie 8.417 geweldplegingen, het Openbaar Ministerie 7.083. Beide partijen blijven zonder verklaring voor het verschil. Wel is Van Quickenborne bezig met informatiegaring om zelf de balans op te maken.
Dat er een spanning hangt, beklemtoont evenwel ook Van Quickenborne met zijn oproep tot nultorantie. Welke frustraties gaan schuil achter al het tumult?
“Politieagent worden was ooit mijn droom”
Tarek (19) uit Dilbeek werkt al jaren als vrijwilliger bij de Brusselse jongerenorganisatie D’Broej. Wekelijks komt hij in aanraking met de leefwereld van diverse tieners uit achtergestelde volksbuurten in Molenbeek.
Tarek (vrijwilliger D’Broej): “Zowel de straffeloosheid als het geweldsmonopolie bekrachtigen het beeld dat de politie vogelvrij is, en dat maakt ons ontzettend rancuneus”
In samenwerking met de lokale politieschool werkte Tarek enkele jaren geleden nog een workshop uit met extra aandacht voor het politieberoep en met een focus op wederzijds begrip en dialoog. Dat deed hij omdat er steeds minder mensen geïnteresseerd zijn in het politieberoep. Volgens vakbondsman Vincent Houssin is er sinds 2014 een verontrustende daling van nieuwe agenten van 30%. “En zeggen dat ik er ooit van droomde om politieagent te worden”, lacht Tarek.
Meer angst voor corona dan voor de politie
Wat er met Adil en Ibrahima is gebeurd, snijdt diep in Tareks oordeel dat de politie de jongeren beschermt. “Zowel de straffeloosheid als het geweldsmonopolie bekrachtigen het beeld dat de politie vogelvrij is, en dat maakt ons ontzettend rancuneus.” Dat jongeren voor de politie wegvluchten, vindt Tarek niet eigenaardig. Hij zou op dezelfde manier reageren. “Ik heb meer angst voor de politie dan voor het coronavirus.”
Sinds de invoer van de antiterreurmaatregelen na de aanslagen in Parijs van 2015, bestaat er geen vermoeden van onschuld meer, stelt Tarek. “Elke dag worden straatjongeren gecontroleerd op basis van flauwe uitvluchten: ‘We zoeken iemand met een zwarte jas, een lange baard of een Guccipet’, zeggen ze dan. Waarop ze ons allemaal fouilleren. Die dagelijkse visering creëert gaandeweg een negatieve beeldvorming, die agressie uitlokt. Het is een straat zonder einde.”
“Jongeren zonder toekomstbeeld bezwijken soms voor foute keuzes.”
Kat-en-muis spel
Voor Tarek zich aansloot bij D’Broej raakte hij verstrikt in een malafide cannabisnetwerk. Na de schooluren had hij niets om handen. “Uitzichtloosheid en schooluitval is een hardnekkig probleem bij Brusselse jongeren,” zegt hij. “We zitten boordevol goede ideeën, maar weten dikwijls niet hoe we onze talenten moeten ontwikkelen. Jongeren zonder toekomstbeeld bezwijken soms voor foute keuzes.”
Ooit werd Tarek door de politie gevat toen hij op straat een zakje groen verkocht. “Ik kreeg van hen twee keuzes: een nacht in de bajes of op hun commando zo snel mogelijk wegrennen. Als ze me konden inhalen, ontstond er een gevecht. Het is een kat-en-muisspel geworden.”
Dat machtsspel is Frank Isenborghs, coördinator van D’Broej in Molenbeek niet vreemd. “De ‘anti-overvalbrigade’, daar moet je voor oppassen,” meent hij. “Ze lopen rond in burgerkledij en staan bekend om hun losse handjes.”
Toch kan je volgens Isenborghs geen eenduidige schuldige aanwijzen. “Dit is een en-en-verhaal. Er zijn veel goede politiemensen en niet alle jongeren zijn comme il faut. Sommige vechtersbazen jutten elkaar op om doelgericht amok te maken. Ze willen tonen dat ze impact hebben, dat ze iets kunnen verwezenlijken in de wijk − ook al zijn dat criminele daden.”
De grootste coronaslachtoffers
Saïd (17) kijkt er niet van op dat enkele heethoofden zich afkerig gedragen. “De politie is mijn vriend niet”, zegt hij. Onlangs werd hij op de bon geslingerd voor het niet naleven van het samenscholingsverbod. De coronaboete leidde tot een hevige discussie: “Weg met de politie! Jullie zijn racisten, en wij het zogezegde uitschot van de samenleving,” smaalde Saïd naar de agent. Een boete van 250 euro hangt hem boven het hoofd, maar daar maakt hij zich niet erg druk in.
“Thuis gaat het er veel erger aan toe.”
Hassan Al Hilou: “Politici hebben de kwetsbare jeugd tijdens de eerste lockdown in de steek gelaten”
Onbezorgd zit hij nu te lanterfanten zonder mondmasker naast drie vrienden op een krakkemikkige fauteuil in een buitenbuurt van Molenbeek. Want het jeugdhuis, waar hij dagelijks zijn energie kwijt kon, is door de quarantaine gesloten.
6.000 corona-PV’s
De situatie van Saïd is tekenend voor heel wat Brusselse jongeren. De 6.000 corona-PV’s sinds begin maart tot november 2020 versterken het beeld van de tieners die samen in publieke ruimtes blijven vertoeven. “Politici hebben de kwetsbare jeugd tijdens de eerste lockdown in de steek gelaten,” stelt Hassan Al Hilou (20), ondernemer en Molenbekenaar.
Al Hilou was amper vijftien toen hij werd uitgeroepen tot jongste ondernemer van het land. Zoveel jaar later is hij een voorbeeldfiguur voor veel Molenbeekse tieners. “Zij die des te harder worden getroffen door de huidige crisis vallen door de mazen van het net. Dat is een pijnlijk trauma dat je bij de jongeren vandaag sterk voelt.”
Jongeren eerst buiten
Uit de laatste cijfers van Actiris, de Brusselse tewerkstellingsdienst, blijkt dat de coronacrisis de jeugd het zwaarst treft. “Veel jongeren verloren hun job omwille van de recessie”, kaart Sven Veronckelen van Actiris aan. “Zij zijn de eerste die eraan moeten geloven, omdat het de werkgever minder kost en veel jongeren aanvankelijk met tijdelijke contracten werken.”
Wanneer de publieke ruimte daarbovenop opeens streng gecontroleerd wordt, gaat dat voor sommige jongeren de perken te buiten. “De dagelijkse politiecontroles veroorzaken heel wat onrust op straat,” zegt woordvoerder van de politiezone Brussel-West Caroline Vervaet, “Het is de handhaving in onze verstandhouding met straatjongeren in ieder geval niet ten goede gekomen. Het is niet onze verantwoordelijkheid dat kwetsbare jongeren op straat rondhangen, maar het heeft wel de reeds bestaande kloof vergroot.”
Gettomentaliteit
“In Brusselse buurten heerst er vaak een gettomentaliteit, een straatcultuur van permanente onvrede, ressentiment en onbehagen,” zegt Teun Voeten onbeschroomd. Hij is cultureel antropoloog en woonde acht jaar in Molenbeek. “De straat is voor sommige jongelui een verlengde van hun territorium, waar de wet van de sterkste heerst. Als de politie iemand van hun vrienden arresteert, denken ze niet dat die iets slechts heeft gedaan, maar dat de politie hen wil tormenteren. Aan dat geïsoleerde groepsdenken moet dringend iets veranderen. Want dat is het begin van het einde van de rechtsorde.”
Pascal Debruyne: “Het veiligheidsbeleid in het kader van Covid-19 steekt de lont in het kruitvat.”
Voeten ziet ook een onmiskenbaar probleem als iemand uit dat milieu wil stappen. “Als een jongere uit de buurt politieagent is, moet hij of zij daar vaak verantwoording voor afleggen. Hij of zij wordt aanzien als afvallige of verrader. Het is een wij-zij-mentaliteit, en dat zal in de toekomst een steeds brandbaarder probleem worden.”
Teveel blauw op straat
Pascal Debruyne, onderzoeker aan de hogeschool Odisee, stelt dat de gevoelige kwestie verder reikt dan alleen de straatcultuur in sommige buurten. De toenemende vervreemding tussen politie en jongeren bestaat al jaren. Drie jaar lang boog Debruyne zich over het IEM-project in Gent, dat de wankele relatie tussen beide moet verbeteren. In Gent en Brussel ziet hij soortgelijke patronen terugkomen. “Het veiligheidsbeleid in het kader van Covid-19 steekt de lont in het kruitvat,” beklemtoont hij.
“Onder het coronabeleid worden jongeren teruggeworpen op het kerngezin, en dat maakt een grote dosis aan stress en frustraties los. De politiemensen handhaven en incasseren daardoor alle woede.” De belangrijkste oorzaak van die agressie is volgens Debruyne de ‘overpolicing’ in Brusselse volkswijken, terwijl de verankering van de politie in de buurt en de band met jongeren des te meer afbrokkelt. Sinds het antiterreurbeleid meent hij dat er sprake is van “grote investeringen in politie-interventies, bewakingsinfrastructuur en penalisering, waardoor de nabijheidspolitie moet onderdoen voor een repressieve aanpak”.
Kanaalplan
Nadat Parijs vijf jaar geleden werd opgeschrikt door een reeks terreuraanslagen, lanceerde toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) het Kanaalplan. Dat was een eerste federale speerpunt om terrorisme en radicalisme te bedwingen. De Brusselse politiezones kregen een capaciteitsinjectie van zo’n 500 agenten om de lokale handhavers te versterken waar nodig.
Hassan Al Hilou: “De politie moet diversifiëren zodat ze een afspiegeling wordt van de Brusselse bevolking.”
De buurtpolitie, maar dan echt
Meer blauw op straat, maar dan wel in de vorm van een buurtpolitie, was voor Johan Leman, de bezieler van integratiecentrum Foyer in Molenbeek, een strategisch goede zet. “Politieversterking was na de terreurdaden essentieel”, zegt hij.
Caroline Vervaet van de politiezone Brussel-West zegt dat het Kanaalplan vijf jaar later zijn vruchten afwerpt. In Molenbeek zijn de criminaliteitscijfers met zo’n 40% gedaald. “Een opmerkelijke vooruitgang die vooral te wijten valt aan de extra capaciteit en het proactief opspeuren van misdaden”.
Fietsende agent vs. robocop
Toch deelt niet iedereen dat enthousiasme. Amelie* (20) was hooguit 15 jaar toen haar thuishaven werd gebrandmerkt als bolwerk van terroristen. Ze woont al haar hele leven in de beruchte gemeente, maar overweegt te verhuizen vanwege de onhoudbare situatie. “Molenbeek is een gecontroleerde politiestaat geworden”, beweert ze. “Overal waakt Big Brother (Molenbeek is met 54 camera’s de strengst bewaakte gemeente van België, red.) of de politie om de hoek. Voortdurend voel ik ogen die op me rusten, alsof ik een misdadiger ben. Dat is ook geen oplossing.”
Volgens Al Hilou zou een fietsende agent al een positievere impact hebben dan de ‘robocops’ in gepantserde voertuigen. “Niemand wil een gemilitariseerde politiemacht, wij ook niet. De politie moet diversifiëren opdat ze een afspiegeling wordt van de Brusselse bevolking.”
Het middenveld gemuilkorfd
Volgens Leman had de ontvouwing van het antiterreurbeleid op een volledig andere manier gekund. “Het is flagrant dat het politieke bestel reuzenbedragen pompt in antiradicaliseringsprojecten, terwijl de financiële middelen van sociale organisaties gestaag worden teruggeschroefd.” Hij is er net van overtuigd dat zij een waaier van sociaal weefsel creëren waarin kwetsbare jongeren zich aan kunnen optillen zodat ze niet in de klauwen vallen van misdadigers.
“Het Kanaalplan heeft geen oog voor de rijke expertise van de middenveldorganisaties of voor sociaal overleg. De politiek heeft ons schaakmat gezet met als gevolg dat het sociale overheidsbeleid bulkt van mismanagement. Daardoor ontstaat het gevaar dat Brussel en in het bijzonder Molenbeek een voedingsbodem wordt voor een nieuwe vorm van extremisme met een andere modaliteit”, vertelt Leman.
In het kader van een doorsnee Kanaalplancontrole viel de politie in maart 2018 het jeugdsportcentrum Boxing Academy Brussels van D’Broej binnen. De werkwijze van de politiecontrole stemde Frank Isenborghs, coördinator van de jongerenorganisatie, niet positief. “Tijdens een bokstraining trad de politie met veel machtsvertoon en weinig respect op. Zonder overleg moesten jongeren gaan neerzitten op hun knieën, met de handen in hun nek. Dat was voor hen een traumatische ervaring, die tot op vandaag een heuse impact heeft.”
Cultureel antropoloog Voeten tempert eerder de kritiek op het Kanaalplan. “Destijds moesten politici razendsnel beslissen en handelen dat er geen tijd was een voor lang aanslepend overleg met diverse actoren. Als samenleving moesten we een duidelijk signaal sturen naar terroristen, tonen dat dit soort geweld ontoelaatbaar is.”
Voeten stelt wel dat een repressiestrategie alleen op de lange termijn niet duldbaar is. “Een doeltreffende aanpak moet een harmonieus klankspel zijn van preventie, repressie en curatie. Als je een van die dimensies weglaat, ben je fout bezig.”
Net zoals Debruyne pleit hij voor een nabijheidspolitie. “Zij kunnen de diepe wonden doen helen, en sneller problemen voorkomen, detecteren en bestrijden.” Verder kaart hij ook het versnipperd politiebeleid aan als een oorzaak van de hedendaagse tumult. In Brussel bestaan zes verschillende politiezones, wat geen sinecure is. Eén Brusselse politiezone, waar iedereen informatie doorspeelt en samenwerkt, biedt volgens Voeten meer mogelijkheden voor een duurzaam beleid.
Nultolerantie: geen oplossing
Om de gemoederen tussen jongeren en politiemensen te bedaren, moet eerst het geloof in het uniform hersteld worden, vindt Debruyne. “Een afschrikmiddel zoals ‘nultolerantie’, is geen effectieve oplossing. Gevangenisstraffen hebben vaak niet het gewenste effect – niet voor de jongeren of voor de maatschappij. Als we de problematiek niet bij de kern aanpakken, dan is zo’n sanctie vruchteloos.”
Tarek: “De politie moet terug een vriend worden.Constructieve dialoog is daarbij de sleutel.”
Bovendien kreunen onze gevangenissen onder de overbezetting, zo blijkt uit cijfers van 2019 die Het Nieuwsblad bestudeerde. In België is er een overcapaciteit van 1.863 personen, en dat cijfer blijft fors toenemen.
Een alternatieve oplossing is volgens Leman meer samenwerken, met een centrale plaats voor interdisciplinaire uitwisseling tussen alle lagen van de samenleving: van politici en middenveldspelers tot politiediensten. Die visie moet vervolgens ingebed worden in de politiek, want alleen op die manier kan men de kloof overbruggen.
Ook Tarek, jeugdbegeleider bij D’Broej, pleit voor meer dialoog en uitwisseling. “De jeugd zit met veel vragen waarop geen antwoord komt”, vult Tarek aan. “We hebben nood aan een openhartig gesprek, waarin jongeren zowel hun verontrusting als grieven aan politici kunnen voorleggen. Momenteel is er een groot gebrek aan communicatie en interactie. We begrijpen elkaar niet en groeien steeds verder uit elkaar. De politie moet terug een vriend worden. Een constructieve dialoog is daarbij de sleutel.”
De naam met een * is een pseudoniem.
Dit artikel kwam tot stand dankzij de StampMedia-beurs, met steun van het Fonds Pascal Decroos.
Eén op de acht Vlamingen zet zich in als vrijwilliger. Hun inzet is van onschatbare waarde. Afgelopen zaterdag 27 februari startte de Week van de Vrijwilliger. Die duurt nog tot deze vrijdag. Hoe voelt het om je belangeloos in te zetten voor anderen? Stamp-reporter Denise Toebak interviewt Eva, vrijwilliger bij Aut&Out, een vereniging die de belangen behartigt van LGBTQIA+ /queer volwassenen met autisme.

Dag Eva, jij bent vrijwilliger bij Aut&Out. Wat is het doel van jullie organisatie?
Eva: “Wij organiseren als vrijwilligers bijeenkomsten voor LGBTQIA+-volwassenen met een diagnose autisme of een vermoeden van autisme. De activiteiten van Aut & Out worden dus georganiseerd voor én door queer volwassenen met autisme. Wij houden ons bezig met ontmoetingen, belangenbehartiging en zichtbaarheid van onze doelgroep in België. Ook als je nog twijfelt aan je geaardheid of een vermoeden van autisme hebt, ben je bij ons meer dan welkom.”
Wat is jouw taak en die van de andere vrijwilligers?
“Ik zet me in voor de externe PR van onze activiteiten, zoals naamsbekendheid en oproepen op social media via de besloten Facebook groep. Op dit moment zijn we met zes actieve medeorganisatoren en enkele ondersteunende leden. Alles is belangeloos en doen we vrijwillig voor de vereniging. We zijn ondertussen goed op elkaar ingespeeld en de taakverdeling was vrij snel bepaald, omdat we elkaars sterktes zien.
Tom staat in voor de administratie en boekhouding, de PASS-uitnodigingen(een soort nieuwsbrief met activiteiten voor en door mensen met autisme, red.) en alle communicatie naar çavaria en Het Roze Huis Antwerpen. Caro houdt zich bezig met de praktische en technische uitwerking van de maandelijkse activiteiten, de website en de grafische vormgeving. Dries neemt de chatbox van de Facebookpagina voor zijn rekening en is bij online activiteiten de host van het Zoom-gesprek. Annelies begeleidt de ‘online babbels’. Denis beheert mee en houdt mee toezicht over het Discord-kanaal. Hendrik zorgt als ondersteunend lid dat de uitgaanskalender op de website up to date blijft.
We doen veel in samenspraak en werken uitstekend samen. Als vrijwilligersteam zetten we ons samen in om de maandelijkse bijeenkomsten online of op locatie zo laagdrempelig mogelijk te maken voor ons doelpubliek.”
Wie is er allemaal welkom bij Aut&Out?
“De bijeenkomsten zijn gericht op volwassenen met een normale of hoge begaafdheid. Mensen met een (licht) verstandelijke beperking zijn in principe welkom, maar houden er best rekening mee dat Aut & Out georganiseerd wordt door vrijwilligers die zelf tot de doelgroep behoren. Er zijn geen maatschappelijk werkers bij Aut & Out. Het is daarom belangrijk dat je zelfstandig mee kunt doen in de groep.”
“De ‘Aut’ van Aut & Out staat voor autisme. En de ‘Out’ staat voor coming out. Wij zijn de eerste vereniging zijn die zich bezighoudt met die combinatie. Gelukkig zijn er verenigingen voor mensen met autisme en zijn er verenigingen die zich inzetten voor ieder die zich onder de regenboogparaplu bevindt. De combinatie is een nieuw gegeven, omdat er nog geen algemeen bewustzijn is voor hun specifieke intersectionaliteit. Onze doelgroep heeft nood aan een community.”
“Op het internet kunnen we ons gemakkelijker uitdrukken. Online moet je je geen zorgen maken over oogcontact, en kan je nadenken over wat je wil zeggen voor je het neerschrijft. Informatie is ook sneller en gemakkelijker toegankelijk. Het enige nadeel van het internet is dat er geen fysieke gemeenschap is waar je terecht kan. Daarom is het zo belangrijk dat er organisaties zijn zoals Aut & Out, zodat je ook in de realiteit een netwerk hebt waar je op kan terugvallen.”
“Het is ontzettend boeiend om te zien hoe hard de achtergrond of thuissituatie verschilt bij onze deelnemers. We hebben allemaal verschillende dubbele coming-out ervaringen. Op basis van onze geaardheid, ons gender of omdat we verschillende uitdagingen aangaan of ermee geconfronteerd worden.
We hebben vooral een gemeenschappelijk kwetsbare beleving van vooroordelen en afwijzing. Niet enkel over seksualiteit of genderidentiteit, maar ook over autisme. We hebben de indruk dat seksualiteit sneller aanvaard wordt dan autisme, zowel op het werk als in sociale situaties. Autisme is vaak lastiger en moeilijker uit te leggen. De ideeën die mensen over autisme hebben zijn vaak niet up-to-date. Er zijn nog heel wat misverstanden, zelfs bij mensen die iemand met autisme in hun omgeving hebben. Gespreksonderwerpen zoals gender, genderidentiteit, genderexpressie, de zoektocht naar je eigenheid en het verschil tussen seksuele en romantische aantrekking leeft ontzettend binnen Aut & Out.”
“Iemand met een bijkomstige uitdaging, zoals bijvoorbeeld ADHD of een depressie kan ook deelnemen. Dat komt vaker voor. We proberen zoveel mogelijk open minded te zijn, ook naar culturele verschillen toe. De meeste leden zijn van karakter al vrij open. De praatactiviteiten zijn wel in het Nederlands.”
Hoe is het idee ontstaan om Aut & Out op te richten?
“Tom en Caro hebben Aut & Out opgericht. Tom is begonnen als vrijwilliger in de Holebibib in Antwerpen. Hij was op zoek naar meer vrijwilligerswerk, maar de mogelijkheden zijn uiteraard beperkt in een bibliotheek. Op een dag las hij een artikel in ZiZo magazine over AutiRoze in Nederland. Hij heeft contact met hen opgenomen en al vrij snel besloten zelf iets op te richten. AutiRoze heeft die oproep mee helpen verspreiden. Caro had hetzelfde artikel gelezen in ZiZo en vond het spijtig dat zo’n vereniging niet bestond in België. Even later zag ze in de PASS-uitnodigingen een berichtje over Aut & Out. Caro was meteen enthousiast en kwam naar bijeenkomsten en is er zo mee ingerold.”
Kan je iets vertellen over de activiteiten die jullie organiseren?
“De maandelijkse activiteit vindt iedere eerste zaterdag van de maand plaats. Een bijeenkomst duurt steeds van 14 tot 17 uur met een pauze. Door de coronacrisis gaan die activiteiten online door. Het soort activiteit varieert, maar regelmatig zijn er activiteiten waarbij we met elkaar in gesprek gaan over vooraf bepaalde thema’s. We doen dat aan de hand van een leidraad om indien nodig houvast te bieden tijdens het gesprek.”
“Onze intentie is om zo laagdrempelig mogelijk te zijn om mensen die last hebben van drempelvrees te helpen. Zo is het mogelijk om bijvoorbeeld enkel via getypte chat deel te nemen aan onze activiteiten. Een vaste activiteit zijn onze ‘online babbels’; groepsgesprekken via ons Discord-kanaal. Je kan er voor kiezen om deel te nemen met een zelfgekozen nickname. Zo kan je zijn wie je wil. Er bestaat ook de mogelijkheid om als een soort van podcast naar onze gesprekken te luisteren. Video tijdens een Zoom-meeting blijft volledig optioneel.”
Hoe zorgen jullie ervoor dat iedereen zich thuis voelt binnen jullie organisatie?
“Aut & Out wil vooral een veilig platform bieden om te praten, te leren en elkaar te steunen. We hopen de wereld een beetje verdraagzamer te maken. We richten ons op autisme en LGBTQIA+, maar het gaat verder dan dat. Iedereen zou moeten kunnen aangeven als iets moeilijker gaat, zonder te moeten verklaren waarom of hoe. Respecteer gewoon elkaars grenzen. Elkaar een hart onder de riem kunnen steken, is zo veel waard.”
Jullie komen samen in Het Roze Huis. Hoe ziet de ruimte eruit?
“We zien elkaar in een gezellige en rustige, prikkelarme ruimte. Velen onder ons vonden tot op vandaag weinig aansluiting bij activiteiten van autismeverenigingen of LGBTQIA+-organisaties. Die verenigingen zijn doorgaans heel verwelkomend, maar er zijn te weinig activiteiten die rekening houden met autisme en daardoor ligt de drempel om deel te nemen hoger. Vaak zijn er heel veel prikkels, zoals op feestjes, of ligt de nadruk op het sociale en dat is voor sommigen moeilijk. Daarnaast heb je bij activiteiten voor mensen met autisme vaak het probleem dat je jezelf moet verklaren of dingen moet uitleggen.”
“Bij Aut & Out moet je niets uitleggen. Dat is rustgevend. Voor elke maandelijkse bijeenkomst wordt er een thema vastgelegd en een leidraad opgesteld. Zo kunnen leden beslissen of het onderwerp hen interesseert en kunnen ze zich voorbereiden. We hechten belang aan een woordje vooraf. We leggen nog eens uit hoe de planning eruitziet, we houden rekening met een duidelijke structuur en we houden ons bewust bezig met het onthalen van nieuwe deelnemers.”
Wat heb je geleerd uit werken met andere vrijwilligers?
“Dat het belangrijk is om een goede en transparante communicatie te hebben. En ik heb geleerd om in team te werken en actief deel te nemen aan constructieve en productieve vergaderingen.”
Waar ben je als vrijwilliger het trotst op?
“Ik ben niet religieus opgevoed, maar ik geloof wel in pluralisme, empowerment, inclusie, en in een duurzame samenleving waarin alle mensen ongeacht geaardheid, religie of gender gelijkwaardig zijn en dezelfde rechten genieten. Ik hou rekening met overprikkeling en hoe anderen mijn communicatie ervaren. Ik bevraag dat ook bij derden, omdat ik daar zelf nood aan heb. Ik redeneer empathisch en wil ook graag weten hoe anderen denken. Op een positieve manier geef ik als ambivert persoon (een persoon die niet introvert en niet extravert is, red.) een duwtje in de rug aan zij die uit hun comfortzone willen stappen.”
“Achteraf vertellen mensen me dat ze trots zijn dat ze hebben durven deelnemen aan een activiteit. Dat maakt mij dan weer ontzettend trots. Op die manier kan ik van betekenis zijn. Dat geeft me enorm veel voldoening en ik geloof daardoor ook meer in mijn eigen kunnen. Ik kan als ondernemende vrouw via Aut & Out anderen helpen om over hun eigen drempels te stappen.”
“Door vooroordelen krijgen mensen soms labels met een negatieve connotatie toegewezen. Iets waar je niet zelf voor gekozen hebt of achter staat. Ik streef mee naar inclusie. En ik hoop mee één van de grootste vooroordelen uit de wereld te helpen: dat succes niet gelinkt wordt aan een beperking. Als je een beperking hebt, ben je bijna automatisch een sukkelaar. Die problematiek raakt me diep in mijn hart.”
“Ik kijk uit naar een toekomst waarin we taboes kunnen doorbreken en waarbij onze maatschappij beter leert te kijken naar de positieve eigenschappen en sterktes van mensen met autisme. Zij worden namelijk te vaak attent gemaakt op wat er moeilijker gaat, in plaats van te focussen op hun sterktes. Daar moet dringend verandering in komen.”
Surf voor meer informatie naar: http://www.autenout.be
Stamp-reporters Finn en Brent trokken ’s avonds de Antwerpse straten op om er te experimenteren met licht of beter, het gebrek eraan. Ze leerden fotograferen met een lange sluitertijd en dat leverde indrukwekkende resultaten op.
Op 13 februari 2021 werd de tweede impeachmentprocedure tegen de voormalige president van de Verenigde Staten, Donald J. Trump, afgesloten met de vrijspraak. Die vrijspraak kwam er na een stemming in de Senaat waarbij 57 senatoren voor en 43 senatoren tegen stemden, en de nodige tweederdemeerderheid niet werd gehaald. Een moeilijke, maar snelle impeachmentprocedure werd met die stemming definitief afgesloten.
De zware discussies en een stormachtige eerste maand van Bidens presidentschap zorgden voor een verwarrend en ingewikkeld ogend impeachmentproces. Het is dan ook moeilijk om door het bos de bomen nog te zien. Maar na vele beschuldigingen en een rollercoaster aan gebeurtenissen is de kogel eindelijk door de kerk: voormalig Amerikaans president Donald Trump is voor de tweede keer vrijgesteld van afzetting.
De aanzet
Wie bij het lezen een déjà vu heeft naar 2019, kunnen we alleen maar gelijk geven. Het is niet de eerste keer dat Trump geïmpeacht wordt. De Oekraïne-affaire in 2019 leidde Trump al een eerste keer naar een impeachment-proces. Nu, twee jaar later, gebeurt het opnieuw, weliswaar om andere redenen.
Het aanzetten tot opstand, het voeden van zijn aanhangers met leugens over de presidentsverkiezingen van 2020 en zijn speech net voor de bestorming van het Capitool op 6 januari van dit jaar, vormen de drie belangrijkste zwaargewichten van het tweede impeachmentproces van oud-president Trump.
Vooral die laatste speelde een belangrijke rol in de zaak en werd langs beide kanten beargumenteerd met videocompilaties van de gebeurtenissen.
Rechtbankjury
Nadat de beschuldigingen, ook wel articles of impeachment genoemd, in één dossier werden gegoten en werden goedgekeurd door de meerderheid van het Huis Van Afgevaardigden, werd de zaak overgemaakt aan de Senaat.
De Senaat, die voortaan dient als rechtbank met rechtbankjury, gevormd door de senatoren na een beëdiging, zou beslissen over de (on)schuld van de president. Hierbij volstond een simpele meerderheid niet en was het noodzakelijk om een tweederdemeerderheid te behalen. Indien niet zou de president niet afgezet kunnen worden. Een moeilijk gegeven voor de aanklagende partij, de Democraten, gezien de huidige samenstelling van de Senaat.

Voorspelbaar
Het kwam niet als een complete verrassing toen het nieuws uitbrak dat Donald Trump niet zou worden afgezet. Met een stemming in de Senaat waarbij 57 senatoren voor en 43 senatoren tegen stemden, waren er tien stemmen tekort om het impeachmentproces te kunnen vervolledigen.
Voor de aanvang van het proces in de Senaat werden de kansen van een effectieve afzetting al zeer klein ingeschat. De Democraten zouden zeventien Republikeinse senatoren moeten overtuigen om de vereiste tweederdemeerderheid te halen. Ondanks het feit dat dat lukte bij vijf Republikeinse senatoren, bleven de andere nodige twaalf trouw aan waarom ze tegen stemden.
De Republikeinen vonden het vijgen na Pasen om Trump na zijn ambtstermijn nog te af zetten, omdat er in de Grondwet niet expliciet wordt gezegd dat dat kan. Ook probeerden ze het proces onwettig te verklaren. Ze vonden dat de Senaat geen recht kan en mag spreken in de procedure, omdat Trump na zijn aftreding weer een gewone Amerikaanse burger was geworden.
Volharding
Ondanks de duidelijke overtuigingen van de Republikeinen, zetten de Democraten hun strijd verder, al dan niet enkel om morele redenen. Zij waren er namelijk van overtuigd dat de oud-president schuldig bevonden moest worden aan zijn acties en de verantwoordelijkheid van zijn daden moest dragen.
Met een ‘extra straf’ wilden ze ervoor zorgen dat Trump nooit nog een belangrijke politieke functie zou kunnen uitoefenen en een mogelijke tweede ambtstermijn ook definitief werd uitgesloten. Tegelijk zou die straf er voor gezorgd hebben dat een mogelijke tweede ambtstermijn definitief werd uitgesloten. Desondanks hun volharding werden hun ideeën nooit in de praktijk omgezet omdat de vraag naar afzetting werd verworpen in de Senaat.
Zware woorden
Ondanks de voorspelbaarheid en de verwachte uitkomst van het proces, achtten sommige Republikeinen voormalig president Trump toch schuldig en verantwoordelijk voor de zware gevolgen van zijn handelen.
Onder die Republikeinen valt ook Mitch McConnell, de leider van de Republikeinen in de Senaat. Ondanks het feit dat hij zelf tegen de afzetting van Trump stemde wegens het onwettige karakter ervan, sprak hij toch enkele zware woorden aan het adres van de voormalige president.
McConnell stelde dat Trump wel degelijk verantwoordelijk is voor de bestorming van het Capitoor op Capitol Hill. Hij noemde zijn acties voorafgaande aan de bestorming een “schandelijk gebrek aan plichtsbewustzijn”. Met onder andere die woorden viel het doek over het tweede impeachmentproces van Donald J. Trump.
Historisch en ongezien
De impeachments van Trump zijn op veel manieren voer voor de geschiedenisboeken. Zo is hij bijvoorbeeld de eerste president die in zijn politieke carrière twee keer werd afgezet. Zijn voorgangers, die telkens maar één keer zo’n gelijkaardig proces hebben doorstaan, waren Andrew Johnson, Richard Nixon en Bill Clinton. Ook zij kregen telkens de vrijspraak of traden zelf af voor het einde van het proces.
Het is daarentegen wel de eerste keer dat er een afzettingsproces wordt gestart voor een president die zijn ambtstermijn heeft uitgedaan en die niet herverkozen werd. Het is ook het snelste impeachtmentproces in de geschiedenis van de VS. Trumps eerste proces duurde 21 dagen, terwijl zijn recente procedure enkele dagen minder op de teller heeft staan. Om die verschillende redenen zijn beide impeachments van Trump dan ook historisch en ongezien.
Dit artikel gratis overnemen op je website?
Begin december vorig jaar maakte komiek en televisiepersoonlijkheid Jens Dendoncker (30) via Instagram bekend dat hij zich heeft laten opnemen op de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis. Daar helpen professionele begeleiders hem om zijn angstgevoelens aan te pakken. Naomi Philippe (26) zette een jaar geleden dezelfde stap. Ze liet zich een tijdje opnemen om haar paniekaanvallen en alcoholverslaving onder controle te krijgen. Ze deelt haar verhaal omdat ze vindt dat er nog een te groot taboe rust op psychiatrische hulp en er te weinig over bekend is.
Volgens recente cijfers van gezondheidsinstituut Sciensano lijdt ongeveer één op de tien volwassen Belgen aan een psychische stoornis zoals angst of depressie. De zesentwintigjarige Naomi Philippe behoort tot deze groep. Bij haar kwamen de eerste angstgevoelens op toen ze vijf jaar geleden haar neef verloor aan kanker. ‘Door zijn overlijden werd ik bang dat er ook iets met mij zou gebeuren. We waren tenslotte ongeveer even oud. Ik zat op dat moment ook in een slechte relatie en werd gepest op school. Al die triggers zorgden ervoor dat ik angstgevoelens ontwikkelde, die dan verder evolueerden naar paniekaanvallen.’
“In het begin dacht ik dat ik een hartaanval zou krijgen” – Naomi (26)
Bij een paniekaanval overvalt een golf van intense angst je uit het niets. Zo’n aanval kan enkele minuten tot een halfuur duren. ‘Het is moeilijk te omschrijven hoe een paniekaanval voelt. Dat kan voor iedereen heel anders zijn’, legt Naomi uit. ‘In mijn geval wordt mijn hele lichaam warm en alles begint te tintelen terwijl ik druk voel op mijn borst. In het begin dacht ik dat ik een hartaanval zou krijgen. Die paniekmomenten kunnen dus erg beangstigend zijn. Om eraan te proberen ontsnappen, ben ik beginnen te drinken. Mijn angst heeft dus ook een verslaving met zich meegebracht.’
Een heleboel verschillende soorten angstgevoelens kunnen aan de basis liggen van paniekaanvallen. In het geval van Naomi gaat het voornamelijk om hypochondrie of ziektevrees: de angst om ziek te worden, of bij het minste lichamelijke ongemak bang zijn dat er iets ernstigs aan de hand is. ‘Als ik iets voel opkomen, denk ik meteen de ergste dingen. Er moet ook niemand tegen mij over de dood beginnen. Eenmaal ik daarover begin te malen, ben ik vertrokken voor de rest van de dag. Dat ligt heel erg gevoelig.’

HOE AANPAKKEN?
Het heeft een hele tijd geduurd voor Naomi durfde te praten over haar problematiek. Een klein jaar geleden zocht ze uiteindelijk hulp bij haar huisarts. ‘Ik kreeg medicatie voorgeschreven, maar had veel last van bijwerkingen, dus ik voelde me aanvankelijk nog slechter. Ik ging ook naar een psycholoog, maar ik merkte al snel dat er meer nodig was. Toen heb ik beslist om mij te laten opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis. Daar kwam ik op een afdeling terecht waar ik twee weken rust had. Er waren geen behandelingen, gewoon twee weken rust om na te denken over wat ik nodig had.’
Naomi zit ondertussen niet meer voltijds in het psychiatrisch centrum, maar gaat wel nog vier uur per dag naar de dagkliniek. ‘De dagbehandelingen geven mij veel structuur en de individuele begeleiding en familiegesprekken hebben een positief effect. Het is nog niet aan de orde om de behandeling af te bouwen, maar het gaat wel al veel beter met mij. Sinds de opname en sinds ik medicatie neem heb ik minder last van mijn paniekaanvallen. Het komt nog wel voor, maar ik weet nu beter hoe ik ermee moet omgaan. Dan zoek ik bijvoorbeeld een spiegel en zeg ik tegen mezelf dat er niets aan de hand is. Dat ik dit al eerder heb gevoeld, dat er niets kan gebeuren en het gewoon hyperventilatie is. Daarna ga ik rustig liggen en doe ik ademhalingsoefeningen. Mijn vriend weet bijvoorbeeld ook dat hij over willekeurige dingen moet beginnen praten om mij af te leiden tijdens een paniekaanval.’
DREMPELS EN TABOES
Naomi benadrukt waarom ze zo graag haar verhaal wil vertellen: ‘We weten nog te weinig waar we hulp kunnen zoeken als we het mentaal moeilijk hebben. In het begin wist ik ook niet waar ik met mijn problemen terecht kon of wat ik eraan kon doen. Sinds het coronavirus rondgaat, zijn er genoeg sensibiliseringscampagnes die ons aanzetten om naar de dokter te gaan als we coronasymptomen hebben. Maar ik zie geen campagnes die zeggen dat we hetzelfde moeten doen als we kampen met angstgevoelens. Dat vind ik een gemiste kans.’
Ook professor en klinisch psycholoog Ernst Koster van Universiteit Gent merkt op dat een gebrek aan kennis en informatie een grote drempel vormt als het op geestelijke gezondheidszorg aankomt. ‘Bij het brede publiek is er weinig bekend over de bestaande behandelingen voor angstklachten. Bovendien is een bezoek aan een psycholoog of therapeut een dure aangelegenheid. Die obstakels zorgen ervoor dat we professionele begeleiding uitstellen en ondertussen bouwt de angst verder op.’
Nochtans vinden we de laatste jaren al iets gemakkelijker de weg naar de psycholoog. Koster: ‘Bij ons in de praktijk merken we dat naar de psycholoog gaan tegenwoordig niet meer zo’n grote stap is. Overgaan tot een opname in een psychiatrisch centrum is voor velen dan weer iets wat met veel taboe beladen is. Ten eerste moet je aan jezelf toegeven dat het thuis niet meer lukt, dat je daar de angst niet meer onder controle krijgt. Dat is al niet gemakkelijk. Daarnaast is psychiatrische hulpverlening voor velen een ‘ver-van-mijn-bed-show’. Ze hebben eigenlijk geen idee wat het inhoudt en hebben vaak een vertekend beeld. Je laten opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis heeft niks te maken met gek zijn, wel met op een verstandige manier met jezelf omgaan.’
“Je laten opnemen heeft niks te maken met gek zijn, wel met op een verstandige manier met jezelf omgaan” – prof. Ernst Koster, klinisch psycholoog
Hoe kunnen we die taboesfeer dan doorbreken en psychiatrische hulp toegankelijker maken? ‘Eén van de manieren om ermee om te gaan, is door meer open te zijn over onze kwetsbaarheden’, vertelt Koster. ‘Het verhaal van Jens Dendoncker is daarvan een goed voorbeeld. Het is een belangrijk signaal als een bekend persoon ervoor uitkomt dat hij een stap richting psychiatrie nodig had. Iemand waarvan we doorgaans denken dat hij heel vrolijk en succesvol is. Daarnaast is het nodig om een beter beeld te schetsen van wat de psychiatrische setting inhoudt, bijvoorbeeld via documentaires of televisieprogramma’s. Op die manier maken we duidelijk dat psychiatrische hulp toegankelijk is voor iedereen die er nood aan heeft.’
WACHT NIET TE LANG
Komiek Jens Dendoncker riep in zijn Instagrampost ook op om te praten over angstgevoelens en zeker niet te lang te wachten om hulp te zoeken. Professor Koster treedt hem hierin bij: ‘Heel wat angstproblematieken zijn vrij goed behandelbaar, maar dat weten mensen nog te weinig. Win informatie in, praat erover met mensen die er verstand van hebben. Tast de angst je levenskwaliteit aan? Aarzel dan niet om de stap te zetten naar professionele hulpverlening.’
“Het is normaal dat het niet altijd goed gaat en dat we soms professionele begeleiding nodig hebben” – Naomi (26)
Naomi sluit zich hier volledig bij aan: ‘Ga ermee naar de huisarts, laat je begeleiden in het zoeken naar hulp, want het lost zichzelf niet op. Praat er ook over met mensen in je omgeving die je vertrouwt. Als dat niet genoeg is, kun je altijd nog medicatie overwegen, of eventueel een opname. We denken nog te vaak dat er enkel “zotten” in een psychiatrisch centrum zitten, maar dat is niet zo. Het is net door zulke redeneringen dat we soms niet durven te praten over onze mentale gezondheid. Het mag dus gedaan zijn met het taboe rond psychiatrische hulp. Het is normaal dat het niet altijd goed gaat en dat we soms professionele begeleiding nodig hebben. Niks om je voor te schamen.’
Cartoonisten maken al langere tijd deel uit van het debat rond de vrijheid van meningsuiting. Verschillende gebeurtenissen liggen daarvoor aan de basis. Maar hoe is het vandaag met de cartoonisten uit eigen regio gesteld? Karl Meersman, Vlaamse cartoonist voor de bladen Trends en Knack Focus, deelt in een gesprek zijn bevindingen.
Dag meneer Meersman. Kan u misschien kort schetsen wat voor cartoonist u bent?
‘Mijn werk is een verlengstuk van mezelf, die twee vallen voor een groot stuk samen. De manier waarop ik werk en de humor die ik erin steek, verklappen al veel over wie ik ben. Ik maak op dagelijkse basis artistieke beelden die op zich staan, zonder tekst of een artikel. Daarin deel ik mijn kijk op wat er in de wereld gebeurt. Ik teken over politiek-economische thema’s in het blad Trends en ik lever illustraties voor de rubriek cultuur-entertainment in het magazine Knack Focus. Heel vaak zijn dat dan portretten van bekende mensen waar ik zelf een persoonlijke twist aan geef. Dat kan een eerbetoon zijn of scherp en opiniërend, maar het kan soms ook gewoon ludiek en grappig zijn. Het hangt een beetje af van hoe ik mij voel. Verontwaardiging en verwondering liggen dan ook vaak aan de basis van mijn ideeën.’

Waar bent u het meest trots op?
‘Ik ben trots dat ik mijn eigen beeldtaal heb gevonden en dat ik echt over een herkenbare stijl beschik. Daarnaast ook dat er uitgevers zijn die mijn werk willen publiceren waardoor ik er van kan leven. Dat vraagt enorm veel doorzettingsvermogen, maar ook een dosis geluk. Je moet de juiste mensen tegenkomen die ook nog eens in je geloven. Alleen is een mens niets.’
Hoe is het vandaag om als cartoonist in Vlaanderen te werken?
‘Het is moeilijk. En al helemaal voor beginnende cartoonisten. Tegenwoordig gebeurt heel veel online, elk tijdschrift of krant heeft een eigen website en alles verspreidt zich snel via sociale media. Daardoor verliezen tijdschriften aan reclame-inkomsten, omdat nu eenmaal niet alles te controleren valt. Vroeger was er enkel de print en had elke krant zijn eigen cartoonist. Je kon dan een overeenkomst of exclusiviteit afsluiten en daar konden 5 à 6 Vlaamse professionele cartoonisten van leven. Nu ligt dat allemaal veel moeilijker en de tarieven gaan naar beneden. Het is voor jong opkomend talent moeilijk om er echt hun beroep van te maken.’
Merkt u enige waardering voor het werk van cartoonisten?
‘Cartoonisten worden hier zeker gewaardeerd. We zijn dan ook een regio van beeldende kunstenaars. Denk maar aan Jeroen Bosch en grote schilders als Breugel en Van Eyck. Het stripverhaal is van ons en het is enorm bekend geworden. Zo ligt ook het niveau onder cartoonisten in Vlaanderen enorm hoog. We hebben hier dan ook nog redelijk veel tijdschriften en kranten met een dichte concentratie. Hier hangt een cultuur van beeldverhaal die door het publiek enorm wordt geapprecieerd. Als ik voor mezelf spreek, dan merk ik zeker en vast waardering.’
U hebt als cartoonist ongetwijfeld te maken gehad met het thema vrijheid van meningsuiting. Maar wat betekent dat juist voor u?
‘Ik vind vrijheid van meningsuiting belangrijk en essentieel voor wat cartoonisten doen. Ik besef ook sterk dat ik in een land leef dat zijn gelijke niet kent op vlak van vrijheid van meningsuiting. Overal ter wereld heb ik mogen tentoonstellen. In Amerika en China mogen lang niet al mijn tekeningen getoond worden, daarop wordt al eens censuur uitgeoefend. Dat is in België gelukkig ondenkbaar. Je kan het oneens zijn met een bepaalde mening of inhoud, maar er zijn kanalen genoeg waar je je antwoord kwijt kan. Denk maar aan recht van antwoord, laster en eerroof. Wanneer je je gekrenkt voelt, kan je het via juridische weg vaak oplossen.’
Lijkt die vrijheid van meningsuiting soms niet uit de hand te lopen?
‘Uiteraard gaat die vrijheid van meningsuiting wel eens de verkeerde kant uit. Plots is iedereen nieuwsmaker op zijn Facebookpagina. De kwaliteit van de mening laat steeds vaker te wensen over. Toch is dat geen reden om dat fundamenteel recht aan banden te leggen. Er zijn nog steeds veel goede meningen en daar moeten we ons op focussen. Voor mij is vrijheid van meningsuiting een uiting van beschaving en welvaart. We moeten daarvoor blijven vechten.’
Het debat kwam weer ter sprake na wat er allemaal gebeurde in Frankrijk. Mag ik vragen hoe u zich als cartoonist daarbij voelde?
‘Ik heb over bepaalde zaken ook scherpe dingen gemaakt, dus dat komt dan plots wel heel dichtbij. Dan vraag je je wel af in wat voor wereld we nu eigenlijk zijn terechtgekomen. Dat kunstenaars – want voor mij zijn cartoons een kunstvorm – worden neergeschoten. Ik was daar kapot en emotioneel van. Zelf ben ik het niet eens met de inhoud van die cartoons, maar dat is zeker geen reden om zo te keer te gaan. Dat kan volgens mij op een beschaafde manier ook. Ik snap de gevoeligheden in bepaalde culturen, maar die zetten de waarden in West-Europa die door de verlichting voortkwamen wel onder druk. Andere meningen moeten verdragen worden.’
Merkt u daardoor enige verandering in uw manier van werken?
‘Ik zal nooit extreme standpunten innemen, omdat ik vind dat niemand de waarheid in pacht heeft. De ultieme waarheid bestaat ook volgens mij niet. De meest grove ideeën die in me opkomen zou ik daarom nooit uitwerken, maar dat deed ik ervoor ook niet. Het is gemakkelijk om iemand te kwetsen, dat is een weg die ik bewust niet bewandel. Nuance is voor mij heel belangrijk en ik wil dat de kijker zelf kan interpreteren. Ik wil op dat vlak niet te dominant zijn in mijn opvattingen.’
Heeft u zich ooit belemmerd gevoeld in uw werk?
‘Ik voel geen belemmering of druk van bovenaf. Alleen belemmer ik mezelf soms (lacht). Maar wanneer ik het over Donald Trump of Erdogan heb, dat zijn niet mijn beste vrienden, dan voel ik dat weer niet.’
Hoe zit het met de vrijheid van meningsuiting in Vlaanderen?
‘Ik denk dat je in België alle thema’s mag aansnijden, zelfs op een vaak grove manier. Dat kan gaan over religie, homoseksualiteit, koningshuis, abortus, man-vrouw relatie en zelfs kindermishandeling. In Frankrijk het hebben over abortus ligt bijvoorbeeld moeilijker, want daarvoor komen mensen nog echt op straat. Je past dan als cartoonist best op.’
Merkt u een evolutie in het werk van een cartoonist op het vlak van vrijheid van meningsuiting?
‘Het tekenen van iets dat met naakt of het erotische te maken heeft, wordt moeilijker. Dat doe ik veel minder en ik denk er ook steeds langer over na. Op dat vlak zijn we dus iets preutser geworden. Verder krijg ik soms ook de opmerking dat ik vrouwonvriendelijk ben. Wanneer ik een karikatuur maak van een vrouw of man, dan zijn dat op zich twee karikaturen. Toch merk ik dat dit bij de vrouw wat gevoeliger ligt. Terwijl ik totaal niet vrouwonvriendelijk ben, laat dat duidelijk zijn.’
Hoe ver kan een cartoonist gaan volgens u? Zijn er grenzen?
‘Er zijn geen grenzen aan spot. Het Franse magazine Charlie Hebdo is zeer extreem en uiteraard kwetst dat mensen. Ik vind dat niet goed, dat is bijna geen humor meer. Dat is het punt waar humor provocatie wordt en dat is een dunne grens die soms ook wel vervaagd is. Ik denk dat we als cartoonisten daarover moeten nadenken en in debat moeten treden. “Vind je dit humor?” Dat is een goede vraag die vaker gesteld mag worden.’
Denkt u bij het maken van een cartoon na over wie u daar eventueel mee kan kwetsen?
‘Volgens een gezegde hebben politiekers zo’n dik vel dat ze zelfs zonder ruggengraat blijven rechtstaan. Hen moet ik toch niet sparen, want het zijn publieke figuren en ze worden dagelijks bekritiseerd. Bij kunstenaars is mijn perceptie helemaal anders. Als ik een acteur of actrice teken, dan is mijn respect groter. Voor mensen die ziek of gestorven zijn, zal ik zeker extra voorzichtig zijn om niemand te kwetsen. Ik denk er dus constant over na wat kan en wat niet.’
Tot slot, als u één boodschap als cartoonist de wereld in zou mogen insturen naar aanleiding van wat er gebeurde in Frankrijk, wat zou dat dan zijn?
‘Probeer iedereen in zijn of haar waarde te laten. Je kan elkaar becommentariëren met een basis van wederzijds respect. En zeker en vast met respect voor de vrijheid van meningsuiting, want dat is nu eenmaal verworven in het Vrije Westen. Het is belangrijk om in dialoog te treden bij onverschilligheden. We mogen niet in die val van polarisatie terechtkomen. Ik mis in onze samenleving iets verbindend, want het is met die houding dat we elkaar zeker zouden vinden.’
Iets meer dan twee jaar geleden stierf de 20-jarige student Sanda Dia van uitputting na een extreem uit de hand gelopen studentendoop. Zijn dood bracht heel wat verontwaardiging teweeg. Sanda koos er bewust voor om toe te treden tot de studentenclub Reuzegom, om zo een netwerk uit te bouwen voor de toekomst. Voelen andere zwarte studenten die druk om zich te conformeren aan witte mensen ook? En hoe gaan zij om met racisme? Vier jongeren getuigen.
Bridget Thielens (25) vindt het zwaar om een zwarte studente te zijn, vooral omdat er niemand anders in de aula zit met dezelfde huidskleur als zij. “Ik probeer me soms te verstoppen, want je ziet mij onmiddellijk tussen de rest. Ik voel me ook altijd gezien. Daardoor probeer ik zo min mogelijk op te vallen. Er is niemand met wie ik ervaringen kan uitwisselen.”
Als kind en tiener voelde Bridget zich in de middelbare school al anders door haar huidskleur. Vooral omdat haar school uit bijna alleen maar witte mensen bestond. “Ik merkte dat leerkrachten me soms anders behandelden. Mijn leerkracht Frans, bijvoorbeeld, vroeg zich af hoe het kwam dat mijn Frans niet zo goed was. Omdat ik Afrikaanse roots heb, dacht ze dat ik automatisch goed Frans sprak. Maar ik ben geboren in Ghana, in een Engelstalige streek en voormalige Britse kolonie.”
Bridget paste zich ook aan om bij de witte meerderheid op school te horen. Ze lette op haar manier van spreken en op haar gedrag. Dat veranderde op de universiteit. “Vandaag stijl ik mijn haar niet meer voortdurend om er bij te horen. Ik draag mijn haar nu natuurlijk of in vlechtjes.”
Bridget Thielens (25): “Als ik in de aula zit, voel ik me echt alleen”
Connecties
Zelf was Bridget ook lid van een studentenvereniging, en begrijpt ze dat Sanda Dia lid werd om een netwerk uit te bouwen. “Je weet dat je het later sowieso moeilijker zult hebben om een job te vinden, dus is het handig om al wat connecties te maken via vrienden.” Toch heeft ze zich nooit laten dopen, omdat ze bang was dat mensen in een machtspositie te snel, te ver zouden gaan.
Krijgt ze soms te maken met racistische opmerkingen? “De laatste tijd heb ik heel vaak het n-woord te horen gekregen. Ook gewoon zonder reden. Dan ben ik ergens en noemt iemand me opeens zo.” Volgens haar kennen veel mensen de geschiedenis van het woord gewoon niet. “Maar de kolonisatie is ook een deel van de geschiedenis van België. Het is misschien niet het mooiste deel, maar het is wel belangrijk dat jongeren op school leren waarom mensen er boos om worden. Vroeger lachte ik racistische opmerkingen weg, nu probeert ik er op in te gaan en de persoon in kwestie te wijzen op wat er fout aan is.”
Momenteel studeert Bridget Economische Wetenschappen aan de KU Leuven. Voelt ze als zwarte vrouw de druk om te presteren dubbel zo hard? “Als ik mensen vertel dat ik Economische Wetenschappen studeer aan de universiteit, zie ik hun verbazing. Ik doe altijd hard mijn best om goede punten te behalen, om toch te blijven presteren en gelijk te staan met de anderen. In mijn hoofd staat gegrift: falen is geen optie. Ik weet nog niet helemaal zeker waar in de economische wereld ik later terecht wil komen, maar waarschijnlijk zal dat een ngo of het kabinet van Buitenlandse Zaken zijn.”
Hoe ze in de toekomst haar steentje wil bijdragen aan de strijd tegen racisme? “Moeilijke vraag. Ik wil dat iedereen gelijke kansen krijgt om te werken bij een bedrijf, en dat dat niet afhangt van diversiteitsquota of huidskleur. Ik wil aangenomen worden omdat ik de juiste kwaliteiten bezit. Ik wil niet de hele tijd denken dat ze mij alleen maar nodig hadden om een quotum te halen. Uiteindelijk moeten bedrijven mensen aannemen omdat ze geschikt zijn voor de job, ongeacht hun afkomst. Ik hoop dat dat gaat veranderen in de loop van de jaren, maar ik wil er in ieder geval mee aan werken.”
Sam Niyonzima (24) loopt momenteel stage als advocaat nadat hij afstudeerde als Master in de Rechten aan de Universiteit van Antwerpen. “Op de universiteit heb ik nooit veel mensen met een andere huidskleur gezien. Terwijl Antwerpen juist heel divers is. Waar is al die diversiteit vanop de straat dan naartoe?” In de aula kon hij het aantal mensen met een migratieachtergrond op een hand tellen. “In het begin dacht ik daar nog niet zo veel over na. Maar dan begon ik opzoekwerk te doen en kwam ik terecht bij de oprichter van de studentenvereniging AYO (African Youth Organization). Dat is een studentenvereniging die zich richt op studenten met Afrikaanse roots.”
Sam Niyonzima (24): “Zwart zijn wordt nog steeds als iets negatiefs gezien”
“Het is toen dat ik mezelf begon te aanvaarden als zwarte persoon. Tot dan had ik het gevoel dat het iets was waaraan ik niet te veel aandacht moest besteden. Bij AYO heb ik geleerd om ook trots te zijn op je Afrikaanse identiteit. We zijn Belgisch, maar zolang dat ook inhoudt dat je je zwarte identiteit moet verdringen, is er een probleem.” Volgens Sam komt het erop neer dat het onderwijs niet inclusief is. “Zwart zijn wordt nog steeds als iets negatiefs gezien, of dat heb ik toch zo ervaren als student.”
Sam schreef in een opiniestuk in De Standaard over hoe hij zich herkent in de drang van Sanda Dia om bij de witte elite te horen. “Maar door lid te worden van AYO voelde ik me ineens bevrijd. Dat Sanda lid werd van Reuzegom om connecties te maken, is wat ik zo tragisch vind. En dat er racistische dingen naar hem geroepen werden. Ik kan mij zo inbeelden hoe dat was voor hem. Ik snap heel goed dat hij daar niet op reageerde. Je zegt er niets over omdat je de sfeer niet wilt verpesten.”
Onnodig
Sam heeft een zwarte vader een witte moeder. Wat vindt hij van de term “bounty”? “Het is pijnlijk, omdat het je herleidt tot iets,” zegt hij. “Asof je het zwart zijn maar moet onderdrukken. Dat je je het niet moet aantrekken als we in de geschiedenislessen leren dat mensen die eruitzien zoals ik uitgemoord werden. Vanbinnen ben je immers wit. Bovendien zal niemand zichzelf bounty noemen. Het is een term die ons wordt opgelegd door anderen. Mensen hebben die manier van denken met de paplepel meegekregen. Dat probeer ik hen ook uit te leggen als ik racistische opmerkingen krijg. We kijken op een negatievere manier naar de wereld, naar arme landen en voormalige kolonies. Iedereen draag onbewust zulke denkbeelden met zich mee, ook zwarte mensen. Bij ons gaat dat dan meer over een minderwaardigheidsgevoel.”
“Nee, ik ben geen rechten gaan studeren om meteen de wereld te verbeteren,” (lacht). “Maar ik vind het wel belangrijk dat je weet wat het rechtstelsel inhoudt als je iets wil veranderen in de samenleving.”
Momenteel is Sam nog aan het uitzoeken hoe hij na zijn stage zijn steentje kan bijdragen in de strijd tegen racisme. “Het is moeilijk om een specifieke sector te kiezen omdat racisme overal zit. Maar ik weet wel dat met de kennis die ik heb, en in mijn studiejaar in Amerika heb opgedaan, ik iets kan betekenen voor mensen die hulp nodig hebben. Dat is op lange termijn zeker mijn doel.”
“Ik heb in mijn studententijd racisme niet echt hard gevoeld”, zegt Maravilha Munto (22). “Ik studeer Psychologie in Antwerpen. Het is voor ons dus erg belangrijk om mensen te kunnen begrijpen en open te staan voor anderen.”
In haar klas Maravilha is een van de weinige zwarte personen. “Toch zijn er zeker ook nog mensen met een andere afkomst.”
Maravilha groeide op in Nederland, in een buurt met veel verschillende etniciteiten. “Toen ik in België kwam wonen, viel het me heel hard op dat er zoveel scholen waren met alleen maar witte mensen. Dat was een echte cultuurshock voor mij.”
“Ik herinner me een leerkracht die overdreven traag tegen me sprak omdat ze niet wist of ik al dan niet vloeiend Nederlands sprak. Ze sprak ook erg luid, alsof ik doof was. Terwijl ze wist dat ik de Nederlandse taal beheers.”
Maravilha spreekt met een Nederlandse tongval, en ook daar kreeg ze weleens opmerkingen over: “In Nederland was ik een allochtoon, maar in België was ik daarbovenop ook nog eens een Nederlandse.”
Na een tijdje werd ze het beu om telkens opmerkingen te krijgen over haar accent. “Ik kreeg de hele tijd te horen dat ik anders was. Er waren ook mensen die probeerden om me te imiteren. Dat is gewoon niet meer grappig. In het begin liet ik de opmerkingen toe, en gunde ze zelfs even hun lachmomentjes, maar als ik er geen zin meer in heb, zal ik dat ook zeggen.”
Maravilha Munto (22): “Vroeger reageerde ik heel emotioneel op racisme”
Dear Black Girl
Omdat het zoveel energie vergt, gaat Maravilha vaak, maar niet altijd in op racistische opmerkingen. “Vroeger reageerde ik heel emotioneel. Maar nu heb ik mezelf geleerd om op een rationele manier over die dingen te praten. En uiteindelijk staan ze met hun mond vol tanden als je gewoon de feiten op tafel legt.”
De Black Lives Matter-beweging, hoe staat Maravilha daar tegenover? “De fout die heel wat mensen maken, is dat ze denken dat het in deze beweging alleen maar gaat over zwarte levens. Nee. All lives matter. Maar als je drie huizen naast elkaar hebt, en het middelste staat in brand, ga je toch met z’n allen het huis blussen dat in brand staat? Er gebeuren zoveel dingen bij zwarte mensen en er wordt zo’n groot percentage vermoord en onderdrukt. We krijgen alles keer op keer op onze rug. En nu denken we: stop eens eventjes. Wij zijn ook belangrijk. Even belangrijk als alle andere mensen.”
Maravilha schrijft poëzie, waarin ze het ook heeft over racisme en black empowerment. Ze maakte onder andere een video waarin zij en verschillende andere zwarte vrouwen haar gedicht “Dear Black Girl” voordragen. “Ik ben een emotionele schrijfster,” zegt ze. “Dear Black Girl was bedoeld als een brief van mezelf naar mijn jongere zelf. Ik heb geschreven wat ik voelde.”
“Ik wilde mijn emoties een plek geven. Dat doe ik al sinds mijn zevende. Daarna ging ik die ook voordragen. Ik hou van schrijven. Ik hou van het podium. Ik hou van spreken voor mensen. Dat doe ik echt met liefde. En als mensen zeggen dat het veel voor hen betekent, geeft me dat een extra boost.”
Ook Priscilla Keuppens (24) heeft tot nu toe een redelijk positieve ervaring achter de rug als zwarte studente. Ze studeert Gezinswetenschappen aan de Odisee-hogeschool in Brussel. Daar heeft ze het gevoel dat haar docenten en medestudenten meer openstaan voor opmerkingen dan in een ‘zakelijke’ richting. Vooral als kind voelde Priscilla zich vaak anders omdat ze een zwarte moeder en een witte vader heeft. Ze leek op geen van beide, en ook niet op de rest van haar familie. “Ik voelde me er nooit echt bijpassen, het leek alsof ik tussen twee werelden zat.”
“Door mijn gemengde huidskleur beschouwen sommige mensen me niet als volledig zwart, terwijl ik me wel zo identificeer,” zegt ze. “Het is zeker niet zo dat ik gediscrimineerd word door zwarte vrouwen. Ze hebben nooit gezegd dat ik iets niet mocht doen omdat ik gemengd ben. Maar ze hebben me we al mij gezegd dat ik niet zwart ben. Dat heeft emotioneel wel een invloed op mij. Ergens begrijp ik het ook wel, maar dan zou dat ook betekenen dat iemand die geadopteerd is en een Belgische naam heeft minder zwart is.”
Priscilla Keuppens (24): “Ik ben discriminatie beu, ik wil er echt iets aan doen”
“Op de lagere school heeft een meisje met Marokkaanse achtergrond ooit een opmerking gegeven over mijn haar. Ze zei dat het haar van zwarte meisjes niet kan groeien en dat ze hun haar nooit wassen. Nu klinkt dit misschien niet erg, maar er zit een hele geschiedenis achter zwarte vrouwen en hun haar. Ik probeerde haar uit te leggen dat dat niet klopt. Maar ze gaf dan als tegenargument dat ik gemengd ben en het dus niet over mij gaat. Aan de ene kant wil ik zwarte vrouwen verdedigen, maar aan de andere kant wil ik niet continu ingaan op dat soort opmerkingen.”
Vlaamse jeugdraad
Momenteel woont Priscilla in Brussel, daarvoor woonde ze in de provincie Antwerpen. Daar kreeg ze vaak het n-woord naar het hoofd geslingerd. “Hoe ouder ik werd, hoe vaker ik het te horen kreeg. Vaak was dat tijdens een ruzie. Ze zeggen dan dat het geen scheldwoord is, maar waarom gebruiken ze het altijd tijdens een ruzie of in een negatieve context?”
Priscilla is zeer recent verkozen tot een van de acht jongerenadviseurs van de Vlaamse Jeugdraad. “Ik wil graag in de politiek stappen na alles wat ik heb meegemaakt. Ik heb altijd al een groot rechtvaardigheidsgevoel gehad. Ik ben niet enkel tegen racisme, maar tegen alle andere vormen van discriminatie. Al denk ik wel dat ik in de politiek wil omdat ik zoveel racisme heb gekend. Ik ben discriminatie beu. Ik wil er echt iets aan doen.”
Wat is dan volgens Priscilla het belangrijkste in de strijd tegen racisme? “We zijn al te al lang bezig en er wordt al te lang over gepraat. Ik vraag me af wanneer er eindelijk iets concreet zal gebeuren. Er is nog steeds geen duidelijke antiracismewet in België, en we zijn nu echt al voorbij het punt van gesprekken voeren en luisteren.”
In Pakistan zorgt een populaire serie over jongvolwassenen op sociale media voor veel discussie. Die discussie gaat niet alleen over de gevolgen van sociale media voor jongeren, maar ook over de huwelijkscultuur in Pakistan. Wij vroegen schrijfster Umera Ahmed en hoofdacteurs Madiha Imam en Bilal Abbas Khan over hoe actueel de reeks is voor veel Pakistaanse families.
Umera Ahmed schreef in het verleden al blockbusters ‘Daam’, ‘Alif’ en ‘Zindagi Gulzar Hai’ en heeft nu een hit te pakken met ‘Ek Jhoothi Love Story’, in het Nederlands ‘Een bedriegend liefdesverhaal’. Het verhaal gaat over Salma en Sohail, twee onzekere jongeren uit de lagere middenklasse die naar perfectie streven. Daarnaast hekelt de serie ook de problemen rond het huwelijk in de Pakistaanse maatschappij. Dat kwam met Umera Ahmed als schrijfster niet meteen als een verrassing. “Ik sta bekend voor het uiten van kritiek op onze Pakistaanse maatschappij. Ik pen vooral verhalen met intensieve thema’s neer. Deze webseries is een luchthartig komisch familieverhaal waarmee ik kritiek probeer te uiten op familiale issues”.

Madiha Imam speelt de rol van Salma, de jongste dochter uit haar gezin. Ze is een onzeker en gevoelig meisje dat steeds opkijkt naar meisjes uit de hogere klasse. In het echte leven staat zij daar ver van en is ze iemand met zelfvertrouwen. “Toen ik zeventien was, zou ik zeggen dat ik Salma was. Ik ben ondertussen een stukje ouder en heb veel meer zelfvertrouwen en voel me goed in mijn vel”, aldus Madiha. Haar tegenspeler Bilal Abbas Khan, die de onzeker Sohail speelt, maakte die onzekerheid ook nooit echt mee. “Ik herken de thematiek zeker in mijn eigen leefwereld maar ik geloof dat op het einde van de rit je zelf verantwoordelijk bent voor je eigen geluk”, zegt Bilal.
Samenwerking Mehreen Jabbar en Umera Ahmed
De twee hoofdacteurs stemden meteen in toen het script bij hen terechtkwam. “Toen ze mij vertelden dat het een project van het iconische duo Mehreen Jabbar en Umera Ahmed was, zei ik meteen ja. Ze hebben in het verleden pareltjes afgeleverd en hier kon ik geen nee tegen zeggen”, zegt Madiha. Haar tegenspeler Bilal beaamt dat. “Het script van de webserie was heel realistisch en actueel. Wanneer een script bij jou terechtkomt, lees je enkel jouw deel. Maar bij dit script las ik het volledige verhaal en het intrigeerde mij meteen”, zegt Bilal.
Schrijfster Umera Ahmed heeft zelf het gevoel dat ze haar chemistry met Mehreen Jabbar hun projecten zo succesvol maakt. “De chemie die wij delen is heel bizar. Normaliter gezien worden duo’s op het kleine tv-scherm nooit als iconisch gezien”, lacht Umera. “Wij hebben volgens mij veel geluk. Wij houden ook rekening met elkaar in ons werk. Af en toe heb ik de neiging om bepaalde passages in Mehreen haar stijl aan te passen en vice versa”, gaat Umera verder.
Thema sociale media
Hoe kwam Umera Ahmed op het idee om dit thema te belichten? “Ik heb tal van gesprekken gevoerd met mijn lezers, familieleden en vrienden. In elk gesprek kwam de impact van sociale media naar boven. Het probleem ligt bij het feit dat in onze maatschappij ouders geen tijd meer besteden aan hun kinderen. Ze geven hen de belangrijke sociale waarden en normen niet mee die zij eigenlijk wel zouden moeten meegeven. Ik heb onze Pakistaanse jeugd geëvalueerd en een onderzoek verricht naar hoe zij vandaag de dag tegenover het thema huwelijk staan. De jeugd mist bij ons een figuur waar ze naar kunnen opkijken. Niemand vertelt hen wat de goede en minder goede zaken in een huwelijk zijn. Het is dus vanzelfsprekend dat ze op het internet surfen en naar hun ‘ideale’ persoon op zoek gaan”, vertelt Umera.
“Het probleem bij Salma en Sohail ligt bij hun onzekerheid. Ze zijn niet blij met zichzelf en behoren tot de middenklasse. Salma denkt dat ze tekortkomingen heeft, maar er is niemand om haar te vertellen dat het normaal is om tekortkomingen te hebben. Sohail heeft op zijn beurt niemand om hem te helpen. Hij is een zorgzame jongen die zijn dromen heeft opgegeven om zijn alleenstaande moeder en zusje te onderhouden. Zijn goede en zogezegde perfecte vriend Nohfil behoort tot de hogere klasse en woont in Amerika. Die heeft alles wat hij wenst. Het is normaal voor Sohail dat hij zich met een andermans situatie vergelijkt”, gaat Umera verder.
“Voor mij was mijn rol van Sohail vrij eenvoudig om te spelen. Sohail is een realistisch personage, een onzekere jongen uit een traditionele Pakistaanse familie die zijn droom van softwareontwikkelaar opgeeft om zijn gezin te kunnen onderhouden. Het was zeker geen out of the box personage, en dus bracht het ook geen uitdagingen of moeilijkheden met zich mee”, vertelt Bilal over hoe zijn fictieve personage erg realistisch is.
“We moeten begrijpen dat het normaal is dat jongeren van nature kwetsbaarder zijn. Het is héél menselijk dat ze de neiging hebben om zichzelf te vergelijken met anderen. Je vervult als individu ook zoveel rollen in het leven en je komt voor elke rol in een andere context en plaats terecht. Het is meer dan normaal dat je jezelf met anderen begint te vergelijken en er bovenuit wil uitsteken”, gaat Madiha verder. “Je moet jouw mindset in controle houden. Je moet met jezelf praten en in jouw hoofd positieve boodschappen inspreken. Een brein hebben heeft geen nut als je er niet rationeel gebruik van maakt. Jezelf met jezelf vergelijken is de boodschap. Steek energie in jezelf en niet in zaken die je niets anders dan negatieve stress bezorgen”, adviseert Madiha aan de jongeren.
Huwelijkscultuur
Een tweede thema dat uitgebreid aan bod komt, is dat van de huwelijkscultuur. “De huwelijkscultuur gaat altijd een probleem blijven vormen in India en Pakistan”, lacht Umera. “De tijden veranderen geleidelijk aan, maar het gaat nog decennia duren eer we daar vooruitgang kunnen boeken. In onze cultuur ligt de focus enkel op het huwelijk. Met de content in de webseries hoop ik om mensen aan het denken te zetten. Ik wil met de boodschap naar buiten komen dat meisjes ook andere doelen in hun leven hebben dan enkel trouwen en een gezin onderhouden”, zegt Umera. “Ik weet nog dat ik de eerste uitgeschreven afleveringen naar de regisseur verstuurd had en haar eerste reactie opvallend was. Volgens haar vormde de huwelijkscultuur de rode draad draad doorheen de serie en kwam het thema te veel aan bod. Ik antwoordde speels dat het misschien geen slecht idee was om een verhaal naar buiten de brengen waarin letterlijk elk personage de huwelijksissues in onze maatschappij ontkracht en op het einde toch trouwt”, haalt Umera herinneringen op.
Volgens Madiha Imam gaat de typische huwelijkscultuur in de Pakistaanse maatschappij nog lang een rol blijven spelen. “Deze huwelijkscultuur is al decennialang de realiteit. Al sinds de tijd van onze overgrootmoeders. Het is oorspronkelijk gezien eigenlijk een prachtig concept. Het is een proces waarin de familie van een jongen op een respectvolle manier de hand van een meisje gaat vragen. Maar wanneer je ziet dat de familie van de jongen het meisje in kwestie begint te bespotten en haar weigert op basis van haar uiterlijk, figuur en klasse, dan vormt dat een probleem”, vertelt Madiha. De huwelijkscultuur heeft eigenlijk de bedoeling om twee familie’s op een mooie manier met elkaar te verbinden. Maar omdat mensen zoveel verwachtingen hebben en telkens een ‘ideale’ persoon in ogen hebben, maakt het het allemaal wat minder mooi. Mensen hebben veel oordelen en het draait tegenwoordig alleen om schoonheid, geld en klasse”, gaat ze verder.
Klassensysteem
In alle verhalen van schrijfster Umera Ahmed zit het thema van het klassensysteem. Umera Ahmed is één van de meest gelezen schrijfters in Pakistan en ze weet dat ze een groot publiek bereikt. Ze pent bewust personages neer uit verschillende klassen en toont de onderlinge verschillen. “In Pakistan willen alle ouders dat hun kinderen met iemand uit een hogere klasse trouwen. Of het nu hun zoon is of hun dochter. Onze ouders zullen nooit de neiging hebben om hun kinderen in hun eigen klasse te laten trouwen. Onze idealen zijn eenvoudig: rijk, knap, blanke huidskleur en een groot huis”, vertelt Umera.
“Als je goed reflecteert dan besef je dat rijkeluiskinderen ook maar rijk zijn omdat hun ouders rijk zijn. Hoe kan je dan garanderen dat jouw zoon of dochter voor altijd rijk gaat blijven? Op één of andere manier haal ik die thematiek altijd naar boven in mijn verhalen. Ik toon de interactie tussen twee klassen en de sociale issues die het systeem met zich meebrengt. Ik heb eigenlijk een stereotyp beeld ontkracht. In ‘Ek Jhoothi Love Story’ heb ik de personages uit de hogere klasse positief in beeld gebracht. Ik heb ze niet als egocentrische of superieure personages afgebeeld. Ze hebben geen superioriteitsgevoel – in tegendeel – de personages uit de lagere middenklasse heb ik afgebeeld als mensen die een minderwaardigheidscomplex hebben”, gaat Umera verder.
Overweldigend feedback
Heel het team van ‘Ek Jhoothi Love Story’ heeft de feedback op de serie positief tot zeer positief ervaren. “De reacties zijn eigenlijk fenomenaal. De serie is bedoeld voor alle generaties en in ieder Pakistaans gezinnen herkent iedereen zich in één of andere personage in de serie. Of het nu de vader van Salma is die op pensioen gaat en andere wegen zoekt om te blijven werken, of het nu de onzekere en gevoelige studente Salma is in wie jonge meisjes zichzelf herkennen”, zegt Umera.
“Ik ben zeer tevreden met het feedback”, zegt Bilal. “Ik heb overal deugddoende reacties gelezen. Ik wil iedereen welgemeend bedanken om ons zoveel liefde te geven. Mijn eigen vrienden en familie zijn ook zeer opgewonden over de serie. Mijn vrienden hebben normaal niet veel interesse in series, maar dit keer waren zij ook enthousiast”, gaat Bilal verder.
“Zoveel jonge meisjes spreken mij aan en delen hun persoonlijke verhalen”, voegt Madiha toe. “Ik geef hen altijd het advies om niet te focussen op het verleden, de realiteit te aanvaarden, te vallen en op te staan. Het leven laat je op verschillende paden wandelen, maar je moet sterk in je eigen schoenen blijven staan en altijd aan jezelf blijven werken. Niemand anders dan jij is prioriteit. Ik vind het héél belangrijk om op zulke berichten een antwoord te geven. Het is in mijn ogen ook deels mijn taak”, zegt Madiha.
Bilal Abbas Khan deelt ook een stukje advies voor de jongeren. “Ik wil vooral benadrukken dat je realistisch moet blijven en sociale media niet te serieus moet nemen. Op sociale media wordt alles afgebeeld als rozegeur en maneschijn. Het is slechts een fantasiewereld. Het is belangrijk dat je niet wegloopt van de tegenslagen op je pad. Als je faalt, dan is dat niet erg. Sta op en reflecteer wat er is misgelopen en hoe je uit je fouten kan leren. Er zijn zoveel zaken die we zelf kunnen bepalen. Heb controle over jezelf en wees gelukkig”, eindigt Bilal.
In Pakistan associeert het publiek de naam van de Pakistaanse actrice Kinza Razzak meteen met een ideaalbeeld. Ze is het rijke, hoogopgeleide meisje uit een hogere klasse, zonder tekortkomingen, dat beter Engels spreekt dan de rest. Razzak speelt de rijke en aantrekkelijk Natalia Shaikh in de recente Pakistaanse webseries ‘Ek Jhoothi Love Story’. Ze vertelt ons meer over haar personage, het klassensysteem in Pakistan en hoe zij haar personage in de serie heeft ervaren.

Razzak vertelt hoe ze haar personage ziet als iemand die enthousiast in het leven staat “Ze is optimistisch en geniet ten volle van haar leven. Haar leven zit vol met verrassingen, en ze gaat zorgeloos en met een zekere flow door het leven. Ze wordt negatief getypeerd, maar ze is zoals iedereen vrij normaal en heeft geen superioriteitsgevoel.”
Hoe zou u uw eigen personage als Natalia beschrijven?
“Ik zou Natalia beschrijven als iemand die alles op zich laat afkomen. Ze is goedlachs, vriendelijk, open en gaat dansend door het leven. Omdat ze in de serie tot de hogere rijkste klasse behoort, denken mensen meteen dat ze arrogant is, dat ze neerkijkt op andere klassen, en dat ze alles in haar leven krijgt dat ze maar wenst. Mensen moeten begrijpen dat het in realiteit zo niet werkt en het slechts een achterhaald stereotype is.“
Lijkt u in het echte leven op Natalia?
“Niet echt. Als je het over haar karakter en persoonlijkheid hebt, dan zijn er zeker wel raakvlakken. Maar we hebben tegenstrijdige visies. Ik kan me heel goed herinneren dat we een bepaalde scène aan het opnemen waren. In die scène verlaat Natalia haar huis en gaat ze richting haar auto. Sohail (het mannelijke hoofdpersonage) staat toevallig buiten omdat hij bij haar thuis als technicus voor het trouwfeest van Natalia’s broer wordt ingehuurd. Natalia loopt hem straal voorbij. In het echte leven zou ik Sohail niet zomaar negeren. Ik zou hem op z’n minst wel begroeten.”
“De raakvlakken die ze met mij in het echte leven heeft, is dat ze sterk in haar schoenen staat, en dat ze aardig en gelukkig is. Ze volgt haar hart en luistert altijd naar haar innerlijk gevoel. Ze wordt in de serie afgebeeld als iemand die superieur is. Maar eigenlijk klopt dat niet. Natalia is eigenlijk iemand die voor een jongen uit eender welke klasse zou gaan. Het probleem ligt bij de maatschappij en bij de mensen. Als je over de hogere klasse spreekt dan gaan er meteen praatjes rond dat de rijke persoon automatisch perfect en egocentrisch is en een dure handtas van duizenden euro’s kan betalen. Met dat gekibbel worden we in hokjes geduwd, en dat is voor niets nodig.”
Denkt u niet dat Natalia hem in die scène onbewust had genegeerd omdat ze met haar telefoon bezig was en niet wist wie er nog allemaal buiten stond?
“Ik heb lang nagedacht over die scène. Ik ben tot de conclusie gekomen dat je Natalia in principe niets kan verwijten. Ze is zorgeloos en staat niet stil bij zulke zaken. Natalia is écht aardig in de zin dat ze iedereen in haar omgeving gelukkig wil maken. Iedereen voelt zich op zijn gemak bij haar. Ze heeft totaal geen superioriteitsgevoel.”
Volgens mij is uw personage geliefd en wil het publiek meer scènes met u.
“Dat klopt zeker. Een groot deel van de kijkers houdt van mijn personage. Dat komt vooral omdat ze de tekorten van de kijkers vervult. Ze willen een personage dat uitdagend is. Ik word overspoeld door berichten van mensen die mij sturen dat ze meer van mijn personage hadden willen zien. Mijn personage was eigenlijk ook vrij verwarrend. We weten nog steeds niet of het een positief of negatief personage was.”
“Ik had vrij weinig scènes. De kijkers wilden bijvoorbeeld ook graag dat er een dialoog was tussen Sohail en mij. Ze hadden graag geweten hoe Natalia zou reageren als Sohail, iemand uit de lagere middenklasse, haar een aanzoek zou doen.”
Wat vond u zelf van de reacties?
“Fenomenaal! Ik was onlangs nog een gesprek aan het voeren met de uitvoerend producent en de regisseur. Mijn personage is ondanks de korte scènes héél opvallend. Het was kort, schattig en de mensen houden ervan. Ik was weinig aanwezig doorheen het verhaal maar ik ben toch wél opgevallen. Mensen zijn echt helemaal geïntrigeerd door het verhaal. De schrijfster heeft het duidelijk pakkend en vlot geschreven. Ik geloof dat mensen de serie aan het bingewatchen zijn. Zoveel families zijn het samen aan het kijken. Het is eerder een familieverhaal met verschillende personages uit typische Pakistaanse gezinnen. Elke Pakistaan kan zich zonder twijfel in één van de personages herkennen.”
Wat was uw eerste reactie toen u het script had ontvangen.
“Ik ben iemand die eerder op mijn buikgevoel afgaat. Geld en grote namen zijn niet van belang voor mij. Wanneer je iets met je volledige hart wil doen en er 100% voor wil gaan, dan moet je dat altijd doen. Dit was een script van Mehreen Jabbar en Umera Ahmed, een iconisch Pakistaans duo in de showbizz. Ik voelde mij zo vereerd dat ze mij hadden benaderd voor deze rol. Ik zei meteen ja! Het personage dat ik voorgeschoteld kreeg was dan ook helemaal mijn cup of tea. Het was een supercool, verrijkend en tof personage dat ik moest spelen. Haar vibe was heel levendig.”
Moest Sohail Natalia op Facebook een vriendschapsverzoek sturen, zou ze het dan aanvaarden?
(Lacht) “Nee, maar dat heeft niets te maken dat hij uit een andere klasse komt. Het heeft puur te maken met het feit dat er duizenden Sohail’s zijn die Natalia op Facebook een verzoek sturen. Sohail zou dus één van die duizenden jongens zijn die contact zoeken met Natalie en dus onopgemerkt voorbij gaat. Als Sohail haar in het echt zou aanspreken, gaat ze wél aardig reageren en er héél misschien voor openstaan.”
Er gaan geruchten rond dat uw personage slechts een special appearance was en u het rijke meisje speelt waardoor Salma, het hoofdpersonage uit de lage middenklasse, naar u opkijkt en zich onzeker voelt.
“Ze hadden in de trailer van de serie een paar stukjes van mijn scènes gezet. Ik vond dat echt frappant. De bedoeling van een trailer is dat je een korte samenvatting van het verhaal geeft. Wist je dat er nog heel veel interessante scènes waren die wij achteraf moesten verwijderen wegens de lengte van de serie?”
Eigenwaarde als vrouw
Wat was het moeilijke om te spelen in uw rol?
“Ik heb het gevoel dat mijn personage een degelijk personage is. Natalia moet niet alsof doen dat ze iemand anders is. Ze is een zelfverzekerd meisje dat goed Engels kan en hoogopgeleid is. Ze is iemand die een leuke tijd beleeft. Ze danst, chilt en gaat uit.”
Is er één bepaalde eigenschap van Natalia die u zelf positief vond?
“Het feit dat ze altijd plezier maakt, zichzelf nooit laat doen, zich afweert van negativiteit en enkel ruimte heeft voor positiviteit in haar leven.’
Kan u vervolgens ook een eigenschap aanhalen die u totaal niet aanstond?
‘Goh, zonder te liegen, geen eigenlijk. Als je het vanuit perspectief van de kijkers bekijkt, is dat een ander verhaal. Vanuit hun perspectief is Natalia iemand die haar levensstijl probeert te matchen met haar ‘ideale’ toekomstige echtgenoot. Ik ga niet beweren dat zij een golddigger is. Ze is iemand die eerder snobistisch is. Ze wordt afgebeeld als een verwend nest, maar ze is eigenlijk ocharme gewoon iemand die het beste van haar leven maakt. Dat mag ze toch, hé? Ik denk dat het juist positief is dat ze zichzelf zo hard verwent. Zolang je jezelf prioriteit geeft en gelukkig bent, hé!’ (lacht)
Wanneer vrouwen in Oosterse landen te veel met zichzelf bezig zijn, dan worden ze als egocentrisch beschouwd.
‘Ik vind dat een vrouw verplicht is om zichzelf te beminnen. Het moment dat je van jezelf houdt, kan je ook van een ander houden. Ik ben God zo dankbaar dat ik alles heb in het leven. Ik ben iemand die voor de kleinste zaken dankbaar is. Een vriendin wees mij erop dat ik die ingesteldheid moet blijven hanteren. Als je dankbaar bent en tijd maakt voor jezelf, kom je veel verder in het leven. Wij geloven, maar eigenlijk mogen we ook eens in onszelf geloven.’
Waarom hangt er volgens u vandaag de dag nog een stereotiep beeld aan het klassensysteem?
“Ik wil vooral benadrukken dat een klassensysteem totaal niets bewijst over mens en maatschappij. Mensen zijn ongeacht hun afkomst en klasse allemaal gelijk. Ook wij, mensen die getypeerd worden uit de hogere klasse, hebben problemen. In het echte leven kom ik ook uit de zogenaamde hogere klasse. Ik heb twee oudere zussen. Wij krijgen ook te kampen met huwelijksproblemen. Mijn zussen en ik zijn vrouwen die sterk in hun schoenen staan en geen nood hebben aan trouwen. Wij zijn eerder carrièregericht.”
“Ik geef een tweede voorbeeld. Het was voor mij moeilijk om mijn ouders te overtuigen dat ik actrice wilde worden. Ik was 26 toen ik de eerste stappen in de showbizz zette. Als ik 23 jaar was geweest, had mijn vader me dat nooit toegelaten. Omdat ik nu een beetje ouder ben, weet mijn vader dat ik mezelf ga redden. Er wordt aan Pakistaanse vrouwen met de paplepel meegegeven dat ze zichzelf moeten opofferen voor hun gezin en anderen boven zichzelf moeten zetten. Het is belangrijk dat wij daar verandering in brengen. Ik heb ook mondig moeten zijn om mijn mening te kunnen verkondigen. Een vrouw mag nooit haar stem laten onderdukken.”
Zichzelf vergelijken op sociale media
Een belangrijk thema dat Umera Ahmed in de serie aanhaalt, is dat millennials zichzelf meer en meer vergelijken met andere zogezegde ‘perfecte’ mensen op sociale media. De hoofdpersonages Salma en Sohail komen uit de lagere klasse en maken nepprofielen om in hun fantasiewereld te leven en omdat ze zich niet goed in hun vel voelen. Salma maakt een nepprofiel onder de naam van Natalia aan. Natalia is de nicht van Salma’s beste vriendin, en ze kijkt enorm op naar haar omdat ze in haar ogen ‘perfect’ is.”
Denkt u dat Natalia de neiging had om zich op sociale media te vergelijken met andere mensen, ondanks dat ze het ‘perfecte’ meisje is?
“Natalia wordt perfect afgebeeld voor Sohail. Ze beantwoordt aan Sohail’s onzekerheden. Sohail wil een vrouw die mooi en rijk is. Natalia is zelf ook verre van perfect, hé. Mensen zien alleen de externe eigenschappen van Natalia. Ze kampt ongetwijfeld ook met innerlijke problemen. We kunnen haar tegenslagen niet zien omdat we enkel het roze gedeelte van haar leven te zien krijgen. Wie weet heeft zij ook tekorten. Het kan zijn dat ze problemen heeft met zichzelf, haar vrienden, familie of relatie. Het kan ook zijn dat het mentaal niet goed gaat met haar en ze zichzelf zwak voelt. Ze is dus duidelijk niet zo perfect als Salma en Sohail denken.”
Heeft u enig advies voor millennials die zichzelf met andere mensen op sociale media vergelijken?
“Het is van belang dat we in onze eigen capaciteiten kunnen geloven. Wij hebben veel meer in onze mars dan we zelf denken. Zelfvertrouwen doet je persoonlijkheid helemaal stralen. Salma en Sohail denken in de serie dat ze tekortkomingen hebben en niet goed genoeg zijn voor de wereld. Enkel jij kan bepalen wat je eigenwaarde is. Wees de persoon die niet enkel het beste in zichzelf naar boven brengt, maar ook het goede in andere mensen. Apprecieer jezelf en anderen. Durf je kwetsbaar op te stellen en besef dat het leven veel te kort is om zorgen te maken over nutteloze zaken.”
Kan u om af te sluiten nog meedelen welke tips u aan de onzekere Salma zou geven en alle meisjes die zich in haar personage kunnen inleven?
“Ik zou tegen haar en aan alle mensen die met zichzelf worstelen willen zeggen dat je moet focussen op je eigen kunnen en capaciteiten. Salma wordt bijvoorbeeld afgebeeld als iemand die heel mooi kan tekenen. Dat is haar talent en ze moet van zichzelf bewust zijn dat dat iets is dat ze kan bewonderen. Ik zou haar aanraden om haar situatie te aanvaarden. Het heeft geen zin om te fantaseren. In welke situatie je je ook bevindt, aanvaard het met trots en maak er het beste van. Als laatste zou ik haar duidelijk willen maken dat de ‘ideale’ persoon niet bestaat. Je bent mooi zoals je bent. Als Salma meer zelfvertrouwen zou hebben en zichzelf op een positieve manier zou bekijken, kan ze tegen heel de wereld vechten. Ze zou dan ook geen nepprofiel van Natalia aanmaken. Salma had een sterk minderwaardigheidscomplex. Zelfs als ze inziet dat ze ondanks weinig geld, toch de wereld aankan, is dat echt de max.”
De iconische Pakistaanse regisseur begon haar carrière in 1994. Ze behaalde haar Bachelor diploma aan de Saint-Joseph’s hogeschool in Karachi. Twee jaar later voltooide ze haar studies in film aan de University of California Los Angeles. Daarna keerde ze terug naar Pakistan met een diploma in Film, Television en Video. Jabbar spreekt met ons over haar beroep, haar carrière en de iconische samenwerking met Pakistaanse schrijfster Umera Ahmed.

Momenteel loopt van beide dames in Pakistan de nieuwe webseries Ek Jhoothi Love Story, in het Nederlands ‘Een bedriegend liefdesverhaal’ dat geproduceerd werd door Motion Group Content. “Mijn interesse in film en televisie begon op een jonge leeftijd. Ik ben geboren in een familie waar we vanaf onze kindertijd al in contact kwamen met camera’s”, begint Jabbar (49) met haar verhaal.
Carrière
“Ik heb geluk gehad dat mijn vader een mediafiguur was. Hij was filmregisseur en had een eigen reclamebureau. Hij maakte reclamespotjes. Toen ik op de hogeschool zat, nam ik altijd een camera met me mee om zelf te experimenteren. Ik wist dat ik geen reclamespotjes wilde maken, maar een andere richting van video wilde uitgaan. Ik wilde eerder verhalen naar buiten brengen”, haalt Jabbar herinneringen op uit haar jeugd. “Voor mijn allereerste project had ik geld geleend van mijn moeder. Dat kon niet uitgezonden worden op tv omdat de schrijfster van het project Indisch was en ik Pakistaans. Er waren op dat moment spanningen tussen de rivaliserende landen. Mijn tweede project werd gelukkig wel uitgezonden. Ik was zo teleurgesteld omdat ze mijn eerste project niet hadden uitgezonden, maar mijn tweede project maakte het goed en ik kon mijn moeder het uitgeleende bedrag terugbetalen.’
Moeilijkheden
“De moeilijkheden waarmee ik als regisseur mee kamp, zijn wanneer een schrijver jou zijn/haar verhaal toevertrouwd. Het is dan aan jou om daar zuiver mee om te gaan en het project op poten te zetten. Een andere moeilijkheid – maar ook een uitdaging – is wanneer je op zoektocht gaat naar de juiste acteurs, crew, cameraman en helpende handen. Je hoopt naast je zoektocht ook dat je het project op tijd kan afronden en de planning respecteert. Als regisseur bent ik altijd een damsel in distress”, lacht Jabbar.
“De opnames van tv-series duren altijd dertig tot negentig dagen. Maar er komen tussenin uiteraard altijd nieuwe uitdagingen bij. Je ontmoet doorheen het avontuur nieuwe mensen die veel voor je kunnen betekenen. Alle projecten hebben hun eigen vonk en brengen eigen uitdagingen met zich mee”, gaat ze verder.
Iconische samenwerking met Umera Ahmed
Jabbar en schrijfster van de webseries ‘Ek Jhoothi Love Story‘ Umera Ahmed werkten al samen aan drie eerdere projecten. “Onze projecten krijgen altijd positieve feedback. Umera heeft tot vandaag nooit zulke luchtige verhalen geschreven. Ze pent altijd serieuze verhalen neer. In het begin had ze het project ook voor een andere kanaal dan ZEE5 geschreven. Uiteindelijk is het toch terechtgekomen bij ZEE5 en werd ik door hen benaderd om het project mee op poten te zetten”, vertelt Jabbar.
“Ik vond dat het verhaal te veel focuste op het thema van de huwelijken in Pakistan. Achteraf besloot ik om er toch voor te gaan omdat de personages zeer interessant en pakkend geschreven waren. De uitdaging was om de juiste acteurs te vinden. We gingen in samenwerking met de uitvoerend producent op zoektocht naar geschikte acteurs en locaties. We hadden de vrijheid en konden onze creativiteit de vrije loop laten gaan. Deze webseries was niet voor een mainstream Pakistaanse kanaal, maar eerder een Indisch streamingsplatform”, gaat Jabbar verder.
Ek Jhoothi Love Story
“Ik keek zo hard uit naar dit project. Het was geen conventionele tv-serie die het Pakistaans publiek gewoon is. Het was vooral belangrijk om ons strikt aan de planning te houden en niet over tijd te gaan. Het is de bedoeling dat je blijft hangen aan het script, maar ik vind het belangrijk dat onze acteurs de vrijheid krijgen om input te geven. Iedereen heeft individuele interpretaties en recht op inspraak. Je werkt nooit alleen aan een project. Je werkt als één team en iedereen heeft inbreng,” vertelt Jabbar over de voorbereidingen van het project.
“De stylist, de acteurs zelf en ik bepalen de looks van de acteurs. We houden vergaderingen over hoe een personage eruit moet zien. Ik geef een voorbeeld. Als we bijvoorbeeld naar het personage van Salma, het onzekere meisje, kijken dan is het vanzelfsprekend dat we haar een look bezorgen van een jong meisje dat nog studeert. We zorgden ervoor dat ze eruit zag als een jong studerend meisje met een bril.”
“’Ek Jhoothi Love Story’ is tot vandaag mijn meest gedenkwaardige project. Een script van Umera is altijd leuk. Mijn vorige favoriete project was ‘Daam’. Dat was toevallig ook een project met haar”, lacht Jabbar. “Die opnames zullen mij ook altijd bijblijven. We waren een hechte groep. We hadden een kleine ruimte om de scènes op te nemen en dat maakte het zo gezellig”, zegt Jabbar.
Sociale thema’s in ’Ek Jhoothi Love Story’
De thema’s die in de webserie aan bod komen, zijn jongeren uit de lagere middenklasse die zich op sociale media met mensen uit de hogere klasse vergelijken en het Pakistaanse huwelijk. Jabbar vertelt ons meer over die sociale thema’s in haar maatschappij. “De protagonisten van het verhaal, Salma en Sohail, zijn rond de twintig jaar. Het zijn jongvolwassenen die opgroeien in een maatschappij waar klassensysteem en sociale media een grote rol in speelt. Ikzelf breng veel tijd op sociale media door en ik ken jonge mensen die in de wereld van sociale media opgroeien. Aan de andere kant heb je het thema van het huwelijk. Ondanks het feit dat we in de 21ste eeuw leven, speelt de cultuur van het huwelijk nog steeds een grote rol in onze maatschappij. In Pakistan en India is het concept van ‘matchmakers’ heel belangrijk. In onze maatschappij draait het allemaal rond moeite doen om een echtgenoot te vinden die geld en een visum heeft, en knap is”, lacht Jabbar.
“Het verhaal is eigenlijk een soort cocktail. Elk traditioneel Pakistaans gezin (ook buitenlandse Pakistanen) herkennen zich in een personage. Elke generatie komt aan het bod in het verhaal. Je hebt de typisch Pakistaanse vader uit de lagere middenklasse die op pensioen gaat en aan een nieuwe onderneming wil beginnen omdat hij nog veel wil betekenen voor zijn gezin. Dan heb je Salma, het onzekere meisje dat zich steeds vergelijkt met meisjes uit hogere klasse. En je hebt Nohfil, de zogezegd perfecte Pakistaanse jongen uit de hogere klasse die in Amerika woont en het naar zijn zin heeft. Het verhaal draaide dus rond het naar buiten brengen van de verschillende fictieve karakters die tegelijk ook non-fictief zijn als je naar onze Pakistaanse maatschappij kijkt”, vertelt Jabbar.
‘De Pakistaanse tv industrie is zeker een vooruitgang aan het boeken. Aan de andere kant denk ik ook dat onze industrie zich in een moeilijke situatie bevindt. Onze series op de mainstream kanalen zijn agressief en zitten vol met interfamiliale problemen. We moeten werk maken om dat te veranderen. Ik ben gestopt met mee te werken aan die projecten. Ik denk persoonlijk dat Umera een goede job verricht. Ze brengt verhalen die out of the box zijn en durft haar vinger op de zere wonden van onze maatschappij te leggen’, vertelt Jabbar.
Ambities voor de Pakistaanse media
Jabbar gaat nog even in op haar Amerikaans – Pakistaanse identiteit. Ze vindt de twee identiteiten een enorme verrijking en wil die mix van beide werelden ook te tonen door content uit te brengen in de Pakistaanse media. “Ik ben momenteel bezig aan een tv -serie die zich in Amerika afspeelt. Het is een Indisch-Pakistaans verhaal. Het gaat over drie Zuid-Aziatische vrouwen en hun levens in Amerika. Ik wil op die manier de stereotypes ontkrachten die met ons samenhangen. Ik wil de mensen in Pakistan tonen hoe hard wij eigenlijk moeten werken en onszelf moeten bewijzen in het buitenland. Ik wil deel uitmaken van een project dat een ander beeld van Zuid-Aziatische mensen in het buitenland naar buiten brengt”, zegt Jabbar.
“Ik ben in Pakistan geboren en getogen. Ik ben dol op het land en werk er graag. Mijn ouders wonen daar ook, maar ikzelf ben liever in Amerika. Ik heb meer vrijheid hier. Ik kan hier naar buiten gaan en rondlopen zo lang als ik wil. Ik moet mezelf niet beperken om bepaalde zaken uit te voeren. Ik voel me ook meer afhankelijk hier. Ik voel toch wel een steeds terugkomend connectie met mijn roots en dat maakt dat ik zo gepassioneerd ben om Pakistaanse verhalen te vertellen. Ik leef in twee werelden. Mijn ene arm steekt uit in Pakistan en de andere in Amerika”, lacht Jabbar.