• Elke dinsdag-, woensdag- en donderdagmiddag StampLab, waar je experimenteert met media

  • Boek een mediawijze workshop voor je klas of organisatie

Category Archives: Ongecategoriseerd

Antwerpen kampt volgens de meest recente cijfers nog steeds met het hoogste percentage vroegtijdige schoolverlaters van alle Vlaamse centrumsteden. Daarom vroegen we vier Antwerpse jongeren waar het voor hen fout liep. Najib Chakouh, voormalig spijbelambtenaar van de stad en Kristof De Witte, onderwijseconoom aan de KU Leuven, geven duiding. “Er is nood aan betere interventies op individueel niveau.”

Een op vijf Antwerpse jongeren (20,9 procent) verliet in het schooljaar 2015-2016 het secundair onderwijs zonder een diploma op zak. Op het vlak van vroegtijdige schooluitval is Antwerpen volgens nieuwe cijfers dan ook nog steeds de slechtste leerling van alle Vlaamse centrumsteden. Hoewel er de laatste jaren beterschap was, tonen de cijfers die minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) vrijdag bekendmaakte voor het schooljaar 2015-2016 opnieuw een lichte stijging in het aantal vroegtijdige schoolverlaters.

De stad blijft zo een negatieve invloed hebben op de cijfers voor heel Vlaanderen. Dat terwijl de Vlaamse regering zichzelf tot doel heeft gesteld om tegen 2020 de cijfers van vroegtijdige schoolverlaters te halveren. Wil Vlaanderen dat doel halen, dan moeten de cijfers nog serieus naar beneden, ook in Antwerpen. Geen slecht idee dus, om eens te luisteren naar enkele Antwerpse jongeren die het secundair onderwijs zonder diploma verlieten.

De vier Antwerpse schoolverlaters

Laura (23): gestopt in het 4de middelbaar, reden: voelde zich niet op haar plaats op de schoolbanken, nu: combineert Toekomstonderwijs met studentenbaan
Milad (19): gestopt in het 6de middelbaar, reden: taalproblemen, nu: combineert Toekomstonderwijs met studentenbaan in de horeca

Enio (21): gestopt in het 6de middelbaar, reden: moeilijke thuissituatie, nu: werkt bij Ikea
Tessa (24): gestopt in het 5de middelbaar, reden: kwam ten onrechte in het Buso terecht, nu: volgt Toekomstonderwijs

Lees hun volledige getuigenis verder op deze website.

Najib Chakouh, voormalig spijbelambtenaar van de stad Antwerpen, treft in het veld oneindig veel combinaties aan van verschillende factoren die samen een rol spelen. “De rode draad is dat jongeren die niet meer naar school komen, vooral het signaal geven dat het op die manier voor hen niet meer verder kan. Soms zijn ze het inderdaad gewoon beu. Maar even vaak zijn er wel duidelijke redenen voor de schooluitval. Zo kan bijvoorbeeld ook een moeilijke thuissituatie of een gebrekkige taalkennis wegen op de motivatie voor school. Dan moeten we manieren zoeken om die jongeren opnieuw perspectief te bieden.”

Onderwijseconoom Kristof De Witte het op in push– en pull-factoren. De belangrijkste factoren die jongeren ‘wegduwen’ uit ons onderwijs, zijn zaken die wegen op de motivatie van leerlingen, zoals slechte relaties met leerkrachten of een moeilijke thuissituatie. “Daartegenover staan een aantal pull-factoren, die jongeren van de banken kunnen weglokken. Zo zullen jongeren natuurlijk makkelijker de school verlaten als hen een betaalde job wordt aangeboden.”

Spijbelen eerste signaal

Milad (19) kwam op zijn 15 jaar uit Afghanistan naar België, op zoek naar een betere toekomst. Na een driejarige loopbaan in het Antwerps secundair onderwijs stopte hij met school. Doordat zijn Nederlands in het begin niet goed genoeg was, was het moeilijk om de lessen te volgen en vrienden te maken. Uiteindelijk raakte hij gedemotiveerd en begon te spijbelen. “Ik ging niet meer naar school, bleef in bed liggen, ging fitnessen of sprak af met foute vrienden.”

Toen Laura op haar achttiende officieel stopte met school, kwam ze eigenlijk al een hele tijd niet meer opdagen in de les. Overdag liep ze verloren in Antwerpen, ‘s nachts stortte ze zich in het uitgaansleven. Ze schreef zich nog in voor examens bij de examencommissie, maar kwam daar nooit opdagen.

Volgens de De Witte is Laura daarin een uitzondering. “Over het algemeen wordt de leerplicht in Vlaanderen wel degelijk nauwgezet opgevolgd. Maar er zijn nog steeds mensen die door de mazen van het net vallen, zeker als ze vaak verhuizen. Dan wordt het minder duidelijk welke school verantwoordelijk is voor die jongere.”

Zittenblijven als knipperlicht

De jongeren die hier aan bod komen, hebben een jaar gedubbeld of moesten dat doen op het moment dat ze afhaakten. “We zien een heel duidelijke correlatie tussen zittenblijven en schooluitval”, legt De Witte uit. “Dat heeft te maken met het negatieve stigma dat aan zittenblijven kleeft: het wordt geassocieerd met lagere intelligentie en falen.”

Voor Chakouh is zittenblijven enkel een oplossing als een leerling het merendeel van het schooljaar afwezig is geweest of over de hele lijn barslechte resultaten behaalt. Volgens hem blijven we in Vlaanderen nog te veel hangen in de idee dat een schooljaar een geheel is dat niet opgedeeld kan worden in flexibele modules. “Als een leerling slecht scoort voor het vak Frans, laat hem dan die module meenemen naar het volgende jaar, in plaats van hem te laten dubbelen.”

Naast zittenblijven is ook mobiliteit tussen scholen een belangrijke indicator voor mogelijke vroegtijdige schoolverlaters. Voordat Laura helemaal afhaakte, veranderde ze vaak van school en richting. Ook Milad (19) wisselde in de drie jaar een paar keer van school. De Witte ziet hetzelfde fenomeen terugkeren in zijn onderzoek. “Jongeren die vaak van school veranderen, gaan sneller de motivatie verliezen. Mobiliteit tussen scholen is dan ook, naast spijbelen, een heel belangrijk ‘knipperlicht’. Dan moet er snel ingegrepen worden: die mensen moeten meteen geïdentificeerd worden als een risicogroep en extra begeleiding krijgen.”

Jongeren prikkelen

Laura was het prototype van een rebel die zich beknot voelde. “De enige functie die je op school hebt, is die van student zijn. Wat als je daarin faalt? Als je er niet in slaagt een hele dag op school te zitten? Ik kon dat niet en ik zag ook niet in hoe belangrijk een diploma is. Het bleef een vel papier voor mij. Het voelde heel onnatuurlijk om met z’n allen in een speciaal lokaal te gaan zitten om daar dingen te leren. Ik had het gevoel dat ik zoveel andere dingen te doen en te ontdekken had.”

De reguliere scholen zoals we die nu kennen, zijn haar te statisch en te ver verwijderd van de echte wereld. “Als ik op een reizende school had gezeten, of een echte leefschool, had ik me er misschien wel meer tot aangetrokken gevoeld. Een schooldag is ook te lang. Ik denk dat kinderen in de namiddag beter in de wereld zouden rondlopen om die te ontdekken.”

Chakouh: “Als een leerling ervoor kiest om op café te gaan in plaats van in de les geschiedenis te zitten, is dat een teken dat die lessen niet de moeite waard zijn voor hem of haar. Ons onderwijs is vaak niet afgestemd op de interesses en talenten van onze jongeren. Dan moet de leerkracht met dat signaal aan de slag om ervoor te zorgen dat zijn les wel interessant wordt voor elke leerling. Breng de geschiedenisles eens naar het café, of geef les over het café in het thema lokale geschiedenis.”

Betrokken leerkrachten

Op de eerste school waar Milad na het OKAN-traject terecht kwam, werd hij goed begeleid. “De leerkrachten kwamen regelmatig checken of ik alles begrepen had, ze herhaalden dingen speciaal voor mij en gaven extra oefeningen. Ze waren heel lief, maar door de taalbarrière was het moeilijk om daar echte vriendschappen op te bouwen.” Milad veranderde van school in de hoop nieuwe vrienden te maken, maar kreeg er minder steun dan in zijn vorige school. Hij werd er niet extra geholpen door de leerkrachten en er werd van hem verwacht dat hij op hetzelfde niveau stond als de rest van de klas.

De betrokkenheid van leerkrachten is volgens Chakouh doorslaggevend. “De manier waarop leerkrachten met hun leerlingen omgaan, is bepalend voor hun motivatie. Als je vraagt aan jongeren van wie het afhangt dat ze al dan niet hebben doorgezet op de middelbare school, valt vaak de naam van een leerkracht. Meestal in de positieve zin, maar soms ook in de negatieve. Dat laatste is een spijtige zaak.”

Voor Tessa (24) liep het onder andere mis omdat van haar net te weinig verwacht werd. Op haar vierde kwam ze al terecht in een internaat voor jongeren met een moeilijke thuissituatie en leerproblemen. Een beslissing van de jeugdrechter. “Mijn moeder was aan de drugs en de alcohol. Mijn vader keek niet naar mij om. Ik werd onder voogdij van een jeugdrechter geplaatst, die over mij beslsite zonder mij echt te kennen. In het BUSO ben ikelemaal afgehaakt, omdat ik wist dat ik meer in mijn mars had.”

“Zelfs de leerkrachten zeiden tegen mij: ‘Jij zit hier niet op je plaats.’ Elk jaar vroeg ik of ik het eens in een gewone school mocht proberen, maar er werd niet naar mij geluisterd. Ik ben een paar keer weggelopen van internaat, waardoor ik in een jeugdinstelling terecht kwam. Dat heeft de mensen even wakker geschud, maar uiteindelijk is er niets veranderd.”

Voldoende hoge verwachtingen zijn volgens De Witte net cruciaal om leerlingen te motiveren. “Als leerkrachten hoge verwachtingen stellen, gaan leerlingen ook beter presteren en meer in zichzelf geloven. Individuele leerkrachten kunnen in die zin een grote invloed hebben: in bepaalde klassen zien we een veel grotere uitval dan in andere klassen. Daar is zeker nog ruimte voor verbetering, waarbij die leraar het belang moet inzien van vroegtijdige schooluitval en het verhinderen daarvan.”

Begeleiding en mentorschap

Zowel Chakouh als De Witte noemen een lastige thuissituatie als een belangrijke factor. Neem Enio (21). Hij stopte op zijn negentiende nadat hij hoorde dat hij zijn jaar moest overdoen. Al ging hij graag naar school, zijn resultaten weerspiegelden dat niet. Hij kon maar moeilijk overweg met zijn stiefmoeder en werd een paar keer uit huis gezet door zijn vader. “Daar heb ik zwaar onder geleden en dat was ook te zien aan mijn punten.”

Het begrip van de leerkrachten raakte al snel op, vertelt Enio, hoewel zijn problemen bleven duren. “Na een tijd zeiden de leerkrachten dat ik me had moeten aanpassen aan de situatie. Dat was voor mij moeilijk. Ik was ondertussen al wel gewend aan de miserie thuis, maar jezelf daaraan aanpassen, is toch een ander verhaal.”

Chakouh: “Er is een reden waarom leerlingen in het middelbaar onderwijs nog niet als ‘volwassen’ bestempeld worden. Jongeren hebben het soms nog nodig dat je hen verder helpt. Ze hebben nog begeleiding nodig om weloverwogen beslissingen te nemen.” De bedoeling daarbij is niet om de leerling te bemoederen, maar om hen op zo’n manier te activeren, dat je hen op weg helpt naar een zelfstandigheid. Dat kan rechtstreeks of door aan het welbevinden van de leerling te werken. “Iedereen is te activeren, je moet alleen weten op welke knopjes je moet drukken.”

Kostprijs: 4,2 miljard

De Witte heeft het over gedeelde verantwoordelijkheid: “De overheid en de school kunnen nog zo hard hun best doen, als de jongere zelf niet mee wil, dan houdt het op natuurlijk. Maar de overheid en de scholen moeten wel zorgen voor een kader dat de juiste prikkels en ondersteuning biedt.”

Concreet kan dat volgens De Witte in de vorm van betere persoonlijke begeleiding. “Daar blijven nog te veel kansen liggen. Er is nood aan mentorschap waarbij jongeren zich meer op hun gemak gaan voelen. Dat zijn natuurlijk redelijk dure interventies, maar ze zijn ook zeer doeltreffend. Het laaghangende fruit is intussen geplukt: om ook de moeilijkere leerlingen aan boord te krijgen, is een andere aanpak nodig en dat kost uiteraard geld.”

Maar een hoog percentage vroegtijdige schoolverlaters is een nog grotere kost voor de maatschappij. De Witte: “Volgens schattingen komt de jaarlijkse economische kost op ongeveer 4,2 miljard voor België alleen al. Dat komt onder andere door een combinatie van verhoogde sociale zekerheidsuitgaven en gemiste belastinginkomsten voor de staat.”

Het belang van een diploma

Zowel Tessa, Enio, Laura als Milad beslisten op een bepaald moment dat ze alsnog hun diploma wilden halen. Voor Enio staat die ambitie voorlopig even on hold, omdat de opleiding moeilijk te combineren was met zijn job. “Maar iets in mij wil toch nog minstens een middelbaar diploma halen, aangezien dat volgens mij wel iets belangrijk is in onze maatschappij.”

De andere drie jongeren volgen op dit moment Toekomstonderwijs. Laura ondervond op de werkvloer pas hoe belangrijk een diploma secundair onderwijs is. “Ik had het gevoel dat ik drie keer zo hard moest werken als de mensen die wel een diploma hadden en veel meer verdienden. Na een tijdje pikte ik dat niet meer. Ik dacht, oké, als jullie dat papier willen zien, zal ik het wel halen.’

De Witte wijst naast de maatschappelijke kost van schooluitval, ook op het belang van een diploma voor het individu. “Jongeren die vroegtijdig de schoolbanken verlaten, komen vaker in de werkloosheid terecht, hebben een grotere kans om in de armoede terecht te komen, ze krijgen over het algemeen lagere lonen, werken vaker deeltijds, hebben een lagere levensverwachting enzovoort.”

Chakouh: “Tegen de mensen die niet overtuigd zijn van het belang van een diploma, zeg ik altijd: “Da papierke is belangrijk. Daarna heb je alle vrijheid, maar dat moet je hebben. Ga maar eens kijken naar de vacatures op de website van de VDAB. Bij de meeste vacatures is een diploma secundair onderwijs de minimumvereiste. Ook al kan je hard werken, als je iets wil bereiken, moet je jezelf zoveel mogelijk onderscheiden. Een diploma secundair onderwijs is daarin de eerste stap.”

Pact 2020: de cijfers

In het kader van PACT 2020 stelde Vlaanderen zichzelf tot doel om de vroegtijdige schooluitval te halveren van 8,5 procent in 2009 tot 4,25 procent in 2020. Volgens de meest recente EAK-peiling (Enquête naar de Arbeidskrachten) in 2016 bedroeg het percentage vroegtijdige schoolverlaters in Vlaanderen toen nog 6,8 procent. Om haar doel te halen in 2020, moet de Vlaamse regering die curve nog serieus neerwaarts zien te buigen. EAK is een driemaandelijkse enquête naar arbeidskrachten, uitgevoerd door de federale overheid en het Europese EUROSTAT.

Uit een enquête van Dove blijkt dat maar liefst 69 procent vrouwen en 65 procent meisjes tussen de 8 en 16 jaar een laag zelfbeeld heeft. Dit is te wijten aan de invloed van sociale media, reclame en de constante druk die wordt uitgeoefend om te voldoen aan onrealistische schoonheidsidealen. Hoewel enkele jonge meisjes hier verandering in willen brengen, zijn de gevolgen van social media soms pijnlijk hard.

Matti Verbeeck is een jonge studente en fashionblogger. Zelf kampt ze al jaren met zelfacceptatie en zelfvertrouwen. Uiteindelijk besloot ze om te starten met de hashtag #elklijfeenschoonlijf. In een filmpje op haar Youtube kanaal legt ze uit waarom ze met die hashtag begon: ‘Ik vond op Instagram geen enkel meisje waarmee ik mij kon associëren,’ vertelt de jonge Antwerpse. ‘Het lijkt wel alsof iedereen hetzelfde standaard lichaam heeft: platte buik, geen al te groot gat en mooie borsten. Ik heb niets tegen die vrouwen, maar ik voelde zelf een leegte.’Dat haar hashtag werkt, blijkt uit de 250 meisjes en jongens die al foto’s plaatsten van hun lichaam en het verhaal dat erachter schuilt.

Body positive

Ook body positive probeert ons een beter zelfbeeld te geven. De term dook voor het eerst op in de jaren ‘90. Bijna 20 jaar later is body positive relevanter dan ooit. Sterker nog, het is een echte trend op sociale media. Wie op Instagram de hashtag bodypositive opzoekt, vindt meer dan vier miljoen berichten. En dat is de grote merken ook niet ontgaan. In 2016 heeft Ashley Graham als eerste ‘plussize’ model ooit op de cover gestaan van de badpak editie van Sports Illustrated (een gerenommeerd mannenblad). In datzelfde jaar lanceerde ook Barbie drie nieuwe poppen met drie verschillende lichamen: tall, curvy, petite.

Donkere keerzijde

Toch zijn er nog teveel jongeren op wie social media, en dan vooral Instagram, een negatief effect hebben. Ook de 16-jarige Amelie kan erover meespreken. Doordat ze zichzelf  intensief begon te vergelijken met meisjes op Instagram, kreeg ze anorexia nervosa. Onbewust hadden die foto’s een invloed op haar zelfvertrouwen. Ze begon bewust haar eetlust te onderdrukken en veel te sporten. De spiegel werd haar aartsvijand, ze zag alleen imperfecties, onvolmaaktheden en dingen die beter moesten. Hoe vaak ze ook sportte, hoe mager ze ook werd, in haar ogen bleef ze nog altijd te dik.

Daarbovenop kreeg Amelie problemen met haar ouders. In Amelie’s ogen had ze complete controle over haar lichaam terwijl haar vrienden en familie dachten van niet. Ze waren bezorgd maar beseften niet dat het zo uit te hand liep. De school van Amelie had ook door dat ze er ongezond mager uitzag en nam contact op met de ouders om professionele hulp te zoeken voor Amelie. Kort nadien werd ze opgenomen in een speciaal ziekenhuis waar ze vijf maanden verbleef. Ze kreeg de nodige hulp en medicatie, die ze nog steeds twee keer per dag inneemt.

Doordat ze niet naar buiten kon gaan, niet bij haar vriendinnen kon zijn en niet kon gaan feesten werd ze depressief. Met haar lichaam had ze een voldaan gevoel omdat ze eindelijk dacht dat ze iets goed had gedaan. Door de vele hulp die haar uiteindelijk heeft geholpen staat ze nu positiever in het leven en zit ze terug thuis. Ze vindt jezelf accepteren een fundamentele waarde die elk meisje zou moeten hebben. Ze wil jonge meisjes ook vertellen dat ze zich niet moeten vergelijken met andere meisjes.  Er is niets mis met sporten en gezonder eten om een gezondere lifestyle te hebben maar je moet er niet te ver ingaan.  Je hoeft helemaal niets te veranderen aan jouw lichaam maar je kan gewoon gelukkig zijn met wie je bent.

Alle getuigenissen in deze tekst hebben een fictieve naam gekregen.

De Kapellenaar Mathieu van der Poel heeft tijdens de Sluitingsprijs in Oostmalle zijn 32ste overwinning van het seizoen geboekt. Daarmee evenaart hij het record van Roland Liboton. Voor Klaas Vantornout, Rob Peeters en Joeri Adams was de Sluitingsprijs niet alleen de laatste wedstrijd van het seizoen. Het trio sloot in Oostmalle ook hun veldritcarrière af.

Begin deze maand organiseerde de J100, een groep van Antwerpse jeugdorganisaties, samen met buurtjongeren een wijkwandeling door Antwerpen-Noord. Op zaterdag 10 maart volgt er één op het Kiel. “Het doel van J100 en de wandelingen is om verschillende mensen bij elkaar te brengen”, vertelt Nisrin Ouladali, jeugdmedewerker bij Kras Jeugdwerk.  

Tijdens de wandeling trokken we van knooppunt naar knooppunt, naar verschillende plekken waar jongeren terechtkunnen voor hulp of amusement. “De ambitie is om verschillende mensen bij elkaar te krijgen, rond dezelfde doelen”, legt Nisrin Ouladali, jeugdmedewerker bij Kras Jeugdwerk, uit.   

“J100 is ontstaan uit 22 organisaties in Antwerpen. Jongeren tussen 16 en 25 jaar komen maandelijks samen. Dat om diverse thema’s, waar ze het moeilijk mee hebben, te bespreken. Bijvoorbeeld werk, de politie, de media”, vertelt Margot Van Look, projectmedewerker voor de J100. “De wandeling werd georganiseerd door de 20-tal organisaties van J100, in samenwerking met jongeren uit de buurt.”  

De wandeling begon aan het Stuivenbergplein. Daar legden jongeren uit hoe de verandering van het plein ervoor gezorgd heeft dat mensen daar anders begonnen om te gaan met de omgeving. Ook bezochten de deelnemers de moskee Al Moslimine in de Jan Palfijnstraat. Daar werd meer uitleg gegeven over de werking van de moskee, wat er goed loopt en waar een betere samenwerking tussen organisaties mogelijk is.   

Vervolgens bezochten we nog diverse organisaties, zoals Kras Jeugdwerk, Steunpunt Noord. “Veel allochtone ouders kunnen niet altijd veel voor hun kinderen doen. Door hier te zijn, kunnen we allerlei dingen doen die anders niet mogelijk zouden zijn”, legt de 16-jarige Mahawa Keita uit. “Via Kras vond ik een plek om op mijn gemak te zijn en me geen zorgen te moeten maken over andere dingen.”   

Tijdens de wandeling kregen deelnemers een zicht op hoe organisaties met elkaar samenwerken voor een sterkere buurt. Met meer kansen voor hun inwoners, en dan zeker jongeren.   

“Er moet meer met jongeren gesproken worden dan over hen”

Meer luisteren dan praten

Tussen de verschillende locaties werd aangehaald hoe er soms gebrek is aan dialogen – tussen verschillende bevolkingsgroepen, maar ook tussen jonge en oude generaties. “Het doel is ook om een dialoog te starten tussen die generaties. Dat het van een ‘wij-zij-verhaal’ naar een ‘wij-verhaal’ gaat, en dat we één grote gemeenschap worden”, kaart Ouladali aan.    

Jamal Elbouchali, opbouwwerker bij Samen Op Straat, legt uit: “Er moet meer met jongeren gesproken worden dan over hen.” Van Look vertelt: “Doordat J100 bestaat, komen we ook in contact met verschillende buurtorganisaties, waarvan we het bestaan misschien niet wisten.”    

Meer informatie over J100 en de wijkwandeling vind je op http://jesantwerpen.be/uncategorized/j100/. De volgende vindt plaats aan ‘t Kiel op 10 maart.   

Op 17 februari heeft de Chinese gemeenschap in Antwerpen het Chinees Nieuwjaar gevierd. Honderden mensen kwamen naar het De Coninckplein om het jaar van de hond te vieren. Naast de gebruikelijke draken- en leeuwendans was er ook veel rood in het straatbeeld en konden toeschouwers niet ontsnappen aan het traditionele vuurwerk. 

Door de werken aan de nieuwe Noorderlijn komt ter hoogte van de werfsite Kipdorp het Spaanse verleden van Antwerpen letterlijk naar boven. De pers kreeg op 8 februari een rondleiding langs de Spaanse stadsomwalling uit de 16de eeuw en de plek waar vroeger de oude stadsgracht lag. Op zaterdag 10 en zondag 11 kunnen ook de Antwerpenaren de unieke geleide wandeling beleven. 

Op vrijdag 26 januari vond in cultureel ontmoetingscentrum Costa in Sint-Andries de eerste voorstelling van de maandelijkse reeks Naakte Aap plaats. Jelle en Clara Cleymans stonden met een minimalistische akoestische set op het podium, vergezeld van Clara’s man Jo Mahieu.

Het eerste deel van de voorstelling bestond uit nummers die de artiesten zelf hadden gekozen, gaande van jazz en kleinkunstcovers tot eigen werk. Tijdens de pauze kreeg het publiek de kans om via briefjes te beslissen over het verloop van het tweede deel. Ze vroegen verzoeknummers aan en stelden persoonlijke vragen aan de artiesten. Je kon het zo gek niet bedenken of het werd opgeschreven en beantwoord.

Die aanpak zorgde voor een heel persoonlijke voorstelling in een losse sfeer met verrassende wendingen. Zo zochten de artiesten ter plekke teksten en akkoorden op om ze dan onmiddellijk live te brengen. Op die manier leerde het publiek dat er in Sint Andries eigenlijk nog altijd geen “goeie warme bakker” te vinden is. Toen Riet Muylaert alias Jacko Bond in het publiek gespot werd, moest ze op aanvraag van het publiek een duet zingen met Jelle Cleymans. Daarnaast trakteerden de artiesten het publiek ook op grappige anekdotes uit hun leven en jeugd.

De volgende editie van ‘Naakte Aap’ vindt plaats op vrijdag 23 februari. Slongs en Raymond van het Groenewoud zijn dan de gasten.

Hoe voelt het om als niet-begeleide minderjarige vluchteling in ons land aan te komen? Reporter Jef Cauwenberghs zocht verschillende jongeren op. Deel 2: drieling Alex, Ali en Hassan (18) uit Libanon.

Met het knetterend haardvuur op de achtergrond plaveien Alex, Ali en Hassan zich op de sofa van hun oom Mohamed. De Libanese drieling heeft er net een etentje met hun andere oom opzitten. Iets meer dan twee jaar geleden ontvluchtten Alex en Hassan thuisland Libanon na dreiging van Hezbollah.

“We moesten met het handbalteam van onze school een toernooi in Italië spelen. Op een ochtend zijn we weggeslopen uit het hotel en hebben we in Rome de trein genomen richting Frankrijk. Zo zijn we uiteindelijk in België terechtgekomen”, vertelt Alex.

Derde broer Ali, die op dat moment op een andere school zat, kon een jaar later pas via een soortgelijke truc aansluiten. Hij liep deze zomer weg, toen zijn voetbalploeg een internationaal toernooi in Parijs moest spelen.

Alex en Hassan werden vrijwel meteen bij oom Mohamed en zijn vrouw, die hier al twaalf jaar wonen, opgenomen als pleegkinderen. “Ik ben echt blij dat we bij onze oom in een pleeggezin terecht zijn gekomen”, zegt Alex. “Bij ons in de OKAN-klas zat een jongen die in een opvangcentrum verbleef. Daar hebben ze weinig vrijheden en veel strikte regeltjes. Hier zijn we haast regelloos”, grinnikt Hassan, terwijl pleegouder Mohamed hem fronsend aankijkt.

“Ons leven is hier vrij normaal”, vult Alex aan. “We hebben elk onze eigen kamer en zijn niet gebonden aan een avondklok.”

“Een diploma halen is op dit moment onze prioriteit”

Voor Ali was de aansluiting met zijn broers belangrijk. “Als drieling zijn we erg gehecht aan elkaar. Ik had het bijzonder zwaar om niet bij hen te zijn. Ik werd er zelfs agressief van.”

De drieling belt ook elke dag met hun moeder die nog steeds in Libanon zit. “Dat we ons best op school moeten doen, pepert zo ons altijd in”, vertelt Alex die samen met Hassan in het 5de jaar Wetenschappen-Wiskunde zit. “Een diploma halen is op dit moment prioriteit.”

“Toch is ver vooruit dromen moeilijk. We hebben enkele maanden geleden ons tweede interview gehad en wachten op een beslissing”, zucht Alex.

“Mentaal is dat slopend”, pikt Hassan in. “We hebben het hier goed, maar zijn bang voor een negatief verdict dat er een einde aan maakt. De stress is enorm. Het is alsof onze toekomst voor onbepaalde duur uitgesteld wordt.”

“Gelukkig hebben we elkaar. We praten vaak met elkaar over alles wat ons dwars zit. Een psycholoog is niet nodig. Oom Mohamed is onze psycholoog.”

Sommige namen zijn omwille van procedures of veiligheid van familie gefingeerd.

Het jaar is weer bijna voorbij en dat betekent traditioneel ook het einde van het cruiseseizoen in Antwerpen. Na 29 zeecruiseaanlopen sloot het cruiseschip MS Black Watch van de Britse rederij Fred. Olsen Cruise Lines het seizoen af in de Scheldestad tijdens een kerstcruise.

Na vijf jaar lag het cruiseschip MS Black Watch van de Britse rederij Fred. Olsen Cruise Lines op 19 en 20 december 2017 opnieuw aangemeerd in Antwerpen. Het schip bezocht de stad tijdens de laatste kerstcruise voor dit jaar en sloot daarmee ook het cruiseseizoen van 2017 in de Scheldestad af. Het was één van drie kerstcruises die naar de stad kwamen tijdens de maand december.

In totaal mocht Antwerpen dit jaar zeventien verschillende zeecruiseschepen ontvangen die in totaal 29 aanlopen hebben gedaan. Dat is een stijging van zeven aanlopen tegenover vorig jaar. Wat opvalt is dat het aantal ligdagen in verhouding tot vorig jaar veel hoger lag: 42 in totaal. Dat komt omdat verschillende rederijen ervoor kozen om hun schepen te laten overnachten in de stad. Zo kunnen de passagiers ook kennismaken met de sfeer in de stad na zonsondergang, iets wat de Stad Antwerpen actief promoot bij de rederijen. Het cruiseseizoen van 2017 bracht in totaal iets meer dan 27.000 passagiers naar de Scheldestad.

Vooruitzichten voor 2018

Ook voor 2018 ziet het ernaar uit dat het een goed cruiseseizoen zal worden. Momenteel staan er al 25 aanlopen van zeecruiseschepen gepland en daar kunnen er nog altijd bijkomen. Net als dit jaar worden er ook in 2018 verschillende ‘maiden calls’ verwacht. Dat zijn schepen die voor de allereerste keer naar Antwerpen komen.

Wie al wil weten welke schepen er exact gaan langskomen kan de voorlopige lijst met cruiseaanlopen hier terugvinden: Cruises Antwerpen 2018.

MS Black Watch: oldtimer met flair

MS Black Watch werd in 1972 gebouwd als MS Royal Viking Star bij de Finse scheepswerf Wärtsilä Helsinki Shipyard als één van drie bijna identieke zusterschepen voor Royal Viking Line. Die rederij ging uiteindelijk failliet en de schepen werden verdeeld onder verschillende rederijen. De Britse rederij Fred. Olsen Cruise Lines kocht uiteindelijk twee van de drie schepen en herdoopte ze tot MS Black Watch en MS Boudicca. MS Boudicca lag begin 2017 nog aangemeerd in Antwerpen en nu was het de beurt aan MS Black Watch.

Ondanks de hoge leeftijd van het schip blijft MS Black Watch het favoriete schip van de rederij onder de passagiers. Eind vorig jaar kreeg het een volledige make-over tijdens een droogdokperiode. Onder andere de lounge en het restaurant kregen een grondige opknapbeurt. Aan boord bevinden zich ook verschillende bars met aansluitende lounges, waarvan er één zeer smaakvol werd ingericht met maritieme afbeeldingen en scheepsmodellen. Als enige schip van de vloot bevindt er zich ook een cinemazaal aan boord. MS Black Watch mag dan wel al wat ouder zijn, afgeschreven is ze zeer duidelijk nog lang niet.

Op woensdag 13 december verzamelden zo’n 2500 betogers aan Kunst-Wet in Brussel om staatssecretaris Theo Francken (N-VA) aan te sporen om het huidige migratiebeleid aan te passen. Diverse actiegroepen sloegen de handen in elkaar onder de hashtag #InMyName. Voordien deden ze al acties door in verschillende Belgische steden posters te verspreiden.

Om 17u stonden er uiteenlopende mensen in de mars: sympathisanten, mensen van Broederlijk Delen en 11.11.11. en een kleine fanfare. “Laten we aan alle politici horen hoe belangrijk dit voor ons is”, luidde het.

Voor het protest werden er reddingsdekens uitgedeeld en werd er aan iedereen gevraagd om een meterslange lijst vast te houden. Daarop stond het aantal asielaanvragen.

Van #NotInMyName naar #InMyName

Een maand geleden vond je over heel Brussel verschillende posters onder de hashtag #NotInMyName. Daarmee haalden de actievoerders uit naar het huidige migratiebeleid “en hoe mensen er niet achter staan”.

In november kwamen de actievoerders met de actie #InMyName. Daarin sporen ze mensen aan om mee te vechten voor een rechtvaardig beleid. In verschillende steden over heel België kon men deurhangers en posters vinden. Daarop het advies hoe je als individu een verschil kan maken.