www.shutterstock.de
reacties (0)

Fake news en samenzweringstheorieën veroorzaken mee belangrijke politieke en economische gebeurtenissen. Dankzij sociale media vinden ze razendsnel hun weg naar de hele wereld. Reguliere media kunnen hierbij alleen maar achterop lopen en hopen dat ze met factchecking de meubelen nog kunnen redden.  Nochtans is fake news geen nieuw fenomeen.  Dat toont ook de tentoonstelling Fact or Fake in het Duitse Lichtenau aan: fake news is er gewoon altijd geweest.

Een voormalig klooster in Lichtenau, een slaperig stadje in noord-oost Duitsland, herbergt een indrukwekkende collectie nepnieuws. Sinds 18 mei loopt hier de expo ‘Samenzweringstheorieën - vroeger en vandaag”, die is opgezet rond samenzweringstheorieёn en echte complotten, desinformatie en fake news, vervalsingen en industriële spionage, mystiek en pseudo-wetenschappelijke kennisoverdracht.

© Andreas Lechtape, Münster

“Kloosters en religieuze gemeenschappen zijn al honderden jaren het doelwit van complottheorieën,” zegt museumdirecteur Ingo Grabowsky. “Zo had je de situatie tussen de Tempeliers en de jezuïeten waarbij 2000 tempeliers werden veroordeeld voor duivelaanbidding om hun bezittingen te bemachtigen. Of de angst van de nationaal-socialisten voor mogelijk verzet vanuit Rome, het centrum van de katholieke kerk. De tentoonstelling wil laten zien hoe complottheorieën ontstaan en gebruikt worden. We willen het publiek bewust maken van de theorieën in het verleden en attent te maken op hun effecten.”

© Axel Thünker - Haus der Geschichte, Bonn

Dág complottheorie

De stukken in de tentoonstelling zijn niet zomaar een bijeenraapsel van wat conspiracytheorists nog in huis hadden liggen. Een van de meest indrukwekkende stukken is een verkleurde motor van een van de liften uit de WTC-torens, die in 2001 ineenstortten na een aanslag door Al-Qaida. Onmiddellijk na de instorting van de torens wemelde het online al van de complottheorieën. Achttien jaar later circuleren nog steeds de gekste complotten– als zou de Amerikaanse overheid zélf achter de aanslagen gezeten hebben, om de invasies in Irak te kunnen verantwoorden aan het grote publiek. Of dat er helemaal geen vliegtuigen in de torens werden geboord, maar dat er gesjoemeld werd met de apparatuur in de gebouwen, waardoor er brand ontstond, een inside job, dus. De liftmotoren tonen aan dat de brandende kerosine van de vliegtuigen een weg vonden door de liftschachten van de toren. Hierdoor kon het vuur zich snel en ver verspreiden in het gebouw. Dág complottheorie.

Dág Trotski

Verderop hangt een een zwartwit-foto van de eerste leider van de Sovjet-Unie Lenin, die zijn troepen aanspreekt in Moskou. Het origineel ziet er echter anders uit: daar staat naast Lenin collega-communist Leon Trotski te blinken. Op bevel van Stalin, Lenins opvolger, werd Trotski echter achteraf vakkundig uit het tafereel gewist. Trotsky leidde in 1920 namelijk een mislukt verzet tegen de opkomst en het beleid van Stalin. Na diens machtsovername verklaarde hij Trotski vijand van de staat en wiste hem uit de Sovjetgeschiedenis. Een geschilderde versie van de foto hangt er naast. In de Sovjetkleuren rood en geel, maar zonder Trotski.

Het is bijna ironisch te noemen dat een land Duitsland het enige Europese land is waarin het verspreiden van nepnieuws sinds kort illegaal is. In de donkerste pagina’s uit de Duitse geschiedenis speelt het verspreiden van foute informatie en complottheorieën namelijk een hoofdrol. Miljoenen mensen lieten het leven op basis van onwaarheden verspreid door het nazi-regime. In Berlijn huisden geheime diensten tijdens de Koude Oorlog, van zowel de Russen als de Amerikanen. Zij hadden als belangrijkste taak propaganda, misinformatie en schadelijke informatie te verspreiden. Vandaag schrijft de wet Netzwerkdurchsetzungsgesetz (NetzDG) sinds 1 januari 2019 voor dat berichten op sociale-mediasites die aanzetten tot haat, nepnieuws en illegaal materiaal, verwijderd moeten worden. De boetes kunnen oplopen tot 50 miljoen euro. De expo in Lichtenau toont de bezoeker een geraffineerd en fijnmazig netwerk van leugens en complotten, geschoeid op een politieke leest.

Zeg niet fake news, maar misinformatie

De term fake news is alomtegenwoordig, maar volgens onderzoekers gebruiken we die beter niet: het zou te veel verwarring oproepen en een te sterke connectie maken met nieuws op zich. Academici verkiezen daarom de termen misinformatie en desinformatie. “Nieuws kan per definitie niet fout zijn,” zegt Sarah van Leuven, directeur van het Center for Journalism Studies van de Universiteit Gent. “Misinformatie betekent dat fouten in het nieuws soms onbewust verspreid worden. Een journalist die informatie foutief overneemt, een verkeerde vertaling, een persbericht dat niet goed gecontroleerd werd, … Terwijl het bij desinformatie – fake news dus - wél de bedoeling is om het publiek en de media te misleiden. Hier gaat het om gefabriceerde verhalen die niet op feiten gebaseerd zijn. Die verhalen worden verspreid voor politieke of commerciële doelen.” Volgens Van Leuven moeten we de term fake news zo weinig mogelijk gebruiken. “Men zet de term vaak ook in om journalisten of nieuwsorganisaties in diskrediet te brengen. Op die manier wordt de term met de media geassocieerd, terwijl hij daar geen betrekking op heeft. Fake news betreft vooral berichten om kliks en inkomsten te genereren, of het zijn politieke berichten om politici in een slecht daglicht te brengen.”

Geen groot probleem in België

Volgens een onderzoek van de Universiteit van Oxford in 2017, werd tijdens de Duitse Bundesdagverkiezingen en Franse presidentsverkiezingen respectievelijk 25 en 33 procent van de politieke informatie op Twitter bestempeld als foutief of misleidend. In de VS was dat zelfs 50 procent. Het onderzoek besluit dat dit kan leiden tot informatieongelijkheid, waarbij een deel van de bevolking onvoldoende of fout geïnformeerd wordt over politiek.

Welke invloed oefent fake news uit op de Belgische journalisten? “Voor Belgische journalisten is de misinformatie het grootste probleem,” zegt Van Leuven. “Ze kennen een hoge werkdruk, en hebben weinig tijd om feiten grondig te controleren, waardoor er wel eens fouten in de berichtgeving sluipen. Fake news is voorlopig in België nog een marginaal fenomeen. Zeker in de aanloop naar de verkiezingen van mei 2019 was er bezorgdheid dat er valse verhalen zouden opduiken. Maar voorlopig heb ik daar nog niets van opgevangen. Er zijn wel een aantal gevallen van desinformatie bekend uit de lifestyle nieuwssector. Een foto van Evi Hanssen waarop ze te zien is met een blauw oog, bleek gemanipuleerd te zijn zonder haar toestemming om reclame te maken voor een antirimpelcrème. Ex-wielrenner Eddy Planckaert zou rijk geworden zijn door de handel in Bitcoins, maar ook dat was volledig verzonnen. Gelukkig gaat het in België niet verder dan dat. Dit zijn gefabriceerde berichten, gefabriceerd om kliks – en dus inkomsten - te genereren.”

© Wikipedia

Toch slaagde Vlaams Belang er een maand geleden in om mensen op het verkeerde spoor te zetten tijdens een actie in Borgerhout. Vlaams Belang coryfee Filip De Winter plakte er in het bijzijn van aanhangers een affiche van zijn partij over het naambord van een café op de Turnoutsebaan in Antwerpen. Zijn verklaring was dat het café een Arabische naam droeg. Achteraf bleek dat niet het geval te zijn. Sterker nog, Vlaams Belang had het bord met de Arabische naam zélf aan het café gehangen.

Gedeelde verantwoordelijkheid

Het Reuters Instituut voor media-onderzoek in de Engelse stad Oxford bracht de belangrijkste fake nieuwssites in Europa in kaart. Het onderzoek belicht vooral Frankrijk en Italië. Daar kunnen mensen goed het onderscheid maken tussen websites met fake news en echte nieuwssites. Het probleem is echter groter met berichten van valse nieuwssites op sociale media als Facebook: daar maken mensen al veel minder snel het verschil. Vooral in Frankrijk blijken mensen evenveel op valse nieuwsberichten te klikken als op echte.  

Volgens Sarah Van Leuven is het opsporen van misinformatie een gedeelde verantwoordelijkheid: “De verantwoordelijkheid wordt gemakkelijk bij de gebruiker gelegd. Die moet mediawijzer worden en alert zijn voor valse berichten. En het is goed dat daar aandacht aan besteed wordt, maar de platformen zélf hebben ook een verantwoordelijkheid: zij helpen deze berichten mee te verspreiden, waardoor ze viraal gaan. Ook de makers van valse nieuwsberichten zijn verantwoordelijk. Daar weten we heel weinig over: wie zit daarachter? Hoe worden die berichten gelanceerd, wat is de bedoeling ervan?”

Alleen zo kunnen we makers en verspreiders van fake news ter orde kunnen roepen. “Er zijn vereende inspanningen van sociale media platformen, nationale overheden en internationale overheden nodig, die gezamenlijk maatregelen uitstippelen om de productie van fake news aan banden te leggen.”

Deepfake

Maar de digitale evolutie staat nooit stil. Als fake news al moeilijk te detecteren valt, dan is dat bij het zogenaamde deepfake bijna onmogelijk. Deepfake is een samentrekking van deep learning en fake news en bestaat uit software die gebaseerd is op kunstmatige intelligentie waarmee je iemand dingen kunt laten zeggen of doen die hij of zij in werkelijkheid nooit gezegd of gedaan heeft. De technologie roept veel vragen op over de mogelijke gevaren voor de journalistiek, democratie en het idee van wat echt en fake is in het algemeen. Voorlopig wordt de methode nog niet gebruikt voor politieke of commerciële doeleinden, maar volgens experts is dat slechts een kwestie van tijd.  

Zijn we in België voorbereid op de gevolgen van deze nieuwe ontwikkelingen? Sarah Van Leuven vreest van niet. ”Het Belgische nieuwslandschap is vrij verdeeld. De Nederlandstalige en Franstalige mediagroepen werken naast elkaar, met relatief kleine redacties -  zeker  als je dat vergelijkt met nieuwsorganisaties als de BBC of de New York Times. Dat zijn grote bedrijven, die mensen kunnen inzetten om fulltime aan factchecking te doen. Voor de journalisten op Vlaamse redacties is dat niet realistisch. Mochten er nu valse berichten binnenkomen op Vlaamse redacties, zeker als het gemanipuleerd audio- en videomateriaal zijn, wordt het zeer moeilijk om zich daartegen te wapenen. Anderzijds zijn Vlaamse mediagroepen zich internationaal aan het verankeren. Een factcheckingcel kan op die manier verschillende redacties mee aansturen. Maar momenteel lopen onze redacties potentieel gevaar omdat ze onvoldoende middelen hebben om deepfake te herkennen en uit de nieuwsstroom te filteren.”

© LWL/Stiftung Kloster Dalheim

Factchecking

Als fake news een tandje bijsteekt, dan doen factcheckingorganisaties dat ook. Factchecking bestaat natuurlijk al veel langer dan vandaag. Het is de essentie van kwaliteitsjournalistiek. Uitspraken, cijfers, citaten: bij grote kwaliteitsmedia gaat alles door de fatchecking scanner. De redactie van het Amerikaanse tijdschrijft The New Yorker heeft een aparte factchecking-redactie van 21 mensen, die dag in dag uit de verhalen die de journalisten insturen, onderzoeken. Voor Vlaamse media is zoiets ondenkbaar - en vooral onhaalbaar.

Vorig jaar kondigde de federale regering een nieuw factcheckfonds aan, dat dit jaar van start zou gaan en deel uitmaakte van de begrotingswet 2019. Die wet werd door de val van de regering niet meer goedgekeurd door het Parlement. Bijgevolg is er geen wettelijke basis voor de oprichting van het fonds. Na de val van de regering is dat plan echter in het water gevallen. Sarah Van Leuven vindt dat jammer:  “Omdat daar ook universiteiten en wetenschappers bij betrokken waren. Zij zouden onderzoek doen naar het fenomeen waardoor er gerichte maatregelen genomen zouden kunnen worden.”

Maar dat wil niet zeggen dat hier in België geen initiatieven worden genomen. “Het Vlaams Journalistiek Fonds (een samenwerking opgericht door Minister van Media Sven Gatz tussen Journalismfund.eu, de Vlaamse Vereniging van Journalisten en de Vlaamse Overheid om journalistieke projecten te ondersteunen, n.v.d.r.) financiert de website factcheck.vlaanderen,” zegt Van Leuven. “Die gebruikt artificiële intelligentie en software om desinformatie op te sporen. Factcheckers checken de stukken op authenticiteit. De methode die ze daarvoor gebruiken is gebaseerd op een systeem van de Universiteit van Antwerpen (UA), maar heeft hetzelfde doel voor ogen: met zelflerende technologie uitspraken uit teksten selecteren om te factchecken. Dat doet de slimme software op basis van de woorden uit het artikel. De software zit momenteel nog in volle ontwikkelingsfase. We hopen op goede resultaten, zodat redacties ze op termijn kunnen implementeren.”

Wie checkt de checker?

Factchecking is cruciaal voor kwaliteitsjournalistiek, maar hoe zeker kunnen we zijn van deze initiatieven? Wie kan verzekeren dat factcheckingsites geen andere agenda hebben en  misinformatie verspreiden in plaats van ze te detecteren? Van Leuven: “Factcheckingsites worden zeker nog niet systematisch gecontroleerd. Heel vaak zijn het kleinschalige initiatieven, opgericht door een of twee mensen, met weinig controle. Factcheck.Vlaanderen wordt gesubsidieerd door het Vlaams Journalistiek Fonds, daar zit wel een serieuze inhoudelijke controle op. Maar evengoed is er die man uit Limburg die zijn eigen software en site ontwikkelde, waarmee hij internationaal fake news checkt. Vanuit de overheid zijn er vooralsnog geen maatregelen om dergelijke eenmansinitiatieven te controleren. Overheden worstelen serieus met de vraag hoe factcheckingitiatieven gemonitord of ondersteund kunnen worden.”

vorige volgende

Reacties

Plaats een reactie