© Pixabay
reacties (0)

Psychisch ziek zijn, het is geen lachertje. Dat weet Lieve Theberath (41) als geen ander. Lieve heeft bipolariteit, maar zit momenteel in een stabiele periode. “Bipolariteit is echt shit hé, geloof me. Maar het heeft ook positieve kanten.” Met die positieve kijk probeert Lieve andere mensen te inspireren, en het taboe rond psychische problemen te doorbreken.

“Bipolariteit is hetzelfde als een manische depressie. Ofwel ben je heel levenslustig en gaat alles met 200 kilometer per uur. Ofwel ben je levensmoe en kun je niet uit je bed komen. Nu is het meer aanvaardbaar om te zeggen dat ik bipolair ben, vroeger niet. Vroeger dachten ze gewoon dat ik stout was en slecht werd opgevoed. Ik was anders dan de rest en kon niet stilzitten. Al gauw werd er gezegd dat ik ADHD had. Onder die diagnose vielen mijn euforische momenten. Maar die depressieve periodes hoorden daar niet in thuis. Pas op mijn 30ste kwam er bevestiging: ik heb bipolariteit.”

Bipolariteit zit in Lieves familie, want ook bij een van haar kinderen is de diagnose gesteld. “Ik vind het verschrikkelijk dat ik dat heb doorgegeven. De kans bestaat dat ook mijn kleinkinderen bipolair zullen zijn. Dat vind ik erg. Maar ik trek me aan één ding op: ik ben de juiste persoon om hen te leren hoe ze ermee moeten omgaan. Het heeft natuurlijk ook positieve kanten. In euforische buien heb je heel veel energie. Als je die energie goed kan controleren, is dat heel fijn.”

Pluspunt of toch niet?

Lieve studeert verpleegkunde en wil de psychiatrische zorg in. Net zoals ze haar eigen kinderen kan helpen omgaan met de psychische problemen, denkt ze ook mensen in de psychiatrie te kunnen helpen. “Ik heb antennes. Ik voel dingen die anderen niet voelen, net door mijn psychische problemen. Door mijn persoonlijke ervaringen kan ik beter inspelen op de problemen van anderen. Ik heb een grotere gevoelsmatige intuïtie. Op dat vlak ik heb wel een stapje voor.”

Al denkt niet iedereen er zo over. Toen Lieve een tijdje geleden solliciteerde in een ziekenhuis, kreeg ze te horen dat ze zeker niet tegen de patiënten mocht vertellen dat ze bipolair was. “Toen was ik helemaal van slag. Ze veronderstellen: ‘Jij bent ziek, dus je kan niet werken als verpleegkundige.’ Dat is natuurlijk niet waar. Ik heb het gevoel een voorbode te zijn om die dingen te veranderen. Ik ben geen gevaar. Ik ben er om die mensen te helpen. Ik weet wat zij doormaken, en dat is net een pluspunt.”

Op vergaderingen tijdens haar stage als verpleegkundige durfde Lieve al tegen dokters ingaan. “Dan werd ik soms raar aangekeken. Maar als ik denk dat iemand het fout heeft, zal ik het zeggen. Niet iedereen waardeert dat. Wellicht word ik nog eens ontslagen. Maar dat vind ik niet erg, het is voor het goede doel.” (lacht)

“Soms zijn persoonlijke ervaringen meer waard dan de theorie uit boeken. Ik weet wat voor monster een psychische ziekte is. Het zit in je rugzak, en als het naar boven komt, beperkt het je. In principe kun je het monster onder tafel houden, maar als je de kracht niet hebt, beperkt het je gedurende je hele leven. Ik heb het geluk dat ik nu omringd ben door de juiste mensen om dat monster te onderdrukken. Dat was vroeger niet zo. Door dat monster heb ik veel vrienden verloren. Nochtans was ik de beste vriendin van iedereen. Ah ja, ik zat boordevol energie en zei tegen iedereen dat ik wel ging helpen met allerlei klusjes. Ik bakte taarten voor wie het wou, gaf feestjes voor iedereen, noem maar op.”

Elektroshocks

Toch vindt Lieve niet dat die mensen vroeger van haar hebben geprofiteerd. “Ik bood mijn hulp zelf aan. Maar toch was het confronterend. Je merkt pas hoe eenzaam je bent als het niet goed meer gaat. Dan zijn je vrienden nergens te bespeuren. Nu let ik wel op wie ik binnen laat in mijn leven. En ik grijp op tijd in wanneer ik merk dat ik weer te euforisch word. Dan krijg ik elektroshocks. Die zijn heel raar. Na een behandeling voel ik mij als een baby in een volwassen lijf. Die shocks resetten de hersenen. Daarna ben ik precies een ander mens. Ik lust dan andere dingen, hoor liever andere muziek. Dat was heel eng in het begin, maar ik raak eraan gewend. Nu zie ik dat als iets positiefs, en mijn man heeft soms een andere vrouw.” (lacht)

Die elektroshocks hebben ook negatieve kanten. “Vroeger was ik veel creatiever en meer geprikkeld door van alles en nog wat. Dat is nu veel minder het geval. Ik durfde vroeger ook mijn kinderen midden in de nacht wakker te maken om ’s ochtends naar Bobbejaanland te vertrekken. Die vonden dat natuurlijk geweldig. Nu is dat niet meer het geval, tot grote spijt van mijn kinderen. Gisteren zei een van hen nog: je bent saai, moeder!’’ (lacht)

In het dagelijkse leven was Lieve vroeger ook veel prikkelbaarder. “Wanneer ik vroeger in het bos ging wandelen en een tak zag, sloeg mijn creativiteit op hol. Ik zou die tak schilderen en er een kapstok van maken. Wanneer ik nu een tak zie, denk ik gewoon dat een tak een tak is. Dat creatieve mis ik soms toch wel. Dat waren fijne tijden.”

Ballon

Ondanks die leuke momenten zou Lieve nooit meer terug willen naar haar lusteloze periode. “Ik vergelijk mijn depressieve periodes met een ballon. Ik zat dan in die ballon, je ziet en hoort wel dingen, maar het is een heel dof gevoel. Je voelt heel veel, maar uiteindelijk voel je toch niets. Ik wil nooit meer terug naar het punt waarop je geen licht meer ziet en geen geluid meer hoort.” Bang om te hervallen is Lieve niet. “Ik heb een heel goed ritme, en dat is belangrijk wanneer je bipolair bent. Op tijd gaan slapen, drie keer per dag eten en dat soort van dingen. Daarnaast neem ik ook nog medicatie, maar die is nu beperkt tot een stemmingsstabilisator.”

Vroeger had Lieve wel schrik om te hervallen. Maar die angst heeft ze kunnen loslaten. “Ik leef vandaag, niet morgen. Ik wacht niet op iets slechts. Met mijn omgeving hoef ik zelfs niet bang te zijn om te hervallen. Ik heb zo’n goede mensen rondom mij. Zij spelen zo kort op de bal, dat het haast onmogelijk is om te hervallen. Mijn vrienden en familie durven iets tegen mij te zeggen wanneer dat nodig is. Zij durven mij aan te spreken.”

Volgens Lieve is net dat het probleem van onze samenleving: de meeste mensen durven mensen met een psychische stoornis niet te benaderen. “Terwijl mensen zoals ik dat net wel willen. Wanneer iemand naar mijn problemen vraagt is dat een verademing. Eindelijk iemand die mij probeert te begrijpen. Dan kan ik uitleggen dat er iets is in mijn hersenen en dat ik daardoor bipolair ben. Maar wanneer mensen elkaar niet aanspreken, zullen ze blijven fantaseren en roddelen zonder te weten wat er precies met iemand scheelt. Zo zal het taboe voor altijd blijven bestaan.”

Hoge bomen

Tegen dat taboe wil Lieve heel graag vechten. Ze nam zelfs deel aan het televisieprogramma Taboe van Philippe Geubels. Ook dat leidde tot negatieve reacties. “Ik heb aangedurfd om mijn verhalen op tv te vertellen, en hoopte anderen te kunnen inspireren. Bij sommigen is dat gelukt, anderen hebben dan weer negatief gereageerd. Ik kreeg te horen dat ik een dikke nek had, omdat ik op tv kwam. Maar als je vindt dat er iets moet veranderen, moet je wel rechtstaan en durven spreken. Je kunt niet stilletjes in een hoekje zitten en fluisteren dat het anders moet.”

‘Ik wil een inspiratiebron zijn. Ik wil de positiviteit in de mensen terug naar boven halen, en zorgen dat mensen die het moeilijk hebben terug de kracht vinden om verder te gaan. Ik weet hoe het voelt, en ik weet dat het anders kan.’

Dirk De Wachter: “Het is heel raar hoe weinig erover gesproken wordt”

Het verhaal van Lieve Theberath roept voor sommige mensen misschien vragen op. Maar vragen zijn er om beantwoord te worden. En wie is hiervoor meer geschikt dan psychiater Dirk De Wachter? Hij geeft uitleg bij enkele opvallende passages uit Lieves verhaal.

Lieve heeft bipolariteit. Pas op haar 30ste werd die diagnose gesteld. Daarvoor dachten dokters dat ze ADHD had. Komt die verwarring tussen bipolariteit en ADHD regelmatig voor?

“Het is niet raar dat het een tijdje duurt vooraleer een diagnose gesteld wordt, zeker bij bipolariteit. Het woord zegt het al. Vooraleer men die diagnose kan stellen, moet de patiënt twee episodes beleven: bi-polair. Wanneer een patiënt een depressie heeft is een diagnose vlugger gesteld. Maar pas wanneer er later een euforische manische periode bij komt kijken kan men pas spreken van bipolariteit. Maar het gebeurt ook bij andere psychische ziektes. In het begin van een ziektebeeld is het niet altijd duidelijk hoe het gaat evolueren.”

De dochter van Lieve heeft ook bipolariteit. Hoe groot is de kans om die ziekte erfelijk door te geven?

“Wanneer één van de ouders bipolair is, is er zo’n 15% kans om het door te geven.”

Lieve studeert verpleegkunde en wil zich graag specialiseren in de psychiatrische zorg. Denkt u dat mensen met psychische problemen door hun eigen ervaringen beter kunnen inspelen op het gedrag van de patiënten?

“Als mensen een goed zicht hebben op hun eigen functioneren kunnen ze hun eigen ervaringen inderdaad aanwenden om hulp te bieden. Dat kan dan als professionele hulpverlener of als ervaringsdeskundige. Een eigen rugzak kan dan inderdaad een kracht zijn. Maar dan moet de hulpverlener wel voldoende afstand kunnen nemen van zijn pathologie.”

In slechte periodes krijgt Lieve elektroshocks. Ze zegt dat ze dan minder creatief is en andere dingen lust die ze vroeger niet lustte. Is dat bij iedereen het geval die elektroshocks toegediend krijgen?

“Ik heb het nog niet veel meegemaakt dat patiënten andere smaakvoorkeuren krijgen na elektroshocks. Het gebeurt vaak dat mensen daarna een soort tempering voelen van de prikkels en daardoor minder creatief denken. Maar die tempering is noodzakelijk om de scherpe kanten van bipolariteit te onderdrukken.”

Lieve omschreef haar depressie alsof ze in een ballon zat. Ze zag en voelde wel alles, maar met een heel dof gevoel. Hoe komt dat?

“Door de elektroshocks en de medicatie. Die creëren een soort van harnasgevoel, alsof er tussen de mens en de werkelijkheid een beschermende laag zit. Die laag is in een acute fase van bipolariteit nodig, maar in een later stadium kan het een nadeel zijn.’

U zei ooit: we voelen ons beschaamd in onze kwetsbaarheid, en zo wordt die kwetsbaarheid een ziekte. Hoe kan onze maatschappij het taboe rond psychische ziektes doorbreken?

“Net zoals Lieve door erover te spreken. Raar dat het zo weinig gebeurt, terwijl veel mensen psychisch kwetsbaar zijn. Ongeveer 24% van de mensen komt er vroeg of laat mee in aanraking. Toch blijft het voor velen onbespreekbaar. Het is tijd dat het taboe doorbroken wordt.”

vorige volgende

Reacties

Plaats een reactie