© Pixabay

Spanje is erg zwaar getroffen door het coronavirus. Volgens sommigen door brute pech, volgens anderen door een te trage overheidsreactie. Na iets minder dan 300 dodelijke slachtoffers ging het land medio maart hermetisch op slot. Op het hele grondgebied gold zowat de strengste lockdown van Europa. Nu de harde maatregelen enige impact hebben, staat het land voor enkele ideologische keuzes die zijn toekomst zullen bepalen.

De meerderheid van de Spanjaarden ondergaat de huidige noodsituatie zonder al te veel gemor. Dura lex, sed lex. Discussies over de definities van tuincentra of essentiële verplaatsingen worden hier na bijna zes weken lockdown nog steeds niet gevoerd. Wanneer de politiehelikopter ’s nachts voor de zoveelste keer overvliegt om eventuele subversieve elementen met schijnwerpers en luidspreker van hun dakterrassen te jagen, halen mensen de schouders op. Niemand is verbaasd wanneer een man de minimumboete van 601 euro krijgt opgelegd omdat hij op een bankje in het park durft te gaan zitten.

Toch zitten veel Spanjaarden op dit moment vast in de onderste laag van de behoeftepiramide. Een échte lockdown is bepaald geen eitje, en al zeker niet voor de vele stadsbewoners die met het hele gezin in veel te krappe appartementjes op elkaar gepakt zitten. Mogelijkheden tot sport of beweging zijn er niet. Minderjarigen zijn al meer dan vijf weken lang niet in het straatbeeld te zien, al zou daar binnenkort verandering in moeten komen.

Levens versus levenskwaliteit

De economische vooruitzichten zien er belabberd uit. Toerisme is in Spanje goed voor 12 procent van het BBP, met uitschieters tot meer dan het dubbele op de Canarische eilanden. De meest recente voorspellingen gaan uit van een vrijwel verloren jaar voor de hele sector, met een voorzichtige recuperatie vanaf oktober. Geen goed nieuws voor het vele tijdelijke personeel dat dit jaar niet zal kunnen rekenen op enig inkomen.

Zonder financiële steun betekent dat een economisch slagveld zonder voorgaande. Juan Modaal kan vaak niet teren op een vetgemest spaarvarken. In Spanje zijn het voornamelijk expats die het zich kunnen veroorloven om online fitnesstoestellen en espressomachines te bestellen - als die al leverbaar zijn.

Het wankele Spaanse fundament dreigt opnieuw te bezwijken. Inwoners vinden het ronduit harteloos dat Europa niet sterker tussenkomt. Zij maar op de blaren zitten om mensenlevens te redden, terwijl het hardvochtige noorden door een combinatie van focus op economische doorstart en meer ervaring met telewerk eenvoudiger een tijdlang op halve kracht kan draaien. Kort door de bocht, maar de perceptie leeft hier wel. 

Voorlopig heeft premier Sanchez de publieke opinie nog steeds mee. Iedereen kijkt naar de EU voor steun, maar de vrees voor een dovemansgesprek groeit. Terwijl Spanje koste wat het kost elk leven wilt redden en daarbij de eigen bevolking doet bloeden, draait het noorden verder om de economische motor zo snel mogelijk op temperatuur te krijgen. Of draait het dóór - dat hangt er natuurlijk maar net vanaf aan wie je het vraagt. Gekleurde percepties maken een volwaardig debat lastig, aangezien iedereen op dit moment z’n eigen realiteit beleeft binnen een straal van minder dan een vierkante kilometer.

Het spook van Franco

Er spelen in Spanje natuurlijk ook andere dingen. In een land dat nog niet zo gek lang geleden de transitie doormaakte naar een volwaardige democratie, zijn de vergelijkingen met het voormalige regime van dictator Franco nooit ver weg. Zo zorgde een ongelukkige uitspraak van het hoofd van de Guardia Civil - het Spaanse equivalent van onze voormalige Rijkswacht - onlangs voor ophef.

De man gaf tijdens een persconferentie terloops mee dat zijn dienst actief werkte om dissidente stemmen met kritiek op het regeringsbeleid “op te sporen en onder controle te houden”. Vermoedelijk was het niet meer dan een ongelukkige woordkeuze van een legerchef van een vorige generatie die niet goed beseft hoe monitoring op sociale media werkt. Maar het gaf de verzamelde oppositie voldoende munitie om het ontslag van de kakigroen geüniformeerde eindbaas te eisen.

Ironisch genoeg stond ook het extreemrechtse Vox op zijn achterste poten - autoritaire regimes zijn uiteraard enkel goed als het de eigen partijvoorzitter is die aan de knoppen mag zitten. Politieke recuperatie is natuurlijk niemand vreemd. Zo pleiten de Catalanen intussen steeds luider voor de teruggave van enkele bevoegdheden die hen tijdens de noodtoestand zonder veel morren zijn afgenomen.

Maar wat nu?

In verschillende landen is de teerling nu geworpen en zijn de ideologische keuzes gemaakt. Zolang de dobbelsteen rondtolt, blijft het gissen naar de uitkomst. Het is al langer duidelijk dat er uit deze crisis weinig winnaars zullen komen. Enkel wederzijds begrip en blijvende communicatie kan de wankelende solidariteit recht houden. Ik hoop oprecht dat de Belgen er sterker zullen uitkomen en, misschien, enkele prioriteiten zullen herontdekken die we in het zuiden al zo lang koesteren. Voor het zuiden is alle hoop nog niet verloren, maar er is werk aan de winkel.


Dit artikel werd gepubliceerd door Mirari op 23/04/2020

vorige volgende