© Giuseppe Milo

Als vrouw in Antwerpen voel ik me best vrij. Toch word ik er dagelijks aan herinnerd dat ik niet even zorgeloos over straat kan lopen als mijn mannelijke tegenhangers. Om niet lastiggevallen te worden, doe ik vaak alsof ik aan het bellen ben. En ik ben niet de enige met zulke truken. Zijn we dan wel echt zo vrij als ik denk?  

Catcalling of straatintimidatie is voor veel vrouwen in de stad een dagelijkse realiteit. Ze worden nageroepen, nagefloten, aangestaard of zelfs fysiek aangevallen door onbekende mannen. Hoewel een Belgische wet uit 2014 deze vormen van (micro)geweld aan banden legt, zijn vrouwen nog massaal het slachtoffer van catcalling. In Brussel ging de slogan ‘Laisse les filles tranquilles’ rond, maar de boodschap blijkt niet overal doorgedrongen. Zo werden op het digitale platform Safer Cities, waarop jongeren vrouwonvriendelijke plaatsen kunnen melden, al meer dan 1.500 locaties aangegeven. Ook Antwerpen heeft nog een lange weg te gaan.  

Sydney (26): "Oversized kleren dragen"

©Hanne Peeters

“Ik word maandelijks lastiggevallen door mannen van alle leeftijden. Het varieert van enge blikken over walgelijke opmerkingen tot huwelijksaanzoeken. Soms roep ik terug, en dan schrikken ze wel. Een keer bleef het niet bij catcalling, maar werd ik fysiek aangevallen. Ik heb me toen uit de situatie gered dankzij de karate die mijn vader me vroeger had geleerd als verdedigingsmechanisme. Om eerlijk te zijn, had ik toen wel schrik dat ze mij als schuldigen zouden aanwijzen, omdat ik een meisje van kleur ben. Vooral ’s avonds of bij het uitgaan voel ik me onveilig, zoals bij Bar Marmite. Ik draag dan speciaal geen make-up en geen rokjes, maar oversized kleren. Als ik naar huis wandel, zet ik mijn hoodie op en loop ik ‘mannelijker’, in de hoop dat ze mij met rust laten. Ik heb wel het gevoel dat er een groter bewustzijn rond is ontstaan, zeker bij de jongere generatie. Het is vooral, naar mijn ervaring, de oudere generatie die nog halsstarrig vasthoudt aan die vrouwonvriendelijke gewoontes.”  

Jana (20): "Liever fietsen dan wandelen"

© Hanne Peeters

“Ik fiets liever door de stad, omdat ik al wandelend vaker word nagefloten of lastiggevallen. Dat maakt me enorm ongemakkelijk. Ik wil er dan wel iets van zeggen, maar meestal durf ik niet, omdat ik bang ben dat ze dan agressief worden. Daarnaast ga ik altijd uit van het beste bij mensen. Dan denk ik: ‘Misschien bedoelden ze het wel vriendelijk of is het een misverstand.’ Vooral buiten het centrum, zoals aan de kaaien, voel ik me onveilig. Mannen komen daar steeds dichter zitten, waardoor ik me maar verplaats. Ook rokjes dragen bij het uitgaan is geen optie voor mij. Ik heb het ooit eens gedaan, maar dan voelde ik heel de avond handen over mijn rug naar beneden glijden. Dan maar lange broeken.”  

"‘Schoon poepke, kom eens hier!’ of ‘Gaan we eens een ritje maken?’, krijg ik dan te horen."

Lois (21) en Kaat (21): "Walgelijk, die (on)macht"

©Hanne Peeters

Lois: “Mijn vriend woont aan het Sint-Jansplein en dat is geen aangename buurt voor vrouwen. Daar heb ik veel last van catcallers, wat in mijn geval hoofdzakelijk oude, witte mannen zijn. ‘Schoon poepke, kom eens hier!’ of ‘Gaan we eens een ritje maken?’, krijg ik dan te horen. Het is problematisch dat mannen me zo snel in zo’n ongemakkelijke situatie kunnen plaatsen. Ze krijgen op dat moment een bepaalde macht over mij en dat vind ik oprecht walgelijk. Zeker wanneer ik me voordien al emotioneel voelde, kan ik er echt van aangedaan zijn. Het is extra intimiderend als ik op de tram of ergens binnen word lastiggevallen, omdat ik dan niet meteen kan vluchten. In andere gevallen probeer ik dergelijke situaties te vermijden, door bijvoorbeeld de straat over te steken als een groep jongens mijn richting uitkomen. 

Kaat: “Vooral in Brussel word ik veel nageroepen, in Antwerpen zelf gebeurt dat minder. Wanneer ik samen met een vriendin word gecatcalled op straat, blaffen wij altijd terug. (lacht) Ook als ik alleen ben, durf ik weleens te schelden. Ik ben niet op mijn mondje gevallen en vind dat vrouwen zich niet moeten laten doen. Al snap ik wel dat ze aangeslagen kunnen zijn van degoutante opmerkingen.”  

"Ik heb het gevoel dat ze me zien als een voorwerp, en me ook op die manier aanspreken."

Nellie (21) en Priscilla (22): "Doorgedraaid na corona"

©Hanne Peeters

Nellie: “Op bepaalde plaatsen in Antwerpen word je dagelijks lastiggevallen als meisje, vooral dan door oudere mannen. Ik heb het gevoel dat ze me zien als een voorwerp, en me ook op die manier aanspreken. Het maakt niet uit wat je draagt, zelfs gekleed in een vuilniszak krijg je als meisje nog opmerkingen. Maar het blijft niet alleen bij verbaal lastigvallen. Op de roltrappen van de tramhalte aan de Groenplaats voelde ik ooit iets aan mijn billen. Achter me stond een oude man. Toen ik nadien zijn hand nog eens voelde, werd ik heel kwaad. Ik ben toen schreeuwend achter hem aangelopen, terwijl ik hem filmde met mijn gsm. Die man zal in de toekomst wel twee keer nadenken voor hij nog eens zoiets doet. Onlangs maakte ik nog iets angstaanjagends mee. Bij het uitgaan had iemand xtc in mijn drankje gedaan, waardoor ik volledig verlamd geraakte. Gelukkig waren mijn vriendinnen daar om me te helpen. Als vrouw kun je nooit voorzichtig genoeg zijn.” 

Priscilla: “Mannen roepen ‘Heyhey, mooi meisje!’, of ‘Kom eens!’, of ze fluiten. Soms komen ze recht voor me staan, waardoor ik moet stoppen met wandelen. Vernederend, want je ziet hen dan echt ongegeneerd staren. Om dit te vermijden, zal ik niet snel een legging of iets kort dragen in de stad, zeker niet in de buurt van het Astridplein. Ik heb ook voortdurend mijn gsm bij de hand. Naar mijn gevoel is catcalling enorm toegenomen sinds corona. Iedereen moest toen binnenblijven en had geen uitlaatklep, waardoor ze nu lijken door te draaien.”  

"Ooit noemde iemand me een geile poes."

Ameline (22): "Hebben zij dan geen zus of dochter?"

©Hanne Peeters

“In periodes dat ik vaak buitenkom, gebeurt het wekelijks dat ik word gecatcalled. Mannen van alle leeftijden roepen of fluiten me na. Ooit noemde iemand me een geile poes, en het gebeurde al dat een man me op mijn kont sloeg. Het geeft me een erg ongemakkelijk gevoel wanneer ik op die manier word benaderd op straat. Ik begrijp het ook niet. Die man heeft misschien zelf een dochter of zus; hij zou het toch ook niet appreciëren als iemand dat bij hen deed? Toch reageer ik er niet op, omdat dat geen nut heeft. Ik ga wel nooit alleen op straat in het donker en doe altijd een jas of lange broek aan wanneer ik me moet verplaatsen. Op dat gebied is er een groot verschil tussen mannen en vrouwen. Ik moet met al die zaken rekening houden, mijn vriend of broer totaal niet.”   

vorige volgende