© Vidar Nordli-Mathisen

“Wees maar niet bang”, zeggen ouders vaak tegen hun kind. Ze kunnen beter zeggen: “Ik begrijp dat je bang bent, maar je gaat het toch doen.” Bang zijn is een natuurlijke reactie, het is goed dat we dingen eng vinden, wisten onze voorouders al. Angst houdt je in leven. 

Vaak zien we angst niet meer als iets functioneels, maar als iets slechts. We associëren het met stoornissen, onzekerheid en een gebrek aan moed. Zelfhulpboeken suggereren dat we er vrij van kunnen zijn, maar dat zal nooit lukken. En dat is maar goed ook, want het helpt ons om te overleven. Wat is het dan precies? Wat gebeurt er in ons lichaam als we bang zijn? En wanneer wordt angst problematisch? 

Als overlevingsmechanisme zorgt deze emotie ervoor dat we op tijd reageren als we in gevaar zijn. Maar ook als er geen gevaar dreigt, staan we soms op scherp. De mens is geprogrammeerd om te doemdenken, zegt Luc Swinnen, auteur van Activeer je nervus vagus. “Geen wonder dat we zulke collectieve piekeraars zijn.” 

In het Engels zijn er twee verschillende termen voor, fear en anxiety, die niet zo eenvoudig te vertalen zijn naar het Nederlands. Fear is de reactie die we hebben op mogelijke gevaarlijke situaties, en lijkt dus het meest op onze ‘angst’. “Anxiety kun je vertalen als ‘ongerustheid’, wat een reactie is op een onzekere situatie waarvan je niet wéét of ze gevaarlijk is”, legt Laurens Kemp uit, doctoraatsstudent aan de Universiteit Maastricht op de afdeling klinische psychologie. “Een voorbeeld daarvan is klimaatangst. Het is niet dat klimaatverandering een onmiddellijk gevaar is, maar het maakt ons onzeker over de toekomst.”

Een rookmelder kan beter te gevoelig ingesteld zijn, anders heb je er niet veel aan. Hetzelfde geldt voor mensen: we kunnen beter te bang zijn, dan niet bang genoeg.

 Soms is een schrikreactie groter dan we zouden verwachten in een bepaalde situatie. Het ‘rookmelderprincipe’ noemt Randolph Nesse dit in zijn boek Het nut van angst & somberheid. Het lichaam komt in actie zodra de inspanning meer oplevert dan de hoeveelheid energie die het kost, zelfs wanneer dat leidt tot vals alarm. “De kosten van deze reacties zijn meestal laag vergeleken met de winst van het vermijden van gevaar. Daarom hebben we ook geen probleem met valse alarmen van rookmelders”, schrijft Nesse. Een rookmelder kan dus beter te gevoelig ingesteld zijn, anders heb je er niet veel aan. Hetzelfde geldt voor mensen: we kunnen beter te bang zijn, dan niet bang genoeg. 

Doorgeven en afleren

Angst komt onder meer tot uiting in de vorm van stress, emotionele spanning of een signaal dat het tijd is om op te letten. Of en hoe we dat doen, hangt af van persoon tot persoon. Sommigen zijn meer stressbestendig dan anderen. “Met stress om kunnen gaan, heeft meer te maken met iemands karakter dan met de specifieke omstandigheden. Dat is een goede zaak, want de situatie kun je meestal niet wijzigen, je eigen reactiepatronen wel”, zegt Bakx. 

Er zijn dingen die sneller angst opwekken dan andere, zoals slangen en spinnen. Waar we precies bang voor zijn, kan bepaald zijn vanaf de geboorte, maar kan ook later aangeleerd worden. Vooral dat laatste, zegt Nesse: “Ouders die bang zijn voor spinnen, geven dat door aan hun kinderen.” Ben je eenmaal bang voor spinnen, dan is de kans groot dat je elke interactie met een spin negatief beleeft. “Dat zorgt er weer voor dat je nooit positieve herinneringen aanmaakt die de angst kunnen verminderen”, verklaart Kemp. 

© Robina Weermeijer

Hersenen en hormonen

Die herinneringen worden aangemaakt door de amygdala en de hippocampus, twee structuren centraal in het brein. Kemp legt uit: “De amygdala ligt vlak naast de hippocampus, een cruciale zone voor de creatie van herinneringen, en is het meest betrokken bij angst. Angstige situaties worden veel beter herinnerd, omdat de amygdala de herinneringen rond de gevaarlijke situatie extra levendig maakt.”

Elke binnenkomende prikkel wordt op basis van eerdere ervaringen gescreend op potentieel gevaar. Als dat reëel lijkt geeft de hypothalamus, dat vlak naast de amygdala ligt, een signaal aan het lichaam dat het adrenaline moet aanmaken. Zo komen we in de gekende vecht-vlucht-bevries-toestand. “Het brein van iemand die ooit door een hond gebeten is, zal dan ‘voorspellen’ dat alle honden gevaarlijk zijn”, geeft Bakx als voorbeeld. Het stresshormoon cortisol geeft je twee opties: vechten of vluchten. Als het gevaar afneemt, wordt de adrenaline weer afgebouwd tot het lichaam zijn normale en veilige toestand heeft bereikt.

De amygdala werkt heel snel, waardoor we al reageren op een situatie voor we ons er bewust van worden. “De amygdala en de hippocampus zijn evolutionair gezien heel oud, je vindt ze terug in de hersenen van bijna alle gewervelde dieren. Ze zijn cruciaal om te overleven”, zegt Kemp. 

Wat mensen onder andere onderscheidt van andere dieren is de prefrontale cortex, het deel van ons brein waarmee we kritisch denken. “Dit nieuwe brein”, schrijft Bakx, “is veel langzamer, gebruikt meer energie, maar is bewust en kun je uitschakelen. Hiermee kunnen we ook intuïtieve reacties en vooroordelen toetsen.” Zoals een extreme schrikreactie als iemand een hond ziet: is dat wel een logische reactie op de situatie? 

Onze maag en nieren schieten in actie, ademhalen gaat moeizaam en soms legen de darmen zich zelfs.

De nervus vagus

In iedere situatie kunnen we anders reageren, afhankelijk van het dreigende gevaar. Hierin speelt de nervus vagus een primaire rol, een zenuw die je hersenen in contact brengt met de organen. De verschillende zenuwvertakkingen activeren onder meer de spieren in ons gezicht, maar ook ons hart en onze longen. Niklas Ekstedt en Henrik Ennart, schrijvers van het boek Gelukseten, omschrijven de nervus vagus als de hogesnelheidslijn tussen de darmen en de hersenen. “Het is een van de grootste zenuwen van het lichaam. Via de zenuw wordt voortdurend gecommuniceerd tussen de darmen en het brein, maar 90 procent gaat vanuit de darmcellen naar de hersenen.” 

Zodra we ons bedreigd voelen, wordt de ventrale vagus actief, een van de vertakkingen van de nervus vagus. Omstanders kunnen een nerveuze blik op het gezicht zien en een gespannen stem horen: een teken dat iemand hulp nodig heeft. Sociaal contact is de eerste stap om uit een benauwde situatie te komen, maar als dat niet lukt, komt ons oude brein in actie. We krijgen een droge keel en de hartslag gaat omhoog: tijd om te vechten of vluchten. Zitten we nog steeds klem, dan wordt het alarmsysteem geactiveerd: de dorsale vagus. Onze maag en nieren schieten in actie, ademhalen gaat moeizaam en soms legen de darmen zich zelfs. 

Natuurlijke Yakult

De nervus vagus is een belangrijk onderdeel van de hersendarm-as, die zorgt voor de wisselwerking tussen ons brein en onze darmflora. Wetenschappers weten al langer dat de darmflora invloed heeft op het energieverbruik en de spijsvertering, maar ook op emoties en gedrag. Hoe diverser die bacterie-huishouding in onze darmen, hoe gezonder we zijn. “Deze bacteriën kunnen onze perceptie van de wereld beïnvloeden en ons gedrag veranderen”, schrijft Justin Sonnenburg in Het brein in je buik. 

Hoe werkt dat dan precies? De nervus vagus ontvangt signaalstoffen van darmbacteriën, die onder meer Lactobacillus en Bifidobacterium produceren. Inderdaad, bacteriën die je ook terugvindt in het yoghurtdrankje Yakult. Die maken op hun beurt weer een signaalstof aan die invloed heeft op onze emoties. Uit onderzoek blijkt dat mensen met een gegeneraliseerde angststoornis een minder gevarieerde hoeveelheid bacteriën hebben. Mensen die angstig zijn, kunnen dus ook verstoorde darmflora hebben.  

© Raissa Leticia

Wanneer wordt het problematisch?

Spanning voelen als het vliegtuig opstijgt en checken of er wel een reddingsvest onder je stoel zit, dat is normaal. Het wordt een fobie of een angststoornis als je niet durft te vliegen, omdat het vliegtuig zou kunnen neerstorten.

Volgens het Nederlands Jeugdinstituut is er sprake van een stoornis ‘als angst geen reële grond heeft, de dreiging niet in de buurt is en iemand er sociale problemen door ondervindt’. Wanneer normale spanning precies overgaat in een angststoornis, is niet altijd duidelijk. “Zoals elke mentale stoornis is het pas een probleem wanneer de persoon dat zelf aangeeft”, zegt Kemp. “Sommige mensen zijn doodsbang voor spinnen, maar weten er mee om te gaan in hun dagelijks leven.”

“Zoals elke mentale stoornis is het pas een probleem wanneer de persoon dat zelf aangeeft.”

De oorzaak is vaak overmatige stress of een traumatische gebeurtenis. De mens kan prima met problemen om zolang er sprake is van kortdurende stress, maar niet met de langdurige stress waar we door de moderne wereld in verzeild zijn geraakt. Uiteindelijk raken we uitgebrand. “Traumatische ervaringen kunnen tot een verkramping van het oude brein leiden”, schrijft Bakx. “Het gevolg: fobische reacties en een permanente stresstoestand.” 

Wees gerust bang

Wat voor angst iemand ook heeft, een sociale zorg, een spinnenfobie, de angst voelt gegrond. Het lichaam geeft een logische reactie op een situatie waarin iemand eerder heel bang is geweest. Als het niet belemmerend is in het dagelijkse leven, is er geen reden tot paniek. Bang zijn we allemaal. We moeten het alleen niet zien als een probleem, iets waar we vanaf willen. 

“Telkens als je een stap in het onbekende zet, zul je te maken krijgen met angst”, schrijft Bakx. “Het heeft geen zin om te zeggen: ‘Ik zal het doen zodra ik niet meer angstig ben.’ Dan kun je lang wachten.” Misschien doet een flesje Yakult meer wonderen. 

vorige volgende