• Onze zomerkampen staan online, check ze hier en schrijf je in

  • Elke woensdagmiddag StampLab, waar je experimenteert met media

  • Kom met ons mee naar festivals deze zomer om te reporteren

© Pexels, Thirdman

Hoe scholen LGBTQIA+-leerlingen begeleiden zonder draaiboek: “Jongens zijn vrij om een rok of badpak te dragen”

Lumi, de luisterlijn van LGBTQIA+-organisatie Çavaria, beantwoordde vorig jaar vijftien procent meer oproepen dan in 2024. Gesprekken over angst, eenzaamheid en depressieve gevoelens nemen duidelijk toe. “Vragen rond identiteitsvorming of seksuele oriëntatie gaan vaak gepaard met depressieve gevoelens”, stelt Roselien Maddens, zorgcoördinator bij GO! Spes Nostra Heule.

Lumi, de luisterlijn van LGBTQIA+-organisatie Çavaria, beantwoordde vorig jaar vijftien procent meer oproepen dan in 2024.De toename toont aan dat het welbevinden van jongeren meer aandacht verdient, ook in het secundair onderwijs. “Het is al langer duidelijk dat leerlingen die zich niet goed voelen op school, onvoldoende kennis kunnen opnemen”, beaamt Ann Verreth, algemeen directeur van Odissee Hogeschool en voorzitter van de Vlaamse Onderwijssraad (VLOR). Uit het onderzoeksrapport ‘De Scholierenstem’ van de Vlaamse scholierenkoepel uit 2024 bleek dat 1.285 van de 11.103 bevraagde scholieren zich identificeren als LGBTQIA+-persoon. 26 procent daarvan voelt zich niet veilig op school. “Het gevoel van belonging verdient een centrale plaats in het secundair onderwijs, alsook in de minimumdoelen van de Vlaamse overheid”, zegt Verreth.

Een inclusief schoolklimaat

Ook leerlingenbegeleiders voelen de nood aan psychologische ondersteuning voor LGBTQIA+-jongeren. “Wanneer leerlingen vragen hebben rond hun identiteitsvorming of seksuele oriëntatie, gaat dat vaak gepaard met depressieve gevoelens of gedachten. Pas daarna wordt duidelijk wat er onderliggend speelt”, vertelt Roselien Maddens, zorgcoördinator voor de tweede en derde graad in de gemeenschapsschool Spes Nostra Heule.

“Wanneer leerlingen vragen hebben rond hun identiteitsvorming of seksuele oriëntatie, gaat dat vaak gepaard met depressieve gevoelens of gedachten”

Roselien Maddens (zorgcoördinator Spes Nostra Heule)

Identiteitsvorming krijgt wel een plaats binnen het lesaanbod. “We besteden aandacht voor seksuele en relationele vorming binnen vakken zoals Mens en samenleving en Godsdienst. Daarbij hebben we er bewust voor gekozen om die thema’s op te nemen in onze ‘We-time-uren’”, zegt Maddens. ‘We-time-uren’ zijn vastgelegde uren in het lesrooster waarop iedere klas samenkomt met zijn klassenleraar. Tijdens die uren is er ruimte voor begeleiding en bespreking van actuele of gevoelige onderwerpen.

Maar zonder een duidelijk beleidskader van bovenaf baseren scholen hun aanpak grotendeels op praktijkervaring. In de Freinetschool Poperinge mogen leerlingen in transitie het sanitair gebruiken dat het best aansluit bij hun identiteit. “Daarbij houden we rekening met privacy: wanneer die leerling gebruik wil maken van het toilet, mag er niemand anders aanwezig zijn in het toiletgebouw”, vertelt Sabine Buseyne, leerlingenbegeleider en coördinator van de Freinetschool Poperinge. “Dat is haalbaar omdat we een kleine eerstegraadschool zijn.” Verder gelden voor kledij, make-up of piercings dezelfde regels als voor andere leerlingen. Tegelijk zijn die regels bewust ruim en flexibel: “Jongens zijn bij ons vrij om bijvoorbeeld een rok of badpak te dragen als ze dat willen.”

Ook initiatieven buiten het curriculum dragen bij aan een inclusief klimaat. Tijdens een jaarlijkse themadag in het kader van het vak Burgerschap mogen leerlingen zich kleden zoals ze willen. “We zagen dat zo’n tien procent van de leerlingen zich als Japans animepersonage kleedde. We waren benieuwd naar de reacties, maar die waren opvallend positief: die leerlingen werden echt aanbeden”, getuigt Buseyne.

Beide scholen kiezen bewust voor een geïntegreerde aanpak boven een apart beleid. “Inclusiviteit en diversiteit zitten vervat in ons algemene schoolbeleid, maar we zetten het niet apart in de kijker. We merken dat leerlingen het gedrag van leerkrachten overnemen: als wij er open en respectvol mee omgaan, volgen zij vanzelf”, aldus Buseyne. Maddens benadrukt dat een voortdurende inzet noodzakelijk is: “Inclusie en het voorkomen van pesten kan je niet vatten in een enkele actiedag.”

Transitie en transparantie

Een belangrijk onderdeel van de begeleiding van LGBTQIA+-jongeren is het coming-outproces, vooral richting de ouders. “Ik heb nog nooit voorgehad dat ouders niet op de hoogte waren van de geaardheid van hun kind, maar wel dat ze er niet ontvankelijk voor waren”, getuigt Maddens. In die gevallen nemen de leerlingenbegeleiders een ondersteunende rol op. “We moedigen de leerlingen aan om het gesprek op hun eigen tempo aan te gaan, stellen bijvoorbeeld samen een brief op of zijn aanwezig tijdens het gesprek met de ouders.”

De coördinator van de Freinetschool Poperinge stelt dat open communicatie cruciaal is, zeker bij leerlingen die een gendertransitie doormaken. De school onderhoudt daarom nauw contact met leerlingen, ouders en eventuele externe begeleiders en psychologen. “Zo’n traject brengt ingrijpende veranderingen met zich mee, die een impact kunnen hebben op de klas en de schoolomgeving. Daarbij is transparantie belangrijk om het welbevinden van de leerlingen te waarborgen.”

Bovendien volgt Sabine Buseyne de leerlingen in transitie op: “Na een consultatie bij een psycholoog of ziekenhuis komen de leerlingen eerst bij mij, de leerlingenbegeleiding, vooraleer ze terugkeren naar de klas. Zo krijgen ze tijd en ruimte, zonder dat medeleerlingen ze meteen kunnen confronteren met vragen waar ze op dat moment misschien nog niet klaar voor zijn.” Daarnaast zet de school in op sensibilisering en educatie. Externe partners, zoals het genderteam van UZ Gent, worden uitgenodigd om uitleg te geven aan de klasgenoten.

“Je moet jezelf onderwijzen”

Die ervaringsgerichte aanpak van de leerlingenbegeleiders staat in contrast met het beperkte beleidskader vanuit de overheid. “Effectieve ondersteuning van de overheid ontbreekt. Ze voorzien geen specifieke opleidingen, vormingen of duidelijke procedures rond dit soort hulpvragen”, stelt Buseyne. Ook Maddens ervaart dat gebrek: “Je bouwt je kennis vooral op via praktijkervaring. Af en toe kijk je eens een reportage of lees je erover, maar in de praktijk komt het erop neer dat je jezelf moet onderwijzen.”

“Effectieve ondersteuning van de overheid ontbreekt. Ze voorzien geen specifieke opleidingen, vormingen of duidelijke procedures rond dit soort hulpvragen”

Sabine Buseyne (leerlingenbegeleider en coördinator Freinetschool Poperinge)

Dat kennisgebrek probeert Odisee Hogeschool alvast weg te werken in haar lerarenopleidingen. Genderdiversiteit en relationele vorming zijn niet ondergebracht in een apart leeronderdeel, maar zijn geïntegreerd in meerdere leerlijnen en contexten.

Toekomstige leerkrachten maken kennis met de seksuele ontwikkeling van kinderen en jongeren. Verder komt zowel de theorie als de praktijk aan bod: hoe bespreek je thema’s zoals relaties, intimiteit en grenzen op een leeftijdsadequate manier in de klas? Bovendien leren studenten reflecteren over sociale en genderdiversiteit en ontmantelen ze genderstereotypen. In de lerarenopleiding analyseren ze hoe stereotiep denken ontstaat en hoe het doorwerkt in onderwijspraktijken.

Toch zijn er hiaten. De opleidingen behandelen relationele vorming soms impliciet, binnen bredere kaders, in plaats van expliciet en structureel ingebed. Daardoor blijft een inclusief schoolklimaat afhankelijk van de goodwill en inzet van individuele scholen en leerkrachten.

Externe hulpverlening als vangnet?

Buseyne wijst erop dat voor andere onderwijsnoden, zoals dyslexie of dyscalculie, wel duidelijke richtlijnen bestaan. “Een uniforme regelgeving zou nuttig zijn, zodat scholen op eenzelfde manier omgaan met deze zorgnoden en we misverstanden met ouders kunnen vermijden.” Daarnaast ziet ze bij het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) ruimte voor verbetering. “De knowhow rond genderdiversiteit is daar nog onvoldoende.”

Het CLB speelt een vitale rol in de opvang van LGBTQIA+-jongeren. “Vanuit de CLB-medewerkers zelf kwam de vraag naar meer gerichte vorming”, vertelt An Victoire, verantwoordelijke psychosociaal functioneren en eindredacteur Caleidoscoop Magazine bij Vrij CLB Netwerk. “Daarom komt Çavaria meerdere keren per jaar opleidingen geven. Daarin komen niet alleen kennis en informatie aan bod, maar behandelen ze ook concrete casussen zodat onze medewerkers de nodige vaardigheden ontwikkelen.” Victoire benadrukt dat het initiatief daarvoor bij het CLB zelf ligt, niet bij de overheid. “De overheid staat te ver van het werkveld om te bepalen waar professionalisering nodig is. Ze bieden wel financiële steun om opleidingen te volgen.”

“Het is voor leerkrachten onmogelijk om in elke thematiek opgeleid te zijn”

An Victoire (verantwoordelijke psychosociaal functioneren en eindredacteur Vrij CLB Netwerk)

Daarenboven plaatst Victoire de verwachtingen rond leerkrachten in perspectief. “Elke dag komen duizend-en-één leerlingen door de schoolpoort, allemaal met verschillende achtergronden en hulpvragen. Het is voor leerkrachten onmogelijk om in elke thematiek opgeleid te zijn.” Maar de doorverwijzing naar externe hulpverlening blijft een knelpunt. “Wanneer we leerlingen willen doorverwijzen naar externe hulpverlening, botsen we op lange wachtlijsten”, getuigt Victoire. Daardoor wordt noodzakelijke hulp vaak uitgesteld, terwijl kwetsbare jongeren net nood hebben aan vlotte en gerichte ondersteuning.

Beleidsruimte of beleidsleemte

Binnen het onderwijs fungeren leerlingenbegeleiders en leerkrachten als eerstelijnsondersteuning voor de zorgnoden van leerlingen. Volgens Ann Verreth, algemeen directeur van Odissee Hogeschool en voorzitter van de Vlaamse Onderwijssraad, kan de overheid hen sterker ondersteunen met specifieke opleidingen en vormingen over specifieke noden van bijvoorbeeld LGBTQIA+-leerlingen. Tegelijk benadrukt ze het belang van doorverwijzing naar externe partners en tweedelijnshulp bij ernstige problemen.

“Uiteindelijk blijft het allerbelangrijkste de bespreekbaarheid in de klas. Scholen moeten inzetten op een open en inclusief klimaat”, aldus Verreth. Vandaag krijgen scholen nog veel autonomie in hoe ze zo’n veilig en inclusief leerklimaat invullen, zonder strikte aansturing vanuit de overheid.

Volgens de voorzitter van de Vlaamse Onderwijsraad raakt de aandacht voor diversiteit, genderidentiteit en geaardheid in het huidige beleid ondergesneeuwd door de focus op kennisoverdracht. “Dat is geen waardeoordeel, maar thema’s zoals diversiteit en identiteitsvorming zijn evengoed kenniselementen en verdienen een volwaardige plaats in het onderwijs”, benadrukt ze.

Hoe inclusief is het Vlaamse onderwijs vandaag? In deze reeks onderzoekt reporter Valentine Vanparys hoe LGBTQIA+-jongeren hun schooltijd beleven, welke uitdagingen middelbare scholen tegenkomen en waar kansen liggen om een veilige en inclusieve leeromgeving te creëren. Acht weken lang brengen we op vrijdag een nieuw verhaal, van persoonlijke getuigenissen tot diepgaande interviews en achtergrondreportages. Lees hier de andere artikels uit de reeks ‘Onderwijs zonder label‘.