• Onze zomerkampen staan online, check ze hier en schrijf je in

  • Elke woensdagmiddag StampLab, waar je experimenteert met media

  • Kom met ons mee naar festivals deze zomer om te reporteren

  • Stamp is uitzonderlijk gesloten op donderdag 18 juni

Rufina vluchtte met gezin en hoogzwangere mama naar België

De Oekraïense Rufina Oleksiienko vluchtte vier jaar geleden samen met haar familie naar België. De situatie in en rond de stad waarin ze woonde werd te gevaarlijk. “We waren met vier kinderen toen we vertrokken. In België is ons vijfde broertje geboren.”

Je bent van Oekraïne naar België gevlucht. Hoe was die reis?

“De tocht was fysiek en emotioneel zwaar. We vertrokken in een kleine auto die tot de nok toe opgetast was met dozen. In Polen begaf onze auto het. We moesten hem daar achterlaten en enkele dagen wachten tot een vriend ons kon ophalen. In totaal heeft de reis naar België zo’n drie tot vier dagen geduurd.”

Hoe was de periode in Oekraïne voordat jullie zijn gevlucht?

“We zaten vooral thuis, af en toe hadden we online les. We kregen taken die we nadien naar onze leerkrachten moesten doorsturen. Maar het wifinetwerk werkte niet altijd goed en het was soms moeilijk om je te kunnen concentreren.

We waren ook heel bang om naar buiten te gaan, zelfs naar de winkel was een grote stap. Dat was maar vijf minuten wandelen, maar we durfden niet. Vaak sliep ik ook met mijn broer en zus in één bed, zo voelden we ons veiliger.”

Wanneer zijn jullie vertrokken?

“Mijn ouders hebben lang getwijfeld. Veel van onze vrienden waren al eerder gevlucht. Mijn vader was bezorgd, want in Oekraïne had hij werk en een inkomen. In België zou hij geen werk hebben en geen geld verdienen, dat is eng om over na te denken. Na gesprekken met onze vrienden die al eerder gevlucht waren en nadat papa met zijn baas en collega’s sprak, hebben ze toch besloten om te vluchten. Omdat onze vrienden naar België waren gevlucht, besloten wij om ook naar hier te komen.”

Hoe kan je jouw eerste dagen in het opvangcentrum beschrijven?

“Toen we aankwamen, kregen we een plaats om te slapen die niet erg comfortabel was. Er stonden veel bedden in één kamer, gelukkig was het toen niet zo druk in het opvangcentrum. We kregen als gezin één kamer, dus we hadden wel een beetje privacy.

Er was een grote refter om te eten. Het eten in België en is anders dan in Oekraïne. Toen we uit het centrum kwamen en naar ons eigen huis verhuisden, aten we alleen maar pizza. Soep en andere gerechten konden we niet eten, omdat we dat niet lekker vonden.

Het was spannend om in het opvangcentrum te verblijven, omdat er veel mensen waren die onder druk stonden. Dan zijn ze soms erg vervelend. We waren heel bang om naar buiten te gaan in een nieuw land, om nieuwe mensen te leren kennen en een nieuwe taal te leren. Meestal zaten we de hele dag in onze kamer. Eén keer per dag gingen we naar buiten.

Mama moest kalmeringspillen nemen om rustig te blijven toen we in het opvangcentrum aankwamen, want ze kon ieder moment bevallen. Dat was niet zo goed voor het baby’tje en daar dacht ze veel aan. Het duurde dan ook niet lang voor ze moest bevallen.”

Hoe was dat dan, die bevalling?

“Tijdens onze tweede nacht in het opvangkamp moest mijn moeder bevallen. Terwijl mijn vader met haar mee naar het ziekenhuis ging, bleven ik met de rest van het gezin alleen achter in het kamp. We waren heel bang. Ik ook, maar ik ben de oudste, dus ik moest me sterk houden.

We zaten met ons vier op de kamer in het centrum. Mijn broertjes waren nog heel klein toen, dus voor hen was het heel beangstigend. Ik als grote zus moet er dan zijn voor hen en voor hen zorgen. De volgende ochtend is papa langsgekomen om te vertellen dat we er een broertje bij hadden gekregen.”

Heb je soms het gevoel gehad dat je niet welkom was in België?

“Soms, bijvoorbeeld bij het maken van een afspraak in het ziekenhuis. De administratie was niet geduldig. Ik moest in de documenten zoeken naar antwoorden, maar het duurde te lang, waardoor de persoon die ik aan de lijn had aflegde. Ik heb toen zeker meerdere keren moeten bellen om iets te vragen en het is altijd via die procedure, dus het duurde soms heel erg lang. Dat is erg frustrerend.”

Praat je vaak over deze periode in je leven met mensen?

“Nee, normaal gesproken praten we hier nooit over. We hebben niet bewust gezegd dat we er nooit over zouden praten, maar niemand doet het. Ik denk dat het is omdat we hier een goed leven hebben, we willen niet terugkijken naar het verleden waarin het niet altijd goed ging.

We zijn gelukkig hier, mijn mama is thuis en zorgt voor de kinderen. Mijn papa studeert ondertussen winkelmanagement aan de hogeschool. We leven in een omgeving met nog andere gevluchte Oekraïeners. Ik heb nieuwe vrienden en een nieuwe thuis. Ik ben gelukkig.”