©Jana Willems

 Immersive technology, Artificial Intelligence, Augmented Reality, 360° video’s… Ook binnen de gezondheidssector nemen de mogelijkheden toe. Zo zouden VR-brillen een positieve rol kunnen spelen bij de behandeling van angsten en fobieën. Wij testen het voor u uit.

Stel je voor: je lijdt aan agorafobie – of pleinvrees – en plots sta je in het midden van een drukke markt. Of je bent bang om met de auto te rijden en enkele ogenblikken later zit je achter het stuur. Geen paniek, want wanneer je de VR-bril van je neus haalt, bevind je je weer veilig in de echte wereld. VR-therapie is in principe niet nieuw, maar de software wordt steeds geavanceerder, compacter en toegankelijker.   

Experience Hub

Over de hele wereld houden onderzoekers zich bezig met VR en de mogelijkheden ervan binnen de gezondheidszorg. Ook in Antwerpen zitten de experten niet stil. De expertisecel Psychologie, Technologie en Samenleving van Thomas More focust zich op de synergie tussen psychologie en technologie. Onderzoeksleider Tom Van Daele ziet alvast potentieel in de Virtual Reality Exposure Therapy (VRET): “Er bestaan een aantal goede, toegankelijke platformen. De volgende uitdaging is het commercialiseren van de software.” 

Met dat doel startte de Thomas More onlangs de Experience Hub op. “Het opzet is om immersive technologie bekender te maken, zowel in de bedrijfssector als in de gezondheidszorg”, licht Tom Van Daele toe. In rusthuizen zouden bijvoorbeeld 360° video’s kunnen afgespeeld worden om de buitenwereld naar binnen te brengen. VR-simulaties kunnen dan weer kinderen en jongeren helpen om hun angst voor spuiten te overwinnen.   

De proef op de som

 Op Campus National ontmoet ik Sanne Klein en Ben Genné, twee laatstejaarsstudenten Toegepaste Psychologie, die stage lopen bij de Experience Hub. Ze geven me een voorproefje van angsttherapie door middel van VR. Vooraleer het mijn beurt is, stelt Sanne de bril af. Met de twee controllers in de hand bakent ze de kamer af, zodat het programma weet in welke zone de cliënt, ik dus, zich kan voortbewegen. De VR-simulatie heet Richie’s Plank Experience en is in feite geen therapeutisch platform, maar een game. “Het grootste verschil tussen de twee zijn de mogelijkheden qua aanpasbaarheid. In het spel kan je de hoogtes niet zelf instellen, terwijl dat bij therapeutische platformen wel mogelijk is”, aldus Tom Van Daele. Hoewel het oorspronkelijk dient als entertainment, confronteert het spel je wel met je hoogtevrees.   

©Jana Willems

Wanneer VR-bril klaar is voor gebruik, is het aan mij om mijn hoogtevrees onder ogen te komen. Gelukkig heb ik alleen in extreme situaties last van acrofobie. In het dagelijkse leven belemmert het me niet. Maar waag ik me aan muurklimmen of hoogteparcours, dan breekt het angstzweet me uit.  Eenmaal in de simulatie sta je op de stoep van een drukke straat in een grote stad. Door de koptelefoon hoor je het geraas van het verkeer. Sanne en Ben geven de instructie dat ik me moet omdraaien en in de lift stappen van het gebouw achter me. Dankzij de controllers in mijn handen kan ik net zoals in de echte wereld de liftknop induwen. Onderweg naar boven speelt er een rustig muziekje. Hoewel je beseft dat je je in een digitale wereld bevindt, voelt het hele gebeuren toch realistisch aan.   

Vrije val

 Wanneer de deuren opengaan, kijk je uit over de stad. Een klein platform, zonder balustrade, strekt zich voor je uit. Echt bang ben ik niet, al waag ik me aanvankelijk niet tot bij de rand. Schoorvoetend schuifel ik dichter. Wanneer ik naar beneden kijk, zie ik de drukke weg en de stoep waarop ik me enkele ogenblikken geleden nog bevond. De hoogte is duizelingwekkend en in het echte leven zou ik de lift überhaupt niet verlaten. Toch slaag ik er min of meer in om mijn kalmte te bewaren.  

Ben en Sanne stellen voor van het platform te springen. “Moet ik een duwtje geven?”, grapt Ben. Voor het eerst ben ik echt nerveus. Het druist in tegen mijn overlevingsinstinct om vanaf een torenhoog gebouw in het ijle te stappen. Na aanmoediging besluit ik om het toch te doen. Met een stuntelige pas stap ik van het balkon. En val naar beneden. Best spannend, al besef je snel dat je niet echt te pletter zult storten. Bang zijn is niet nodig.   

Neveneffecten en beperkingen

  Wanneer ik mijn bril afzet, bevind ik me aan de andere kant van de kamer. Voor een ogenblik ben ik gedesoriënteerd. Ben vraagt me of ik me misselijk voel. “Dat valt weleens voor bij mensen die voor het eerst VR uitproberen”, zegt hij.  

Volgens Joris Heyse, een computerwetenschapper die VR-algoritmes ontwikkelt aan de UGent, is motion sickness het belangrijkste neveneffect van Virtual Reality. “Voor mensen die daar last van hebben, en dat zijn er wel wat, is het dus geen optie. Een andere mogelijke bijwerking is vermoeidheid”, licht Heyse toe. Volgens Tom Van Daele zie je de afgelopen jaren echter verbetering op dat vlak: “Aangezien de software beter op punt staat en met meer precisie reageert op je bewegingen, zijn er ook minder mensen die last hebben van motion sickness.” 

Naast die neveneffecten zijn er nog enkele grenzen waarop de computertechnologie stuit. Het is namelijk van belang dat de virtuele omgeving waar de cliënt in terechtkomt, zo realistisch mogelijk is. “Cruciaal voor het overdragen van de therapie naar de echte wereld”, legt Joris Heyse uit. De simulatie moet natuurlijk in staat zijn effectief angstgevoelens op te wekken bij de proefpersoon.  

Hoewel Virtual Reality enorm veel kansen biedt, maken nog niet erg veel therapeuten er in de praktijk gebruik van. Deels ligt dat aan de kostprijs, maar Tom Van Daele stelt ook daar een evolutie vast: “Als je het vergelijkt met enkele jaren geleden, dan merk je dat de installaties compacter en toegankelijker zijn geworden. Ook de kostprijs is flink gedaald. Vandaag kan je een Meta Quest 2, het model dat wij gebruiken, kopen vanaf 350 euro. De eenvoudige modellen, waarbij je een smartphone in de bril plaatst, kosten ongeveer 20 euro.”  

Zelf aan de slag

 Voorlopig gebruiken experten Virtual Reality Exposure Therapy voornamelijk als een aanvullende tool die ze tijdens de therapie implementeren. Volgens Tom Van Daele moet het gaandeweg mogelijk worden om ook op zelfstandige basis je angsten onder ogen te komen: “Er bestaan platformen zoals zerophobia.app waarmee je thuis aan de slag kunt, zonder hulp van een therapeut. Een kanttekening: vaak ronden mensen een sessie niet af, omdat ze dat duwtje in de rug missen van een externe. Het ontbreekt hen aan de motivatie om door te zetten. Maar sta je ervoor open en heb je de discipline om een therapie af te ronden, dan kan je er zeker voordeel uit halen.”  

vorige volgende