• Elke dinsdag-, woensdag- en donderdagmiddag StampLab, waar je experimenteert met media

  • Boek een mediawijze workshop voor je klas of organisatie

Category Archives: Binnenland

In Brussel voeren scholieren vandaag opnieuw actie tegen hervormingen in het Franstalig onderwijs. Ook vrijdag, tijdens de eerste nationale stakingsdag, kwamen verschillende jongeren op straat. Dat mondde uit in rellen en een kat-en-muisspel met de politie. Vandaag werden opnieuw meerdere jongeren opgepakt door de politie aan Brussel-centraal. Reporter Dries Basraoui was ter plaatse en maakte deze beelden.

Lees ook: Studentenprotest in Brussel mondt uit in kat-en-muisspel: “Zouden we gehoord zijn, zonder geweld? Ik denk het niet”

Bekijk ook: Uitgelegd | Studenten protesteren tegen besparingen in het Franstalig onderwijs

Een dag na de protesten ontwaakt Brussel in vernieling en schade. Gisteren kaapten relschoppers de betoging van de socialistische en christelijke vakbonden ABVV en ACV tegen de besparingen van de overheid. Meer dan honderd mensen, vrijwel allemaal jongeren, werden opgepakt. 21 van hen werden voorgeleid bij het parket, waaronder zeventien minderjarigen.  Reporter Dries Basraoui was ter plaatse.

Het knallende geluid van vuurwerk, bommetjes die worden afgestoken, en laaiende sirenes lijken van alle kanten te komen. Met mijn gsm in de hand wandel ik naar Brussel-Centraal, terwijl ik Het Journaal van 13 uur volg op mijn scherm.

Het ABVV en ACV protesteerden op 9 oktober in Brussel om druk uit te oefenen op de federale regeringsonderhandelingen van premier Bart De Wever. Onder die groep demonstranten zaten ook Franstalige studenten. Volgens de officiële telling van de politie kwamen er 30.000 mensen opdagen. De vakbond ABVV zelf sprak van 50.000 deelnemers.

De actie begon vreedzaam, maar eindigde in rellen. Bert Engelaar, ABVV-voorzitter, kwam de dag voor de betoging met een boodschap: “Betogen is een grondrecht. Respectvol betogen is een kracht. Relschoppers mogen niet bepalen waarover de komende dagen wordt gesproken.” Het tegendeel is echter waar. Het protest ontaardt al snel in een kat-en-muisspel.

“In het begin konden we nog spreken van een manifestatie. Meer naar het einde werd het rampzalig”, getuigt Luikse student Nicolas (19) die met zijn vriendin Anaïs (19) naar Brussel kwam. “De optocht liep ten einde toen wij aankwamen. Het was geen demonstratie meer.”

110 mensen, vrijwel allemaal jongeren, werden opgepakt. 21 van hen werden voorgeleid bij het parket, waaronder zeventien minderjarigen. 

Vanaf de Grasmarkt voel ik de spanning stijgen. Politieagenten chargeren door de straten. Ik wandel verder terwijl ze me langslopen. Iets verderop zie ik dan de honderden gemaskerde zwartgeklede jongeren. Oppassen geblazen, want er vliegen kasseien door de lucht. Traangas en waterkanonnen worden ingezet. Relschoppers vallen de politie aan. De politie reageert daar meteen op. Zo gaat het uren door.

“Tegenwoordig kent de politie geen grenzen meer. Toch moeten we blijven protesteren tot er écht iets verandert”

Lucia (19)

Ik zie teleurgestelde studenten wanneer ze beseffen dat hun protest opnieuw wordt gekaapt. In Luik komen studenten al sinds begin oktober op straat tegen de besparingen op het Franstalig onderwijs. Verschillende media berichten dat de protesten zijn geïnspireerd op die van Frankrijk. Studenten komen daar op straat voor gelijke problemen. Maar niet iedereen legt die link. “De demonstraties begonnen in België nog vóór Frankrijk, maar toen waren ze niet zo gewelddadig en gingen ze niet zo ver”, aldus Lucia (19), betoger uit Waals-Brabant.

Jongeren getuigen over de frictie met de politie. “Tegenwoordig kent de politie geen grenzen meer. Toch moeten we blijven protesteren tot er écht iets verandert”, gaat Lucia verder. “Zouden we gehoord zijn zonder geweld? Ik denk het niet. Altijd als we respectvol protesteren, laten de media en regering ons links liggen.”

Geweld verlegt de essentie

“Relschoppers worden de nieuwe protagonisten. Ze verleggen de essentie van de betogingen. Waar het écht om gaat, zijn de besparingen in het onderwijs, dat volgens velen al genoeg lijdt.” Ik spreek met Flavie (20). Ze studeert aan de Universiteit Luik. “We zijn de huidige Arizona-regering helemaal beu. Het inschrijvingsgeld van zo’n 1.200 euro is voor veel studenten onbetaalbaar. Ook het busabonnement wordt duurder: 384 euro per jaar in plaats van 12 euro. De kosten lopen enorm op”, aldus Flavie. “Ik vind dat we de rijken moeten belasten en meer geld in het onderwijs moeten investeren.”

“Relschoppers worden de nieuwe protagonisten. Ze verleggen de essentie van de protesten”

Flavie (20)

Ook het secundair onderwijs staat volgens velen onder druk. Flavie herinnert zich hoe een zieke lerares werd vervangen door een arts. “Veel scholen verkeren in ongezonde omstandigheden: in de winter zitten leerlingen in klassen waar het vier graden is, omdat de verwarming niet werkt en de ramen niet geïsoleerd zijn”, getuigt Flavie. “Tegelijk moeten leerkrachten extra uren werken zonder daarvoor betaald te worden. Dat vind ik onaanvaardbaar. Elk werk verdient een loon. Deze onhoudbare situatie maakt dat we op straat komen en zullen blijven komen.”

Foto’s en video: © 2026 StampMedia / Dries Basraoui

Verschillende jeugdwerkorganisaties in Antwerpen vormen het collectief J100. Woensdag spraken de jongeren over mentaal welzijn en dat niets taboe is: ze moeten meer spreken over hoe ze zich voelen als jongeren.

Foto’s: © 2026 StampMedia / Ahmad Hardan

Jongeren van StampMedia kregen op 1 oktober de kans om workshops te volgen bij journalisten van De Morgen tijdens de ‘Newsroom take-over‘. In de workshop ‘social video’ kregen de deelnemers de opdracht om een video-explainer op te nemen op basis van een artikel van De Morgen. Bekijk hier één van de resultaten.


Reporters Loes van Looke en Aline Smets kozen voor het De Morgen-artikel ‘Groene nagellak belooft veel, maar is die ook beter voor het milieu?’ en vertaalde dat naar een video-explainer.

Journalist: Loes Van Looke
Camera: Aline Smets
Montage: Aline Smets & Loes Van Looke

Jaarlijks sluiten gemiddeld 22.000 nieuwkomers een inburgeringscontract af in Vlaanderen. Deze mensen hebben toestemming gekregen om in België te blijven, maar ze moeten wel een verplicht traject afleggen. In de podcast Welkom in België onderzoekt Marthe Hellemans de stappen om in te burgeren in Vlaanderen. Ze gaat ook in gesprek met verschillende nieuwkomers om te kijken hoe het voor hen is om in een vreemd land met een vreemde taal een nieuw leven op te bouwen.

Volgens het Agentschap Binnenlands Bestuur behaalden in 2024 maar liefst 17.938 nieuwkomers het inburgeringsattest in Vlaanderen. Dat is een recordaantal.

Het inburgeringstraject bestaat uit vier pijlers: Nederlands leren, een cursus maatschappelijke oriëntatie volgen, inschrijven bij de VDAB, en het netwerk- en participatietraject. Per pijler spreekt Marthe met een andere nieuwkomer om een beeld te schetsen van wat de verschillende pijlers inhouden.

Je hoort bijvoorbeeld Barakatolah, een 20-jarige Afghaanse jongen, die al een jaar Nederlandse les volgt. Of Yusef, die nog maar net uit Syrië naar België is gekomen. Hij moet nog wennen aan de Belgische cultuur, maar de lessen maatschappelijke oriëntatie helpen hem daar goed bij. Een grotere uitdaging is het zoeken naar werk. Nadia uit Oekraïne heeft in haar eigen land een masterdiploma economie behaald, maar kan hier maar geen werk vinden. En Aïsha bewijst dan weer met haar verhaal hoe belangrijk het netwerk- en participatietraject is. Na haar taalstage bij een dienstencentrum besloot ze om er te blijven werken als vrijwilliger.

Op achtjarige leeftijd moest Fatima Noori Afghanistan ontvluchten. Vandaag richt ze zich met een open brief tot minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt. “Ik vraag u niet om grenzen af te schaffen of problemen te ontkennen, maar om te kijken naar wie de migranten zijn, waarom ze naar België komen, welke rechten ze hebben en wat er gebeurt nadat een beslissing over hun leven is genomen.”

Geachte minister Van Bossuyt, ik schrijf u niet omdat ik denk dat migratiebeleid eenvoudig is. Ik schrijf u niet als journalist of burger. Ik schrijf u als iemand die ooit als kind op de vlucht was. Op achtjarige leeftijd moest ik Afghanistan verlaten. Ik begreep niets van oorlog, internationale politiek of geopolitieke belangen, alleen dat de wereld die ik kende plots onzeker werd. Wat als mijn toekomst afhankelijk was van de beslissing van iemand die mij nooit heeft ontmoet?

Migratie is meer dan asiel

Het migratiedebat gaat vaak alleen maar over asiel en vluchtelingen, terwijl dat slechts een onderdeel is. Een asielzoeker, een arbeidsmigrant, een internationale student, een Europese werknemer, een Belg die terugkeert uit het buitenland, een kind dat zich bij zijn ouders voegt, iemand zonder wettig verblijf: allemaal vallen ze onder het brede begrip ‘migranten’.

De cijfers tonen hoe breed die werkelijkheid is. In 2025 registreerde België volgens Statbel 177.094 immigraties. De grootste nationaliteitsgroep onder de mensen die naar België immigreerden, bestond uit Belgen, gevolgd door Roemenen en Fransen. Migratie gelijkstellen aan asiel geeft dus een onvolledig beeld. Bovendien blijkt uit cijfers van federaal migratiecentrum Myria dat werk in 2024 de belangrijkste verblijfsreden was bij EU-burgers die een eerste verblijfstitel kregen in België.

“Is het migratiebeleid geslaagd als minder mensen asiel aanvragen?“

Fatima Noori (18)

In 2025 vroegen 34.439 mensen internationale bescherming aan in België, 13 procent minder dan in 2024. Is het beleid geslaagd als minder mensen asiel aanvragen? Als ze terugkeren? Of als gezinshereniging moeilijker wordt? Een minister mag een streng migratiebeleid voeren, maar dat wil niet zeggen dat die boven de rechtsstaat staat.

De grenzen van het migratiebeleid

Op 26 februari schorste het Grondwettelijk Hof verschillende bepalingen over de opvang van verzoekers om internationale bescherming. Op 21 mei vernietigde het Hof bepalingen waarmee de mogelijkheid werd afgeschaft om in bijzondere omstandigheden opvang in financiële vorm toe te kennen. Volgens het Hof botste die afschaffing met het Europese recht en verschillende grondrechten en kon ze een aanzienlijke achteruitgang betekenen van onder meer het recht op menselijke waardigheid, maatschappelijke hulp, behoorlijke huisvesting en het privé- en gezinsleven.

Ook de Raad van State (RVS) heeft uw beleid begrensd. Nadat u Fedasil op 2 maart de instructie gaf om materiële hulp te beperken voor mensen die al internationale bescherming hadden gekregen in een andere EU-lidstaat, schorste de Raad van State die beslissing op 27 maart. De betrokken personen liepen volgens de RVS het onmiddellijke risico volledig behoeftig te worden en op straat te moeten slapen.

Bovendien was de vereiste juridische procedure niet gevolgd. Op 8 juli werd opnieuw een beslissing over de beperking van materiële hulp geschorst. De minister had volgens de RVS niet aangetoond dat de aanvragen in kwestie konden worden beschouwd als ‘volgende aanvragen’ waarvoor de hulp beperkt mocht worden.

Het is duidelijk dat het huidige systeem problemen heeft, maar als rechterlijke instanties meermaals ingrijpen, gaat de discussie dan nog over hoeveel mensen naar België komen of over de manier waarop we hen behandelen?

Veilige terugkeer?

In juni nam België samen met veertien andere EU-lidstaten deel aan een bijeenkomst van de Europese Commissie met vertegenwoordigers van de taliban over de terugkeer van Afghanen. Volgens de Europese Commissie zochten verschillende lidstaten manieren om onder meer mensen die ernstige misdrijven hadden gepleegd of mogelijk een veiligheidsrisico vormden naar Afghanistan terug te sturen. Uw kabinet bevestigde de Belgische deelname.

Ik begrijp dat regeringen soms moeten spreken met regimes die zij niet erkennen. Ik begrijp ook waarom de overheid wil kunnen optreden tegen iemand die hier ernstige misdrijven pleegt en geen verblijfsrecht heeft. Maar de vraag blijft wat veilige terugkeer betekent wanneer er wordt onderhandeld met een regime dat fundamentele rechten zwaar beperkt, in het bijzonder die van vrouwen en meisjes.

“Mijn verhaal mag niet gebruikt worden om alle migratie te verklaren, net zoals een verhaal over fraude, criminaliteit of mislukte integratie niet gebruikt mag worden om iedereen met een migratieachtergrond te beoordelen“

Fatima Noori (18)

Mijn band met dat onderwerp is persoonlijk. Toen ik mijn ouders tijdens onze vlucht vroeg waar we naartoe gingen, antwoordden ze: “Zo ver mogelijk.” Pas later begreep ik dat ze niet op zoek waren naar het rijkste land of het gemakkelijkste systeem. Ze zochten een plek waar we veilig konden zijn. Maar mijn verhaal is slechts één migratieverhaal. Het mag niet gebruikt worden om alle migratie te verklaren, net zoals één verhaal over fraude, criminaliteit of mislukte integratie niet gebruikt mag worden om iedereen met een migratieachtergrond te beoordelen.

Eerlijk gesprek over migratie

Problemen mogen benoemd worden. Misbruik bestaat en integratie lukt niet altijd. De opvang staat onder druk, procedures duren te lang en het terugsturen van mensen zonder verblijfsrecht blijkt in de praktijk moeilijk. Maar wanneer migratie zelf voortdurend als probleem wordt voorgesteld, bestaat het gevaar dat ook mensen als probleem worden gezien.

Ik vraag u niet om grenzen af te schaffen of problemen te ontkennen, maar om te kijken naar wie de migranten zijn, waarom ze naar België komen, welke rechten ze hebben en wat er gebeurt nadat een beslissing over hun leven is genomen. Wat als mijn toekomst afhankelijk was van de beslissing van iemand die mij nooit heeft ontmoet?

België gaf me ooit de kans om opnieuw te beginnen. Daardoor kon ik naar school gaan, leerde ik schrijven en kan ik vandaag openlijk het beleid van een minister in vraag stellen. België gaf me een stem, die ik niet alleen gebruik voor mensen met hetzelfde verhaal als ik, maar voor een eerlijker gesprek over migratie.

Een job is meer dan een manier om geld te verdienen. Het is vaak ook het eerste wat we over onszelf vertellen. Wat als het antwoord ontbreekt?

Als we iemand voor het eerst ontmoeten, stellen we al snel de vraag: wat doe je? Wat we eigenlijk bedoelen: wat is jouw job? Alsof we via het antwoord een klein stukje van die persoon kunnen begrijpen. Maar wie ben je eigenlijk als je geen job hebt?

In België bedroeg de jeugdwerkloosheidsgraad volgens Statbel in het tweede kwartaal van 2026 18,2 procent bij jongeren van 15 tot 24 jaar. Bij laaggeschoolden lag de werkloosheidsgraad op 15,5 procent, tegenover 3,7 procent bij hooggeschoolden.

Ik denk niet graag in cijfers, want achter die 18,2 procent zit een persoon. Iemand die vanochtend wakker werd en opnieuw vacatures opende. Iemand die een sollicitatie stuurde en daarna de hele dag naar zijn telefoon keek. Iemand die Nederlands leert en ondertussen probeert uit te leggen dat die meer kan dan wat er op zijn cv staat. Iemand die al zo vaak “nee” heeft gehoord dat het woord langzaam iets over zichzelf begint te zeggen. En dat is waar ik bang voor ben. Niet alleen dat iemand zonder werk zit maar dat iemand op een dag begint te denken: misschien ben ik het probleem.

Meer dan een cv

We vragen elkaar zelden: wie ben je? Het lijkt wel alsof een job iemands identiteit volledig bepaalt. Een job levert niet alleen geld op, het geeft je ook ritme, mensen om je heen, ervaring en een gevoel dat je ergens bij hoort. Maar daardoor kan er iets vreemds gebeuren. We beginnen onze waarde te koppelen aan wat we produceren. Alsof een mens pas zichtbaar wordt wanneer die iets doet dat op een cv past. Maar stel je voor dat we alles weghalen. Geen job, geen diploma, geen salaris, geen functietitel, wie ben je dan?

We moeten eerlijk zijn: niet iedereen begint op dezelfde plaats. Daarom is ‘probeer gewoon harder’ een te klein antwoord op een te groot probleem

Werkloos zijn betekent niet automatisch dat je niets doet. Sommige mensen zoeken elke dag werk. Anderen leren een taal, volgen een opleiding of doen vrijwilligerswerk. Sommigen zorgen thuis voor iemand of zijn gewoon even moe. Dat laatste vergeten we soms. Niet iedereen die stilstaat, is lui. Sommige mensen zijn gewoon even aan het proberen opnieuw te beginnen. En natuurlijk hebben we ook een verantwoordelijkheid tegenover onszelf. We kunnen zoeken, leren, vragen stellen, hulp zoeken en nieuwe dingen proberen.

We moeten eerlijk zijn: niet iedereen begint op dezelfde plaats. De cijfers laten dat ook zien. Daarom is “probeer gewoon harder” een te klein antwoord op een te groot probleem. Wat als je deze tijd anders bekijkt? Misschien is een periode zonder werk niet alleen een lege plek op je cv maar ook een tussenruimte. Een plaats tussen wat je was en wie je aan het worden bent. Je kunt een taal leren, een cursus volgen, vrijwilligerswerk doen, een idee proberen, schrijven, een podcast beginnen, mensen ontmoeten. Of ontdekken dat de richting die je jarenlang voor jezelf zag, eigenlijk helemaal niet jouw richting is. En nee, je hoeft niet elke dag iets indrukwekkends te doen, je bent geen machine. Je mag een dag hebben waarop je niets bereikt, je mag twijfelen, je mag moe zijn, maar probeer één ding niet te doen: je hele leven uitstellen tot iemand je een baan geeft.

Tussenhoofdstuk

Misschien ben je niet gewoon werkloos, maar onderweg. Iemand die vandaag nog niet weet waar die thuishoort, is niet automatisch verloren. Misschien ben je gewoon nog onderweg, en dat ziet er niet altijd mooi uit. Soms ziet het eruit als wachten, twijfelen of opnieuw beginnen. Soms als een lege inbox of een afgewezen sollicitatie. Of als wakker worden en niet weten wat je volgende stap is. 

Een tussenhoofdstuk is nog altijd een hoofdstuk. Dus als je vandaag geen werk hebt, probeer dan niet te denken: “Ik ben niemand.” Je bent iemand die nog onderweg is naar een antwoord.

Op 26 september 2026 vierde het De Coninckplein het Maanfeeest, een eeuwenoude Chinese traditie om de oogst te vieren. Reporter Ahmad Hardan ging ter plaatsen om het in beeld vast te leggen.

Foto’s: © 2026 StampMedia / Ahmad Hardan

‘Allemaal Coninck’ is een buurtfeest dat op 5 september bewoners, bezoekers en organisaties uit de omgeving samenbracht op het De Coninckplein. Wij vroegen hen hoe zij naar het plein kijken.

De meningen lopen uiteen. “Mijn zus gaat ’s avonds liever met de fiets dan te voet”, vertelt een buurtbewoner. Een andere bezoeker zegt: “Ik vind het plein best wel getto.” Anderen vinden dan weer dat het plein onterecht een slechte reputatie heeft: “De negatieve naam is vaak onterecht.”

Journalisten: Fatima Noori en Nisrine El Hajri
Audiomontage: Noor Laurent

‘Allemaal Coninck’ is een buurtfeest dat bewoners en organisaties van het De Coninckplein in Antwerpen samenbrengt. Of dat is toch de bedoeling. Want wat als het feest voorbij is? Wat blijft er dan over voor de buurt? En wat zou de stad moeten doen voor het plein en de problemen die er zijn? 

Journalist: Ahmad Hardan
Camera: Dries Basraoui