• Onze zomerkampen staan online, check ze hier en schrijf je in

  • Elke woensdagmiddag StampLab, waar je experimenteert met media

  • Kom met ons mee naar festivals deze zomer om te reporteren

  • Stamp is uitzonderlijk gesloten op donderdag 18 juni

“Ik heb mijn best gedaan, maar mensen maken het je niet gemakkelijk”

Op 26-jarige leeftijd liet Öykü Uslu Turkije achter zich om in België een nieuw leven op te bouwen. Het was een zoektocht naar professionele kansen, maar onderweg moest ze doorzetten, zo ontdekte ze wie ze echt was. Vandaag werkt ze als huisarts en kijkt ze terug op een traject vol uitdaging, maar ook groei. “Mijn thuis is nu hier.”

Je bent al vroeg uit huis gegaan. Hoe kwam dat?

“Ik kom uit Bodrum. Dat is een kleine stad, een dorp eigenlijk, al is het een gekende toeristische plaats. Ik had altijd het gevoel dat ik daar niet echt succesvol kon zijn. Ik wilde meer doen, ergens anders naartoe gaan. Daarom ben ik op mijn veertiende vertrokken naar een grotere stad, Izmir, om naar de middelbare school te gaan.”

Hoe was die ervaring?

“Het was niet gemakkelijk. Ik verbleef daar in een soort internaat, met zestien meisjes in één kamer. Maar het heeft mij wel gevormd. Daarna ben ik op mijn achttiende naar Istanbul gegaan om geneeskunde te studeren. Eigenlijk ben ik dus al van jongs af aan op zoek naar meer kansen en een grotere wereld.”

Een nieuwe start

Wanneer heb je beslist om naar België te verhuizen?

“Dat is lang geleden (denkt na). Dat zal 2018 geweest zijn. Ik ben in Turkije afgestudeerd en heb daar anderhalf jaar gewerkt als basisarts. Ik wilde mijn horizon verbreden en besloot om te emigreren. Ik solliciteerde voor jobs in België, Nederland en Duitsland. Mijn partner ging naar Nederland voor een master, dus dacht ik: ik zal ook ergens vlakbij iets zoeken. Uiteindelijk kreeg ik antwoord van UHasselt.”

Hoe was die eerste periode hier?

“De reis zelf was niet zo moeilijk, maar integreren was niet zo makkelijk. Ik sprak geen Nederlands en voelde me een buitenbeentje. Tijdens de middagpauze op het werk sprak niemand Engels en was ik de enige die geen woord Nederlands sprak.”

Werd je warm ontvangen of heb je hard moeten vechten voor een plaats?

“Een combinatie van de twee, maar ik heb vooral hard moeten vechten. Ik had de indruk dat mensen hier niet zo gemakkelijk vrienden maken. Op het werk voelde ik zo’n grens: we zijn collega’s, maar niet echt vrienden. Dat was voor mij choquerend.

Voor mijn doctoraat zat ik voortdurend in het labo. Dat was totaal anders dan wat ik had gestudeerd, ik had nog nooit zoiets gedaan dus moest ik alles leren van nul. In het begin liep het onderzoek niet zo goed, daardoor werd ik meer uitgesloten door mijn collega’s. Ik herinner me zelfs een dag dat iedereen samen ging eten en ik van niets wist. Dat voelde echt als: je hoort er niet bij. Maar na een jaar ging het beter met het onderzoek en werd ik wel uitgenodigd. Dat vond ik een beetje hypocriet.”

Een nieuwe richting

Hoe ben je huisarts geworden?

“Ik wilde sowieso een specialisatie doen en dat werd huisartsgeneeskunde. De eerste twee jaren waren moeilijk, maar de drie jaren daarna maakten me blij. Ik had een beter gevoel bij collega’s en patiënten.”

Was de taal nog een probleem?

“In het begin wel. Ik was altijd in mijn hoofd aan het vertalen van Engels naar Nederlands of van Turks naar Engels en dan naar Nederlands. Dat was vermoeiend. Na een jaar ging het beter en kreeg ik meer zelfvertrouwen.”

Welke mensen hebben een belangrijke rol gespeeld in je integratie?

“Mijn praktijkopleider heeft mij veel gesteund. Ze zei altijd: het komt goed, je bent een goede dokter. Mijn partner speelde ook een grote rol. Als iemand zoveel vertrouwen in je heeft, denk je ook dat je het kan.”

Tussen twee huizen

Voel je je meer Belg of Turk?

“In eerste instantie Turks en daarna Belg. Mijn familie en vrienden zijn nog in Turkije, dus dat blijft voor mij belangrijk. Maar ik heb hier mijn leven opgebouwd.”

Wat betekent thuis voor jou vandaag?

“Hier eigenlijk. Ik heb echt mijn thuis hier. Als ik naar Turkije ga, spreek ik over het huis van mijn ouders. Maar na tien dagen mis ik mijn eigen (t)huis. Dat is hier, met mijn partner.”