Oekraïense jongeren studeren in België én in hun thuisland: “Ik wilde niet dat al mijn moeite verloren ging”
De stem van jongerenInclusie in de cultuursector? “Iedereen is welkom, maar zo voelt het niet”
Cultuurhuizen moeten een breder en diverser publiek aantrekken, maar tegelijk staan subsidies voor participatie- en inclusieprojecten onder druk. Volgens jongeren en experten voelen veel bezoekers zich daardoor nog steeds niet echt welkom in de sector.
Een zwarte bezoeker krijgt een zwarte stempel op haar hand tijdens een cultureel evenement. Wanneer ze later opnieuw binnen wil, ziet de security de stempel nauwelijks. “Dat lijken kleine dingen”, zegt inclusieve marketeer en auteur Hamza Ouamari, “maar zulke signalen bepalen of iemand terugkomt.”
De Vlaamse overheid wil cultuur toegankelijker maken voor een breder publiek. Tegelijk verdwijnen middelen voor organisaties die net op die participatie inzetten. Zo verliezen amateurkunstenorganisaties tot 13,5 procent van hun subsidies en vallen geplande steunmaatregelen voor kleine bovenlokale projecten weg. Kenniscentrum cultuuronderzoek geeft aan dat voor meer dan de helft van niet-bezoekers ‘zich niet thuis voelen’ of ‘het niet gewoon zijn’ een belangrijke reden is om niet te gaan. Daardoor ontstaat er dus een duidelijke tegenstelling: de overheid vraagt cultuurhuizen om inclusiever te werken, maar vermindert tegelijk de middelen waarmee ze dat kunnen doen.
“Je leert waar je wel en niet welkom bent”
Elise (21) zit al bijna haar hele leven in een rolstoel. Voor haar is cultuur meer dan vrije tijd. Ze schrijft, speelt toneel en houdt van woordkunst. “Cultuur is voor mij geen luxe,” zegt ze. “Ik heb het nodig.” Toch botst ze vaak op praktische drempels. Door haar beperking houdt ze voortdurend rekening met toegankelijkheid, onderweg, op school en in culturele ruimtes. Daardoor kiest ze vooral plekken waarvan ze weet dat ze haalbaar zijn.
Volgens Hamza Ouamari zit inclusie niet in goede bedoelingen, maar in wat bezoekers echt ervaren: “Hoe wordt iemand onthaald? Zijn er curatoren die op hen lijken, die verhalen brengen vanuit hun referentiekader? Of voelt het alsof je enkel de dominante norm binnenstapt?”
Voor een project stuurde Ouamari jongeren als ‘mystery visitors’ naar culturele instellingen. De jongeren kwamen geen grote incidenten tegen, maar wel veel kleine signalen. “Een zwarte bezoeker kreeg een zwarte stempel op haar hand en had daarna moeite om opnieuw binnen te komen omdat die nauwelijks zichtbaar was.”
Ook de inrichting van gebouwen speelt volgens hem mee. “Als er objecten vastgeplakt zijn aan tafels, krijg je het gevoel dat men verwacht dat jij iets zou stelen.” Volgens Ouamari stapelen die ervaringen zich op. “Het zijn bijna micro-agressies van de omgeving. Eén moment is nog te verdragen, maar als je de hele dag door herinnerd wordt aan je positie als ‘anders’, dan haak je op een bepaald moment af.”
Cultuur als iets wat je moet kennen
Samuel (27) is fotograaf en gebruikt cultuur om tot rust te komen en mensen te ontmoeten. Toch merkt hij dat cultuur niet vanzelfsprekend toegankelijk is. “Je moet weten waar en bij wie je moet zijn.” Die afstand herkent ook Seba (22). Hij werkt in de bouw en kijkt online naar architectuurvideo’s, maar ziet zichzelf niet als cultuurbezoeker. “Een museum binnenstappen? Dat doe ik gewoon niet.” Hij noemt het geen bewuste keuze. Culturele instellingen voelen voor hem ver weg. “Alsof ze niet voor mij bedoeld zijn.” Van jongs af aan focust Seba op werk en financiële zekerheid. Hij wil later een eigen huis kopen.
Tijdens de coronaperiode begon hij te drummen en gaf hij zelfs drumles aan zijn vriendin. Maar toen hij opnieuw voltijds werkte, verdween muziek opnieuw naar de achtergrond. Volgens Departement Cultuur, Jeugd en Media neemt ongeveer dertig tot veertig procent van de Vlamingen nauwelijks of geen deel aan klassieke cultuuractiviteiten. Onderzoek van Statistiek Vlaanderen bevestigt dat beeld. Vlamingen met een hoger diploma gaan twee tot drie keer vaker naar culturele activiteiten zoals musea of theater dan mensen met een lager opleidingsniveau. Volgens specialist onderzoek bij het LKCA (Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst) Josefiene Poll wordt cultuur in veel instellingen nog altijd als neutraal voorgesteld, terwijl toegang sterk afhangt van sociale codes en achtergrond.
“Diversiteit op affiches is niet genoeg”
Volgens Ouamari zetten instellingen sterk in op zichtbaarheid. “Je ziet diversiteit op affiches en in video’s. Maar eenmaal binnen voelt de ervaring vaak anders dan verwacht.” Volgens het rapport van Digitaal Vlaanderen (Kunst & Erfgoed) haakt ongeveer 20 tot 25 procent van potentiële bezoekers af door onduidelijke communicatie of digitale drempels (tickets, websites, info).
Voor Alessia (25) gaat die drempel verder dan alleen communicatie. Haar ouders migreerden vanuit Italië naar België en kunst speelde altijd een belangrijke rol in haar leven. Toch moest ze haar kunstopleiding stopzetten omdat de kosten voor materialen te hoog opliepen. De combinatie van studeren en werken leidde uiteindelijk tot een burn-out.
Later werkte ze als onthaalmedewerker in een museum, maar ook van binnenuit bleef de culturele sector voor haar afstandelijk aanvoelen. “Ik voel me er nog altijd niet echt thuis”, vertelt ze. “Kunst wordt vaak op een elitaire manier gepresenteerd, terwijl ik kunst net associeer met iets huiselijks en verbindends.”
Samen met expert Ouamari spreekt ze in onderstaand audiostuk over inclusie en diversiteit in de cultuursector. Waarom voelen veel mensen zich nog niet aangesproken door culturele instellingen? Hoe kunnen minderheidsgroepen beter betrokken worden? En hoe zorg je ervoor dat diversiteit niet alleen zichtbaar is op affiches, maar ook voelbaar wordt in de praktijk?
Ook kunstenaar Mounir Eddib herkent dat spanningsveld. Hij werkte al rond het mijnverleden van zijn familie en vertrekt in zijn werk vanuit persoonlijke en collectieve geschiedenis.
Bij zijn solotentoonstelling in Z33 (Huis voor Actuele Kunst, Design en Architectuur) in Hasselt kreeg hij veel persaandacht. Toch stoorde hij zich aan hoe media zijn verhaal brachten. In een artikel omschreef een journalist hem als ‘van medewerker bij Aldi tot kunstenaar’. Volgens hem leggen media en instellingen te veel nadruk op iemands achtergrond, in plaats van op het werk zelf. Hij wil erkend worden “zoals zijn ‘witte’ collega’s: met zijn naam, zijn werk en zijn praktijk. That’s it.”

“Ik denk dat we in oppervlakkige relevantie blijven steken,” zegt hij over hoe de sector met inclusie omgaat. Volgens Ouamari is het debat de voorbije jaren wel veranderd. “Tien jaar geleden ging het gesprek over: is diversiteit nodig? Vandaag gaat het over: wat moeten we doen?” Toch blijft de situatie volgens hem kwetsbaar. “Inclusie is ook het eerste waarop bespaard wordt.”
Beleid versus beleving
In de beleidsnota Cultuur 2024–2029 van Vlaams minister van Welzijn, Cultuur, Armoedebestrijding en Gelijke Kansen Caroline Gennez (Vooruit) ligt de nadruk op publiekswerking en maatschappelijke impact. Cultuurhuizen moeten niet alleen meer bezoekers bereiken, maar ook nieuwe doelgroepen aanspreken en hun maatschappelijke rol versterken.
Het gaat over macht: wie bepaalt wat cultuur is, wie mag spreken en wie gehoord wordt
Rachida Lamrabet (juriste en auteur)
In een schriftelijke reactie benadrukt het kabinet dat publieksverbreding daarom niet mag worden herleid tot cijfers. Cultuurorganisaties worden aangespoord om drempels weg te werken en ruimte te maken voor participatie, inspraak en diverse stemmen. Die visie wordt ook meegenomen in de beoordeling van subsidieaanvragen. Toch blijft onduidelijk hoe in de praktijk wordt gemeten of die inclusie ook effectief wordt ervaren. In de reactie worden geen concrete criteria genoemd die nagaan of bezoekers zich welkom voelen in cultuurhuizen, of hoe die beleving wordt opgevolgd of geëvalueerd. De nadruk ligt vooral op beleidsdoelstellingen en de instrumenten die organisaties moeten inzetten, niet op de vraag hoe het publiek die inspanningen ervaart.
Volgens juriste en auteur Rachida Lamrabet raakt de discussie precies dat spanningsveld. “Het gaat over macht: wie bepaalt wat cultuur is, wie mag spreken en wie gehoord wordt,” stelt ze. Zolang die vragen niet expliciet worden gesteld, blijft inclusie volgens haar vooral een beleidsbegrip, en minder een dagelijkse praktijkervaring. Ook inclusie-expert Hamza Ouamari wijst op dat verschil tussen intentie en beleving. “Iedereen zegt: we zijn inclusief en iedereen is welkom, maar dat betekent niet dat dat zo ervaren wordt,” zegt hij. De deur staat open, maar dat betekent nog niet dat iedereen zich ook echt welkom voelt.
Kunst verandert voortdurend en brengt verandering teweeg. In de reeks ‘Kunst in transitie’ onderzoekt StampMedia hoe kunst meebeweegt met thema’s als gender, identiteit, cultuur en duurzaamheid. In woord, beeld en geluid zoeken reporters naar wat kunst vandaag betekent en waar ze naartoe evolueert.
Lees hier alle stukken in de reeks ‘Kunst in transitie’.